De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Onbehagen over het leven

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Onbehagen over het leven

ZELFDODING ONDER JONGE MENSEN

9 minuten leestijd

Het gebeurde begin vorige week nog, in de trein op weg naar Maastricht. Een vertraging van uren, die aanvankelijk onbegrip en irritatie bij de reizigers opriep. Hun zakenbespreking of dagje Limburg dreigde in de war te raken. Maar toen een ambulance later langszij ku; am, veranderden hun gevoelens uan ergernis in huiver. Opnieuw iemand die de last van het leven als zwaarder ervoer dan de vreugde. Net zo aangrijpend als degeburtenis zeifis hetjeit dat we ook hieraan schijnen te wennen. Zodra de trein zijn traject vervolgt, gaat ook het leven van veel christenen weer verder.

Te midden van het nieuws in de vakantietijd trok het bericht niet eens zoveel aandacht. Veel water in Tsjechië en wat tegenwind voor het nieuwe kabinet verdrongen de melding dat volgens cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek over het jaar 2000 zelfdoding de doodsoorzaak nummer 1 is onder dertigers. Bij de mensen tussen de twintig en dertig jaar komt zelfdoding op de tweede plaats, omdat er in deze leeftijdscategorie relatief meer verkeersslachtoffers vallen. Duidelijk is dat het onder jonge mensen in de Nederlandse samenleving niet om kleine aantallen gaat. Van degenen die tussen het twintigste en veertigste jaar overlijdt, verkiest vijftien procent de dood boven het leven.

De kille cijfers van onderzoeksinstanties kunnen het besef niet wegdrukken dat achter die cijfers mensenlevens schuil gaan, concrete leefwerelden waarin angst en uitzichtloosheid groot waren en waarin hopeloosheid zegevierde. In een cirkel eromheen zien we de leefwerelden van de nabestaanden, familie en vrienden, in verslagenheid achterblijvend. Wat kun je het gevoel hebben te falen, als je de ander nooit echt kon bereiken. Wie zal binnen de gemeente echt kunnen peilen wat zij meemaken die van zeer nabij met zelfdoding geconfronteerd werden? Het stempelt onze woorden, als we over dit onderwerp spreken of schrijven.

Graadmeter

Het omgaan met de dood kunnen we een graadmeter noemen voor het geestelijk gehalte van een samenleving, van een gemeenschap. En dat nu maakt een bericht als bovenstaande zo schokkend. In de Nederlandse cultuur, waarin er overvloed aan allerlei goederen is, komt het onbehagen over het leven op zich bij jonge mensen op dramatische wijze tot uitdrukking. De vraag mag gesteld worden of openlijk spreken over de dood in onze cultuur nog een taboe is. De Fransman Michel Vovelle noemt in zijn historische studie over de waardering van de dood 1965 als jaar waarin de herontdekking van de dood plaatsheeft. Hij baseert dit op de vele boeken, wetenschappelijke publicaties en krantenartikelen die er vanaf de jaren zestig over sterven en dood verschenen zijn. In dit verband spreekt hij zelfs van een nieuwe geest die door de samenleving waart. Het is opvallend dat deze trend waarneembaar is in dezelfde jaren waarin de ontkerstening in de West- Europese cultuur baanbreekt. Waar het eeuwige leven steeds meer achter onze horizon verdwijnt, gaan we ook anders tegen de dood aankijken, is het besef weg dat de dood door de zonde van de mens in de wereld gekomen is en dat sterven straf op die zonde is.

