De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Globaal bekeken

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Globaal bekeken

4 minuten leestijd

I n Voetius (Altena en Heusden) werd een stukje opgehaald van wijlen ds. j. T. Doornenbal uit de Harderwijker Kerkbode van 1951 over Radio-christenen.-

'In uele huisgezinnen in de gemeente verschijnt een radio. Daar is natuurlijk niets op tegen, als er tenminste een goed gebruik uan gemaakt wordt. Iets mag ik er misschien wel uan zeggen. De makkeljjkste en goedkoopste manier uan ontrouw aan de kerk en belijdenis is het luisteren naar een radiopreek op zondag, in plaats uan naar de kerk te gaan. Je hoeft er niets uoor te doen, je schoenen er niet eens uoor aan te trekken, je kunt bij de kachel blijuen, met koffie en sigaar, het kost je geen cent en je bent toch een godsdienstig mens, want je hoort een preek. En altijd de beste preek die een radiodominee in al zijn levensdagen gehouden heeft, omdat hij er natuurlijk weken en maanden aan gewerkt heeft, en je blijft verschoond van de stumperige preken uan je eigen dominee, die er elke week twee moet leveren en er vaak weinig aan heeft kunnen doen, en er dus niet ueel uan terecht brengt. En als het je dan nog niet aanstaat en de preek op de radio te lang is ofte zwaar ofte licht en te dicht, dan kun je hem afdraaien en je hebt het er weer opzitten. Jammer voor die draadloze radio-christenen, dat de N.C.R.V. of de I.K.O.R. of een andere godsdienstige radioclub geen ziekenbezoek en begrafenisdiensten arrangeert. Maar daar heb je dan toch je eigen dominee altijd nog weer voor. En je moet die man ook wat gunnen!'

e Hervormde Kerk verloor in 2001 50.966 leden, een daling D van 2, 6%. Vijfentachtig procent van de belijdende leden van dit moment is ouder dan veertig jaar. Hier een analyse van Willem Bouwman in het Nederlands Dagblad:

'De Hervormde Kerk verliest al jaren. In 1997 verdwenen 59.860 leden, in 1998 53.464, in 1999 56.144, tot ze in 2000 na een verlies van 55.913 minder dan twee mi[joen leden had. Nu zijn er nog 1.918.126 hervormden. Het gemiddeld jaarlijks verlies sinds 1997 is 55.269, 151 leden per dag, ruim zes per uur. Gaat dit zo door, dan is de leegloop over 34, 7 jaar voltooid, medio september 2036. Door de vergrijzing kan het nog sneller gaan. Het Samen op Weg-proces biedt weinig baat, want ook de gereformeerden en euangelisch-luthersen weten wat verliezen is. Het merendeel van de kerkuerlaters wordt onkerkelijk.

Ooit, in de zeventiende en achttiende eeuw, was het vanzelfsprekend om hervormd te zjjn. De Hervormde Kerk heette "gereformeerde kerk", de uaderlandse kerk, de "heerschende kerk", de kerk uan iedereen. De Nederlandse Republiek is "een land uan theologanten" genoemd en het volk "in hart en nieren kerksch".

Met de praktijk der godzaligheid was het matig gesteld. Kerkenraadsnotulen spraken veelvuldig van dronkenschap, zelfs onder dominees. "Nimmer is de godsdienstloosheid tot zulk eene hoogte gestegen. Het is het eigenlijk kenmerk der 18de eeuw", schreef een tijdgenoot. (...) Bij de uolkstelling uan 1879 zeiden 12.253 Nederlanders dat ze onkerkelijk waren: 0, 31 procent van de bevolking. In de volgende jaren nam hun aantal toe: 148 procent in 1889 (66.085), 2 i 2 6 procent in 1899 (115.179), 4, 97 procent in 1909 (290.960) en 7, 77 procent in 1920 (533.714), bijna 44 maal zoveel als in 1879. Het verschijnsel deed zich voor in heel Nederland, maar vooral in Amsterdam en Rotterdam en in Groningen en Friesland.

De Nederlandse Hervormde Kerk had er het meest van te lijden. Vanaf ongeveer 1880 nam het percentage hervormden gedurig af en na de Doleantie uan 1886 verloren ze hun meerderheid. De Hervormde Kerk en de onkerkelijkheid waren communicerende vaten. De hervormden slonken tussen 1909 en 1930 uan 44, 2 naar 34, 4 procent, de onkerkelijken groeiden van 4, 97 naar 14, 4 procent. Door de sterke bevolkingsaanwas bleef het absolute aantal hervormden nog groeien tot 1960, toen de top van 3.243.539 werd bereikt en de getalsmatige kaalslag begon. (...)

Ontkerkelijking, vond Kruyt (socioloog, in 1933, v.d.G.), was goeddeels een zuiveringsproces. Ze bracht het kerkelijk leven op hoger peil en verdiepte het geloof van hen die bleuen. Bij de urijzinnigen was de zuiuering het uerst gevorderd.

Kruyt en zijn urouw lieten zich in de oorlog dopen en uoegden zich bij de Heruormde Kerk, waar ze de urijzinnige richting waren toegedaan. Zo zag hij uan nabij hoe de zuivering uan de urijzinnigen uerderging. In 1920 telde de Heruormde Kerk 618.956 urijzinnigen, 21, 8 procent uan het geheel. In 1985 was hun getal geslonken tot 58.118 of 3, 2 procent. Als Kruyt gelijk had, en de urijzinnigen de anderen voorgaan in ontkerkelijking, wacht de Heruormde Kerk een bitter eind. De cijfers zijn ernaar.'

v.o.G

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 27 juni 2002

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Globaal bekeken

Bekijk de hele uitgave van donderdag 27 juni 2002

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's