De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Dromer van een kerk [3]

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Dromer van een kerk [3]

11 minuten leestijd

Van twee zwagers...

De 'dromer' heeft een zwager. Deze heeft ook een bijdrage geleverd aan de verschenen bundel opstellen. Hij doet daarin de karakteristieke en waarheidsgetrouwe uitspraak dat Van der Graaf in een bepaalde periode van zijn leven geheel is opgeëist en soms geobsedeerd, maar nooit gegrepen is door Samen op Weg. Het is een uitspraak van dr. B. Plaisier, secretaris-generaal van de Ned. Herv. Kerk en één der prominenten van het SoW-proces. Ieder weet dat Plaisier en Van der Graaf meer dan eens lijnrecht tegenover elkaar gestaan hebben, al zegt eerstgenoemde tot de conclusie te zijn gekomen dat de laatste ondanks krachtige stellingnamen altijd een verscheurd mens is geweest en dat het daarom tussen beiden nooit tot een diep conflict over Samen op Weg gekomen is.

Het bevreemdt Plaisier ietwat dat zijn zwager de Hoedemakeriaanse gedachten over de kerk en de staat door middel van een bond binnen de kerk vorm heeft willen geven. Maar - zo luidt zijn gedachte daarover - : zo heeft Van der Graaf de Bond willen bepalen bij zijn roeping binnen het geheel van de kerk. Trouw aan de kerk moet je niet opgeven! Afscheiding vervult onze oud-secretaris met afgrijzen, is voor hem verabsolutering, hoogmoed en verbondsbreuk. Daarin is een typisch historisch denken gegeven, door Van der Graaf geërfd van Hoedemaker en Van Ruler. Dat heeft te maken met een bepaalde historische - door Plaisier 'tamelijk romantisch' genoemde - visie op de geschiedenis van het Nederlandse volk en de calvinistische wortels van de natie. Zo krijgt het verbond van God ook gestalte in een nationale gereformeerde kerk. Breken met haar is breken van Gods verbond, bovendien een breuk slaan in de historie. Wie dat doet en een nieuwe kerk sticht of schept, is eigenmachtig in de weer.

Herstel van eenheid houdt dan ook in een wederzijdse erkenning van schuld en een terugkeer naar de kerk der vaderen. Maar Van der Graaf beschouwt SoW niet als een 'terugkeer'! Het is in zijn overtuiging alleen maakwerk en dus een breuk met de historie. Bovendien krijgt Kuyper redivivus er weer de overhand in. Daaruit o.a. verklaart Plaisier de felheid van Van der Graaf.

Maar op die manier, zegt hij, wordt veel te weinig rekening gehouden met 'onverwachte bewegingen van de Geesf. SoW is dus blijkbaar zo'n onverwachte 'move'... Echter, Plaisier houdt er rekening mee dat de wijze waarop de drie kerken zich aan het verenigen zijn, juist met het oog op Gods verbond, een teken van Gods trouw kan zijn waarin Hij heelt wat verscheurd is. Ook het water tussen twee zwagers is hier te diep...

Afstand houden

Met bovengenoemde woorden is de houding van de Bond tegenover de gereformeerden te kenschetsen. Plaisier gaat daar uitgebreid op in. Zij het, dat de verhouding tussen beiden in vroegere decennia hartelijker was, omdat de theologische overeenstemming beduidend was. Hugo Visscher was een man in de Kuyperiaanse gereformeerde stroom, waarnaast de Bond ook een bevindelijk gereformeerde en een verbondsmatig gereformeerde richting herbergde. Er was uiteraard een geding om de kerk bij de theologische verwantschap. Later gaat dat sterk veranderen wanneer de Gereformeerde Kerken in een groeiende theologische en oecumenische openheid wensen te ademen. Er ontstaat steeds sterker antipathie tegen de gereformeerden. Er manifesteerde zich een inhaalslag, waarbij de gereformeerden de hervormden in vernieuwingsdrift klopten.

Van der Graaf is een man in wie de bevindelijke en de verbondsmatige richting onder de bonders samenkomen. En dat bepaalt goeddeels zijn houding tegenover SoW. Gereformeerden zijn ongegronde optimisten, rationeel en berekenend. En ze hebben de verbondsbreuk op hun geweten, vooral in de Doleantie van 1886. Van hun kant vonden gereformeerden de bonders maar benepen en wat achteraankomende lieden, met een geestelijk klimaat waarvan men gelukkig zelf was verlost. Al met al een onvruchtbaar klimaat om tot samengaan te kunnen komen, zo luidt de conclusie van Plaisier. Hij citeert een uitspraak van Van der Graaf uit 1994: 'SoW zou een verlate greep van de Doleantie op de kerk kunnen zijn, maar nu in een dynamisch deconfessionaliseringsproces.

