Dromer van een kerk [I]
Vanaf de omslag van het boek kijkt hij ons aan: de dromer. Toegegeven: zo hadden wij nog niet over hem horen spreken. Andere benamingen burgerden beter in. Boegbeeld uan de Bond, bijvoorbeeld om maar te zwijgen van de betiteling die verbonden is aan de lichamelijke oefening die tot weinig nut strekt. Maar een coach kan dromen wat hij wil, hij wordt ajgerekend op harde resultaten. Bij de dromen uan onze man in kwestie telt niet het succes maar weegt slechts het Woord...
Het gaat over de man die intussen een dertigtal jaren in kerkelijk Nederland en zelfs daarbuiten het gezicht van de Gereformeerde Bond in de Nederlandse Hervormde Kerk is geweest, dr. ir. J. van der Graaf. Ik heb - mag u wel weten - de nodige keren naar zijn gezicht zitten kijken, zo vaak ik het boek ter hand nam. In de loop der jaren zag ik die prachtige haardos van zwart via grijs naar mooi wit veranderen (jaloezie der 'ongedekte hoofden'...). Maar vooral de gezichtsuitdrukking trof mij. De man die nooit om een woord verlegen zit, oogt toch wat verlegen. Misschien droomt hij wel met de ogen open. De ogen open en toch dromen. Ziedaar een bondige samenvatting van 's mans leven en werk.
Een bundel opstellen
Ter gelegenheid van zijn terugtreden als algemeen secretaris van de Gereformeerde Bond, werd aan dr. ir. Van der Graaf in januari jl. een bundel opstellen aangeboden die tal van facetten in zijn rijkgeschakeerde leven en werk in het licht zet. Veertien bijdragen telt het boek 'Dromer uan een kerk. Zij worden ingeleid door een Woord vooraf van drs. P. J. Vergunst en een Ten geleide van de voorzitter van de Geref. Bond, ds. G. D. Kamphuis en afgesloten door een bibliografie van de hand van ds. H. Veldhuizen en een felicitatieregister waarin een bont scala van namen uit de breedte van kerk en samenleving aan ons oog voorbijtrekt, een aardige weerspiegeling van de kringen waarin Van der Graaf heeft verkeerd.
A. Baas opent de rij met een bijdrage waarin hij ons Van der Graaf als mens tekent. Zijn geboorte in Ridderkerk, de opvoeding thuis door een 'oerhervormde' vader en een moeder, 'gepokt en gemazeld in de kringen van de Afscheiding', de grote betekenis van de hervormd-gereformeerde prediking voor de jonge Van der Graaf waarbij de naam van wijlen ds. R. Bardema valt onder wiens bediening het eigenlijke gebeurt: een jong mens wordt voor en door God overwonnen. Wij volgen hem als student en leraar natuur- en scheikunde, die kiest voor een brede middelbare school, een breedte die hem altijd geboeid en uitgedaagd heeft.
Nog jong is Van der Graaf als hij tot lid van het hoofdbestuur van de Geref. Bond wordt gekozen, trouwens ook tot ouderling in Huizen, op het grondvlak van de Kerk, een term die later heel belangrijk is geworden. Al spoedig komt dan ook de Waarheidsvriend in beeld, waarvan hij in 1969 hoofdredacteur wordt en die hij in de loop der jaren met talloos vele artikelen mede heeft gevuld. Van 1972 tot 2000 wordt zijn taak bij het blad vergezeld van het algemeen secretariaat. Van vele artikelen en brieven te schrijven was geen einde en het heeft hem ongetwijfeld wel eens de navenante vermoeiing des vleses opgeleverd.
Waar kennen wij Van der Graaf nog meer van? Een bonte rij van instanties, commissies, bladen en boeken passeert de revue. Het onvergelijkelijke keelgeschraap in de ether verried des zaterdags de aanwezigheid van de ingenieur uit Huizen in het EO-programma 'Deze week'... Kortom: 'een kwetsbaar, betrokken en gepassioneerd mens', aldus een kenschetsing van ds. Kamphuis. Een ode aan mevr. Van der Graaf ontbreekt niet. Terecht!
