Naar het land van Zwingli
6. KONSTANZ - DOOD VAN JOHANNES HUS [SLOT]
Laat ik het meteen maar zeggen: de stad Konstanz behoort niet tot Zwitserland maar tot Duitsland. Maar omdat hij helemaal tegen de Zwitserse grens aanligt, aan de zuidzijde uan het Bodenmeer, en we toch in noordoost-Zwitserland zijn kunnen we er niet onderuit Konstanz te bezoeken. Bovendien viel het kanton Glarus, waar Zwingli gedu rende tien jaar pastoor was, in die tijd onder het bisdom Konstanz. Zwingli werd in 1506 in Konstanz door de bisschop aldaar tot priester gewijd. Het ligt uoor de hand dat dat in de Dom uan Konstanz gebeurd is. We moeten er dus heen.
Concilie van Konstanz
Er is nog een reden waarom we Konstanz bezoeken. In de Münster (Domkerk) werd van 1414 tot 1418 het concilie van Konstanz gehouden, op welk concilie Johannes Hus en een jaar later Hieronymus van Praag werden veroordeeld tot de brandstapel. Op dit concilie kwam door het kiezen van een nieuwe paus ook een eind aan het al vele jaren voortdurende schisma van de pausen (er waren drie pausen die elkaar de pauselijke titel betwistten). De opening van het concilie vond in de Münster plaats op 5 november 1414.
De pauskeuze, drie jaar later (1417), vond niet in de Domkerk plaats maar in een groot graanpakhuis dat nu bekend staat als het Kaufhaus.
Münster
Onze eerste gang is naar de Onze- Lieve-Vrouwe-Münster of Maria- Münster, gebouwd op de plaats waar in de derde eeuw een kleine burcht stond met de naam Constantia, naar de toenmalige keizer Constantius Chlorus. Vandaar de naam Konstanz.
De huidige romaanse kerk (1052-1089) kreeg tijdens het concilie enkele gotische zijkapellen en later nog wat veranderingen. Aan de zuidkant van de kerk staat een hoge 'Mariazuil' met Maria als de 'koningin des hemels'.
We kijken er even naar. Nee, zo moet het niet. Bijbels gezien komen we niet verder dan de groet van de engel Gabriël en Elisabeth: 'Gezegend zijt gij onder de vrouwen' (Lukas 1: 28 en - 42), een hoge groet, dat wel, maar niet zo hoog als de Mariazuil ons voorhoudt.
We gaan de kerk in. Daar is een prachtig koorgestoelte uit 1470, een orgel uit 1520, een prachtig gesneden, ranke kansel uit 1680 en een replica van het heilige graf in Jeruzalem met een gebeeldhouwde voorstelling van Jezus' geboorte (uit 1280!) en vele andere dingen meer. Je kunt hier gerust een tijdlang rondkijken. Vooral bezienswaardig zijn ook de deuren van het hoofdportaal met voorstellingen uit het leven van Jezus, van dezelfde kunstenaar die het koorgestoelte maakte (ook uit 1470 en evenals het koorgestoelte in samenwerking met anderen). De moeite waard is het ook even de kloostergang in te gaan en daar rond te kijken.
We vinden echter niets van Zwingli of van Johannes Hus. Jammer! Ook niet dat de Münster na het concilie ongeveer 25 jaar reformatorisch is geweest, want Konstanz ging korte tijd mee met de Reformatie. Alleen lezen we op
een gedenkplaat aan de muur de vermelding 'dat door de reformatorische beeldenstorm een groot deel van de altaren, beelden en waardevolle voorwerpen verloren ging' en dat is maar een stukje van de waarheid.
Johannes Hus
In deze kerk werd Johannes Hus dus veroordeeld en na zijn veroordeling door het concilie officieel van zijn priesterlijke waardigheid ontdaan. Hij werd uit het gebouw waar hij gevangen werd gehouden de kerk binnengebracht, men deed hem zijn priesterkleding aan, trok hem daarna in een plechtige bijeenkomst voor het hoogaltaar de priesterkleding weer uit, zette hem een hoge papieren kettermuts op, excommuniceerde (= in de ban doen) hem, waarna hij voor de uitvoering van het vonnis op de brandstapel aan de wereldlijke overheid werd overgeleverd. Daarna werd hij buiten de stad naar de plaats van de terechtstelling geleid, waar hij op 45-jarige leeftijd op de brandstapel stierf. We gaan eens op deze plaats kijken.
