De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

De zwaksten niet vergeten

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

De zwaksten niet vergeten

MENSEN MET EEN HANDICAP [2]

8 minuten leestijd

Voor de gemeente van Christus worden in de Heilige Schrift heel wat beelden gebruikt: de kudde van de goede Herder, de ranken aan de Wijnstok, de bruid van de Bruidegom, en gaat u zo maar door. Een bij de apostel Paulus zeer geliefd en meer gebruikt beeld is: het lichaam van Christus. Dat beeld wordt in i Korinthe 12 gebruikt om de verscheidenheid van de geestelijke gaven binnen de gemeente uit te leggen. Ieder deel van het lichaam, ook het meest onopvallende is nodig voor de eenheid van het lichaam.

Al die eerder genoemde beelden geven een relatie aan. Een rank bestaat niet zonder wijnstok; een bruid kan niet zonder bruidegom. Zo kan het lichaam niet leven zonder een hoofd. En het Hoofd van het geestelijke lichaam dat is Jezus Christus, de verheerlijkte, Zelf! De gemeente bestaat in en door haar Heere! Zijn aanwezigheid en werking is absoluut noodzakelijk voor het leven van al de Zijnen. Wordt om één of andere reden de verbinding verbroken tussen Hoofd en lichaam, dan is het lichaam een lijk geworden. De Geest van Christus is het, die het lichaam leven doet. En die Geest wil binnen de gemeente Zich van mensen bedienen om het geestelijke leven gestalte te geven.

Paulus ziet in dit verband de ambten in de gemeente dan ook als een 'hoofdzaak'. De Geest roept mensen en stelt hen in dienst van de gemeente. De Heere Jezus heeft drie ambten: Profeet, Koning en Priester. Die drie ambten stelt Hij ook in Zijn gemeente, Zijn lichaam. De dienaren des Woords staan in dienst van de mond van het Hoofd. Hij spreekt in hun prediking. De ouderlingen zijn de oren van het Hoofd. Zij luisteren in Zijn naam naar en leiden de kudde. De diakenen zijn Zijn ogen om rond te zien waar verdriet is, of hulp nodig.

Verbinding

In het menselijk lichaam wordt de verbinding tussen het hoofd en alle overige organen gevormd door het centrale zenuwstelsel. Vanuit het hoofd lopen de fijnste 'kanaaltjes' tot werkelijk alle organen en ledematen. Het kanaal waardoor die levenwekkende signalen door het lichaam verspreid worden, zo heeft vooral Calvijn uitgelegd, is: het Woord. Hij noemde de Schrift 'het voertuig van de Geest'. Zonder dat zenuwstelsel is de gemeente verlamd, door onmacht ten goede. Ja, zelfs: dood. Langs dat kanaal stromen de zegeningen van de Borg en Middelaar de gemeente, en de christen persoonlijk, binnen. Laten wij dat toch nooit vergeten hoe noodzakelijk het leven uit het Woord is.

Waartoe wekt het Hoofd alle ledematen? In het gewone lichaam is dat: reactie. De hersens regeren, de ledematen reageren. In het geestelijke lichaam, de gemeente, is de actie, die uitgaat van het Hoofd: liefde. Liefde, die de dood verdrijft, omdat zij de oorzaak daarvan, de zonde, verzoent. Het Hoofd stuurt Zijn liefde door heel Zijn lichaam heen. De reactie daarop is van al die leden: geloof, hoop en liefde. Zie maar in het volgende hoofdstuk 1 Korinthe 13. Nu wil ik het in dit artikel niet zozeer hebben over geloof en hoop, als reacties op Christus' beloften, gegeven in het Woord. Al blijft het levensnoodzakelijk ons te beproeven op de vraag hoe wij aan Hem verbonden zijn, die ter rechterhand van Zijn Hemelse Vader zit. Geloof ik onvoorwaardelijk Zijn Woord en hoop ik op Zijn toezeggingen?

Toch wil ik hier vooral met u zien naar de derde reactie op de levensprikkels die van het Hoofd uitgaan. Dat is immers de meeste van deze drie: de liefde (1 Kor. 13 : 13). De gemeente mag dan belijden: 'Wij hebben Hem lief, omdat Hij ons eerst heeft liefgehad'.

Verbondenheid

Die liefde is allereerst liefde tot het Hoofd Zelf. Liefde tot God is allereerst dankbaarheid voor Zijn genade. Paulus gaat zelfs die liefde bezingen. 'Al ware het dat ik de talen der mensen en der engelen sprak, en de liefde niet had, zo ware ik een klinkend metaal of luidende scfiel geworden...' (1 Kor. 13 : 1 en volgend).

