De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Theologie en  natuurwetenschap en de bronnen

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Theologie en natuurwetenschap en de bronnen

EEN NI ET-TH EO LOOG OVER THEOLOGISCHE THEMA'S [2]

8 minuten leestijd

Bèta

Daar kwam dan intussen een tweede element hij. De bètawetenschappen zijn eenzijdig. Dat geldt uiteraard voor alle wetenschappen. Maar bètawetenschap bij techneuten is nóg eenzijdiger. Ik moet zeggen dat ik de studie in de chemische technologie niet had willen missen. Chemie is een dochter van de fysica. Psalm 8 zingt ervan dat de Schepper alle dingen onder de voeten van de mens heeft gelegd. Hij mag uit de schepping halen wat de Schepper er zelfheeft ingelegd. Zowel de wetenschappelijke ontdekkingen in de microkosmos als in de macrokosmos leveren daarvan het indrukwekkende bewijs. De doorsneetheoloog, permitteer ik me te zeggen, heeft hier best heel wat gemist.

Bovendien is de werkmethode boeiend: van theorie naar experiment en weer terug naar de theorie; van analyse naar synthese. Ik had die opleiding voor geen goud willen missen. Men leert streven naar het doorzichtig maken van complexe problemen.

Alles is echter wel natuurwetenschap, maar natuurwetenschap is niet alles. Hoe krijg je een integrale visie op de geschapen werkelijkheid? Is alles waar wat wetenschappelijk waar heet? En mag alles wat kan? De tijd is voorbij, dat de theologie koningin der wetenschappen heette. Nochtans kan geen enkele wetenschap zonder theologische bezinning op uitgangspunten, achtergronden, doelstelling en ethische consequenties.

De natuurwetenschap zoals we die nu kennen, vindt zijn basis in het christelijke Westen van de i6e en 17e eeuw. De werken van Gods mond - Zijn Woord - en de werken van Gods vinger - Zijn schepping - kunnen elkaar niet tegenspreken, zei Galileo Galileï. Wetenschappers uit die tijd, van welke christelijke hoedanigheid en identiteit dan ook, hebben zich er rekenschap van gegeven hoe ze als Christgelovigen en Schriftgelovigen in de wetenschap hebben gestaan. Dan mag wetenschapsland gelukkig heten als het geleerden kent met twee richtingen van deskundigheid. Ik bedoel: wetenschappers die zowel thuis zijn in de natuurwetenschap als in de theologie, om zo ook het gesprek van binnenuit, vanuit een ongedeeld hart en een ongedeelde wetenschappelijke ziel te kunnen voeren. Dat gold voor natuurwetenschappers uit die begintijd zelf: Boyle, Newton, Pascal. Hun geschriften werden voor mij verplichte lectuur. De VU-hoogleraar R. J. Hooykaas - hij doceerde geschiedenis van de natuurwetenschap - had voldoende theologie in huis om dat gesprek aan te gaan en er richting aan te geven. Hij stimuleerde tot studiezin in dezen en bracht bij de bronnen van de natuurwetenschapsbeoefening, waarin alleen feit is wat (binnen de eigen methode van de natuurwetenschap) bewezen is. Hij heeft voor een generatie studenten veel betekend. De problematiek blijft je bezighouden. Ik wil met name ook noemen latere geschriften van de Delftse techneut prof. dr. A. van den Beukei. Men proeft bij hem eenzelfde worsteling om de eenheid van het leven als christenwetenschapper als bij Hooykaas. Daarom is bestudering van Van den Beukei, met daarbij de bronnen, die hijzelf in zijn geschriften noemt, een must voor ieder die met dezelfde vragen omtrent de eenheid van geloof en wetenschap worstelt.

Ik wil hier vooral ook noemen het werk van dr. C. J. Dippel, Geloof en wetenschap, in twee delen. Dippel was een erudiet natuurwetenschapper maar had grote en brede theologische kennis. Een beetje Barthiaan, dat wel. Maar wie natuurwetenschap studeert, kon en kan niet om hem heen. Hij verwees de natuurwetenschap naar haar eigen domein en gaf het een legitieme plaats binnen het Koninkrijk Gods. Geen natuurlijke theologie, geen ideologische wetenschap. Daarin heeft hij velen geholpen.

Theologie en natuurwetenschap

Maar dan noem ik ook de andere kant: de theoloog die is ingevoerd in andere wetenschappen, met name ook de natuurwetenschappen en die de impact kent die deze wetenschap en de technische ontwikkelingen hebben op de cultuur. Dr. E de Graaff was met zijn ongemeen felle kritiek op onze technocratische wereld en cultuur vele techneuten tot grote steun. We hebben naar mijn oordeel vandaag zulke cultuurtheologen, cq. - filosofen broodnodig. Ik noem hier ook de geschriften van dr. W. Aalders. Een nieuwe Aalders was voor mij - en dat dateert ook al uit de studietijd - een must. En de Wijsbegeerte van de Wetsidee: vooral waar deze aansluiting vond bij de wereld van de techneuten, bijvoorbeeld bij prof. dr. ir. H. van Riessen, maar later vooral en meer nog bij prof. dr. E. Schuurman met zijn aandacht voor de Babelcultuur.

Ik adviseer aankomende studenten in de theologie vaak ook kennis te nemen van de (ontwikkelingen) in de natuurwetenschap, die mede een cultuur bepalen. Ik acht het een verarming, dat veel minder dan vroeger studenten in de theologie ook studenten uit andere wetenschappelijke faculteiten ontmoeten. In Delft spraken we vroeger over techneuten als vakhengsten. Men permittere mij: zulks kan ook voor theologiestudenten gelden.

