De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

De wereld of de Meester

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

De wereld of de Meester

DE HERVORMDE SYNODE BIJEEN [2]

8 minuten leestijd

De hervormde synode behandelde vrijdag 14 juni niet alleen het unievoorstel, maar ook een aantal ordinanties voor de concept-kerkorde. Na de besluiten in de triosynode, waar de regelingen voor het leven van de kerk in ftveede lezing waren vastgesteld, schrijft de kerkorde voor dat er in de hervormde synode geen bekrachtiging maar een eigenstandige behandeling moet plaatshebben. Spannend punt vooraf was de visie op huwelijk en alternatieve relaties. Het laatste beslismoment voor het jusiebesluit.

Preses ds. A. W. van der Plas zei dat elk synodelid in trioverband zijn mening kon geven, maar er in de hervormde synode ruimte was voor amendementen.

Niettemin zei hij ook dat de synode haar verantwoordelijkheid heeft in het licht van wat ze zelf eerder besloot en in verbondenheid met de twee partners.

Ord. 1. Het belijden

Ds. R. van Kooten (classis Amersfoort) zei bij de behandeling van ordinantie i dat als de Heilige Geest de synode zou leiden, er eenstemmigheid zal zijn. Hij waarschuwde de synode besluiten te nemen die ingrijpende gevolgen zouden hebben inzake de confessionele binding.

Ord. 2. De gemeenten

Ds. W. Meijer (classis Barneveld) diende onder andere (tevergeefs) een amendement in, waarin hij bezwaar maakte tegen de mogelijkheid dat ouderlingen en diakenen in bijzondere situaties de sacramenten bedienen.

Ord. 3. Het ambt en de andere diensten

Ds. P. van der Kraan (classis Alblasserdam) meende dat hervormden in een nieuwe fase komen als de gemeente wordt ingeschakeld bij het beroepen van een predikant. Het wilde slechts de mógelijkheid hiertoe opgenomen zien. Ook pleitte hij met het oog op de continuïteit in kerkenraden op de mogelijkheid dat ambtsdragers twee keer herkiesbaar zijn. Dr. P. van den Heuvel noemde het de reformatorische grondregel dat de gemeente haar predikant verkiest, wat na 1951 door de grootte van de gemeenten niet altijd mogelijk was. Ds. J. Holtslag (classis Rotterdam-2) was verbaasd dat leden die persoonlijk de naam van Christus niet beleden hebben, wel stemrecht hebben, waarop ds. Van den Heuvel antwoordde dat ook doopleden tot de belijdende gemeente behoren.

Ord. 5. De eredienst

Daarover ging het vooral, urenlang: de ordinantie over de eredienst, waarin naast de inzegening van een huwelijk ruimte is opgenomen voor de zegening van alternatieve relaties. Velen voerden het woord.

Oud.-kerkvoogd B. Vellinga (classis Hilversum) pleitte voor een buigen voor de Bijbel als het Woord van God. 'Ik keur geen mens af, maar wijs wel af wat God verbiedt.'

Ds. G. de Fijter (classis Kampen) wilde de moeilijke positie van homofiele gemeenteleden erkend zien. 'In ieder mens hebben we het beeld van God te zien.' Omdat de bewuste artikelen 3 en 4 van deze ordinantie niet echt noodzakelijk zijn voor het functioneren van zegenvieringen, bepleitte hij een schrappen van beide artikelen. 'Het liefste zou ik alleen artikel 4 schrappen, maar andere christenen denken daar anders over. Er kan niet verantwoord recht gedaan worden aan alle opvattingen. Laten we niet op posities komen waar we elkaar kwijt raken.' Hij hekelde tot slot de wijze waarop mevr. Ilona Fritz, sinds kort presidente van de Evangelisch-Luther-

se Kerk, in dagblad Trouw de zegening van alternatieve relaties op scherp had gezet.

