Niemand gelijk Gij
EEN JAAR NA ELF SEPTEMBER
De twintigste eeuw, dat zou het tijdperk uan niet eerder gekende vrede en voorspoed worden, maar terugziende spreken we over de meest gewelddadige eeuw in de geschiedenis van de mensheid. In het eerste bijbelhoofdstuk na de zondeval lezen we al dat er een stem van bloed tot God roept van de aardbodem, en die stem heeft de ajgelopen honderd jaar krachtiger geklonken dan ooit. Joden en Chinezen, tegenstanders van Hitier, Mao en Pol Pot, Rwandezen en Kroaten, soldaten en verzetsstrijders - allemaal schakels in een oneindige ketting van moord en terreur. Zou een nieuwe eeuw anders worden? Het is volgende week een jaar geleden dat ook die vraag beantwoord kon worden. Elf september, de datum die een begrip werd.
Een jaar na dato wordt gezegd dat de wereld haar wonden al wel weer gelikt heeft, met uitzondering van degenen wier leven onherstelbaar op een ander spoor gekomen is en die blijvende verliezen in de persoonlijke levenssfeer geleden hebben. Al tref je een natie in zijn economische hart, dan nog is het zaak de belangen van de beurs zo snel mogelijk weer op de rails te hebben. Met de titel van hun boekje De andere wereld na 11 september geven de journalist Ype Schaaf en de hoogleraar missiologie Jan Jongeneel echter terecht aan dat we sinds de tweede dinsdag in september van 2001 in een andere wereld leven.
Voor alles zijn de gebeurtenissen aanleiding tot voortgaande bezinning over de zekerheid van ons bestaan en het lijden in deze wereld. Als de fundamenten van een cultuur in enkele uren omvallen, dringt het besef door dat kwetsbaar evenwicht de huidige wereldorde kenmerkt. De evangelist dr. John Blanchard zegt het in de onlangs uitgekomen brochure Waar was God op 11 september? zo: 'We verdoen zoveel tijd met alledaagse dingen als mode, sport, het kiezen van een vakantiebestemming, beslissen in welk restaurant we gaan eten, behang uitzoeken. Maar als een grote ramp de krantenkoppen haalt, een ernstig ongeluk of ziekte ons treft, worden al die dingen plotseling onbelangrijk en gaan we serieus nadenken over de zekerheid van ons eigen sterven en wat daarop volgt.' In die zin noemt hij 11 september een wekker, die waarschuwt dat het kwaad realiteit is en het leven kort en kwetsbaar. In verband hiermee staat het lijden, door de Engelse verdediger van het christelijk geloof C. S. Lewis ooit Gods megafoon genoemd, bedoeld om een dove wereld wakker te roepen. Een beeld dat heel toepasselijk is voor de ellende, die de vliegende bommen in Amerika aanrichtten. Daarbij mogen wij met de titel van een lezing van Van Ruler uit 1941 (!) zeggen: Wij staan als christenen in een wereld in Gods hand.
Religie en politiek
Nederland behoort zonder meer tot de landen, waar de gevolgen van de aanslag op de Twin Towers in New York in het publieke leven groot geweest zijn. Rond Prinsjesdag vorig jaar zat de toenmalige premier Kok op het kussen van de economische meevallers en werd de discussie gevoerd of zijn kroonprins Melkert danwel WD-leider Dijkstal het Catshuis zou gaan bewonen. Inmiddels hebben beiden de politieke arena moeten verlaten, ligt de populaire politicus Pim Fortuyn in een Italiaans praalgraf en bracht het betrouwbare imago van Balkenende het CDA terug in de - onstabiele - regering.
