Regen in de bergen
HET BELANG VAN EEN JAARLIJKSE ZENDINGSDAG
'Als het recent in de bergen' is de titel van de levensbeschrijving van de zende James Fraser, die in het begin van de twintigste eeuw in Centraal-Azië werk stelt in zijn boek de kracht uan het gebed en uan een biddend thuisjront aan de orde. Als het regent in de bergen, is dat op de lagergelegen uelden te merken; als er gebeden wordt door het thuisjront, heeft dat effect op werk op het zendingsveld.
Fraser noemt nog een aspect van het beeld dat hij gebruikt: Als het regent in de bergen, duurt het nog wel even voor het water beneden begint te stromen en de velden bereikt. Dat vraagt om geduld, om volharding. In een aanhoudend gebed. Juist ook omdat waar de Heere aan het werk is, de satan tot verhoogde activiteit overgaat, is het gebed als een krachtig middel nodig voor de voortgang van het Evangelie en de uitbreiding van Gods Koninkrijk.
Elia - net zo iemand als wij zijn, schrijft Jakobus - ervoer wat het gebed betekende in een situatie waarin zijn tegenstanders „sterker leken en zendeling Paulus, die wist van de littekenen van de Heere Jezus in zijn lichaam vanwege de tegenstand, vraagt voortdurend om de voorbede van de gemeente, opdat het'Woord des Heeren zijn loop hebbe en dat hijzelf gespaard mag blijven in de dienst: 'Gedenkt mijner banden', zo schrijft hij aan het slot van de brief aan de gemeente in Kolosse.
Waar christenen in het Westen in vrijheid het geloof mogen belijden, mogen de verdrukkingen van medechristenen omwille van de Naam van Christus, wel blijvend onze aandacht houden. Vorige maand nog werden we opgeschrikt door de dood van de Amerikaanse zendeling Martin Burnham, die na een gijzeling van 377 dagen omkwam, toen het Filippijnse leger hem uit de handen van moslim-extremisten wilde bevrijden. Een dramatische afloop van een jaar vol spanning voor hem en het thuisfront, dat zo vurig gebeden had. 'Vergeefs is dit alles niet geweest. God heeft met alles een bedoeling, maar ik begrijp die nu echt niet', reageerde een van hen. Ook daarom blijft de voorbede voor zijn weduwe en de kring rondom Burnham nodig.
Open lucht
Het beeld van de neerslag in de bergen uit het boek van James Fraser ontleen ik aan het jaarverslag 2001 van de Gereformeerde Zendingsbond, vorige maand aan de ledenvergadering aangeboden. Dat we er nu aandacht voor vragen, heeft te maken met de landelijke zendingsdag van de GZB, traditiegetrouw de eerste donderdag van augustus in de bossen van Driebergen. Daar mogen zendingsarbeiders en gemeenteleden, de werkers in het veld en de gemeenten namens wie zij arbeiden, elkaar volgende week ontmoeten. Op die wijze kan de betrokkenheid op de zending onderhouden en versterkt worden. Want wat is het moedgevend te bemerken datje werk zó gedragen wordt.
Onze zendingsbond mag zich inmiddels een eeuwling noemen en kan terugzien op een bewogen geschiedenis. Waar het werk in Gods Koninkrijk nimmer vanzelf spreekt, geldt dit ook de arbeid van de GZB. In 1907 schreef ds. C. F. Weber in Alle den Volcke dat het eenzijdig inzicht in de Waarheid van vele gereformeerden in de Hervormde Kerk er de oorzaak van is dat ze zich laks gedragen tegenover het zendingswerk. 'Och, zo redeneren vele vromen, als men tot hen komt om hen te bewegen het een of ander op touw te zetten, och wat zal het geven? Wij vermogen niets. De Heilige Geest moet het doen. (...) De zending moet een zaak des harten zijn. Ik heb er niets voor en ing kan u dus in dezen niet steunen.' Als e. we Fraser weten dat deze gedachten op de Veluwe nogal leefden, verbaast het niet te horen dat de GZB in 1908 de zendingsdagen van Gelderland naar Driebergen verplaatste.
In het eerste gedenkboek van de GZB (1926) noemt ds. W. Bieshaar de invloed van de zendingsdagen zeer groot. In navolging van andere zendingsinstanties verlaat men na enige tijd de kerkgebouwen, om te kiezen voor de open lucht. Het argument dat Jezus toch ook bij voorkeur in de open lucht de schare had toegesproken, gaf in de besluitvorming bij het bestuur de doorslag. Aardig is het om te lezen waarom de eerste donderdag van augustus tot vaste datum verheven werd: zo werd rekening gehouden 'met de belangen van het landbouwbedrijf. In de meeste gevallen is dan de hooi- en roggebouw achter de rug en is de tarweoogst nog niet begonnen'.
Zendingsboek
De decennia door heeft de eerste augustus stand gehouden en staat deze dag in het geheugen van hele generaties gegrift: met een grote Z op de autoruit naar Driebergen, op een kleed aan de rand van het grote terrein luisteren naar diverse toespraken, wachtend op het zendingsverhaal, in de kraampjes een zendingsboek uitzoeken. Het was een van de hoogtepunten van de zomervakantie.
Langzaamaan zijn de aantallen bezoekers wat teruggelopen - de vakantiespreiding en de ontdekking van Europese bestemmingen sinds een kwart eeuw zorgen ervoor dat de gang naar Driebergen geen automatische meer is. En dat is jammer voor veel gezinnen, want een speciaal programma voor kinderen en tieners maakt dat er voor hen meer dan vroeger veel te beleven is op het terrein van muziek, zang, knutselen en bijbelverhalen. Vorig jaar konden tieners zo kennismaken met de lijdende kerk in Soedan. Ook de wederkerigheid van de zending is de laatste jaren nadrukkelijker in beeld gekomen. Kortom, wie volgende week - ook met jonge(re) kinderen - maar even gelegenheid heeft, doet er goed aan deze dag te bezoeken.