Husmuseum
Maar eerst begeven we ons naar het Husmuseum, een smal huis in de Hussenstraat, dat in 1923 werd aangekocht door het genootschap van Praagse musea, als Husmuseum werd ingericht en sindsdien geheel door dit genootschap en het Praags nationaal museum wordt onderhouden.
Johannes Hus werd in 1371 in een klein dorpje bij Praag geboren, studeerde aan de universiteit van Praag en werd er in 1402 prediker in de Bethlehemkapel. Al spoedig kwam hij in conflict met de kerk. Hij protesteerde toen de universiteit een aantal stellingen van de Engelse hervormer Wyclif als ketters en dwaalleer veroordeelde en pleitte voor o.a. beëindiging van de wereldlijke macht van de priesters, het vieren van het avondmaal met zowel brood als wijn en vrije prediking van het Woord. In 1412 werd hij in de ban gedaan. Twee jaar later werd hij, met een vrijgeleide van koning Sigismund, gedagvaard om zijn zaak op het concilie van Konstanz te verdedigen. De koning verbrak zijn woord. Johannes Hus werd gevangen genomen en na een martelend verhoor van zeven maanden veroordeeld.
In het museum vinden we een kort overzicht van de geschiedenis van Johannes Hus met enkele voorwerpen uit zijn tijd. Op de gevelsteen van het museum staat te lezen: 'Herberg van de Boheemse reformator, dr. Johannes Hus in het jaar 1414'. Dat is overigens niet naar waarheid. Een aantal jaren na de aankoop van het pand kwam men erachter dan Johannes Hus niet in dit huis verbleef, maar honderd meter verder aan de overkant op nr. 22. Het Praags genootschap heeft dit echter toch als museum aangehouden. Overigens heeft Johannes Hus ook op nr. 22 maar kort verblijf kunnen houden, omdat hij spoedig gevangen werd genomen.
Op nr. 14 in dezelfde straat vinden we het huis waar Hieronymus van Praag vertoefde, die Johannes Hus bij zijn verdediging te hulp kwam en een jaar later eveneens tot de brandstapel werd veroordeeld.
Hussensteen
Als we de mooie, vlak bij het museum gelegen i4e-eeuwse Schnetzpoort doorgaan en de schuin aan de overkant gelegen Döbelestrasse helemaal uitlopen, komen we bij de Hussensteen, een grote gedenksteen die in 1862 werd opgericht op de plaats waar zowel Johannes Hus als Hieronymus van Praag de dood vond. Johannes Hus, 6 juli 1415, staat er op de steen, en aan de andere kant Hieronymus van Praag, 30 mei 1416. Meer niet. Maar een indrukwekkende plaats is het zeker! Johannes Hus moet voor hij de brandstapel opging hebben geknield en geroepen: 'Heere Jezus Christus, deze vreselijke, schandelijke en gruwelijke dood vanwege Uw Evangelie en vanwege de prediking van Uw Woord neem ik geduldig en deemoedig op me', woorden die op vele omstanders diepe indruk gemaakt moeten hebben. Het lichaam van Johannes Hus werd tot as verbrand en de as vervolgens in de Rijn gestrooid. Vermoedelijk is met het lichaam van Hieronymus van Praag hetzelfde gebeurd.
Dominicanerklooster
We moeten nog twee dingen zien en keren daartoe terug naar de Münsterkerk. We lopen langs de kerk richting de Rijn en het Bodenmeer. Daar staat het prachtige gotische, voormalige dominicanerklooster, gebouwd in 1235,
waar Johannes Hus gevangen werd gehouden. Sinds 1875 is het een groot luxe hotel met een riant uitzicht op het Bodenmeer, dat de naam 'Haus zur Insel' kreeg. Op de plaats waar Johannes Hus volgens de overlevering gevangen zat, logeren nu bruiloftsgasten en is de luxe bruidssuite. Vanuit zijn gevangeniscel in het klooster schreef Johannes Hus in een briefin maart 1415: 'De barmhartige God beware en sterke u in genade en geve u samen met mij constantiam in Constantia (standvastigheid in Konstanz), want als wij standvastig blijven zullen wij de hulp des Heeren over ons zien' en: 'Eerst nu leer ik het psalmboek begrijpen en op de juiste wijze bidden, en over de smaad van Christus en het lijden van de martelaren nadenken'. En in een brief van 26 juni 1415: 'Vaarwel! Ik vermoed dat dit mijn laatste brief aan u is; want morgen zal ik waarschijnlijk door een vreselijke dood gereinigd worden van zonden'. Het zou tien dagen later worden. Maar we mogen geloven dat de dood voor hem 'een afsterving van de zonden is geworden en een doorgang tot het eeuwige leven' (Heid. Cat., antw. 42).