Die liefde is ook de drijfveer voor de onderlinge liefde in het lichaam van Christus. Alleen samen kunnen de leden, in de gemeenschap der heiligen, één lichaam zijn. Zij hebben elkaar ook hard nodig en zij zijn op elkaar aangewezen. Zij lijden met elkaar mee. Dat is iets heel anders dan medelijden hebben. Meelijden is: delen met de ander. Een splinter in je vinger, betekent pijn voor het hele lichaam. Het omgekeerde geldt ook. De gedeelde vreugde is dubbel! Onze catechismus zegt over die eenheid van de gemeenschap der heiligen zo prachtig: 'Elk moet zich schuldig weten zijn gaven ter nutte en ter zaligheid der andere lidmaten gewillig en met vreugde aan te wenden.' Talenten, op welk gebied dan ook, mogen en moeten met elkaar gedeeld worden. De Heere, die Zijn dicipelen de voeten gewassen heeft, heeft gezegd: 'Zo zijt ook gij schuldig elkanders voeten te wassen' (Joh. 13 : 14b).

Zwaksten het belangrijkst

In 1 Korinthe 12 werkt Paulus een gedachte uit, die de kerk in de loop der eeuwen helaas erg vergeten is: de leden geven elkaar gelijke zorg. Daarmee wil allereerst gezegd zijn dat alle leden van het lichaam principieel gelijk zijn, in de zin van: gelijkwaardig. Jong/oud, blank/bruin, man/vrouw, gezond/ziek, verstandelijk begaafd/anders begaafd, in de gemeente zijn zij allen gelijk: namelijk medelidmaat van hetzelfde lichaam. De zwakste leden, en de meest onooglijke, zegt Paulus zelf, die zijn nodig! De gemeente vergeet zo snel hen die niet opvallen, omdat zij minder welbespraakt zijn. Niet ieder staat of zit vooraan, maar ieder is even nodig. Alleen samen, ook met hen die een handicap hebben, kunnen wij één lichaam zijn. Ik las ergens: 'De ander, die geholpen wordt, heeft een even belangrijke inbreng als degene die helpt. Door ons helpen en zorgen kunnen wij de ander tot zijn recht laten komen'. In de folder 'Gelijke zorg, over de plaats van de verstandelijk gehandicapte in de gemeente', klinkt de indringende vraag: 'Zou het misschien wel eens zo kunnen zijn dat God gehandicapten aan de gemeente schenkt, omdat we van hen zoveel kunnen leren? Wie komt in de omgang met verstandelijk gehandicapten niet onder de indruk van de hartelijke liefde en trouw waarmee ze God en hun naaste kunnen liefhebben? Wie de gehandicapten in de gemeente van Jezus Christus veronachtzaamt, die doet én zichzelf én de gèmeente grote schade aan.'

Hoe vorm te geven?

In heel veel grotere hervormd-gereformeerde gemeenten zijn er speciale catechisatiegroepen voor mensen met een handicap. Soms is er zelfs een eigen jeugdclub of bijbelclub. In sommige streken wordt dit werk per regio of classis gedaan. Het wordt door deelnemers, predikanten en leidinggevenden als iets heel moois ervaren. Maar zijn er geen mogelijkheden te vinden om hen meer in de gemeente te integreren? De gemeente zelf merkt er zo soms zo weinig van en leert er ook niets uit. Als gehandicapten (soms) mee kunnen doen aan de 'gewone' catechisatie en het jeugdwerk, dan werkt de zegen naar twee kanten. Diep indrukwekkend waren die keren dat in onze gemeente, goed voorbereid, mensen met een handicap belijdenis aflegden 'gewoon in de groep'. De uitleg van de moeilijke vragen met het oog op de minder met verstand begaafde lidmaten deed de hele gemeente beseffen dat de Heere van ons een • welgemeend 'ja' op Zijn beloften verwacht en geen dogmatisch geredeneer. Als het Heilig Avondmaal bediend wordt, mag ik een spastisch gehandicapte vrouw helpen door de beker voorzichtig aan haar mond te zetten. Persoonlijk heb ik op zo'n moment het gevoel nog dichter bij Hem te mogen staan, die de Zijnen de beker aanreikte dan bij de bediening van het sacrament aan hen die zelf de beker der verlossing mogen opnemen. Een gemeente die de gehandicapte leden niet aan de kant laat staan, maar echt in hun midden opneemt, wordt er zelf alleen maar rijker van. De Heere Jezus zei het van de kinderen, maar het geldt evenzeer voor de mensen met welke handicap dan ook: 'Verhinder ze niet! Laat hen tot Mij komen.'

Om kerkenraden, predikanten, leidinggevenden aan catechese en clubwerk en ieder die omgaat met verstandelijk gehandicapten, bij te staan en te stimuleren in het omzien naar elkaar, sloegen kortgeleden de Hervormd- Gereformeerde Jeugdbond, de Nederlandse Hervormde Zondagsscholen-

bond op g.g. en de vereniging 'Op weg met de ander', de handen ineen en richtten het 'Loket Gelijke Zorg' op. Ieder die meer wil weten over mogelijke gemeenteactiviteiten met en voor mensen met een handicap, kan terecht bij het landelijk bureau van de vereniging 'Op weg met de ander', Bergweg 6, 3701JK Zeist, tel. 030-6932827.

H. HARKEMA, ONSTWEDDE

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 29 augustus 2002

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

De zwaksten niet vergeten

Bekijk de hele uitgave van donderdag 29 augustus 2002

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's