Belangrijker nog dan deze feiten is de gevoerde discussie over de verhouding tussen religie en politiek, over de plaats van een godsdienstige overtuiging in het openbare leven. Dat gesprek staat hoog op de agenda. De Raad van Kerken schreef na de verkiezingen aan informateur Donner 'dat religie een positieve kracht kan zijn die mensen stimuleert om zich in te zetten voor anderen. Religieuze gemeenschappen vormen voor veel mensen een sociaal verband, waardoor vereenzaming en maatschappelijk isolement voorkomen kunnen worden.' Waar herkennen we dit niet, als de gemeente als gemeenschap functioneert? Ondertussen is de godsvrucht ook winst voor het toekomende leven. Eind augustus sprak de Amsterdamse burgemeester Cohen met vertegenwoordigers van deze Raad en van de pinksterkerken in de hoofdstad, nadat hij in zijn nieuwjaarstoespraak al gewezen had op het belang van religies voor de integratie van minderheden en voor het maatschappelijk gesprek. 'Zonder moskeeën, tempels, kerken en synagogen lukt het niet', zei hij, de kerken daarbij middenin zijn rijtje plaatsend en zo voorbijgaand aan de eeuwenlange betekenis van het christelijk geloof voor ons land. Wellicht is het feit dat de hoofdstad bijna zoveel moslims als christenen telt, voor hem meer doorslaggevend. Cohen overlegde met de kerken wat zij kunnen doen in de bestrijding van de angst van stedelijke bevolkingsgroepen voor elkaar. Joden durven bijvoorbeeld op straat geen keppeltje te dragen, bevreesd om door Marokkaanse jongeren afgetuigd te worden.
Multicultureel
Op veel plaatsen in de wereld is de samenleving multicultureel geworden als gevolg van de dekolonisatie, de komst van gastarbeiders, de economische of politieke noodzaak om bepaalde gebieden te ontvluchten. Daarmee werd die maatschappij ook multireligieus. Nu kent ons land inzake de herbergzaamheid voor vluchtelingen een lange traditie, waarin orthodoxe joden en protestantse hugenoten welkom waren, maar de andere huidskleur van Ghanezen en Somaliërs en de andere godsdienst van velen, met name de islam, gaf het vraagstuk een extra dimensie.
Het is geen vreemd verschijnsel, als vreemdelingen in een andere cultuur in plaats van zich aan te passen - zoals de overheid voorstaat - zich sterker richten op hun godsdienstige gewoonten. Zo wordt de moskee de plaats waar ze land- en geloofsgenoten ontmoeten. Waar deze moskee nauw verbonden is met het dagelijks leven van de islamieten, is de invloed van de imam groot. Veelal heeft deze enerzijds een beperkte opleiding, anderzijds voldoende kennis van de traditie en de eigen godsdienst om de gebeden uit te spreken. De aanslagen van moslimfundamentalisten op de elfde september is indirect de aanleiding geweest voor het bespreekbaar maken van deze situatie op Nederlandse bodem.
Taal van predikanten
Het zijn de imams die de bezinning op de relatie tussen religie en democratie verschillende keren hebben aangejaagd. Eerst was er vorig jaar de Rotterdamse imam El-Moumni, die homoseksualiteit een besmettelijke ziekte noemde die de Nederlandse samenleving bedreigt. Twee maanden geleden registreerde het tv-programma Nova militante uitspraken van imams van Syrische en Egyptische afkomst in moskeeën in de Randstad. Daarin werd het martelaarschap gepredikt en het slaan van vrouwen aangemoedigd. Logisch is dat deze uitspraken binnen onze cultuur tot bezinning leidden. Het opvallende is echter - en daar willen we hier de vinger bij leggen - dat orthodoxe christenen zonodig over dezelfde kam geschoren moesten worden, terwijl zij al sinds jaar en dag in gebondenheid aan Gods Woord hun geloof willen belijden en uitdragen. 'We moeten ook maar eens nagaan y wat voor taal predikanten van orthodox-christelijke signatuur uitslaan', zei minister Klaas de Vries vorig jaar met weinig gevoel voor nuances en weinig respect in zijn taalgebruik. Het heeft geleid tot de oprichting van een platform dat de spanning tussen de vrijheid van godsdienst en van meningsuiting gaat bestuderen. Ook het nieuwe kabinet heeft in het regeerakkoord aangegeven te willen onderzoeken wat de grenzen zijn die de Nederlandse wet stelt aan uitlatingen van godsdienstige aard.