Ds. P. van der Kraan verwees naar O. Noordmans, die schreef dat een onbijbelse kerkorde de belijdenis aanvreet. Wanneer deze ordinantie aanvaard wordt, zal de christen-politicus in deze ethische kwestie niet meer op de kerk kunnen leunen. Hij stelde dat ongehoorzamen aan het Woord, gedoemd zijn vroeg of laat te verdwijnen. Diaken L. van den Berge-van der Laan (classis Tiel) wilde het onderscheid tussen het huwelijk en alternatieve relaties wegnemen. 'Het is te droevig voor woorden dat de kerk blijft discrimineren.' Ds. J. de Visser (classis Schiedam) noemde de aanvaarding van de ordinantie een beperkt signaal van de aanvaarding van de homofiele medemens.

Diaken A. Guijt (classis Doorn) vroeg wat precies verstaan werd onder een levensverbintenis van twee personen en bepleitte een schrappen van dit artikel. Ds. R. van Kootèn sprak over het nemen van een wissel en het breken met de kerk der eeuwen. 'Laten we leren onderhouden wat Hij ons geboden heeft.' Ds. H. J. Ekker (classis Edam) was trots vanwege deze ordinantie.

Ds.'A. C. Rijken (classis Bommel) was verbaasd dat het moderamen deze kwestie aan de gemeenten overlaat, terwijl ze soms wel de touwtjes in handen neemt. Het moet gaan om het 'alzo zegt de Heere'.

Oud.-kerkvoogd A. van Ommen-van Oortmerssen (classis Winterswijk) vroeg of de kerk naar de wereld of naar de Meester kijkt. 'Hij houdt van iedereen, maar zei ook: Ga heen, zondig niet-meer. Je kunt elke zondag in de kerk gezegend worden, maar die zegen betreft niet iets waarover God in de Bijbel niets" positiefs zegt.'

Ds. W. L. Smelt (classis Brielle) riep op niet tegen Gods getuigenis in te gaan. Ds. E. Westrik (classis Den Haag) was on-. der de indruk van het bewogen betoog van ds. De Fijter, maar vond dat zijn voorstel een weglopen is van de mensen om wie het gaat.

Oud. A. A. Snijders (classis Deljt) zei dat de kerk geen vrijheidsbeginsel kan voorstaan dat niet strookt met de bijbels genormeerde vrijheid. Ds. H. E. G. Reefhuis (classis Haarlem) dankte voor de bewogen bijdragen en vond de voorstellen een erkenning van de realiteit dat er homoseksuelen zijn. Oud.-kerkvoogd J. van Heijst (classis Zeist) zei in alle oprechtheid niet met zekerheid te kunnen zeggen welke weg Gods Woord wijst. Omdat de aanvaarding van een ethisch-morele bepaling breed draagvlak in de synode vereist, • leek hem geen bepaling opnemen beter dan een toch al geamputeerd artikel.

Ds. R. de Reuver (classis Alphen aan den Rijn) wilde ook naar de Schrift luisteren, maar meende dat vanuit de Bijbel er geen directe lijn te trekken is. 'Slechts één tekst uit Leviticus heeft betrekking op homoseksualiteit', ci- . teerde hij dr. B. Maarsingh. Hij noemde het 'wel mogen zijn, niet mogen doen' een gedateerd standpunt en pleitte voor belijdend spreken over het huwelijk, terughoudend spreken over alternatieve relaties.

Ds. S. H. Hiemstra (classis Doetinchem) wilde zich neerleggen bij een moeizaam bereikt compromis» al zag hij liever een gelijkschakeling van huwelijk en relaties.

Pijn zichtbaar maken

Dr. P. van den Heuvel herinnerde-eraan dat dé triosynode koos voor een onderscheid tussen huwelijk en alternatieve relaties. 'Er is geen sprake van een homohuwelijk in de kerk; de term huwelijk blijft gereserveerd voor een verbintenis van man en vrouw.' Hij wilde geen tegenstelling zien als-zouden sommigen zich op de Schrift beroepen en anderen met de tijd meewandelen. Het voorstel van ds. De Fijter ontraadde hij: 'Als je respectvoor de ander hebt, moetje zichtbaar maken waar de pijn ligt, al zal uw voorstel voor sommigen minder provocerend zijn