Bronnen

Men zal hopelijk begrijpen waarom ik dit hier naar voren breng. Ik wil ermee aangeven hoe een niet-theoloog innerlijk zich geroepen kan weten - het gaat eigenlijk vanzelf - om zich in theologie te verdiepen. Je kunt niet zonder.

Theologie is God-zeggen. Vandaar. Heere, onze Heere, hoe heerlijk is Uw Naam op de ganse aarde! De natuurwetenschap was een beetje lokmiddel naar de theologie toe.

Maar hoe doe je dat dan verder? Je hebt niet alle tools in huis om theologisch helemaal thuis te raken. Laat ik beginnen met de grondtalen. Ik deed gymnasium-B en kreeg als zodanig Latijn en Grieks mee. Latijn staatje ten dienste, aangezien theologen het vaak aan hun stand verplicht menen te zijn om zich in Latijnse bewoordingen uit te drukken. Een blauwe maandag heb ik nog Hebreeuws gedaan maar ben daar algauw mee gestopt. De bijbel in de grondtalen lezen? Alleen het Nieuwe Testament dus. Maar er is toch een ware vloed aan literatuur-bijde Bijbel? ! De reeks bijbelcommentaren van Calvijn zijn voor mij steeds een overvloedige bron voor Bijbelstudie geweest. Ze zijn het nog steeds. Je raakt er niet in uitgestudeerd. Ad Fontes!

Op een bepaald moment raak je zelf betrokken bij redacties als van Tekst voor tekst en Gegrond geloof. Studium continuum op zich.

Vakliteratuur

Theologische vakliteratuur is voor een niet-theoloog niet (altijd) de eerste keus. Maar je raakt gaandeweg wel thuis in theologisch denken en theologische denklijnen en kaders.

Dat brengt me op een punt dat ik nog expliciet aan de orde wil stellen. Wat zijn je bronnen? Van tijd tot tijd hoor ik met enig dédain theologen spreken over het hanteren van secundaire literatuur. Met name dus als het gaat om het kennisnemen van de groten in de kerkgeschiedenis. Alsof niet een keur van mensen vóór ons die bronnen hebben aangeboord, soms zelfs in de taal waarin ze zich hebben geuit. Ik noemde reeds mijn studie van Calvijn. Men behoeft toch Calvijn niet in het Latijn of in het Frans te lezen als er voortreffelijke vertalingen beschikbaar zijn? Maar bovendien: er is zo veel Calvijn onderzoek gedaan - nationaal en internationaal - dat hier niet eens van secundaire bronnen valt te spreken. Dat geldt ook voor Augustinus, voor Luther, voor Kohlbrugge.

Wel is een uitdrukking van wijlen dr. S. Gerssen van belang. 'Lees één standaardwerk over iemand over een aangelegen thema, en je kunt veel andere lectuur ongelezen laten'. Van Augustinus is veel vertaald. Maar Sizoo, Gerard Wijdeveld en Frits van der Meer hebben het oeuvre van Augustinus ook opengelegd.

Wie over Luther het boek bestudeert van Heiko Oberman, Luther tussen God en duivel, kan veel over Luther ongelezen laten. En wat Calvijn betreft, die overigens in ons taalgebied meer dan toegankelijk is, mag met ere het werk van dr. W. Balke, Caluijn en de doperse radicalen worden genoemd.

En Kohlbrugge? Ook die is breed toegankelijk door de uitgave van zijn geschriften. Maar Bedelen bij de bron van De Reuver brengt Kohlbrugge toch wetenschappelijk in kaart? Degenen die zulke boeken schrijven, zijn zo

dicht bij de primaire bronnen geweest, dat hun werk niet behoeft te worden overgedaan. Het is primaire subliteratuur.

Kern en rand

Er is wel intussen veel andere literatuur, vaak lectuur, die niet veel méér is dan een beetje meer van hetzelfde en waar men niet zoveel verder meer mee komt. Dat geldt naar mijn waarneming voor de eindeloze reeks geschriften over de tradititionele dogmatische kwesties binnen de smallere reformatorische traditie. Al is vertaling in kleine munt voor elke nieuwe generatie gemeenteleden uiteraard geboden. Theologie voor gemeenteleden! Maar men raakt er ook een keer op uitgekeken.

Ik noem ten slotte Groen van Prinsterer. Met en na Calvijn heeft hij de theocratische gedachte als geen ander uitgediept en contextueel geactualiseerd. In een vroeg stadium bestudeerde ik zijn Ongeloof en revolutie maar ook zijn toespraken in de Tweede Kamer, zijn De Antirevolutionaire Partij in de Hervormde Kerk. Ook voor hem geldt echter dat kennisname van geschriften van een paar echte kenners - zoals H. Smitskamp, W. Aalders en R. Kuiper - hem toch ook nog dichterbij brengt.

Er is kernliteratuur en randliteratuur. Op de kernliteratuur valt men telkens terug. Althans zo vergaat het mij. Zo worden (werden) groten in de geschiedenis tot reisgenoten in het heden. Je reist mee óp en kijkt mee óver de schouders van het voorgeslacht. Al lezende, al lerende, al studerende leert men ze kennen, hanteren en actualiseren.

V.D.G.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 15 augustus 2002

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Theologie en  natuurwetenschap en de bronnen

Bekijk de hele uitgave van donderdag 15 augustus 2002

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's