De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Uit de pers

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Uit de pers

7 minuten leestijd

Netwerkcultuur

We gaan nog even door op de toer van de vorige keer: veranderingen om ons heen. In het Tijdschrift voor bijbelse theologie Interpretatie (juli 2002, 10e jaargang nr. 5) verzorgt dit keer prof. dr. M. Barnard, hoogleraar liturgiek vanwege de Evangelisch Lutherse Kerk in Utrecht, dit keer de tweemaandelijkse kroniek: een persoonlijke kijk op de actualiteit vanuit een bijbels-theologisch gezichtspunt. Hij schrijft boven zijn bijdrage 'De netwerkcultuur: Het oude verveelt snel. Hij haakt in op de verkiezingsuitslag van 15 mei en schrijft daarover het volgende:

'Er is al heel wat bespiegeld over de kamerverkiezingen. Ze maken in ieder geval nog eens duidelijk dat een stem hoogstens een flirt is met wat er nog over is van een ideologie of levensbeschouwing. De kiezer aarzelt tussen CDA of Socialistische Partij, Christen Unie ojGroen Links. Christen-democratie, gematigde theocratie, "groen" en socialisme - het is alles inwisselbaar en de verbinding die de kiezer aangaat door zijn stem uit te brengen, kan niet ideologisch worden geïnterpreteerd. Balkenende had zijn uitroep op de verkiezingsavond dat de christen-democratie gewonnen heeft, daarom beter achterwege kunnen laten. De oppositie heeft gewonnen. De kiezer heeft zijn recht gebruikt om te spreken: ik wil dat Nederland anders wordt en wel nu. De kiezers willen verandering, vooral ook de jongeren. Ik weet niet goed of ik de verkiezingsuitslag nu negatief of positief moet interpreteren.

Negatief zouden de stembusresultaten een uiting zijn van mateloze verveeldheid, verongelijktheid en verwendheid. Het gaat ons beter dan ooit, maar het moet anders. De kiezer doet me dan denken aan een leerling waarover een leraar op een school in Hilversum me laatst vertelde. Toen de leraren bij een excursie in hun eigen auto's een aantal leerlingen zouden meenemen, belde een van hen haar moeder en zei: "We moeten met z'n. drieën op de achterbank van een Opeltje. Kun je me even halen? " Waarop ma even Iater met een BMW voorreed om dochter te vervoeren.

e kunt de uitslag ook positief interpreteren als keuze voor maatschappelijke vernieuwing en voor een elitiewisseling zoals in 1972, toen Van Dam, Van Kemenade, Pronk, Peper, Van der Louw aantraden. Dat doet Bastiaan Bommeljé in NRC Handelsblad (26 mei 2002, p. g). Hij ziet wel een belangrijk verschil tussen de vernieuwers van toen en nu: "Het drama van onze tijd is... dat de elite van 1972 de nieuwkomers nog een ouderwetse scholing had meegegeven. De belaagde elite van nu heeft dat niet gedaan... Daar ligt misschien het enigszins verontrustende verschil tussen de vernieuwers van Den Uyl, die zelf Ter Braak en Du Perron tot zijn favoriete auteurs rekende, en de vernieuwers van Fortuyn, die andere lecttiurj naast hun nachtkastje hebben liggen"; '

Daarbij kan ik me iets voorstellen. Maar hoe klassiek denk ik zelf eigenlijk nog? Ook in mijn leven heeft zich wat dat betreft eetmrandering voorgedaan. Ik ben zelf nog heel klassiekgeschoold, maar ik moet wel erkennen dat ik steeds minder klassiek ben gaan denken en leven, ook als predikant.'

Hij somt het nodige aan veranderingen op: de wijze en inhoud van de verkondiging, een gaan en komen van theologen, de inhoud van de boekenkast, de predikantsopleiding. Van de laatste schrijft hij: 'De nieuwe opzet van de universitaire studie volgens het Bachelor en Master systeem (breder, minder disciplinair gericht), is daarom voor onze cultuur veel adequater dan de klassieke en disciplinair georiënteerde inrichting van de universiteit. (...) Meer dan op talen en exegese, dient de predikantsopleiding in onze cultuur te zijn gericht op hermeneutisch-communicatieve vaardigheden'.