In huis

Tegelijk met het meer en meer openhartig uiten van emoties bij het verlies van een geliefde, het in de media verwoorden van allerlei gevoelens rondom de dood, constateert de socioloog Herman Franke wat hij noemt een doorgeschoten privatisering, dat wil zeggen dat uitvaarten in toenemende mate in besloten kring gehouden worden en de overledenen in een mortuarium bewust in een sociaal niemandsland verkeren. In de breedte van de Nederlandse samenleving was het tot in de twintigste eeuw gebruikelijk dat het overlijden in huis plaatshad, in het bijzijn van familie en, nog eerder, ook in het bijzijn van buren of dorpsgenoten. Tot de begrafenis werd er bij de overledene gewaakt en geweend. Omdat mensen gemiddeld op jongere leeftijd stierven, kwam men meer en eerder met een overledene in aanraking. De dood hoorde zo bij het gewone, dagelijkse leven, hoe hij ook ervaren werd als haaks staande op het leven. Franke wijst er in zijn boek De dood in het leven van alledag op dat ook na de begrafenis de dode niet helemaal uit het gezichtsveld verdween. 'Begraafplaatsen bevonden zich in het hart van de stad of het dorp, meestal rond de kerk of, nog vroeger, ook in de kerk. Elke zondag moest men als het ware even over vader, moeder of kind heenstappen.' Na de Tweede Wereldoorlog overleden de meeste mensen in ziekenhuizen, vaak in eenzaamheid of slechts omringd door de allernaaste familieleden.

Gods eigendom

Het leven is van God. Hij is de Schepper van de wereld en van elk afzonderlijk individu. Dat besefis in onze geseculariseerde samenleving heel ver weg en tegen de achtergrond daarvan kunnen we plaatsen dat zelfdoding de grootste doodsoorzaak is van jonge mensen in Nederland. Dezelfde achtergrond heeft het feit dat het aantal abortussen in 2001 met 2, 5 procent is toegenomen, zoals eveneens vorige week bekend werd. Jaarlijks worden er 34.168 abortussen in ons land uitgevoerd! De diepste grond voor het afwijzen van abortus en van zelfmoord, ja, het moeten veroordelen ervan, ligt in de overtuiging dat de mens Gods eigendom is. Het eigenmachtig doden van zichzelf is daarom een ingrijpen in Gods eigendomsrecht. Hij geeft het leven en neemt het leven, op Zijn tijd. We kunnen er niet omheen dat in alle tijden mensen zichzelf van het leven beroofd hebben. In 1832 bijvoorbeeld verscheen van de hand van de Réveilman C. M. van der Kemp een brochure onder de titel Iets over het toenemen van den zelfmoord in onze dagen. Persoonlijke motieven zijn er altijd geweest: een relatie die grote spanning veroorzaakt, geldelijke problemen die onoplosbaar lijken. Daarnaast zijn er ook altijd factoren van psychische aard, zoals sterk depressieve gevoelens of uitzonderlijke angsten. Dat neemt niet weg dat er ook factoren zijn die in elke tijd weer verschillen. Sommige agrariërs ervoeren het leven ten tijde van de mkz-crisis als te zwaar. Waar in vorige eeuwen bittere armoede en zware arbeidsomstandigheden aan het leven de zin leek te ontnemen, leven wij nu in een situatie die qua welvaart ongekende vormen heeft aangenomen. Juist dan geeft het te denken als jonge mensen geen perspectief zien.

Diaconaat

In een samenleving waarin communicatie met heel de wereld mogelijk lijkt, is eenzaamheid groot. De nood in Nederland is veelal geen gevolg meer van de armoede, maar van de welvaart.

Stress, huwelijksproblemen, spanningen in de arbeidsverhoudingen, vergrijzing van de bevolking kenmerken onze tijd. De psychologe Ineke van Dok-Mak wees er vorige week in het Nederlands Dagblad in reactie op de bekendgemaakte cijfers over zelfdoding op, dat mensen in deze tijd vergeten dat ze een lichaam hebben. Waar we vroeger onze dagelijkse frustraties kwijt konden in het huishouden, komt men tegenwoordig uit bed 'in een verwarmde kamer, kijkt men de krant even in tijdens het ontbijt. De auto in, de radio aan en een enorme drukte op de weg. Op het werk de computer aan enzovoorts'. We lijken gebondenen van onze welvaart.

Daarmee legt zij de nadruk op de sociaal-maatschappelijke factoren van zelfdoding, oorzaken die wellicht nog het beste te onderkennen en verhelpen zijn. Het is inderdaad typerend dat het aantal zelfmoordgevallen gestegen is, sinds de industrialisatie en de verstedelijking in ons land hun intrede deden. De welvaart brengt tot een chronische levensmoeheid, een constatering die vanuit het diaconaat om een diepgaande bezinning vraagt.

