De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Boekbespreking

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Boekbespreking

7 minuten leestijd

H. J. Takken en N. M. Tram per (red.; Vreemde Gasten. Dromen en wonderettin hét eoufcllT\!U»*< hrist€ »ew«oiet moslim: UilgyfcJekenceni bl

Door samenwerking van de GZB met Evangelie & Moslims is deze studie tot stand gekomen. Hierin worden de mogelijkheden en moeilijkheden beschreven voor ontmoetingen tussen christenen en moslims. Deze ontmoeting spitst zich hier echter toe op een bepaald terrein. In tegenstelling tot veel andere publicaties, die de islam willen benaderen door een uiteenzetting te geven van de officiële leer van de islam en zijn verschillen met de leer van Christus, worden wij nu in een andere werkelijkheid binnengeleid, namelijk die van dromen en wonderen in de islamitische wereld. Voor velen van ons is dit een onbekende wereld. Des te opmerkelijker is het wanneer ik lees in hoofdstuk 2: 'Als we de wereld van (oosterse) moslims binnentreden, krijgen we stellig vroeg of laat te maken met verhalen over wonderen en dromen'. Het woordje 'stellig' wordt nog eens duidelijk onderstreept als we later lezen dat we gevoeglijk kunnen aannemen 'dat bij meer dan 90% van de 'christenen van moslimhuize' dromen een rol hebben gespeeld bij hun komen tot Jezus Christus!'

Deze feiten (die overigens niet met veel feiten of getallen uitgewerkt worden) maken het lezen van dit boek tot een boeiende zaak, juist als we bedenken hoe de zending zich eeuwenlang op de islam heeft stukgebeten. Het kwalijke gevolg van de onmacht die de christelijke zending ervoer ten aanzien van de wereld van de islam, is maar al te vaak geweest dat deze 'onmogelijke' wereld beter uit de weg gegaan kon worden.

En nu blijkt in onze tijd de Heere Zelf dit werk ter hand te nemen. Door middel van dromen worden moslims die onwetend zijn met het Evangelie, vaak zonder contacten met christenen of hun Woord, op wonderlijke wijze geleid tot de kennis van lezus Christus en Die gekruisigd. Hoewel zij door de koran enige kennis hebben van Jezus, kan dit niet vergeleken worden met de ontmoeting met de Opgestane Heere, die zij op wonderlijke wijze als een rijke geestelijke schat mochten ontvangen.

Deze dromen zijn aanleiding de ware God te zoeken (en te vinden). Bij het lezen van dit boek ga je denken aan Johannes 3 : 8: 'De wind blaast, waarheen hij wil, en gij hoort zijn geluid; maar gij weet niet, van waar hij komt, en waar hij heen gaat; alzo is een iegelijk, die uit den Geest geboren is.' De Heere werkt op Zijn tijd en op Zijn soms zeer verrassende wijze.

Deze ontwikkeling betekent echter niet dat de kerk zich nu van haar taak ontheven ziet. Het moet veel eerder voor haar een aansporing zijn zich juist in deze wereld te begeven. Er liggen misschien meer dan ooit openingen voor het Evangelie. Als we zoeken en bidden om contacten, dan zouden deze ontmoetingen de zoekende moslims goed doen, maar zeker ook ons.

Maar, aldus de schrijvers, we krijgen dan wel te maken met een botsing van culturen. In die ontmoeting met de wereld van de islam is, vanuit de praktijk gezien, niet in de allereerste plaats sprake van vervreemding op geloofsgebied, maar op cultureel gebied. Want als wij contacten leggen, dan zullen wij ontdekken dat dromen en wonderen een vanzelfsprekende zaak zijn in deze wereld. Hoe gaan wij hiermee om? Durft de christelijke gesprekspartner zichzelf te ontledigen van zijn eigen culturele bepaaldheid (kenosis), of wil hij deze krampachtig vasthouden, waardoor niet het Evangelie een aanstoot is, maar de cultuur waarin wij dat Evangelie verpakt hebben? Een echte ontmoeting komt tot stand wanneer de christen deze aangaat met liefde, zelfverloochening^ nederigheid, zelfopoffering, vredelievendheid, herbergzaamheid, gastvrijheid, geduld, en tegelijkertijd ook beslistheid; dit alles naar het voorbeeld van Jezus Christus (en de apostel Paulus).