Voor wie daar belangstelling voor heeft, dit klooster was in 1838 ook het geboortehuis van Ferdinand von Zeppelin, bekend vanuit de luchtvaartgeschiedenis. Een klein bordje naast een van de ingangen geeft het aan.
Kaufhaus
Een paar honderd meter verder, richting het station, staat eveneens aan het meer, het Kaufhaus, gebouwd in 1388, waar in 1417 na een conclaaf van vier dagen een nieuwe paus, die de naam Martinus V aannam, werd gekozen. In die tijd was het een groot graanpakhuis. Sinds 1970 is het een nieuw gebouw voor bijeenkomsten en congressen, dat in veel opzichten nog zijn historische karakter heeft behouden.
Zwingli-Hus
Van Johannes Hus naar Zwingli is een hele stap. Aan de andere kant ook weer niet. Zwingli zal zeker van de dood van Johannes Hus en Hieronymus van Praag op de brandstapel hebben geweten, al leefde hij ruim honderd jaar later. Johannes Hus kunnen we een voorloper van de Reformatie noemen, Zwingli reformator. Beiden gaven hun leven voor de waarheid van het Evangelie. Daarom zijn zij het waard met eerbied herdacht te worden.
H. VELDHUIZEN, WAPENVELD
Nawoord
Als reactie op de artikelen over het land van Zwingli ontving ik een sympathieke brief van dhr. G. H. Wienen uit Gouda. Hij reageert daarin op wat ik schreef over Zwingli's houding ten opzichte van de relikwieën in de Pfarrkirche in Glarus (eerste artikel). Ik opperde de gedachte dat Zwingli toen al twijfelde aan de waarde van relikwieën vanwege zijn ijverige studie van de Bijbel en de kerkvaders. Dhr.
Wienen schrijft dat dat wat de Bijbel • betreft het geval kan zijn, maar niet wat de studie van de kerkvaders, althans de kerkvader Augustinus, betreft. Hij noemt twee voorbeelden waaruit blijkt dat Augustinus geloof hechtte aan relikwieën. Het eerste is wat Augustinus schrijft in zijn grote werk De stad Gods, dat dhr. Wienen
intensief las. In boek xxn, 8 schrijft Augustinus over verschillende wondere genezingen die plaatsvonden door contact met de relieken van Stephanus, o.a. de genezing van een blinde vrouw. Ook andere genezingen vonden volgens Augustinus plaats. Het tweede voorbeeld is uit de Belijdenissen van Augustinus, boek ix, vu, 16, waar Augustinus vermeldt dat bisschop
Ambrosius in Milaan door een 'gezicht' de lichamen vond van de martelaren Protasius en Gervasius en, toen de lichamen werden opgegraven en onder eerbetoon naar de basiliek van Ambrosius werden vervoerd, er ook wondere genezingen plaatsvonden, o.a. van een blinde man die met zijn zakdoek (of zweetdoek) de baar aanraakte en genas. Augustinus moet daar blijkens zijn schrijven dus geloof aan gehecht hebben.
Gaarne geef ik dit bericht, onder dank aan dhr. Wienen, door. Ik las wat Augustinus schrijft in De stad Gods en in zijn Belijdenissen nog eens na. Dhr. Wienen heeft gelijk. Misschien is Zwingli, juist door datgene wat Augustinus schrijft, bij zijn grote aandacht voor relikwieën gebleven, terwijl hij aan de andere kant in zijn bestudering van de Bijbel niets-van reliekverering vond. Ten slotte heeft zijn bestudering van de evangeliën en van met name de brieven van Paulus het gewonnen en kwam het in de Zürichse periode tot een breuk met wat niet naar de Schrift is.
H. VELDHUIZEN
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 4 juli 2002
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 4 juli 2002
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's