Thematische doordenking
EEN NIET-THEOLOOG OVER THEOLOGISCHE THEMA'S [3]
Ik u; il hier de lijnen ook doortrekken naar theologische of andere, aan theologie verwante thema's. Wie zich een brede bodem heeft verworven van theologische kennis, ook al is het dan geen directe vakkennis, kan op die bodem zoals gezegd torentjes zien ontstaan, waarin wat meer dan gemiddelde kennis kan worden ontwikkeld. Daar komt dan ook een zekere eigen voorkeur te liggen.Zo ongemerkt heb ik eigenlijk die thema's al aangegeven. Als men zich een en ander heeft verworven op bepaalde deelthema's, is niet alles wat er nog over verschijnt interessant. Studium continuum, doorgaande studie vraagt onderscheiding en dus ook onderscheidingsvermogen. Ik ga nog even drie thema's langs.
1. Geloof en wetenschap
Toen in de zestiger jaren de discussie losbrandde aan de VU over de verhouding van geloof en natuurwetenschap, met op dë achtergrond het geding over de kwestie-Geelkerken in 1926 aangaande de sprekende slang, las en bestudeerde ik zo ongeveer alles wat er over dit thema verscheen, met vooral de wisselwerking tussen de natuurwetenschappelijke faculteit en de theologische, met Kuitert en Lever vooraan. Voorop ging Creatie en evolutie van de bioloog Lever, en zijn Waar blijven we? en Kuiterts reactie daarop Verstaat (jij wat gij leest? Toen volgde de reactiebeweging, die ontstond in het creationisme, met De Zondvloed van A. M. Rehwinkel en de ware zondvloed aan Amerikaans-fundamentalistische literatuur, die Nederland overstroomde; en te onzent Willem J. Ouweneel met zijn boek over De Ark.
De studiezin over dit thema bereikt echter een verzadigingspunt als er weinig 'nieuws' meer verschijnt. Al moet men wel proberen theologisch bij te blijven, met name waar het gaat om het doorvertalen van de Schrift naar de eigentijdse vragen.
Ik moet eerlijk bekennen dat ik op Kuitert snel uitgekeken raakte. Die lees ik niet meer. Ik lees wel wat anderen over hem schrijven. Berkhof daarentegen, 0. a. met zijn Christus, de Zin der geschiedenis en zijn Christelijk geloof bleef mij heel sterk boeien. We hebben nogal eens gecorrespondeerd.
Verder bracht prof. dr. A. van de Beek met zijn boek over De Schepping nieuw leven in de brouwerij. Dan pak ik de oude draad weer op.
Vandaag laait de discussie opnieuw op, nu het vanouds creationistische blad Bijbel en wetenschap een koerswending doormaakt en is opgegaan in een nieuw orgaan Ellips. Nu slaat de discussie óver en de bezinning óp het Schriftgezag ook over op de gereformeerde gezindte in engere zin. Daarom pak ik het thema vandaag weer (op)nieuw op. Het raakt de fundamenten van ons christelijk geloof, van onze gereformeerde traditie. Studium continuum dus, waarbij je terug kunt vallen op watje verworven hebt.
2. De theocratie
Ik neem het woord theocratie maar als trefwoord voor de belijdenis aangaande God, die de geschiedenis leidt en waarvan Christus de Zin is, om met een boek van Berkhof te spreken. Er is vandaag een herwaardering of een opwaardering van Groen van Prinsterer gaande. Hij is voor vandaag actueel voor het politieke leven - in antwoord op 'paars' - en voor het kerkelijke leven als het gaat om 'gaan' of'blijven'. Groen blijft voorwerp, liever onderwerp van studium continuum.
Hier blijft echter het levenswerk van A. A. van Ruler voor mij zelf bron van studium continuum, met name omdat hij de theocratische gedachte poneerde in een tijd waarin het corpus christianum al aan de uitholling was prijsgegeven. De cultuurvragen echter in het licht van de theocratie, met de ethische consequenties daarvan, vragen eigentijdse theologische doordenking en bestudering. Proefschriften op dit terrein laat ik niet ongelezen.
Op een of andere wijze heb ik ook altijd een zekere allergie gehad voor de bestudering van wat over de Europese cultuur gaat, vooral bij wie ik gemakshalve maar noem doem-profeten; d.w.z. diegenen die de Untergang des Abendlandes voorzegden. Daarin spelen ongetwijfeld oorlogsindrukken uit mijn kinderjaren mee.
3.Israël
En dan ten slotte Israël. De wereld zelve kan de geschreven boeken nauwelijks bevatten. Juist hier geldt het advies van Gerssen om veel ongelezen te laten, als men maar een aantal fundamentele werken heeft gelezen. Gerssens dissertatie behoort ertoe, Het zionisme en de christelijke theologie. Maar wie zich met Israël bezighoudt, kan niet heen om joodse literatuur. Als de Statenvertalers aan de voeten van de rabbijnen hebben gezeten, is men ook vandaag in goed gezelschap wanneer men rabbinale literatuur bestudeert en men met hen in het Leerhuis gaat.
Ontmoetingen met het levende jodendom vandaag hebben mij bij veel lezenswaardige lectuur gebracht. Israël is voor mij een gebied van studium continuum, omdat de kerk niet zonder Israël kerk is en vanwege Gods ongekende gang naar Zijn toekomst. Israël in vier componenten: het volk, de religie, het land en de staat. En dat alles
in relatie tot ons christelijk geloof. Men moet zich daarbij niet alleen bezighouden met joden die al dood zijn of die nog geboren moeten worden, maar vooral ook met het levende jodendom. Wat de theologie betreft noem ik David Flusser, de joodse nieuwtestamenticus. Maar verder ook: Wat heeft Auschwitz aangericht? Men leze de boeken van Elie Wiesel, De Nacht, De Dageraad en De Dag. Hoe is dat theologisch doordacht? Bij Hans Jansen, prof. dr. F. O. van Gennep. Theologische literatuur te over.
