De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Uit de pers

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Uit de pers

9 minuten leestijd

Veranderingen (1)

Nu de 21e eeuw even op gang is, lees - je af en toe interessante terugblikken op de voorbije eeuw(en). Er is aandacht voor veranderingen in de cultuur en ook in de theologie. In Opbouw, een blad dat verschijnt in de Nederlandse Gereformeerde Kerken, schreef drs. H. de Jong een drietal artikelen over 'Theologische ontwikkelingen in de twintigste eeuw'. Ik citeer fragmenten uit het tweede (27 juni 2002) en uit het derde artikel (12 juli 2002). In het tweede artikel signaleert hij verschillen tussen de negentiende en de twintigste eeuw. Eén van die verschillen is de verschuiving van het objectieve naar het subjectieve:

'Behalve dat het in de theologie van de negentiende en de twintigste eeuw van het geheel naar het detail is gegaan, zie ik nog een andere overgang: die van het objectieve naar het subjectieve, uan hetjides quae (het geloof dat geloofd wordt) naar het jides qua (het geloof waarmee geloofd wordt), van het goddelijk Woord naar het menselijk antwoord. En dat ondanks de verwoede strijd die Karl Barth hiertegen gevoerd heeft. Bij hem kwam het antwoord zelfs wel in gevaar, .is niet alleen mijn indruk. Maar uan zijn inspanningen om bij God en zijn Woord te beginnen, is vandaag niet veel meer te merken. Wat Karl Barth in het algemeen betreft: er is geen theoloog aan wie zoueel lippendienst bewezen is. En tegelijk: er is geen theoloog die zo gauw vergeten is. De meeste waardering voor hem uind je tegenwoordig nog bij zijn vroegere orthodoxe bestrijders. De menselijke subjectiviteit eist vandaag haar rechten op en dat tendeert zeljs naar gelijkberechtigdheid met de objectiviteit uan de goddelijke openbaring. Ik uind dat symptomatisch aangeduid in het adagium uan het project "Nieuwe Bijbeluertaling" dat in 2004 zijn afsluiting hooptte krijgen. Daarin drukt zich namelijk heel duidelijk een theologische visie uit die voor de afgelopen eeuw kenmerkend is geweest. (Als deze visie zich op een gebied als van het bijbeluertalen niet zou manifesteren, waar dan wel? En daarom kom ik er hier ook mee. Als uoorbeeld dus, als symptoom.) Deze uertaling dan wil zijn: "brontekstgetrouw en doeltaalgericht". Ik leg deze spreuk zo uit (en word daarin door de verschenen proeven bevestigd) dat ook de ontvangende taal een volwaardige stem in het kapittel heeft. Een zin als "Zo zeggen wij dat nu niet meer" kan dan ook voor de vertaling van een of andere uitdrukking uit de grondtekst beslissend zijn; de neerlandicus staat op gelijke uoet met de hebraïcus of de graecist. Dat laatste is terecht, maar er zit een addertje onder het gras. Wij moeten ons namelijk realiseren dat dit duidt op een geweldige verandering ten opzichte uan vroeger. Want in het pleit uoor het eigen recht uan de ontvangende taal is het eigenlijk niet die taal maar de ontvanger zelf van de boodschap die zijn rechten opeist. De vroegere uertalingen zeiden tegen de doeltaal "Mond houden!", maar dat was ingegeuen door het besef dat de Geest uan God dat euenzo tegen de brontaal gezegd had. Dat als Jesaja zich tegen de Geest van de inspiratie had teweer gesteld met: Zo zeggen wij dat niet, hij te horen zou hebben gekregen: Niks mee te maken, Ik zeg het zo! Het Hebreeuws en het Grieks hadden tegenover de Geest der openbaring euen weinig te zeggen als het Nederlands. Ook de grondtalen waren ontvangende talen, ook daarin moesten dingen gezegd worden die het Hebreeuws en het Grieks vreemd in de oren klonken.

