De duif bij de Klaagmuur
IMPRESSIES UIT ISRAËL [2]
Hij schijnt er al langer te zitten. Een spierwitte duif. Hij slaapt in een brede kloof van de muur die haaks staat op de wereldberoemde Klaagmuur in het hart van het oude Jeruzalem. De schijnwerpers die op deze Sabbatavond de oude gebedsplaats verlichten, doen z'n veren glanzen. Ver beneden hem stroomt het plein voor de muur vol met joden die met gebed afscheid willen nemen van deze warme Sabbat. Ze lopen met tientallen tegelijk langs de bak waar niet-religieuzen keppeltjes kunnen 'lenen' om met gedekt hoofd deze heilige plaats te betreden. Het grootste deel van het plein is gereserveerd voor de mannen; achter een hek is er een damesgedeelte. Alleen kleine meisjes mogen aan de hand van abba (pappa) mee het mannengedeelte op. Ze kijken nieuwsgierig naar de bedelaar, die naast de bak met keppeltjes z'n hand ophoudt voor een aalmoes. Soms verdwijnt er wat muntgeld in zijn verweerde knuist, maar de meeste gelovigen lopen met opgeheven hoofd en snelle pas deze letterlijke randfiguur in hun leven voorbij.
Voor de muur wordt er gebeden. De lichamen wiegen heen-en-weer. Voorover en zo nu en dan een knikje naar links en rechts. Zwarte hoeden, zwarte keppeltjes, gekleurde keppeltjes, witte keppeltjes, bontmutsen. Lange zwarte jassen, glanzend zwarte jassen en helwitte kniekousen. Zoveel stromingen, zoveel uiterlijke verschijningsvormen. Allemaal redeneren ze met elkaar over wat ze lezen in de oude boeken. Volk van het boek', noemen ze zich trots. Paulus zegt niet zonder reden dat aan dit volk de woorden van God zijn toebetrouwd.
Van iets grotere afstand krijg je ineens een heel ander plaatje van dit meest omstreden en aanbeden plekje op aarde. Links boven de muur glanst de vergulde koepel van de Rotskoepelmoskee. Na heiligdommen in Mekka en Medina de heiligste plaats ter wereld voor moslims.
De Tempelberg, noemen de joden het stukje grond waarop dit bouwwerk staat. En zij mogen er niet komen, óndanks dat Israël in de oorlog van 1967 dit heilige land op de Arabieren veroverde. Ze mogen de Tempelberg niet op van de wereldlijke leiders, omdat de autoriteiten gelovigen van de twee wereldgodsdiensten streng gescheiden wil houden. Orthodoxe joden mogen er ook niet op van de geestelijke autoriteiten, omdat ze dan wel eens te dicht in de buurt zouden kunnen komen van de plaats waar vroeger het Heilige der Heilige was. Dét zou natuurlijk een afschuwelijke ontheiliging zijn.
Palestijnen zeggen overigens nog steeds dat een bezoek van de huidige Israëlische premier Sharon aan deze Tempelberg, in september 2000, voor de islamieten in Jeruzalem zó'n provocatie was dat dat wel moest leidden tot de Tweede Intifada. In Israël wordt die lezing van de gebeurtenissen door vrijwel niemand geloofd. Zelfs over de aanleiding van de Tweede Intifada zijn beide bevolkingsgroepen het niet eens.
Blijft het feit dat juist dit stukje land door Israël gekoesterd wordt als de wieg van de natie. Toen hier in 1967 voor het eerst in bijna 2000 jaar weer door joden gebeden kon worden, dachten velen dat de Messiaanse tijd was aangebroken. En dat waren beslist niet alleen de ultra-orthodoxen. Een immense legermacht is dag-en-nacht paraat om ook maar de minste of geringste onrust de kop in te drukken. Overal wapperen vlaggen met de Davidster, overal staan militairen met het geweer in de aanslag. En bezijden de Klaagmuur zijn er de zes kandelaren die de herinnering levend houden aan de zes mijjoen joden die het leven verloren tijdens de Holocaust. Dit is een brandpunt van de geschiedenis zoals de wereld er geen tweede heeft. Het is en blp een wonderlijke ervaring dat er bij christenen die op deze plek staan en die opgegroeid zijn in een calvinistisch milieu in het verre Holland, als vanzelf regels uit de psalmberijming van 1773 naar boven komen. Je kunt het niet tegenhouden. Psalmversjes over die mus die een nest vindt bij Gods altaren. Over het heiligdom waarnaar de gelovigen de ogen sloegen als ze in aanbidding neerknielden. Over de Ark van God die hier onder het gezang van Psalm 47 omhoog gedragen werd. En over die duif, die voor psalmdichter David model stond voor zijn volk. Ja, vooral ook over die duif.
Gelijk een duif door 't zilverwit en 't goud dat op haar veed'ren zit bij 't licht der zonnestralen, ver boven and're voog'len pronkt zult gij, door 't Godd'iijk oog belonkt, weer met uw schoonheid pralen.
De duif in de kloof van de muur schudt z'n witte veren die hel oplichten in het lamplicht en dommelt dan in. Niet wetend dat in het hoofd van een Hollander ver beneden hem het gezang weerklinkt van een Nederlandse gemeente die door een enthousiaste organist op een verhoogde toon wordt meegenomen naar het laatste vers van Psalm 68. En daar uit volle borst zingt van Israëls God, die vanuit Zijn verheven heiligdom, sterkte en krachten geeft aan het volk dat op deze plaats thuis is. Nationaal thuis, geestelijk thuis.
WIM VAN EGDOM
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 18 juli 2002
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 18 juli 2002
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's