De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

INGEZONDEN Wel een belijdende uitspraak

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

INGEZONDEN Wel een belijdende uitspraak

6 minuten leestijd

Graag een reactie op het ingezonden stuk van ds. W. Chr. Hovius uit Apeldoorn getiteld: In de rechte weg. Zeer terecht benoemt ds. Hovius in het eerste deel de inhoudelijkheid van de ernstige bezwaren tegen het genomen synodebesluit. Ook de door hem genoemde bijbelse en pastorale gronden zijn mij uit het hart gegrepen. Als het echter gaat over de rechte weg(en) maak ik graag een paar aanvullende opmerkingen.

Bezwaren en geschillen

In ord. 19 lid 1, 2 en 3 wordt duidelijk omschreven wat het verschil is tussen een bezwaar en geschil en hoever de competentie van de commissie reikt. Bij een bezwaar moet er sprake zijn van een persoonlijke of ambtelijke benadeling door een besluit. Bij een geschil is er sprake van een verschil in zienswijze van uitvoering van taken, begrenzing of bevoedheden.

Voorbeeld: Het genomen synodebesluit (aanvaarding ord. 5-4) moet gezien worden als een benadeling van de vervulling van de ambten. Bij aanvaarding van een ambt wordt uitgesproken dat men zich zal voegen naar de leer van de kerk. Uitoefening van het ambt kan duidelijk in het gedrang komen. De weigering om het zgn. Unievoorstel in behandeling te nemen moet m.i. gezien worden in het licht van een geschil. Het moderamen heeft geweigerd om dit in behandeling te nemen en dit is formeel een verzaking van taakvervulling.

Het is voor het indienen van een bezwaar van het allergrootste belang om deze grondslag zeer nauwgezet te volgen. Iedere kleinste afwijking zal onherroepelijk leiden tot een niet gegrond verklaren van het bezwaar. Ook termijnoverschrijding speelt hierbij een grote rol. Veelzeggend is het om hierbij vast te stellen dat direct na het verstrijken van de termijn van 30 dagen alle bezwaarden een bericht van uitstel van behandeling hebben gekregen. De generale commissie wil, op verzoek van vele ingediende bezwaren, eerst gelegenheid geven de vastgestelde notulen van de synodevergadering te bestuderen. Wel stelt zij vast dat alle formele bezwaren 30 dagen na het verschijnen van de notulen binnen moeten zijn! Alle later ingediende bezwaren zullen hoogst waarschijnlijk niet ontvankelijk worden verklaard.

Opzicht en tucht

Terecht stelt ds. Hovius dat er een groot verschil is tussen beide commissies. De commissie voor Opzicht en Tucht wordt te hulp geroepen wanneer er sprake is van uitspraken van personen of kerkelijke organen die op individuele basis (zonder kerkelijke uitspraken) zijn gedaan. Ord. 11 lid 6 t/m 18 geven aan hoe deze procedure met grote zorgvuldigheid moet worden uitgevoerd. Het voorbeeld van prof. Smits is inderdaad een helder voorbeeld. Ook de uitspraken van prof. F. O. van Gennep: 'Ik geloof niet in de opstanding van Christus en ik geloof niet in wonderen' hebben ertoe geleid dat er stappen in die richting werden gezet. Door het plotselinge vroegtijdig overlijding van betrokkene is deze procedure niet meer uitgevoerd.

Gravamen

Over dit punt is m.i. ds. Hovius wat onduidelijk en in een enkel opzicht niet geheel correct. Het indienen van een gravamen is vastgelegd in ord. n lid 19 en 20. Hierbij dient in de eerste plaats te worden opgemerkt dat dit onderdeel wel valt onder de ordinantie van opzicht en tucht. Vervolgens blijkt uit ord. n-19 dat een gravamen slechts door een lidmaat en niet door een orgaan kan worden ingediend. Ook het 'in zijn geweten bezwaard zijn en het beroep op het Woord van God' spelen hierbij een doorslaggevende rol. De te volgen route is een zeer lange weg met enorm veel valkuilen en de uitslag is uiterst onzeker. Eerst moet de eigen kerkenraad van de bezwaarde zich er over uitspreken en deze kerkenraad heeft zelfs de opdracht om in gesprek en onderricht het bezwaar bij betrokkene weg te nemen (11.19.1).