Weerbaarheid
De vraag klinkt of ons mede door de aanslagen van islamitische moslimfundamentalisten in New York een beperking van de godsdienstvrijheid wacht. Angst voor een oprukkende islam, die zich verzet tegen de verworvenheden van de moderne, westerse samenleving als democratie en verdraagzaamheid, maakt dat sommigen aan christenen ook minder speelruimte in het openbare leven willen geven, bijvoorbeeld in het onderwijs. Het is de liberale D66-ideologie die de betekenis van een levensovertuiging die het totale leven omspant, niet begrijpt. Onzekerheid over de betekenis van het kruis van Christus in ons eigen leven
kan de angst voor meer invloed van moslims in ons land versterken. Weerbaarheid tegen degenen die zich verzetten tegen het heilig Kind Jezus, wordt daarom ook geleerd bij het kruis. Uitkomen voor Hem die de Waarheid is, zal dan gepaard moeten gaan met het betrachten van de waarheid in liefde. Dat laatste hoort er zeer beslist bij.
Op een parkeerplaats bracht een man onlangs zijn auto tot stilstand, waarna hij een matje uit de kofferbak haalde en zijn gesloten ogen naar Mekka richtte. Laten wij op soortgelijke wijze op een eenvoudige, getuigende wijze aanwezig zijn, en zo niet meegaan in de verkerkelijking van het christelijk geloof.
Vrijheid van godsdienst
In deze context hebben we de wacht te betrekken bij de vrijheid van godsdienst, verankerd in onze grondwet. Tegelijkertijd zijn we blij met de erkenning van de publieke betekenis van die godsdienst, juist waar christenen meer en meer werd voorgehouden dat hun geloof een private aangelegenheid diende te zijn.
Wie voor enige jaren de discussie over wat wel genoemd werd de multiculturele ramp opende, heette een racist, terwijl mensen in de grote steden zich vreemdeling in de eigen wijk gingen voelen en de criminaliteit aantoonbaar toenam. Tegen de achtergrond van dit klimaat is het winst dat er nu openlijk gesproken kan worden over het samenleven van zoveel etnische groepen in ons land, inclusief de negatieve consequenties daarvan. De betekenis van religie voor deze groepen negeren, is dom. In die zin is de ingeslagen weg van burgemeester Cohen meer dan een signaal, moet het beleid zijn voor de komende jaren. De tijd ligt achter ons dat premier Kok even tijd inruimde om vrijblijvend met kardinaal Simonis te praten.
Christenen hoeven geen schroom te hebben zich in dit gesprek te mengen. Angst voor de islam is ook voor hen een slechte raadgever. Dat gesprek moet niet gaan op de wijze zoals de godsdienstwetenschapper van de Vrije Universiteit, prof. A. Wessels, in zijn recente boek Islam - verhalenderwijs beschrijft. Wessels pleit voor een Samenop-Weg proces van joden, christenen en moslims, die gezamenlijk zijn naar hun bestemming, de nieuwe wereld, waarbij ze elkaar tijdens hun pelgrimage verhalen vertellen. 'Er wordt door de drie godsdiensten verschillend tegen Jezus aangekeken, maar er is ook een hoge mate van gemeenschappelijkheid in hun verhalen'. Zó moeten we niet in gesprek met mensen voor wie godsdienst een wezenlijk deel van het bestaan is. Gesprek kenmerkt zich voor christenen altijd door luisteren naar de ander die evenzeer het beeld van God omdraagt, maar kan en mag tegelijkertijd nooit zonder getuigenis zijn. Als we getrouw aan het Woord ons uitgangspunt nemen in de uniciteit van het christelijk geloof, is dat geen exclusief standpunt, dat anderen bij voorbaat uitsluit. Het roept medeschepselen van God op zich te voegen in de dienst aan de God van Israël, wiens naam heerlijk is op de ganse aarde. David belijdt in i Kronieken 17 vers 20: 'Heere, er is niemand gelijk Gij, en er is geen God behalve Gij, naar alles wat wij met onze oren gehoord hebben.' Wat David hoorde, mogen ook anderen horen.
P. J. VERGUNST
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 5 september 2002
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 5 september 2002
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's