Toch moeten we een stap verder, als het gaat om de verklaring voor het ontbreken van een levensperspectief bij zovele jonge mensen. Drs. K. Exalto schrijft in zijn boek Geen hand aan u zelf. Gedachten over de zelfmoord, dat aan bepaalde verstoorde verhoudingen de zonde ten grondslag ligt. 'Het kennen en belijden van de zonden, die ten diepste de motieven tot zelfmoord bepalen, is het machtigste middel in de strijd tegen zelfmoord.' En als in onze tijd wat zonde is geen zonde meer genoemd wordt, heeft dat de schijn van barmhartigheid, maar is het in werkelijkheid wreed. 'Daardoor wordt namelijk zowel de weg tot de vergeving als tot de genezing geblokkeerd. De

schrikbarende toename van de zelfmoordgevallen in onze dagen kon er wel eens alles mee te maken hebben dat de zonde gewoonlijk wordt vergoelijkt of zelfs meer als deugd dan als zonde wordt aangemerkt. Dan heeft het Evangelie haar kracht verloren.'

Eindeloze herhaling

Het is telkens weer nodig dat christenen doordrongen zijn in welke samenleving wij leven. 'Wij weten dat wij uit God zijn, en dat de gehele wereld in het boze ligt', schrijft Johannes in zijn eerste zendbrief. Dat houdt in dat een program om de wereld te hervormen niet succesvol kan zijn, maar wel dat christenen de Zoon van God kennen mogen, die de Waarachtige is en het eeuwige leven geeft.

Onze samenleving krijgt meer en meer trekken van het Romeinse rijk. In dat rijk waren er stoïci die beweerden dat het niet om de lengte maar om het gehalte van het leven gaat. Wanneer men ongeneeslijk ziek is of veel pijn lijdt, wanneer er andere redenen toe zouden zijn, getuigt het van 'onmannelijke lafheid om de dood te vrezen' en niet jezelf het leven te benemen. Gedachten die vooraanstaande bewindslieden in het paarse kabinet de afgelopen jaren in eigen bewoordingen tot de hunne hebben gemaakt. De wijsgeer Seneca ging nog verder, toen hij zei: 'Wie het vervelend vindt om nog langer te lopen in de tredmolen van het leven, dat één eindeloze herhaling is van eten, slapen en zingenot, hij dode zichzelf!' In deze wereld hebben christenen Christus verkondigd en beleden dat een leven voor Hem verwachting geeft. De godsvrucht geeft winst voor dit en het komende leven. 'Hetzij we leven, hetzij we sterven, we zijn des Heeren.' Dat betekent een principieel andere gerichtheid, als het gaat om materiële zaken. Christenen zouden best eens wat tegendraadser mogen zijn in een tijd van luxe ën commercialisering, waarbij het schijnt dat genoegens in dit leven eindeloos vergroot moeten worden. Zo alleen kunnen we onze medemens dienen, en tegelijk altijd goede moed hebben.

Die houding vraagt ook daadwerkelijk dienstbetoon, in omzien naar de ander, in het meeleven met hen die we onze naaste mogen noemen, in de openheid die er in de christelijke gemeente is voor degenen die buiten zijn. Daarbij mogen we ons inzetten in en voor hospice-huizen, ons sterk maken voor palliatieve zorg en betrokken zijn op hen die vastlopen in de raadselachtigheid van het leven. Laten we hierin maar geen groots program formuleren, maar gewoon doen wat onze hand vindt.

Wat in deze wereld hoop heet, blijkt geen blijvende vrede te geven. De christelijke hoop wortelt in de opstanding van de Zoon van God, die daarmee de dood overwon en het eeuwige leven verwierf. Ons land en onze tijd heeft het Evangelie nodig, heeft christenen nodig die daarvan getuigen, in bewogenheid met degenen die ten dode wankelen.

P. J. VERGUNST

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 22 augustus 2002

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Onbehagen over het leven

Bekijk de hele uitgave van donderdag 22 augustus 2002

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's