Bezwaarden kan de eigen kerkenraad omzeilen door rechtstreeks bij de dassicale vergadering het bezwaar in te dienen. Het is m.i. correcter om dit via de kerkenraad te doen. Reeds bij de classis kan het gravamen stranden. Indien de classis het van onvoldoende gewicht oordeelt, houdt de procedure daarmede op. Stuurt de classis het echter door naar de PKV, dan worden meerdere colleges geconsulteerd en een commissie hoort betrokkene. Pas nadat de PKV het van voldoende gewicht oordeelt, wordt het doorgestuurd naar de generale synode. Ook hier kan er nog het nodige aan manipulatie verwacht worden.

Uit persoonlijke ervaring weet ik hoelang (meerdere jaren) een dergelijke procedure kan duren. Naast de door ds. Hovius genoemde procedure van ds. Duets uit Zeist in een grijs verleden is er begin jaren '90 door ondergetekende een drie jaar durend gevecht gevoerd om een gravamen over de uitspraak in de aangenomen motie Ter Velde-Kloosterboer, 'Ieder lid van de kerk behoort een homofiele leefwijze te aanvaarden' op de synodetafel te krijgen. Hierbij heeft uiteindelijk de generale commissie in een tweetal door mij gevoerde procedures het moderamen van de synode kerkordelijk moeten dwingen om dit onderwerp op de agenda te plaatsen. Uiteindelijk wist het moderamen aan een uitspraak van de synode te ontsnappen door te stellen dat deze uitspraak over de genoemde motie niet ter goedkeuring aan de dassicale vergaderingen was voorgelegd en daarom, ondanks de uitspraak van de Raad voor Kerk en Theologie dat dit zeker het belijden van de kerk raakte, niet als een belijdende uitspraak mocht worden aangemerkt. Met bovenstaande aanvulling hoop ik duidelijk te hebben gemaakt dat de weg van het indienen van een gravamen van een geheel andere orde is dan de weg van bezwaren en geschillen. Inhoudelijk ben ik van mening dat er nu wel degelijk sprake is van een belijdende uitspraak. Over ord. 5-4 zijn de classis geraadpleegd en alle tegenargumenten zijn uitvoerig door meerdere classes in de consideraties aan de orde gesteld. Op grond van bovenstaande feiten ben ik persoonlijk heel nauw bij dit gebeuren betrokken. Als ambtsdrager binnen onze Nederlandse Hervormde Kerk heb ik gemeend een bezwaar tegen het genomen besluit te moeten indienen. Aangezien ik mij eveneens in mijn geweten erg bezwaard gevoel meen ik onder beroep op het Woord van God mij met een gravamen tot mijn kerkenraad te moeten richten om, zo God het geeft, de synode tot een bijbels eindoordeel over dit onderwerp te komen. Dit onderdeel is nog in een zorgvuldige voorbereiding.

A. W. DE RONDE, WOUDENBERG

dan kunt u dat testamentair laten vastleggen. Dat kunt u als volgt laten omschrijven: Ik benoem tot (mede-) erfgenaam de Gereformeerde Bond tot verbreiding en verdediging van de Waarheid in de Ned. Herv. (Geref.) Kerk te Utrecht, met de wens om deze middelen te besteden voor het Leerstoel-, Studie- Steunfonds of voor het algemene werk van de Gereformeerde Bond. Het kan ook op de volgende manier: 'Ik legateer aan de Gereformeerde Bond tot verbreiding en verdediging in de Ned. Herv. (Geref.) Kerk te Utrecht, de som van , - euro in contanten, vrij van rechten en kos-

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 15 augustus 2002

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

INGEZONDEN Wel een belijdende uitspraak

Bekijk de hele uitgave van donderdag 15 augustus 2002

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's