De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Globaal bekeken

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Globaal bekeken

5 minuten leestijd

De Heusdense predikant A. F. Troost heeft onder zijn gemeenteberichten in Voetius (Altena en Heusden)

altijd wel iets lezenswaardigs. Nu OVER dauw:

'Jongstleden zondag vierde ik in het koor uan een eeuwenoude dorpskerk op de Veluwe het avondmaal - met ingetogen dankbaarheid en stille vreugde. Mij viel wel op: vanuit de kerk toonde het allemaal een beetje griezelig - ik had weer hetzelfde gevoel dat ik als kind zo vaak kreeg: wat in de verte stond opgesteld oogde als een doodskist. Onder witte kleden was iets verborgen. Heel geheimzinnig was het allemaal, al wist je natuurlijk best dat dat witte kleed was uitgespreid over een aantal kannen vol wijn en schalen met wittebrood.

Later, predikant geworden, vond ik het nóg vreemd: eerst met brede gebaren die witte tafelkleden te moeten opvouwen. Waarom toch al die plechtstatige riten? Was dat nu echt nodig, vanwege de hygiëne bijvoorbeeld? In Exodus 16:73, 14 vond ik een antwoord op mijn vragen. Daar gaat het over de dauw in de woestijn. Rond de legerplaats uan Israël was elke morgen een dauwlaag te zien. En als dan die dauwlaag was opgetrokken, "zie, daar lag ouer de woestijn iets fijns, iets schilferachtigs, fijn als rijm op de aarde". Manna! Brood uit de hemel!

Kortom: dat witte kleed ouer kannen en bekers dient nergens toe. Thuis spreiden we toch ook geen kleed ouer het vaatwerk in verband met de hygiëne? Maar dat geldt niet voor de bedekking over het bróód - die is buitengewoon rijk aan bijbelse symboliek! Ze verbeeldt de dauw in de woestijn! Daarom is het weghalen van die (wat mij betreft: uiterst kleine) kleden ook geen publieke oefening in uouwkunst, maar een "ont-dekking van de hemel": de nacht verdwijnt, de dauwlaag trekt op, het brood des hemels komt aan het licht! Wonder van boven, . teerkost op de weg, proviand voor de nieuwe dag! "Gij zijt het brood van God gegeven, de spijze van de eeuwigheid; Gij zijt genoeg om van te leven voor iedereen en voor altijd; Gij voedt ons nog, 0 hemelsbrood, met leven midden in de dood".

Wie dit geheim verstaat, begrijpt ook waarom de witte kleden na de maaltijd niet opnieuw over het brood behoeven te worden uitgespreid... Dat heeft niets te maken met oneerbiedige haast die de voorganger zou hebben (j°> j e hoort nog wel eens wat als je je oren openhoudt.') - niets uan dat al! Waarom zouden wij toedekken wat God voor ons ontsloten heeft? Wij betreden de ontluikende dag, in diepe verwondering over de Eeuwige van Israël, die de dauw laat optrekken opdat zijn volk zich verzadigen zal. Lof zij Hem in eeuwigheid!'

Hier volgt een (opmerkelijke) stellingvan dr. J. Nijsse, die werd vermeld in De Saambinder (Geref.

Gemeenten) in een felicitatie van de kerkenraad van de Ger. Gemeente te Wageningen wegens zijn promotie aan de Wageningse Universiteit:

'Wetenschap wordt gekenmerkt door twijfel; het christelijk geloof wordt gekenmerkt door zekerheid.'

In het boek Eeuwlingen van Stefïie van Oord (uitgever Contact, Amsterdam) vertelt de oudste inwoonster van

Nederland, mevr. Hendrikje van Andel- Schipper uit Smilde (sinds kort 112 jaar), over de erbarmelijke omstandigheden van de veenarbeider in Drenthe:

'Smilde was een langgerekte streek langs de Drentse Hoofdvaart; de meeste huizen stonden langs het kanaal. Enkele boerenwoningen en arbeidershuisjes lagen wat verder naar achter. En in het veld stonden twaalf plaggenhutten. Daar woonden de grote gezinnen die in het veen werkten, of bij de boer. Grond omspitten: het zwaarste werk dat er was. Dat werd die arme arbeiders op het hoofd gedrukt.

Ik heb ze weieens zo'n plaggenhut zien bouwen. Van grote vierkante stukken veen maakten ze lage muurtjes. Blokken van veertig bij veertig centimeter, die legden ze schuin ouer elkaar heen, zodat niet een hele rij in mekaar kon zakken. Het dak was een afgeplat heidestuk, waar het bentgras nog op stond; dat isoleerde. Dan bouwden ze nog een stenen voorgeveltje, voor de schoorsteen, en dat was het. Er zat maar één klein ruitje in, dus het was altijd pikkedonker in een plaggenhut, 's Zomers haalden ze gewoon de deur weg, dan kwam er iets meer licht binnen. ledereen liep er dan zó in en uit.

Een plaggenhut bestond uit maar e'e'n kamer, waar die armelui met de hele familie in sliepen, Veel meubels hadden ze niet, meestal zaten ze op een stapeltje plaggen. Een enkele keer kreeg zo'n arme familie een oude stoel van een boer, of van mjjn moeder. En een enkeling die handig was, timmerde zelf een stoeltje. Van losgetrokken roggezakken maakten ze een bed, met stro erin. De plaggenhutbewoners maakten ook dekens van jute door een paar zakken aan mekaar te naaien. Dit was niet erg warm, dus sliepen ze meestal met al hun kleren aan.

Ik uond het vreselijk dat ze het zo armoedig hadden. Als ik in een plaggenhut kwam, was ik me'e'r dan welkom, want dan bracht ik altijd iets mee. Boterhammen met rookvlees vonden ze iets bijzonders. En als iemand ziek was, kookte mijn moeder soep. Dat kregen zij anders nooit. Die dagloners hadden lang niet altijd werk. En ze verdienden maar zestig centen per dag.

Daar kon een groot gezin niet veel meer voor kopen dan wat roggebrood. Ze aten eigenlijk alleen roggebrood en aardappelen, die ze zelf pootten. Geen groenten. Tot mijn vader ze bonen leerde poten en liet zien hoe je slaplanten moest zetten. Dat het gezond is om groenten te eten, heeft mjjn vader er echt bij ze in moeten stampen, ze wilden het niet geloven. Een heleboel van die armelui spitten toen een stuk heide om en maakten een groentetuintje. Kool konden ze de hele winter bewaren, die bleef in de koude plaggenhutten wel goed.'

V.D.G.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 4 juli 2002

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Globaal bekeken

Bekijk de hele uitgave van donderdag 4 juli 2002

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's