Wel, ik zeg te weinig als ik opmerk dat ik voor dit oude standpunt begrip heb. Dit is me uit het hart gegrepen, met als gevolg dat ik me een vreemdeling voel ten opzichte uan deze omslag. Ik uind het een monstrum dat de ontuanger uan de openbaring tegen de Gever eruan zou zeggen: Ik ben er ook nog! M.i. weetje dan niet meer wat religie en wat goddelijke openbaring is. Alleen, en dat is iets waar ik zelf ook niet uit ben, hoe ver gaat dat? Gaat het over de kern van de openbaring dan uind ik inderdaad dat niet alleen het Nederlands, maar ook het Hebreeuws en het Grieks met Maria (hebben) moeten zeggen: "Zie de dienstmaagd des Heeren; mij geschiede naar uw woord" (Lucas 1: 38). Maar wat is de kern uan de openbaring? Waar begint die en waar houdt hij op? Het is vanwege dat naar uoren treden van onze subjectiviteit dat ik het moeilijker uind geworden in de theologie. We zullen moeten leren met goede onderscheidingen te werken, zowel wat de bijbel (middelpunt en omtrek) als wat onze subjectiviteit (hoofdzaken en bijzaken) betrefi. Maar er moet, waar het om de openbaring gaat, besef zijn van en er moet plaats blijven voor wat we bij de profeet Habakuk lezen: "Zwijg voor Hem, gij ganse aarde!" (Habakuk 2 : 20). Ik uoor mij trouwens eruaar de uele inspanningen uoor nieuwere vertalingen van de bijbel wel eens als een luxe waarmee de kerk zichzelf verwent.

Buitenstaanders zie je onbekommerd naar de Statenvertaling (!) grijpen als ze de bijbel willen citeren.'

Een opmerkelijke visie op de pogingen om de vertaling van de Bijbel bij de taal en de tijd van heden te houden. Het grote accent op de 'doeltaal' kan inderdaad de risico's opleveren die drs. De Jong signaleert. Vertalen is nooit waardenvrij. De vertaler kan zijn eigen subject niet op non-actief zetten. Vertalen verwordt soms tot verraden.

Ondanks het spanningsveld dat hier optreedt, blijft toch het doel van bijbelgenootschappen een verstaanbare Bijbel beschikbaar te hebben en te houden. Er is geloofsmatige verbondenheid met de geestelijke inhoud van de Bijbel noodzakelijk om de Schriften recht te blijven doen in zijn oorspronkelijke betekenis. Is het een Boek met een boodschap van de Andere kant? Of is het louter een stuk literatuur dat wordt overgezet in onze huidige manier van zeggen en verstaan?

Veranderingen (2)

Drs. De Jong schat in dat er nog een grote verandering is opgetreden en die heeft ook te maken met de manier waarop wij de Bijbel meer en meer zijn gaan zien en verstaan. Hij noemt dat: de Bijbel als huis en de Bijbel als weg.

'Ten slotte: Wij hebben in de achter ons liggende eeuw naar mijn inschatting de overgang meegemaakt van de bijbel als huis om in te wonen naar de bijbel als weg om op te gaan, hoewel het daarbij meer om een uerschuiuing van accenten dan om een wezenlijke verandering gaat. Toch is die accentverschuiving ingrijpend en ik bedoel er twee dingen mee. In de eerste plaats dat we ons veel meer dan vroeger bewust zijn van het historisch karakter van de openbaring (dat wil zeggen dat de bijbel zelf, anders dan de koran en de talmoed, een eigen inwendige ontwikkeling kent) en dan vervolgens dat wij het historische verschil tussen de bijbel en ons veel duidelijker dan voorheen zien.