Methode
Het kan niet mijn bedoeling zijn om hier een compleet beeld te geven van thema's waarmee ik me bezighield. Ieder zal hier zo z'n eigen thema's neer kunnen zetten. Een zekere breedte in theologische bezinning - ik zei het al - is vanwege de actualiteit van het leven van mens en samenleving intussen aan te bevelen.
Mijn functie heeft met zich meegebracht, dat ik regelmatig tot studie genoopt werd. Voor bepaalde opdrachten - het schrijven van bijdragen in boeken of het houden van lezingen over theologische thema's - betekende dat uiteraard dat er echt tijd voor moest worden uitgetrokken. Soms nam ik een studieweek; tussen kerst en nieuwjaar altijd. Ik heb daarbij het voorrecht gehad dat ik jarenlang een orgaan mocht dienen waarin ik mijn pennenvruchten kwijt kon. Daarbij passeerden mij vele boeken, tijdschriften, theologische en kerkelijke bladen, zodat er ook zoiets was als het spelenderwijs vergaren van theologische kennis. Ik zeg 'spelenderwijs'. Studie is spel en ernst. Het was geen 'must', hoewel in zekere zin ook wel, het was vooral een 'may' een mogen. De weerslag daarvan was in artikelen te vinden.
De beste manier om zich de dingen eigen te maken, is nog altijd ze op schrift te stellen. Dan ordent men de gedachten, men is gedwongen de details nog eens op te zoeken, men wordt ook vaak gedwongen het verleden op te halen, omdat er al zovelen voor je zijn geweest die over de zaken hebben nagedacht.
Doorgaande studie vraagt historisch besef. Anderen rekenen je er bovendien op af - en terecht - wanneer wat je schrijft inhoudelijk niet verantwoord is. Maar afgezien van het al of niet schrijven van artikelen: het opschrijven en systematiseren op zich heb ik altijd als heel vruchtbaar ervaren om verworven kennis vast te leggen. Daarvan plukt men later de vruchten. Ooit' bestudeerde ik de opkomst van Mussolini in Italië. Toen in verband met Pim Fortuyn regelmatig diens naam viel, had ik terug kunnen grijpen op een artikel, gegrond op die studie, dat ik ooit in Wapenveld schreef over de opkomst van het fascisme.
Studiesecretaris
Het verzoek voor deze inleiding was mede ingegeven door het feit dat ik een jaar lang studiesecretaris was van de Gereformeerde Bond en die functie nu heb afgerond. Daarover valt niet zoveel nieuws meer te zeggen. Die functie was in zekere zin in lijn met de vorige functie. De artikelen in de Waarheidsvriend gingen door. Studieopdrachten over bepaalde actuele thema's waren er al eerder. Schetsen voor de jaarlijkse ambtsdragersvergaderingen zijn door mij de jaren door ge-, maakt voor elk van de zes lectores die lezingen hielden in de onderscheiden regio's. Zulke opdrachten gingen door. Momenteel is een notitie binnen het hoofdbestuur in doordenking over 'Kerk en Israël'.
In het laatste jaar kon ik eindelijk ook een begin maken met de uitvoering van een jarenlange wens, namelijk om iets te boek te stellen van wat in de Hervormde Kerk - en de kerken daaromheen - omging na de Tweede Wereldoorlog. Gereed kwam een vervolg op Delen of helen? , een 'Kroniek van Hervormd Kerkelijk leven in en met de Gereformeerde Bond van 19 51 tot 1981' (het eerste deel ging van 1906 tot 1951). Dat is geen systematische, thematische beschrijving, maar een kroniekmatige: van jaar tot jaar, voor de voet op, met aardige en onaardige dingen, samenvattingen van artikelen of (gedeeltelijke) weergave ervan, met name ook over actuele theologische thema's.
Bezig ben ik intussen met een systematische, thematische beschrijving van wat kerkelijk aan de orde was; óók van 1906 tot 1951. In zes hoofdstukken: Een proloog (de tijd voorafgaande aan de kerkorde), De weg van het belijden, De weg van het apostolaat, De weg van de oecumene, De weg van Samen op Weg, De eigen weg van de hervormd gereformeerden. Zo'n boek begin je niet als er niet een theologisch of kerkhistorisch grondje voor aanwezig is, gelegd langs de weg van studium continuum, ook geleerd in de praktijk. Ik hoop dat het me gegeven is dit boek binnen redelijk afzienbare tijd te voltooien. Sub conditione Jacobi dus.
Ter afsluiting
Dit was het dan. Er is een bekende definitie aangaande een specialist in de wetenschap: iemand die steeds meer weet van steeds minder, totdat hij alles weet van niets. Tot die categorie behoren niet velen. Ik zeker niet. Ik weet me eerder te behoren tot die categorie die, naarmate men meer kennis neemt van steeds meer, ook in de theologie, tot de conclusie komt dat men eigenlijk zo goed als niets weet van alles. Het kennen is ten dele. Daarover moet men van tijd tot mediteren. Studeren en mediteren is de treffende titel van de bundel gedichten van wijlen ds. F. Kijftenbelt. Studeren zonder mediteren betekent dat een studiosus aan zichzelf niet toekomt. En klaar komt hij toch nooit.
We blijven door een spiegel als in raadselen zien. Als het kennen ophoudt, verdwijnen ook de raadselen. God alles en in allen. Dat is het eindstation voor alle wetenschap. Dan ken ik in diepere zin, zoals ik gekend ben.
V.D.G.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 22 augustus 2002
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 22 augustus 2002
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's