Globaal bekeken
e midden van een veelheid aan godsdienstige gemeenschappen in Amsterdam prijkt in een boekje Religie in Amsterdam (Ten Have, Baarn) de Noorderkerkgemeente, (als enige) aangeduid als Nederlands (i.p.v. Nederlandse) Hervormde Kerk (i.p.v. hervormde gemeente). Hoewel de tekst ook niet vlekkeloos is nemen we het bericht aangaande de Noorderkerk hier over:
'Ds. C. uan Duijn is geboren op 17 september 1960. Eerder was hij predikant te Hei en Boeicop en in Kampen a/d IJssel.
Zijn huidige gemeente draagt de naam uan Noorderkerkgemeente. Deze gemeente is zou/el
een geografische wijkgemeente als een mentale wijkgemeente uan de Gereformeerde Bond. De Nederlands Hervormde Kerk komt uoort uit de Reformatie uan de zestiende eeuiu. Ze kreeg haar naam bij het Algemeen Reglement uan 1816 en is de oudste en grootste protestantse kerk in Nederland. Uit de uele richtingen die zich in de loop uan de tijd bij deze Kerk hebben aangesloten, zijn een uiertal uerschillende stromingen ontstaan.
Dit betreft de Vereniging uan Vrijzinnig Heruormden in Nederland, die mee wil gaan met de tijd; de Confessionele Vereniging, die zelf geen afgesloten groep wil zijn binnen de kerk; de Gereformeerde Bond, die terug wil naar de belijdenis uan de Synode uan Dordrecht (1619); en een middengroep die wel middenorthodox genoemd wordt.
Van de Nederlands Heruormde Kerk is 13% uan de beuolking lid. Momenteel maakt de kerk deel uit van het Samen op Weg-verband met de Gereformeerde Kerken in Nederland en de Lutherse Kerk. Ongeueer 20% uan de beuolkingrekent zich momenteel tot de Sa men op Weg-kerken in Nederland.
De Noordermarktgemeente telt ± 300 leden. In de kerk aan de Noordermarkt is elke zondag een uiering om 10.00 uur en om 19.00 uur. ledereen is welkom.
M ijn ziel keert zich stil tot God is de titel van een recent uitgegeven bundel (Ten Have, Baarn) met veertien meditaties over de Psalmen van Dietrich Bonhoeffer, de Duitse theoloog, die vlak voor de bevrijding werd gefusilleerd. Uit een preek over de Psalm, waaraan de titel is ontleend (Ps. 62 : 2) volgen hier enkele fragmenten:
'Wat zullen we uan die ziel zeggen? Ze is het leuen dat God ons geschonken heeft. Ze is datgene wat God in ons heeft liefgehad, wat hij uit zijn eeuwigheid heeft beroerd. Zij is de liefde in ons en het verlangen en de heilige onrust en de verantwoordelijkheid en de uroljjkheid en de pijn. Zij is de goddelijke adem, geblazen in een vergankelijk wezen. Mensje hebt een ziel. Dat is geen woord van een zoete jeugdherinnering, geen droom, maargetrouwe werkelijkheid, en daarmee tegelijkertijd een zware, ernstige uerantwoordelijkheid die ons is opgelegd en waaruoor wij ooit in de eeuwigheid moeten instaan. Nu is het misschien zo dat er mensen zijn die best wel weten dat ze een ziel hebben, maar ach: wat is er door de jaren heen uan terechtgekomen! Een onrustig, uerward, geplaagd en moedeloos iets, heen en weer geschud door de dingen des leuens, waar we geen raad mee weten. Deze ziel botst op het woord: mijn ziel keert zich stil tot God. Het is de stilte uan de ziel waarover wij het nu in het bijzonder willen hebben.
En ondanks het feit dat er maar weinig mensen zijn die er nog een mening over hebben, zijn er toch ook die iets weten uan het stil zijn uoor God. En dan niet zomaar stil zijn, zoals je stil kunt zijn om een boek of een lied, nee, stil worden uoor Gód.