Israël
De namen van Van der Graaf en Israël zijn in deze dertig jaren bijkans tot een twee-eenheid geworden. Niemand zal het verbazen dat de tweede bijdrage van de hand van C. Graafland over Van der Graaf en Israël gaat. 'Eenheid tussen bezinning en actie' luidt haar titel. De liefde voor Israël heeft Van der Graaf van huis uit meegekregen dankzij de verworteling van het gezin in de Nadere Reformatie. De studietijd met haar veelzijdige contacten maakte een einde aan de vergeestelijking van de oudtestamentische Schriftgegevens. De Kerk is niet in de plaats van Israël gekomen. Het laatste houdt zijn eigen plaats in het heilshandelen van God. Graafland signaleert in het denken van Van der Graaf continuïteit in diens grondinzichten, die vrijwel geen veranderingen kenden. Wel speelde de actualiteit een grote rol, met name ten gevolge van de lotgevallen van Israël; zij brachten anderzijds de nodige dynamiek in het denken van Van der Graaf teweeg. Uiteraard is de holocaust hier een item van groot belang. Zijn inzichten in de positie en de betekenis van het verbondsvolk stelden hem, volgens Graafland, in een kritische relatie tot de eigen gereformeerde traditie die hem ertoe bracht bijvoorbeeld Calvijn in gebreke te stellen. A Brakel en Bucer kunnen op meer sympathie rekenen. Vooral bij de laatste krijgt ook de 'daadgerechtigheid' het nodige gewicht Het joodse karakter van het Oude Testament komt dan ook beter tot zijn recht Een aanvullend belijden aangaande Israël is 'levensnoodzakelijk*. Maar of de calvijnsgereformeerde traditie dit nieuwe verstaan van de Schrift weet te integreren is de vraag. Graafland meent dat echter ook bij Van der Graaf hooguit aanzetten tot zo'n synthese zijn te vinden en dat diens visie op belijdenis en traditie toch een te statisch karakter draagt. In dat kader gaat Graafland vervolgens breed in op het verstaan van de Schrift in relatie tot de geschiedenis en de traditie, een zeer boeiend aspect van zijn bijdrage.
Overigens meent Graafland in de laatste tijd een naar andere gereformeerde broeders, die andere inzichten over Israël huldigen - meer in de richting van de vervangingstheologie - relativerend accent in Van der Graafs denken te kunnen constateren. Niet allen zijn immers 'om'. Hier vallen de namen van K. Exalto en P. F. Bouter. En zij staan ook in een lange traditie vanuit de vroeg-christelijke kerk via de Reformatie en Nadere Reformatie tot nu toe. Er lopen dus duidelijk twee lijnen: een piëtistisch-puriteinse (positief over Israël) en meer orthodoxe-calvijnse (vervangingsleer).
Ten slotte vat Graafland zijn visie op Van der Graafs gedachtegoed ten aanzien van Israël samen in een zestal punten waarbij ik als saillant - intussen bekend - element noem dat aan de bijbelse gegevens niet 'het recht kan worden ontleend dat Israël ook een eigen politieke staat heeft gevormd. Land, volk en staat van Israël staan niet op eenzelfde bijbels niveau.' Onlangs nog verklaarde Van der Graaf voorstander te zijn van een eigen staat voor de Palestijnen. Het is Van der Graafs verdienste dat hij een 'verbinding heeft weten te leggen tussen de bijbelse, geestelijke en concreet-politieke elementen die alle in zijn betrokkenheid op het eigentijdse Israël hebben meegespeeld', aldus Graafland.
A. BEENS, KATWIJK AAN ZEE
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 20 juni 2002
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 20 juni 2002
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's