Globbal bekeken
I
n Ecclesia (Vrienden van dr. H. F. Kohlbrugge) stond een fragment afgedrukt uit een preek over Ef. 1:12 van
Dietrich Bonhoeffer, de Duitse theoloog die in de nazitijd op het schavot om het leven werd gebracht. Hij schreef de preek in de gevangenis i.v.m. het a.s. huwelijk van een nicht.
'Het huwelijk is meer dan jullie wederzijdse liefde. Het huwelijk heeft meer gewicht, meer waarde; want het is Gods heilige instelling, waardoor Hij de mensen tot het einde der dagen wil behouden. In je liefde zie je op de wereld alleen elkaar, in het huwelijk ben je een schakel in de keten der geslachten, die God tot zijn eer laat komen en gaan en roept tot zijn Rijk. In je liefde zie je alleen de hemel uan je eigen geluk, door je huwelijk aanvaard je de verantwoordelijkheid tegenover de wereld en de mensen.
Je liefde is uan niemand dan uan jullie alleen. Ze is persoonlijk. Het huwelijk is iets bovenpersoonlijks, het is een levensstaat, een ambt. Pas de kroon maakt de koning en niet de wil om te heersen; zo maakt pas het huwelijk en niet je wederzijdse liefde jullie tot een echtpaar uoor God en de mensen.
Je hebt de ring eerst aan elkaar gegeven en toen opnieuw ontvangen uit de hand van de predikant; de liefde komt voort uit jullie zelf, het huwelijk komt van boven, van God. Zover God staat boven de mens, zover staat de heiligheid, het recht en de belofte van het huwelijk boven de heiligheid, het recht en de belofte van de liefde, jullie liefde draagt niet het huwelijk, van nu afdraagt het huwelijk jullie liefde. Vrij van alle onzekerheid, die steeds in de liefde woont, mogen jullie nu zonder twijfel en met vol vertrouwen tot elkaar zeggen.- wij kunnen elkaar nooit meer verliezen, wij horen door Gods wil bij elkaar tot de dood.
De plaats die God de vrouw heeft toegewezen in het huwelijk is het huis van de man. Wat een huis betekenen kah zijn de meesten vergeten, maar ons is het juist nu (in oorlogstijd) bijzonder duidelijk geworden. Het is midden in de wereld een eigen domein, een burcht in de storm van de tijd, een toevluchtsoord, een tempel; het rust niet op de wankele basis van wisselende gebeurtenissen in het openbare leven, het rust in God; van God kreeg het zijn zin en waarde, zijn wezen en recht, zijn eigen doel en waardigheid. Het is een stichting van God in de wereld, een plaats waar - wat er ook gebeurt in de wereld - vrede moet heersen, stilte, vreugde, liefde, reinheid, beheersing, eerbied, gehoorzaamheid en in dit alles geluk. Het is de roeping en het geluk van de vrouw, in de wereld deze wereld te bouwen voor de man en daarin te werken. Gelukkig de vrouw die begrijpt, hoe groot en rijk haar roeping en opdracht is. Niet het nieuwe maar het blijvende, niet het wisselende maar het bestendige, niet het luidruchtige maar het stille, niet de woorden maar het doen, niet het bevelen maar het winnen, niet het begeren maar het bezitten en dit alles gedragen en bezield door de liefde tot de man, dat is het rijk van de vrouw.
Het geluk dat de man vindt in een goede of zoals de Bijbel het zegt in een "degelijke", "wakkere" vrouw, wordt in de Bijbel steeds weer geprezen als het hoogst denkbare aardse geluk. "Haar waarde gaat koralen ver te boven." "Een degelijke urouw is de kroon van haar man." Maar even duidelijk spreekt de Bijbel over het onheil dat een slechte, "dwaze" vrouw brengt over haar men en het hele huis.'
B
ij het afscheid van jaap de Berg als hoofdredacteur van dagblad Trouw werd hem een boekje aan-
geboden, waarvoor door Co Walraven twintig (oud-)redacteuren van Trouw werden geïnterviewd: Typisch trouw ('een autobiografie van de redactie'). Daarin wordt beschreven de integratie van de zogeheten 'Kwartetbladen' in Trouw in 1975 met de gevolgen daarvan. Een eerlijk historisch doorkijkje.
'In februari 1971 was de fusie een feit. Fusie is eigenlijk een verkeerd woord: Trouw slokte de vier Zuid-Hollandse kranten op, de meeste redacteuren daarvan moesten voortaan op de redactie in Amsterdam werken. Een paar jaar zijn de vier Kwartetbladen nog onder eigen naam blijven verschijnen met aparte regionale pagina's, vanaf februari 1975 moesten zij het doen met een onderkop onder de naam "Trouw" op de voorpagina ("met de Rotterdammer en het Dordts Dagblad" bijvoorbeeld), die onderkop verdween in de herfst van 1982.
De arrogante houding van Trouw sloeg bij de Kwartetredacteuren diepe wonden. Leen de Ruiter, in 1960 begonnen als leerling-journalist bij de Kwartetbladen, in 1969 eindredacteur en na de fusie in dezelfde functie bij Trouw: "Wij waren inderdaad wat kleiner, we hadden bij de fusie 97.000 abonnees, alleen in Zuid-Holland, Trouw zo'n 107.000, over het hele land. Maar wij groeiden jaar in, jaar uit, ik weet nog dat er iedere keer weer gebak was, terwijl de oplage van Trouw daalde. Dus wij vonden het onlo-
gisch en ook onrechtvaardig dat Trouw er met de buit uandoor ging. En dat gebeurde. Het was een deprimerende tijd, we maakten ons in Rotterdam tijdens de fusiebesprekingen grote zorgen ouer de toekomst, de sfeer was zeer negatief. Sommige redacteuren uan Trouu; u/aren uitgesproken arrogant jegens ons, dat voelde je. Terwijl wij toch een goede krant maakten, uonden we."