Mijn ziel keert zich stil tot God. Wat betekent dat? Het is zo groots en heilig, dat men slechts in menselijke beelden daarover kan spreken. Mijn ziel keert zich stil tot God. Zoals de zuigeling aan de moederborst verzadigd en stil wordt en bij haar de ueruulling uan al zijn wensen uindt, zoals de jongen stil wordt uan zijn idool, zoals het huilende kind uerlangt naar de zachte hand uan zijn moeder op zijn hoofd, zodat alle verdriet verdwijnt, zoals de jonge vrouw stil wordt als ze denkt aan de geboorte uan haar eerste kind en het moederschap, zoals de man die zijn passie en onrust gestild ziet in de ogen uan zijn geliefde vrouw, zoals de uriend stil wordt uan de ogen uan zijn boezemuriend, zoals de zieke rustig wordt uan de arts, zoals de oude uan dagen uoor het aangezicht uan de dood, zoals wij allen uit eerbied en huiver verstommen voor de natuur als wij naar de sterren kijken. Zo moet onze ziel voor het aangezicht van God stil worden. Stil uan al haar onrust en haast. Bij God moet ze haar dorst stillen. Hier moet haar lust zaligheid worden. Hier moet ze de vervulling van haar verlangen vinden. Hier moet ze in de hitte uan de dag rust uinden in de beschutting uan de schaduw uan de hand uan God. Hier moet ze afwerpen alle last en bezwaren en vrij en rustig worden voor het aangezicht uan God. Hier moet ze verstommen en zwijgen in aanbidding en huiver. Mijn ziel keert zich stil tot God. Stil worden betekent werkelijk niet meer in staat zijn iets te zeggen, alsof een vreemde, maar uertrouwde hand op onze lippen wordt gelegd en ons maant te zwijgen. Stil worden betekent zalig zijn met het oog op hetgeen verlangd en bemind wordt. Het betekent capituleren voor de ouerwacht van de ander. Het betekent een ogenblik niet meer naar jezelf kijken, maar alleen nog maar naar de ander. Het betekent echter ook wachten, wachten op de ander die ons iets te zeggen heeft. Stil zijn voor God betekent hem het recht geven het eerste en laatste woord over ons uit te spreken, wat het ook zal zijn, uoor de eeuwigheid. Het betekent ook zichzelf niet uiillen rechtvaardigen, maar willen luisteren of God iets tot onze rechtvaardiging wil zeggen. Stil zijn betekent niet zonder daden zijn. Integendeel, het betekent het inademen uan Gods wil. (...)
Mijn ziel keert zich stil tot God, van Hem is mijn heil. Gods uren zijn uren uan hulp en troost. God heeft op iedere nood uan onze ziel een antwoord klaar. En dit antwoord is altijd hetzelfde, aan wie dit antwoord ook gegeven wordt. Aan de man die zich weet te redden uit de haast en onrust uan alledag. Aan de zieke, die in zijn jammer voor God komt te staan. Aan hem die de dood van een geliefde beweent. Aan mensen die zich ergens schuldig aan hebben gemaakt. Aan de man, de urouw, de oude uan dagen, of het kind. God zegt altijd: ik heb je lief. In het uuur uan de liefde uan God uerbrandt af het onechte en slechte in de mens. En dat doet zeer. Stil worden voor God betekent klein worden uoor hem. Betekent ook de pijn van berouw voelen. Maar al met al overheerst de vreugde uan de liefde en de genade. Mijn ziel keert zich stil tot God, van Hem is mijn heil. Als onze ziel de weg tot hem heeft gevonden, dan helpt hij; daar mogen we zeker uan zijn. Stil luister ik naar zijn Woord en drink het diep in. Het zegt: ik heb je lief, mensenkind, blijf bij mij, ik ben je Vader. (...)'
V.D.G.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 29 augustus 2002
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 29 augustus 2002
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's