Visie op de zending
Zendingswerk vindt haar basis in het feit dat de sprekende God, die Zich bekendmaakt in de Bijbel, ook de zendende God is. Hij is het die profeten met Zijn boodschap tot de mensen doet gaan, die uiteindelijk ook Zijn Zoon zendt en Zijn Geest uitstort. Deze Zoon zendt na Zijn dood en opstanding 'allen die Hem Heere noemen en zichzelf discipelen' (John Stott). Onze visie op de zending staat dus in direct verband met onze verhouding tot Christus. Wie in het geloof Hem toebehoort en één plant met Hem geworden is, zal zijn leven dienstbaar willen stellen voor Zijn Koninkrijk. Christus' kerk is een dienende kerk en hoe kunnen we onze naaste dichtbij en verweg beter dienen dan met Zijn Evangelie. Daaruit is elke vrijblijvendheid weg, want die taak is geen keuzemogelijkheid voor wie wat 'heeft' met zendingswerk. Petrus zegt (Hand. 10) dat Christus gebóden heeft 'aan het volk te prediken en te betuigen dat Hij Degene is, Die van God verordend is tot een Rechter van levenden en van doden' en dat 'ieder die in Hem gelooft vergeving der zonden zal ontvangen door Zijn Naam'.
Al kan iedereen niet met zijn eigen vriendenkring een zendingsorganisatie oprichten, het is wel zaak dat ieder zich betrokken weet bij het zendingswerk zelf. In onze televisiemaatschappij maken beelden van een omvangrijke aardbeving, een grote overstroming of een oprukkende hongersnood diepe indruk - en wat is het daarbij nodig dat wij steeds weer van onze welvaart delen. Maar ondertussen mag zending niet onzichtbaar worden, en vraagt het toch wel om interne bezinning als de GZB 'onvoldoende geld heeft voor nieuw zendingswerk', zoals de kop luidde boven een artikel in het laatste nummer van Uitdaging. Waar in vroeger jaren het geld geen blokkade vormde maar er intensief gezocht moest worden naar werkers, is de situatie momenteel andersom. 'De nood waarmee de zendingsorganisatie geconfronteerd wordt, is zo groot dat er nieuwe projecten gestart zouden moe-
ten worden, terwijl daarvoor wel de werkers beschikbaar zijn, maar de extra middelen ontbreken', een citaat dat voor zichzelf spreekt.
Kerkelijke zending
De Gereformeerde Zendingsbond heeft zichzelf altijd beschouwd als een kerkelijke zending, waarbij hij de structuur van een vereniging aannam en dus geen kerkelijk-ambtelijk karakter heeft. Het is duidelijk dat hier een spanningsveld ligt. Waar een vereniging uitgaat van de persoonlijke overtuiging van de leden, is de kerk allereerst een gemeenschap van alle tijden en plaatsen. In 1943 sprak de GZB uit het 'allereerst als haar taak te zien de zending te bedrijven naar de beginselen van de Drie Formulieren van Enigheid, waarbij de bond zijn taak pas aan de kerk kon overdragen, wanneer deze op die grondslag zal blijken te staan'. In 1951 kreeg de GZB een plaats in de nieuwe kerkorde, maar hield hij zelf verantwoordelijkheid voor het werk. In de praktijk fungeerde het zendingswerk vrijwel op dezelfde wijze als dat van de hervormde Raad voor de Zending.
De jubileumbundel Met het Woord in de wereld (2001) beschrijft dat de triosynode in 1996 in het rapport Over grenzen heen vastlegde dat de GZB een plaats zal krijgen in de kerkorde van de verenigde kerk. In een samenwerkingsovereenkomst is de zelfstandige positie van de GZB inmiddels gewaarborgd. Terecht wordt in het jubileumboek de zorg geuit dat binnenkerkelijke spanningen het zicht op Gods zending in de wereld belemmeren.
Het laatste jaarverslag expliciteert deze positie nog enigszins: 'Wat de kerkelijke positie betreft blijft het beleid erop gericht het zendingswerk te verrichten in rapport aan de synode en in nauwe aansluiting op de hervormde gemeenten die de GZB als hun zendingsorgaan hebben gekozen. Ten aanzien van het SoW-proces, waarover deze gemeenten zeer verdeeld zijn, betekent dit een voorzichtig zoeken naar de weg voorwaarts.'
Niet alleen wat de bezinning inzake de zendingsopdracht betreft, ook inzake de weg die onze kerk gaat, hebben we elkaar de komende tijd nodig. Daarbij staan wij naar een belijdende, een diaconale, een missonaire kerk. Zo zijn kerk én zending, gemeenten én zendingsorganisatie op elkaar betrokken. De GZB mag er daadwerkelijk toe bijdragen dat de ambtsdragers, de gemeenten het zicht op het wereldwijde werk van God in het vizier houden. En daarvan kan een bemoedigende werking uitgaan.
Met het Koninkrijk van Christus komt het goed. Als het rijk van de boze, Babyion, te gronde gericht is, bezingt Johannes de bruiloft van het Lam, waarop de stem van een grote schare klinkt: 'Halleluja, want de Heere, de almachtige God, heeft als Koning geheerst'. Dan zullen al Zijn dienstknechten, allen die Hem vrezen, beiden klein en groot, een werkend zendingsteam en een biddend thuisfront, Hem loven. Tot die tijd mogen we uitgaan, tot aan de einden der aarde.
P. J. VERGUNST
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 25 juli 2002
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 25 juli 2002
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's