Rimmer Mulder was in 1971 lid uan de redactiecommissie van Trouw, toen het vertegenwoordigend orgaan uan de redactie: "Achteraf heb je natuurlijk altijd ueel meer wijsheid, maar als ik de film terugdraai, zeg ik: het is een rampzalige fusie geweest. Bij Trouw was er al een wat uerwarrende cultuur, en toen kwam er ineens zo'n groep Rotterdammers bij, gedwongen, zij hadden er niet om geuraagd. En die zagen dan nieuwe collega's die zich duidelijk superieur voelden. Ik denk niet dat wij bijzonder hartelijk waren in de ontvangst. Er waren een paar Rotterdammers die het urij snel positief oppikten en meegingen met Trouw, maar je bleef toch zitten met een groep redacteuren die het nooit echt geaccepteerd heeft. Zij uonden ook dat ze hun eigen inuloed weer moesten uitoefenen op de krant. Dus de uerdeeldheid werd alleen nog maargroter. Het is echt rampzalig geweest." Na de fusie liepen de abonnees uan de Kwartetbladen bij bosjes weg, naar het Algemeen Dagblad, ook Rotterdams tenslotte, de Telegraaf en het sinds 1972 uerschenen Reformatorisch Dagblad. Huub Elzerman, in die tijd sociaal-economisch redacteur: "Ik kan me herinneren dat de chef buitenland, Huib Hendrikse, zei: "'We gaan eerst een pagina ouer Vietnam schrijuen, want de lezers uan de Kwartetbladen zijn daarouer nooit goed uoorgelicht'". Dat kostte op de allereerste zaterdag uan de nieuwe krant al driehonderd abonnees. In de jaren daarna zijn ze met bakken tegelijk uertrokken." De conclusie uan Jaap de Berg: "De Kwartetbladen zijn geslachtofferd om het bestaan uan Trouw te rekken".'
I
n een recent verschenen fraaie bundel van (oud-)kerkhistorici van de theologische faculteit in Leiden, geti-
teld Balans van een eeuw (uitgave Groen, Heerenveen, zie Aankondigingen), schrijft dr. W. Verboom over 'De Nadere Reformatie in de twintigste eeuw'. Hier volgt wat hij schrijft over de huidige hervormd-gereformeerde theologen Graafland en Op 't Hof: 'Nog meer dan Van der Linde heeft C. Graafland zich met de bestudering uan de Nadere Reformatie beziggehouden. Zijn publicaties erover zijn talrijk, breed en grondig. Met name heeft hij oog gehad uoor de uerulechting uan de beweging met het geheel uan het historischculturele klimaat, uóór en tijdens de zeuentiende en achttiende eeuw. Graafland onderscheidt drie lijnen onder de uertegenwoordigers uan de Nadere Reformatie. Ten eerste de scholastieke lijn (Voetius, Comrie). Ten tweede de niet-scholastieke lijn (Amesius, Van Mastrigt).Ten derde de beuindelijk-coccejaanse lijn (Witsius, S. 1jaden, Lampe). In zijn dissertatie (1961) kritiseert hij het intellectualistisch karakter uan de theologie uan de Nadere Reformatie. Het causaalontologisch denken heeft geleid tot wat hij noemt de tragiek uan de uerkiezingsleer. Er is sprake uan een steeds uerdergaande uerinnerlijking en indiuidualisering. In een latere fase uan zijn wetenschappelijk werk komt Graaf and tot een positieuere beoordeling. Hij krijgt meer oog uoor de historische ontwikkelingen. Hij ziet de Nadere Reformatie als een eigen theologisch en kerkelijk uerschjjnsel. Meerdere uan zijn leerlingen hebben zich uerdiept hetzij in biografische, hetzij in meer thematische studies, in de Nadere Reformatie. OokT. Brienen, K. Exalto, J. uan Genderen en W. van 't Spijker hebben zich beziggehouden met de Nadere Reformatie-. Onder hun redactie uerschenen drie boekwerken.'
W.J. op 't Hof
'De laatste persoon die ik in dit uerband noem, is W.J. op 't Hof. Hij neemt in het onderzoek uan de Nadere Reformatie de laatste decennia een leidinggeuende plaats in. Zoals reeds in zijn dissertatie, getiteld Engelse piëtistische geschriften in het Nederlands, 1598-1622 (1987) blijkt, neemt het bibliografisch, maar ook het historisch aspect bij hem een belangrijke plaats in. Mede door zijn inspanningen is in 1977 het Documentatieblad Nadere Reformatie opgericht. In 1983 uolgt de oprichting uan de Stichting Studie der Nadere Reformatie (SSNR), die zich ten doel stelt het beuorderen uan de bestudering uan de Nadere Reformatie, alsmede het kweken uan belangstelling hiervoor. Op 't Hof kent een positieue waardering aan de Nadere Reformatie toe. Als een uan de weinige onderzoekers wijst hij op het uerband uan de Nadere Reformatie en de cultuur.'
v.D.G
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 18 juli 2002
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 18 juli 2002
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's