.' Ds. A. W. van der Plas gaf een stemverklaring. 'Toen ik als preses gekozen werd, heb ik gezegd dat ik de hele kerk wilde dienen. Ik heb geprobeerd met respect voor ieders mening en levenshouding leiding te geven aan de vergadering en mee te werken aan de uitvoering van dé synodebesluiten. Er kan echter een keuze gevraagd worden die deze verantwoordelijkheid overstijgt en het geweten raakt. Nu in ord. 5.4. de zegening.van andere relaties dan het huwelijk aan de orde is, wordt mijn keuze bepaald door mijn verstaan van wat de Schrift als het geopénbaarde Woord van God daarover zegt.' De preses gaf aan tegen te stemmen.

Voor de motie van ds. De Fijter stemden 26 van de 73 synodeleden. Vervolgens werd ordinantie 5.4 aanvaard met 40 stemmen voor, 33 stemmen tegen.

Een ingrijpend synodebesluit is genomen, al was de meerderheid niet groot. De eenheid van het Schriftgetuigenis is hiermee gebroken. Uiteindelijk heeft het Woord van God niet de doorslag gegeven. Waar het ene synodelid zei: 'Hoe leg ik mijn heterodochter uit dat zij ingezegend mag worden en mijn homo-zoon dat hij gezegend mag worden? ', erkende een ander synodelid citerend dat één tekst in Leviticus over homoseksualiteit spreekt. Ook aan die ene tekst - los van gegevens uit het Nieuwe Testament - is evenwel geen beslissende betekenis gehecht. Het kan toch niet zo zijn in de kerk dat alleen hervormd-gereformeerden - kwetsbaar^ pastoraal en voorzichtig, als het goed is - horig aan de Schrift willen zijn? Waar ds. Van den Héuvel geen tegenstelling wil zien tussen luisteren naar de Schrift en meewandelen met de tijd, was die tegenstelling er wel. Het helderste verwoordde ouderling-kerkvoogd mevr. Van Ommen het: 'Kijken we naar de wereld of kijken we naar de Meester? ' . Dan kan de kerk niet gaan in het schema van deze wereld, maar zal ze vernieuwd in haar denken zoeken naar de volmaakte wil van God (Rom. 12 : 2). Dat deed Jezus als geen ander. Alleen in de navolging van Hem kan de kerk de pastorale bewogenheid met homo-. fiele gemeenteleden en het creëren van een veilig klimaat in de gemeenten combineren met het vervullen van de wet van God.

De kerk heeft ook een artikel over het huwelijk in de ordinanties opgenomen. 'De inzegening van een huwelijk van man en vrouw als een verbond van liefde en trouw voor Gods aangezicht geschiedt in een kerkdienst', zo begint artikel 3 van ordinantie 5. Hiermee schept de kerk niet de ruimte voor het homohuwelijk, zoals de paarse regering wel deed. Het geeft de gemeenten een kerkordelijke basis om vast te houden aan het huwelijk als een heilige inzetting van God. Daar zijn we . dankbaar voor.

Verdrietig en terneergeslagen moeten we na synodebesluiten veelal verder.

Na vrijdag is er eens te meer een zwaarwegende reden om tegen het fusiebesluit te stemmen. De Heere van de kerk, de God van ons voorgeslacht, verhoede een verdere afbraak van de kerk in ons land, waaraan de kerk zelf meewerkt als ze het getuigenis van de Schrift terzijde legt. Op die weg kunnen en mogen we haar niet volgen en zullen we onopgeefbaar het huwelijk, van man en vrouw in ere dienen te houden. Wanneer Hij ons alles uit handen slaat, betekent het een verlangen om Hem over te houden, die in diepe crises belooft om. Zijn Geest te geven waar Zijn Woord tot klinken komt. Heere, ontferm U en laat Uw eigen werk niet los.

P. J. VERGUNST

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 20 juni 2002

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

De wereld of de Meester

Bekijk de hele uitgave van donderdag 20 juni 2002

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's