Boekbespreking
Karei Hanhart, Het open graf. Marcus' nieuwe versie van de opstanding. Uitgeverij Meinema, Zoetermeer 2002, 268 blz., € 25, -.
Uitgangspunt van deze uitvoerige studie is de visie dat we in het evangelie van Marcus te maken hebben met een joodse midrasj, geschreven na 70, de verwoesting vaUstC^*" tempel. Marcus zou een oudere versie van het evangelie herschreven hebben. Marcus 16 spreekt niet over een lichamelijke opstanding en een leeg graf, maar is een midrasj op Jesaja 22. Het geopende graf ziet op de verwoeste tempel. Marcus troost zijn lezers dat na 70 de Mens der belofte vanuit Galilea toch de volken regeert.
Met deze Mens der belofte, de Mensenzoon van Dan. 7, is Jezus en zijn lichaam, de gemeente bedoeld. Tegenspeler is Jozef van Arimathea, in wie de auteur de trekken ontwaart van de historicus Josefiis. Judas is een fictieve figuur die staat voor de vijandige hogepriesters. Met behulp van een structuuranalyse, een retorische en een historischkritische lezing van de Schrift probeert de auteur zijn stelling te onderbouwen. Zijn diepste motiefis eèn anti-joodse uitleg tegen te gaan. De historische lezing van het verhaal van kruis en opstanding leidt tot een anti-joodse uideg en blokkeert de dialoog met het jodendom.
Dat de auteur zich tegen het anti-judaïsme verzet is te prijzen. Maar de prijs is wel hoog. De lichamelijke opstanding als heilsfeit verdwijnt in de nevels van een symbolische lezing. Ook bij Hanhart heb je het gevoel dat de teksten in een schema geperst worden. Heeft de val van Jeruzalem in 70 voor de christenen inderdaad die impact gehad die de auteur aanwijst? Ik kan dat uit de tekst zoals die voor ons ligt niet opmaken. De auteur schrijft boeiend, is goed thuis in de geschiedenis van de eerste eeuw, maar de wijze waarop hij over Petrus, Jozef van Arimathea, Flavius Josefus, Matthias en andere personen schrijft is wel erg fantastisch. Ook de gedachte dat met de geliefde discipel Paulus bedoeld is lijkt me eerlijk ^ gezegd absurd. Je moetje dan toch ver van een historische lezing bewegen.
Hier en daar lijkt Hanhart ook aan te voelen dat zijn gedachten wel erg speculatief zijn en wijst hij op het hypothetische van zijn beschouwingen. Interessant zijn de passages over de joodse liturgische kalender, maar of ze de sleutel vormen tot het verstaan van het opstandingsevangelie is voor mij de vraag. Mijn hoofdbezwaar is dat er van het zelfverstaan van de evangelisten als gezaghebbende getuigen van de boodschap van Jezus nauwelijks iets overblijft. De betekenis van Jezus' heilswerk wordt toch eigenlijk een creatie van inventieve evangelisten. Maar op die manier haal je het fundament onder het geloof van de gemeente weg.
A. NOORDEGRAAF
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 29 augustus 2002
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 29 augustus 2002
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's