Bemoediging
[n.a.v. Handelingen 27 : 21-25]
De storm
Het dwaze Gods is wijzer dan de mensen. Paulus heeft zijn waarschuwing laten uitgaan (Hand. 27 : 10). Uitvaren is echter het besluit dat uiteindelijk genomen wordt. Deskundig advies heeft daartoe geleid. Dat is sterker dan het evangelische vermaan van een gevangene.
Hoe wijs Paulus' raad is, blijkt al spoedig. De stormwind, Euroklydon genaamd, krijgt vat op het schip. Die storm is zo hevig dat het deskundig personeel de strijd al snel dient te staken. Ze kunnen de kop niet in de wind houden en geven op. Het schip is aan de grillen van een hevig noodweer prijsgegeven. Door het vreselijk noodweer moeten ze uiteindelijk de lading prijsgeven. Het licht van de schepping wordt ieder daar op het schip ontnomen. Dagenlange, totale duisternis. Geen hoop meer op redding. Niemand die nog een hap door zijn keel krijgt.
Paulus' tweede woord
Wie neemt het woord wanneer je zo door nood overmand wordt als deze schepelingen? Wie neemt het woord op het moment dat al je arbeid in de strijd tegen deze overmachtige zee zinloos lijkt? Wie spreekt wanneer iedere hoop op redding verloren is? Wie zegt iets, wanneer de angst en de vrees zo groot zijn datje geen hap meer door je keel krijgt?
Opnieuw is het die gevangene in de Heere, Paulus die spreekt. Hij heeft in de haven Goede Rede zijn waarschuwende woorden gesproken. Daar refereert hij ook aan. Ze hadden het kunnen weten. Hinder en grote schade zijn van tevoren aangegeven (Hand. 27 : 21). Niet uit deskundigheid, maar vanuit het evangelisch vermaan dat de machten der duisternis kent. Nu zijn ze inderdaad in die hopeloze situatie terechtgekomen. Zal Paulus het daarbij nu laten: het is jullie eigen schuld, had je maar naar mij moeten luisteren!
De opwekking na de waarschuwing
Nee, daar laat hij het niet bij. Hij laat het er niet bij, omdat de God van Paulus het er niet bij laat. Alsnu vermaan ik u (Hand. 27 : 22). Het woord dat hier door 'vername' vertaald wordt, is hetzelfde woord in vers 9. De waarschuwing vooraf, en de vermaning midden in de duisternis liggen dus op één lijn. Het Evangelie waarschuwt niet om achteraf haar gelijk te kunnen halen. Het Evangelie waarschuwt maar schenkt ook de opwekking midden in de nood. De opwekking van Paulus is niet zonder reden. Hij wekt op om moed te houden omdat geen enkel leven verloren zal gaan. Alleen het schip zal verloren gaan. Hier vindt een opmerkelijke verandering plaats ten opzichte van zijn waarschuwende woorden in de haven. Daar nog zag hij het gevaar niet alleen voor de lading en het schip, maar ook wat het leven aangaat (Hand. 27 : 10). Nu wekt hij op om moed te houden, omdat alle levens gespaard zullen worden.
Mensenlevens
Paulus ziet in de haven Goede Rede ook veel gevaar voor de mensenlevens. Maar nu is de God die hij vereert en aan wie hij toebehoort, aan hem ver-schenen. Door een engel, in de nacht: Gij moet voor de keizer gesteld worden, en zie, God heeft u geschonken allen die met u varen (Hand. 27 : 24). Omdat Paulus in Rome gaat getuigen van de Heere Jezus, daarom worden al die levens op de boot gered.
God schenkt al die mensen aan Paulus. In dit woord 'schenken' gaat het genadekarakter schuil. Het is een gunst van God dat hij al deze mannen het leven schenkt, omdat Paulus gaat getuigen van de Heere Jezus voor de keizer. Zoals nog niet zolang geleden Festus van plan was om uit gunst de gevangene Paulus aan de joden te schenken (Hand. 27 : 11). De God van wie Paulus is en die hij dient, schenkt deze mannen uit gunst het leven. Zoals eens de storm het leven bedreigde van de bemanningsleden op Jona's schip, tijdens diens vlucht, zo schenkt God uit gunst het leven aan de scheepsbemanning van Paulus die op weg is zijn dienst te vervullen. Dat geeft moed.
Geloof
Daar voegt zich nog een andere gedachte bij. Paulus gelooft dat het is zoals God gezegd heeft. Juist wanneer je in nood verkeert, is het niet onbelangrijk wiens woord je gelooft Nood, leed en zorg plegen nu eenmaal een grote mond te hebben. Snel krijgt de grootste mond het meeste geloof. Zal iemand daar op het schip de woorden van Paulus geloven? Die gevangene kan zoveel zeggen, maar voorlopig is nog nergens een lichtpuntje te zien. Daar op het schip zijn ze geheel en al in een geloofssituatie geplaatst. De nacht is nog dicht, zon noch sterren zijn zichtbaar. Het leven lijkt ten einde te spoeden. Een graf voor allen op de bodem van de zee. En dan geloven dat het is zoals de God van Paulus gezegd heeft. Je leven is gered.
Geloven is toch niet anders. Geloven is niet dat God in een handomdraai nood ombuigt tot zegen, onmiddellijk de zon laat schijnen. Geloven is toch, tegen de elementen in, weten datje leven gered is. Vanwege Hem wiens boodschap Paulus naar de einden der aarde draagt, Rome. Zo duurt de nacht, maar nu is het de nacht van de geredden in de gunst van God.
J. MULDERIJ, OOSTWOLD
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 11 juli 2002
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 11 juli 2002
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's