IKABOD
Namen noemen [29]
Is het eigenlijk wel een naam, die de kleinzoon van de priester Eli bij zijn geboorte ontvangt? Lijkt het niet veel meer de doodsklacht van Pinehas' weduwe, die de vrouwen die haar bijstaan als laatste woord van haar stervende lippen vernemen? l-kabod... Een telkens weer herhaalde wanhoopskreet: 'waar is de Eer" of: 'de Eer is weg'. Meer kan deze dodelijk getroffen vrouw niet uitbrengen voordat ze haar laatste adem uitblaast. En de vrouwen weten niet beter dan deze klacht dan maar als naam vastleggen. Met deze wanhopige naam zal het jongetje verder door het leven moeten. Er is, anders dan bij moeder Rachel eens, geen vader aanwezig die de naam alsnog kan corrigeren tot een positieve klank. Toen Rachel haar kind in dodelijke barensnood 'Ben-oni', zoon van mijn smart noemde, maakte Jakob er alsnog'Benjamin'van, 'Zoon van mijn rechterhand'. Maar deze vrouw, wier naam we niet eens kennen, heeft zojuist te horen gekregen dat zowel haar man als schoonvader zijn gestorven. Haar man Pinehas kwam om in de strijd met de Filistijnen, waarin hij de Eer van de HEERE op het spel had gezet door de Ark des HEEREN mee te voeren, alsof hij de HEERE wel eens even gebruiken kon ten behoeve van eigen zelfverzekerdheid. Pinehas, zo was zijn naam geweest. Waarschijnlijk was het oorspronkelijk een Egyptische naam, die de betekenis had: 'met donkere huid'. Deze Pinehas leek in de verste verten niet op zijn voorganger en naamgenoot, Aarons kleinzoon, die vurig geijverd had voor de eer des HEEREN. Hij was priester in Silo, en samen met zijn broer Chofni (ook Egyptisch, betekenis: 'dikkopje') had hij van de eredienst een aanfluiting gemaakt. Eli, zijn naam betekent 'Opgang 7 van een werkwoord dat ook betekenen kan dat men opgaat om de HEERE in Zijn heiligdom te eren. Maar wat een afgang had de oude priester mee moeten maken, zonder dat hij uiteindelijk nog pogingen deed om het ten goede te keren. Hij viel van schrik van zijn stoel toen hij van de verloren Ark hoorde en brak zijn nek.
In deze diepte van ellende bereiken de onheilstijdingen de vrouw, die op het punt staat om haar kind te baren. Ze proberen het nog zo voorzichtig mogelijk te vertellen. Het slechtste nieuws wordt voor het laatst bewaard. Bij Eli waren ze daarom begonnen met eerst te melden van de nederlaag, daarna de dood van zijn zonen, en ten slotte de Ark. Inderdaad brak hem dat laatste de nek. Ze schatten het bij zijn schoondochter anders in. Eerst vertellen ze dat de Ark genomen is, dan de dood van haar schoonvader, en ten slotte ook haar man. Dat laatste blijkt voor haar echter niet het ergste te zijn. Op het moment van dit vreselijke nieuws overvallen haar de barensweeën. De bevalling is zo zwaar dat ze erin blijft. Ze kan niet anders dan haar laatste smart uitschreeuwen: l-kabod... Niet het meest om haar man of schoonvader, maar omdat de Ark Gods genomen is. En of al de vrouwen haar nog trachten te troosten door na de verlossing haar het goede nieuws te brengen dat ze een jongetje gebaard heeft, het mag niet baten. Wat heeft het voor zin dat dit priestergeslacht nog voortgezet wordt, nu de Ark er niet meer is? De langgerekte 'i'-klank is de jammerklacht van rouw en smart. Weg is de heerlijkheid van de HEERE, Die Zijn Naam doet wonen in Israël. De 'kabod' is dat wat het bijzondere gewicht, het unieke is van iemand of iets. Het is een woord dat bij uitstek toebehoort aan de plaats die de God van Israël wilde innemen te midden van Zijn volk. Deze eer is verloren gegaan, verspeeld via de handen van eerloze priesters. De wanhoop van Pinehas' vrouw is in de naam van haar kind voor altijd bewaard gebleven. Maar de HEERE is nochtans doorgegaan om Zelf voor Zijn eer te zorgen. Heel veel later zal dat op een heerlijke wijze aan het licht komen, dat de Kabod van de HEERE weer zal wonen te midden van Zijn volk. Johannes getuigt er als volgt van: 'En het Woord is vlees geworden, en heeft onder ons gewoond (en wij hebben zijn heerlijkheid (doxa=kabod) aanschouwd, een heerlijkheid als des Eniggeborenen van den Vader), vol van genade en waarheid' (Joh. 1 : 14).
M. A. VAN DEN BERG
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 11 juli 2002
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 11 juli 2002
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's