' Zo zijn de gereformeerden geen versterking van het confessionele geluid in de kerken maar een verzwakking. Nu heeft de Hervormde Kerk uiteraard ook volop gebreken. Maar in haar midden leeft een grote confessionele en bevindelijke groepering, terwijl de middenorthodoxie van binnenuit het anliegen van de Bond begrijpt, iets wat bij de gereformeerden absent is. Plaisier noemt dat een neigen naar een al te mild oordeel over eigen kerk. Hij stelt de vraag of Van der Graaf niet te veel met stereotiepen werkt en wel genoeg verdisconteert hoe verscheiden de gereformeerden na de jaren zestig zijn geworden. Blijkbaar zag hij geen taak om de gereformeerde waarheid bij de gereformeerden te verbreiden en te verdedigen en schoot hij vanuit de verte. Een opmerking die mijns inziens van een wonderlijke naïveteit getuigt, zo niet van een volstrekt overvragen en een ondiep peilen van de problematiek. Je kunt de diversiteit der gereformeerden na de jaren zestig toch moeilijk als een vooruitgang waarderen...

Ik laat nu de relatie met de lutheranen rusten. Zij hebben mijns inziens een veel te grote broek aangetrokken of wellicht is die hun aangemeten. Dat doet niets af aan waardering voor het lutheranisme, al maakt Van der Graaf zich zorgen over de huidige gestalte ervan.

Verlangen naar eenheid

Op pag. 65/66 staat een aantal opmerkingen van Van der Graaf vermeld, waarin hij zijn verlangen naar eenheid vertolkt, in de 'ene, ongedeelde hervormde want gereformeerde kerk in dit land, ook in deze tijd gericht op het hele volk, profetisch en priesterlijk....' Maar de werkelijkheid van Samen op Weg is daarvan ver verwijderd, hij ziet er 'zelfs geen zweem in van wat hij zich voorstelt van een verenigde kerk. Kerkelijk, historisch en confessioneel is de prijs te hoog.' Waarop Plaisier de vraag stelt of God alleen de Hervormde Kerk kan genezen en er voor de Gereformeerde Kerken geen hoop meer is. Daarbij zou ik willen aantekenen dat daarin het punt voor Van der Graaf niet ligt, als ik zo vrij mag zijn voor hem te spreken. Het gaat hem om de weg van de genezing en daarin is hij niet onduidelijk. Het is reeds in vele toonaarden gezegd dat SoW alleen een zegen zal zijn als het de weg terug is naar de God van het Verbond, naar Zijn beloften en geboden, naar het buigen voor de Schriften zoals dat ook vertolkt is in de confessie. Samen terug naar de God der vaderen en waarom zou dat niet kunnen in de schoot van de kerk der vaderen? Of moeten wij ons ervan laten overtuigen dat de Geest beslist deze onverwachte beweging (Plaisier) niet wil maken? Hoe kan men dat toch zo zeker weten? Wat baat het wonderen van de Geest te verwachten wanneer men niet gaat in het spoor van de Schrift?

In dit kader stelt Plaisier de vraag of eenheid niet onbereikbaar wordt als het gehoopte niveau van 'belijdendkerk-zijn' nooit gehaald wordt. Hij komt tot deze vraag wanneer hij het heeft over de bezwaren van Van der Graaf en vele anderen tegen saillante onderdelen van de op stapel staande kerkorde. Daarin staan vele elementen die afbreuk doen aan het gereformeerd belijden, ja er flagrant mee in tegenspraak zijn. Belijden is volgens Van der Graaf'geen zaak van formeel vastleggen (bedoeld is het spreken van de nieuwe kerkorde over het belijdend karakter van de Verenigde Kerk) maar van praktijk en bevinding.'

Plaisier rekent het de gereformeerden in de Hervormde Kerk aan dat men altijd veel drukker is geweest met de waarheid dan met de eenheid. Zij worden zijns inziens te zeer tegenover elkaar gesteld in plaats van op elkaar betrokken. Hij stelt de vraag of niet gezegd kan worden dat de waarheid zich ook voltrekt op de weg van de eenheid. Ik beluister daar een bepaald waarheidsbegrip in waarvan de hervormd-gereformeerden juist niet hebben willen weten, mede ook omdat de desastreuze gevolgen daarvan in de Gerefomeerde Kerken aan de dag zijn getreden, in de dynamiek van een verdacht allooi. Zo wordt SoW tot het ondernemen van een reis zonder dat vaststaat vanwaar en evenmin waarheen. Een dergelijke waarheid ademt een postmoderne atmosfeer, waarbij het niet aangaat om degenen die zulk

een waarheid afwijzen te brandmerken als conservatief, statisch en wat niet al. Uiteraard is het gelijk aan Plaisiers kant wanneer hij wijst op de spanningen in dit opzicht in de eigen Hervormde Kerk. Van der Graaf zeifis altijd over de eenheid blijven spreken, maar zijn zwager stelt hem de vraag of hij zelf daaruit wel de consequenties heeft getrokken. Eigenlijk, zo zegt deze, is er sprake van een weldadige inconsequentie ten gevolge waarvan Van der Graaf ervoor behoed is om gemene zaak te maken met hen die vanwege de waarheid alleen maar een weg buiten de Hervormde Kerk voor zich zagen.

