De betekenis van Christus voor Luther [2]
Bevrijdende ontdekking
Luthers herontdekking van het Evangelie bracht hem tot een ingrijpende hervorming van kerk en geloof. Het was dan ook geen kleine zaak, toen hij ontdekte dat het nieuwtestamentische beeld van Christus geen schrikbeeld is, zoals de reliëfs op middeleeuwse kerkportalen suggereren, maar het vertroostende beeld van de met verloren mensen solidaire gekruisigde Heiland die het gericht van Gods toorn heeft weggenomen door het voor ons te dragen. Zoiets geeft je leven een ingrijpende koerswijziging.
Zwanepol wijst er op dat het spreken van Luther altijd weer toegespitst is op de existentiële vragen van het menszijn. Er zit een sterk pastorale kant in Luthers spreken. We kunnen hem niet vangen in een strak systeem. Luther sprak en theologiseerde in de actuele situatie en dat betekent: een vaak wisselende situatie. Toch moeten we de oude Luther niet tegen de jonge Luther uitspelen. Volgens Zwanepol is er in de grond van de zaak een diepe eenheid in dit Christusgetuigenis. Maar het maakt wel verschil of Luther sprak tegenover de door hem bekritiseerde roomse Scholastici of tegenover de Dopers. Dat bracht met zich mee dat Luther soms dezelfde dingen over Christus anders zegt zonder andere dingen te zeggen. Drijvend motiefin al zijn spreken is de basale ontdekking dat God nergens anders te vinden is dan in de eenvoud en nederigheid van de mens Jezus Christus (blz. 38).
Met het oog op ons heil
Het existentiële karakter van Luthers spreken over Jezus Christus brengt met zich mee dat er sprake is van een 'vertanding van christologie en soteriologie' (blz. 44). Dat wil zeggen: alles wat vanuit het geloof over Christus gezegd kan worden, is gerelateerd aan het heil van de mens. Luther is wars van een spreken waarin eerst een objectieve beschouwing gegeven wordt en vervolgens de heilsbetekenis geschetst wordt. Alles wat Luther over Christus zegt, staat in het perspectief van de wijze waarop de Heilige Geest het heil toe-eigent.
Er ligt dan ook een sterk accent op het 'voor mij' in Luthers preken en spreken over Christus. Dat heeft niets te maken met wat men later wel eens smalend noemde 'heilsegoïsme', maar alles met het karakter van het Evangelie als boodschap van God voor mens en wereld, een boodschap die te lezen is als een brief aan ons adres.
God en mens
Een volgend punt dat me getroffen heeft, is de indringende manier waarop Luther de vereniging van God en mens in Christus als geloofsparadox tekent. Het is God zelf die in Hem tot ons komt. Niet maar iets goddelijks, maar God in Persoon. Ook hier is het heilsmotief doorslaggevend. Het heil is volledig Gods werk. Hij alleen redt. Daarom moet Christus helemaal aan de kant van God staan.
Maar tegelijk legt Luther grote nadruk op de radicale menselijkheid van Christus. Aan zijn vriend Spalatinus schrijft hij: 'Wie op een heilzame wijze over God wil nadenken of speculeren, die moet de mensheid van Christus voortaan voor alle dingen plaatsen' (blz. 54). Het veelgehoorde verwijt dat een hoge christologie geen raad zou weten met de menselijkheid van Jezus gaat voor Luther zeker niet op. Wel - en dat laat Zwanepol helder zien - brengt die eenheid van God en mens in de ene Persoon een geweldige spanning met zich mee. Luther doet dat bewust. Want het geloof leeft van deze spanning. Christus is God en mens tegelijk. Dat is de rode draad die door Luthers geschriften heenloopt (blz. 55). 'Evenals Christus "waarachtig
God" blijft in de uiterste vernedering, blijft hij "waarachtig mens", wanneer hij uitermate wordt verhoogd (Fil. 2 : 9)' lezen we op diezelfde bladzijde. Een mens kan geen mens zijn zonder God en God wil geen God zijn zonder de mens.
Verzoening
Dit eigene van Luthers spreken over God en mens spitst zich toe in zijn spreken over de verzoening. Luther kan de zondeloze Christus aanduiden als 'de allergrootste zondaar'. Tegelijk gaat hij de vraag naar het lijden van God niet uit de weg. Met krasse uitspraken over het sterven van God gaat Luther tot aan de rand van het theopaschitisme. Voor mijn gevoel: hier en daar ook over de rand.
Het overwinningsmotief - Christus als overwinnaar van de duivel en de hel - dat we in de Vroege kerk tegenkomen en het motief van verzoening door voldoening worden bij hem verbonden. Ook op dit punt is het goed om bij Luther in de leer te gaan.
Geloof en leven
Het is bekend hoe Luthers vertolking van het Oude Testament verbonden is met zijn spreken over Christus. Christus als inhoud van het geloof is de scopus van de Schrift. Zwanepol zegt daar verhelderende dingen over en laat zien wat dat vreemde woord 'scopus' betekent. Het gaat er niet om Christus als het ware in te lezen in het Oude Testament en nog minder om een willekeurige vergeestelijking. Het gaat voor alles om de strekking, het doel van de Schriften. 'De hele Schrift is daarop gericht dat zij ons kennis van Christus aanreikt, dat is de scopus van de hele Schrift'. Ook in de bekende woorden 'was Christum treibet' klinkt iets van dat op het doel gerichte mee.