Woonden wij vroeger jnet Abraham, Isaak en Jakob om zo te zeggen in eenzelfde huis of tent met nagenoeg dezelfde huisregels, tegenwoordig uoelen wij ons door een lange tijdsafstand uan hen uerwijderd. Het toen en daar uan de bijbel dringt veel scherper tot ons door, ook wel doordat het hier en nu van onze wereld zich in rap tempo uan het bijbelse wereldbeeld weg-ontwikkeld heeft. Een geuoel uan vervreemding kan ons zo bij het lezen uan de Schriften oueruallen: Wat ligt er een lange weg tussen toen en nu, tus-

sen daar en hier! Maar nu heeft het dynamische weg-karakter uan de bijbel tuaar we in de loop uan de vorige eeuw meer vertrouwd mee geraakt zijn een niet te onderschatten voordeel boven het statische huis-karakter van de Schrift waar vorige generaties bij geleefd hebben. De bijbel neemt ons meer dan vroeger mee in een geschiedenis, in een ontwikkeling. Het is nu in de gevarieerdheid en de afwisseling van het geestelijke land waar we als bijbellezers doorheen trekken (Wat een verschil bijvoorbeeld tussen het volk Israël waarvoor de ouerheid een wijaangelegenheid was en de eerste christelijke gemeente die de Romeinse overheid als een zij ervoer!) een geweldige ontdekking dat de Heere God in zijn trouw en liefde, in wat Hij met ons wil en in wat Hij van ons wil, dezelfde gebleven is. Dat over de tijden hee springen van de Geest, dat kent dus de bijbe zelf al. Dat geeft ons de garantie dat G Geest in diezelfde gelijkblijvendheid ook onze tijd die zoveel uan die uan vroeger ver met de voorgaande eeuwen zal weten te verbinden. En dat ook het wisselvallige van de toekomst Hem niet voor onoverkomelijke problemen stelt. Toen Israël de overgang meemaakte uan de Davidische era naar de eeuw der secularisatie, van de geordende verhoudingen naar de wanorde van de ballingschap, zong het: "Gij evenwel, Gij blijft dezel/d', o Heer" (Psalm 74 vers 12, oude berijming). Dat is ook nu nog waar. Bij alle verschillen die we tussen de negentiende en de twintigste eeuw hebben opgemerkt en die zich ongetwijfeld ook weer tussen de twintigste en de eenentwintigste eeuw zullen voordoen, is dit voor ons het rustpunt: "Jezus Christus is gisteren en heden dezelfde en tot n in eeuwigheid" (Hebreeën 13 : 8). Of, om het l met een psalmwoord te zeggen: "Gij heb ods voormaals de aarde gegrondvest en de he is het werk uan uw handen; die zullen schilt vergaan, maar Gij houdt stand; zij zullen verslijten als een kleed, Gij verwisseltze als een gewaad, en zij verdwijnen maar Gij blijft dezelfde, aan uw jaren komt geen einde" (Psalm 102 : 26-28).'

Ook al begrijp ik maar al te goed wat drs. De Jong bedoelt, hij zal het wel met me eens zijn dat hier een veld vol voetangels en klemmen wordt betreden. Als hij in het vorige citaat waarschuwde voor het gevaar van de overheersing van het subjectieve van de menselijke ervaring over het objectieve, het van de Andere kant komende spreken van God, loert bij deze visie op de Schrift mijns inziens hetzelfde gevaar. Als de Bijbel ons meeneemt in t een geschiedenis, in een ontwikke- mel ling, wie oordeelt dan over deze loop der dingen? Wij, als mensen die nu leven? Of is het God Die ons oordeelt vanuit Zijn Woord? In toenemende mate krijgen we als rechtzinnige en daarom schriftgebonden christenen ook te maken met zaken als: de positie van de vrouw, onze homofiele medemens, visie op de mens en zijn al dan niet of niet geheel gebonden wil in een tijd waarin de vrijheid van het menselijk handelen als één van de grootste voorrechten van onze cultuur wordt beschouwd? Om zomaar een paar zijstraten te noemen. De verschuiving van het Schriftgezag, waar de nodige commotie over aan het ontstaan is in orthodoxe en evangelische christenen, heeft alles te maken met wat drs. De Jong terecht constateert als een gaan van 'huis naar weg'.

J. MAASLAND

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 25 juli 2002

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's

Uit de pers

Bekijk de hele uitgave van donderdag 25 juli 2002

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's