Eenheid en kerkpolitiek

Van der Graaf heeft zich uiteraard niet buiten de kerkpolitiek gehouden, niet kunnen houden. Plaisier volgt diens spoor daarin in het laatste gedeelte van zijn bijdrage. Tijdens de triosynode van 1993 kwam het abrupte einde aan Van der Graafs lidmaatschap van de Raad van Deputaten Samen op Weg. Toen al (!A.B.) speelde de grief dat de synode niet weer over federatie in plaats van fusie wilde spreken, een grote rol. 'Fusiedwang'. Ook dat woord is sindsdien min of meer gevleugeld geworden. Van meet af heeft Van der Graaf fusiedwang bestreden en afgewezen en gezocht naar openingen om heel de kerk in het proces mée te krijgen. Plaisier merkt terecht op dat vele gereformeerdebondsgemeenten erg laat begonnen zijn met bezinning op de vereniging der kerken. De trein was verder op weg dan men zich realiseerde. Toen bracht Van der Graafs terugtreden een schokeffect teweeg. Hoe ver moet de eenheid gaan? Dat werd gaandeweg de vraag. Plaisier betitelt de keuze van zijn zwager voor federatie in plaats van fusie als een praktische, geen principiële! In dat kader noemt hij hem een verscheurd mens. De man die zoekt naar eenheid, botst op de harde werkelijkheid van vele gemeenten die haar niet begeren.

Dit nu komt op mij over als een romantisch Van der Graaf-ideaal aan de zijde van Plaisier. Mij dunkt dat Van der Graaf er nooit misverstand over heeft laten bestaan van welke inhoudelijke aard waarheid en eenheid dienden te zijn als basis van samengaan. Maar dat heeft hem niet belet om waar mogelijk vormen te zoeken en voor te staan waarin praktisch samengaan kon worden gegoten of bezegeld. Buiten kijf is dat Van der Graaf het eigen deel van de kerk de kritiek niet heeft gespaard. Terecht. Wij hebben de geloofskracht van het belijden verzwakt en hebben ons verloren in veruitwendiging en verwettelijking, in marginale zaken en eigen kleine tradities, schreef hij in 1994. Daar zou nog veel over te zeggen zijn. Dat is overigens alleen al reden - er is immers ook een leegloop ter anderer zijde, spanningsloosheid, automatisme! - om niet hoog van de toren te blazen. Voor zulk trompetgeschal is het de tijd niet. Wij zitten inderdaad in een dilemma, door Van der Graaf vertolkt in het 'wij kunnen niet mee en wij kunnen niet weg'. Laten wij dat dilemna niet te snel oplossen. De dingen liggen vaak veel gecompliceerder dan wij denken. Ten slotte stelt Plaisier expliciet de vraag wat het belang zou kunnen zijn van een in de Verenigde Kerk actief zijnde Gereformeerde Bond. Waarom is nooit met elan en creativiteit over die vraag nagedacht? Ik weet niet of daarover nooit is nagedacht, integendeel, ik weet dat velen over die vraag heden denken, vanuit diverse motivatie wellicht. Maar ik vind ook deze vraag in de context van de problematiek rondom SoW het gevaar in zich bergen dat men voor de troepen uitloopt en het contact met het grondvlak van de gemeenten verliest. Plaisier ziet graag een 'onbekrompen en visionaire' Bond meedoen in Samen op Weg en ziet daarin een lokkend perspectief om Van der Graaf enigszins te bevrijden van zijn vrees dat door SoW alles slechter zal worden. Voor de kerk en voor de Bond acht Plaisier zulks van belang voor de duidelijkheid. Het zou in zijn optiek zelfs een nieuwe fase in het gereformeerd protestantisme inluiden. Dat optimisme kan ik onmogelijk met hem delen. Bovendien heeft Plaisier zelf ons onlangs op een bijkans papale wijze duidelijkheid verschaft over het SoW-traject. Ik ben bevreesd dat daarmee waarheid noch eenheid is gediend. De kerk wordt niet geregeerd per edict, noch de waarheid erdoor voltrokken.

A. BEENS, KATWIJK AAN ZEE

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 4 juli 2002

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Dromer van een kerk [3]

Bekijk de hele uitgave van donderdag 4 juli 2002

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's