Na het lezen van 'Vreemde gasten' zijn twee belangrijke vragen te stellen. 1. Voor mijn besef spelen er in dit boek twee verschillende dingen, waardoor het lezen wat bemoeilijkt wordt. Aan de ene kant raken we na het lezen ervan onder de indruk van Gods krachtige en overduidelijke werk in de harten van bekeerde moslims. Aan de andere kant wordt ons verteld van een oosterse cultuur, waarin 'seculiere' wonderen en dromen (die niet op Christus gericht zijn en daarom een heel andere bron hebben) heel vanzelfsprekende dingen zijn; een erfenis van een eeuwenoude mythische cultuur. Misschien zouden de schrijvers terecht kunnen zeggen dat wij beide niet zo gemakkelijk van elkaar kunnen scheiden. Tegelijkertijd lijken mij de verschillen tussen beide wel nadrukkelijk

en ook essentieel. Ik heb het idee dat het boek wat helderder was geworden, als alleen aan het eerste aspect aandacht was besteed. Overigens kunnen we, wat het tweede punt betreft, ons ook afvragen of dromen en wonderen in onze postmoderne, westerse maatschappij nog zo'n onbekend verschijnsel zijn als gesuggereerd wordt. Komen wij niet steeds meer in een cultuur te staan waar veel wordt gezocht, nagedacht en gespeculeerd over paranormale verschijnselen?

2. Als we spreken over dromen die voor moslims aanleiding waren voor de bekering tot Christus, hoe moeten wij deze wonderlijke verschijnselen dan waarderen? Zijn zij 'alleen' de aan leiding tot verdere bestudering en verdieping van het christelijke geloof door middel van Gods Woord en door de omgang met Gods kinderen, of kunnen zij een essentiële rol blijuen spelen

in de geloofsbeleving van deze tot geloof gekomen moslim? Ik zou zelf geneigd zijn het eerste te zeggen. Hebben wonderen ook niet vaak op deze wijze in de zending hun plaats gekregen? De Heere deed Zijn Woord in het begin gepaard gaan met tekenen en wonderen, maar na verloop van tijd vroeg de Heere van hen te geloven, niet op grond van bijzondere tekenen, maar op grond van Zijn Woord en Zijn beloften. Ik heb overigens zelf eens zo'n bekeerde moslim heel rijk van zijn droom (waarin Christus een heel centrale plaats had) horen getuigen, waarbij ik echter het gevoel kreeg dat er wat de geloofszekerheid betreft misschien meer gesteund werd op de droom dan op Gods Woord. Moet uiteindelijk niet dat ene, ook voor bekeerde moslims, blijven staan: 'sola Scriptura'? !

K. KLOPSTRA, NIEUWLAND-OOSTERWIJK

Jurjen Beumer Als alles duister is. Gebeden en gedachten bij het sterven. Uitg. Ten Have, Baarn; 87 blz.; € 11, 95.

Dr. J. J. Beumer, predikant en directeur van een oecumenisch diaconaal centrum in Haarlem, maakte van nabij mee hoe zijn beste vriend in korte tijd aan een ernstige ziekte overleed. In de bundel 'Als alles duister is' leeft hij zich in in de stervende zelf.

Drs. A. de Muynck (eindred.) Leren en doen laten. Sociaal-emotionele vorming in de praktijk. Uitg. Groen, Heerenveen; 176 blz.; € 12, 50.

In dit boek, het tweede deel in de serie Reflectie op onderwijs in bijbels perspectief, wordt concreet, praktisch uitgewerkt op welke manier het christelijk onderwijs leerlingen kan helpen om uit te groeien tot evenwichtig functionerende volwassenen. Het kwam tot stand in samenwerking met BGS, GOLV en christelijke hogeschool de Driestar.

J. Noteboom en B. Vonk Dat begrijp je toch wel? ! Over leerproblemen. Uitg. Groen, Heerenveen; 104 blz.; € 12, 50.

De serie Bijzondere opvoedingsvragen, een praktische handleiding voor opvoeders die ervaren dat het 'gewone' opvoeden voor hun kind onvoldoende is, verscheen een tweede deel, over leerproblemen. De auteurs, beiden directeur van een school voor speciaal basisonderwijs, willen een appèl doen op opvoeders: laat het kind met leerproblemen niet aan zichzelf over, maar toon begrip en betrokkenheid. Hun doelgroep is niet gering, want maar liefst vijftien procent van de basisschoolkinderen heeft in enige mate moeite om zich de leerstof eigen te maken.

Dr. A. J. Verbrugh, Jong zijn en Oud worden. Uitg. Buijten & Schipperheiin,

Amsterdam; 328 blz.; € 27, 50.

Dr. Bart Verbrugh (1916) beschrijft in dit boek hoe zijn leven verweven raakte met de antirevolutionaire (ARP) en nationaalgereformeerde poltiek (GPV). Bekend raakte hij vooral vanwege zijn tienjarig lidmaatschap van de Tweede Kamer. Nauw verbonden met het feit dat hij opgroeide in een onkerkelijk klimaat, is het feit dat Verbrugh als rode draad in zijn levensgeschiedenis ging zien de persoonlijke en politieke strijd voor de openbare erkenning van de afhankelijkheid van God in het burgerlijke leven, van Hem die alle eer toekomt.

PJV

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 4 juli 2002

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Boekbespreking

Bekijk de hele uitgave van donderdag 4 juli 2002

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's