Ik kan het niet helemaal overzien, maar ik vraag me af of dit allemaal wel zo positief te beoordelen is. Sneeuwt het 'Er-staat-geschreven' niet helemaal onder het 'ik-vind-en-voel-datzo'? Uit welke bron putten we primair als theologen en voorgangers? Is er nog wel een gezaghebbende instantie waar we in onze verkondiging voor en onder buigen? Ik herinner me mijn eigen opleiding in Utrecht als jaren waarin we grondig kregen geleerd de Schriften te lezen en te exegetiseren en dan noem ik namen als van A. R. Hulst en T. Ch. Vriezen, W. C. van Unnik en A. F. J. Klijn. Welnu, Barnard vraagt dan aandacht voor wat hij noemt 'netwerkcultuur'.

'Niet alleen de soort kennis die ik nodig had, veranderde, ook de manier waarop ik mij die verwierf verliep anders, - in zekere zin ook minder disciplinair. Ik haal mijn kennis niet alleen meer uit boeken, maar bijvoorbeeld ook van het internet of uit musea. Een boek kent een inhoudsopgave, die veel informatie verschajt over de kennis die het wil overdragen. Het heeft een ordening. Zoals de samenleving tot voor kort een vaste en her- ' kenbare ordening kende. Onze samenleving is in korte tijd wezenlijk van karakter veranderd en een netwerkcultuur geworden. In een netwerkcultuur is de ordening heel anders gestructureerd. Niet door middel van vaste systemen, maar van netwerken, die sterk individueel bepaald zijn. Ik vorm mij een netwerk, weef als een spin mijn eigen web van kennis en van kenissen. Hét beeld voor een netwerkcultuur is natuurlijk het world wide web. Als ik via de muis en het beeldscherm van mijn computer naar een volgend injbrmatiescherm surf, maak ik die keuze niet op grond van een vooraf gegeven overzicht, maar min of meer intuïtief en associatief. In die zin is deze manier van kennisverwerving minder disciplinair dan via een boek. In de netwerkcultuur is de toevalligheid en onvolledigheid van mijn kennis structureel.

Hiërarchie ontbreekt ook in deze manier van doen. Het internet en de netwerkcultuur nivelleren. De ene website of de andere maakt geen wezenlijk verschil. Een museum heeft een drempel, een academische boekhandel ook, een Bruna ook, maar een lagere. Maar daar is dan ook weer heel andere informatie verkrijgbaar. Daar vind je niet de hoge Cultuur met een grote C. Een netwerk betekent ook de vermenging van verschillende betekenissystemen. Christendom (of "Bijbel" of "kerk") is niet meer de enige betekenisgever. Kunst, gezondheid, sport, vrije tijd, andere culturen zijn net zulke belangrijke betekenisgevers. Ik breng in mijn netwerk verschillende betekenissystemen zonder hiërarchisch onderscheid met elkaar in verbinding. Mijn web, mijn netwerk is een knooppunt van zulke systemen. Het onderscheid tussen hoge en lage cultuur, Kunst en volkskunst is dan ook verdwenen. Bach en Mozart liggen bij het Kruidvat.

Zo werden ook veel relaties deel van een netwerk: toevallige sociale structuren waarin werk en privé steeds minder gescheiden waren. Het eerste huwelijk van mensen die elkaar via chatten hadden ontmoet, heb ik al mogen zegenen. Niet alleen kennis, ook kennissen verwerft men via het net. Zoals wij het onderhouden van relaties met mensen netwerken noemen. En net zoals ik behoefte heb aan een breed uitgesponnen netwerk van kennis, wil ik ook een breed netwerk van kennissen hebben. Ook hier zien we een ver doorgevoerde nivellering. Bij Barend en Van Dorp heet de staatssecretaris "Margot", de dominee staat op het liturgieblad vermeld als Ad en de hoogleraar gebruikt standaard zijn voornaam. En als je je titel gebruikt, moetje daar wel een goede reden voor hebben. Er is meer dan het netwerk, gelukkig. Er bleven, kwamen en helaas: gingen ook vrienden. Er waren degelitfden, en vooral was er die ene. Dat het daar ten diepste om gaat blijkt uit als we een en ander op de liturgie betrekken.'

Marcel Barnard (inderdaad: de titel wordt niet gevoerd, weggenivelleerd om zo te zeggen) sluit dan af met aan te geven hoe de netwerkcultuur in zijn vieren van de liturgie gevolgen heeft. Netwerkcultuur kenmerkt zich door korte flirts, het oude verveelt heel snel en mensen willen haastig iets nieuws en liefst terstond. Toch maar het 'oude Evangelie' blijven doorgeven. In verstaanbare taal maar niet aangepast aan ons voelen en ervaren.

J. MAASLAND

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 15 augustus 2002

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Uit de pers

Bekijk de hele uitgave van donderdag 15 augustus 2002

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's