Vanuit deze relatie tussen Christus en de Schrift als de inhoud van het geloof wordt ook duidelijk hoe bij Luther geloof in Christus en leven uit Christus met elkaar verbonden zijn. Het thema van de vereniging met Christus is een snijpunt, aldus de auteur, van de verschillende aspecten van Luthers spreken over Christus. Bekend is het beeld van de 'vrolijke ruil' van twee zo ongelijksoortige partners.
Geloofsgemeenschap met Christus heeft ook betekenis voor de ethiek, het gewone leven in navolging en dienst. De onderscheiding van sacramentum en exemplum (voorbeeld) geeft aan dat verlossing en navolging beide in de handen van Christus liggen. Uit het eerste vloeit het tweede voort. Het 'Hij voor ons', gelovig beleden, heeft als consequentie het 'wij met Hem'. Zo blijft de ethiek bewaard voor krampachtigheid en wetticisme, maar vervluchtigt niet. Op de weg van de navolging wordt de gelovige door Christus gedragen en geleid.
Niet kritiekloos
Zwanepol is geen kritiekloos bewonderaar. In zijn evaluerend slothoofdstuk gaat Zwanepol onder andere in op de kritiek die is uitgeoefend op Luthers leer van de alomtegenwoordigheid van Christus naar zijn menselijke natuur. Luther heeft die gedachte vooral ontvouwd tegenover Zwingli's visie op het avondmaal als een gedachtenismaal. Het motief dat hem bewoog, is weer het heilsmotief: Christus komt in dit sacrament tot ons met zijn schatten en gaven.
Niettemin stelt de auteur kritische vragen, met name aan de latere ontwikkeling en systematisering van Luthers vaak tastenderwijs onder woorden gebrachte gedachten. Maar, zo schrijft hij op blz. 224: 'Wat men Luther ook verwijten mag, onder de huid van allerlei tegenstrijdige gedachten, onbeholpen constructies en soms onhoudbare opvattingen, voelt men - misschien met enige moeite - nog altijd de ader kloppen van zijn grote ontdekking van (of door) Jezus Christus, die als mensgeworden God mensen terughaalt uit hun vervreemding en verlorenheid'. Dat lijkt me een zin om diep over na te denken.
Evenzo geldt dat de opmerking dat in de systematisering van Luthers gedachten de unieke vertanding van christologie en heilsleer meer en meer uit het oog verloren is. Waar dat gebeurt, zijn we weerloos tegenover de vragen die vanuit de moderniteit aan de Christusbelijdenis worden gesteld. Me dunkt, dat geldt niet alleen voor Luthers nazaten.
Blijvend actueel
We mogen geen enkele kerkvader of godgeleerde canoniek verklaren. Ook Luther niet. Hij zou zich daar ook zelf furieus tegen gekeerd hebben. Maar dat neemt zijn grote betekenis voor de kerk niet weg. Daarom is het goed je te blijven verdiepen in zijn preken, brieven en traktaten, en niet in de laatste plaats zijn liederen. Zwanepol geeft een zorgvuldige selectie van teksten met een duidelijk commentaar dat een goede hulp bij het lezen biedt. Voor mij persoonlijk is de mooiste tekst het lied 'Nun freut euch, lieben Christen gmein', waarvan u een mooie vertaling vindt in het Liedboek (Gez. 402). Het is een stukje verkondiging in liedvorm, waarbij Luther de vreugde van de gemeente vertolkt om de bevrijding uit de machten van zonde en duivel door Christus, in wie God zijn barmhartigheid met een verloren wereld openbaart. Je vindt er veel elementen van Luthers christologie in terug: het gesprek tussen de Vader en de Zoon, de radicaliteit van onze zondeschuld voor God, de vrolijke ruil, de vernedering van Christus, de verzoening en het leven uit Christus. Het zal u duidelijk zijn dat ik dit boek graag bij u aanbeveel. Het biedt veel voor hoofd en hart. Het geeft ook krachtig tegenstuur aan die tendensen in onze cultuur die voedsel geven aan het relativisme en de twijfel. Luther maakt ons duidelijk dat ook de mens van vandaag het moet hebben van het Verhaal dat we niet zelfbedacht hebben, maar dat ons van Godswege is bekendgemaakt: de geschiedenis van God en mens in Jezus Christus. Op een van de laatste bladzijden schrijft Zwanepol: 'Als de grote ontdekking van Luther het pro me is, dat wil zeggen dat God in Christus ons bestaan in de tijd draagt omdat Hij het van eeuwigheid in Christus heeft geborgen, kan men zich afvragen, of hij daarmee geen weg wijst, die uitgaat boven het alternatief van een modern menszijn, dat zich verliest in illusoire pretenties óf een postmodern menszijn dat verdrinkt in illusieloze resignaties' (blz. 228 v.). De auteur drukt zich heel bescheiden uit. Maar ik meen dat zijn lezing van Luther overtuigend laat zien hoezeer Luthers bevrijdende spreken over Jezus Christus een weg wijst in het laagland van een geseculariseerde cultuur. Aan ons de taak deze erfenis in prediking en gesprek vruchtbaar te maken.
A. NOORDEGRAAF, EDE
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 18 juli 2002
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 18 juli 2002
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's