De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Het ambtsgeheim

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Het ambtsgeheim

HOREN, ZIEN EN ZWIJGEN [3]

4 minuten leestijd

In de voorgaande artikelen stonden we stil bij de bepaling dat ambtsdragers hun plicht tot 'ambtelijke geheimhouding' kennen. Daarbij kwam de vraag aan de orde of alleen ambtsdragers aan deze regel gebonden zijn en wat zij geheim moeten houden. In dit derde en laatste artikel staan we stil bij een aantal vragen die de ambtelijke praktijk oproept.

En als het tóch niet goed gaat?

En als er tóch sprake is van een gebrek aan geheimhouding? Hoe zal een kerkenraad daarmee omgaan? Hoe te handelen als deze verdrietige ervaring opgedaan wordt met een van de broeders ouderlingen of diakenen? Of als het de predikant betreft? Allereerst moet het wel zéker zijn dat bepaalde informatie via een of enkele ambtsdragers binnen de gemeente circuleert. Sommige mensen kunnen intuïtief een juiste voorstelling van zaken geven, zonder daadwerkelijk geïnformeerd te zijn.

En wat denken we van de notulen, die in sommige gemeenten aan elke ambtsdrager vooraf uitgereikt worden? Heeft die ambtsdrager een goede manier van opbergen? En we zijn verder al toe aan het verspreiden van de verslagen via e-mail. Komen ze dan altijd aan bij de juiste persoon?

Maar wat te doen, als wél duidelijk is dat bepaalde informatie naar buiten komt? Dan is het lang niet zeker wie daarvoor verantwoordelijk is. En ook daarbij geldt dat we er met vermoedens wel eens behoorlijk naast kunnen zitten. Dan is het goed, het probleem binnen de kerkenraad in algemene zin aan de orde te stellen in de hoop, dat hij, bij wie de schoen past, deze ook zal aantrekken.

En zo niet? Dan kan het nodig zijn, een broeder er persoonlijk op aan te spreken, bij voorkeur onder vier ogen of in ieder geval in het bijzijn van slechts één of enkele ambtsbroeders. En daarbij speelt uiteraard tevens de vraag mee, welke aspecten van het kerkenraadswerk openbaar kwamen. Daarbij moet verder bedacht worden, waar de oorzaak ligt. Sommige mensen zijn inderdaad loslippig, maar het gebeurt óók wel dat een ambtsdrager mensen ontmoet die er bedreven in zijn, om hem door middel van schijnbaar achteloze of slimme opmerkingen bepaalde geheimen te ontfutselen. En dat kan het zijn, dat hij het nog niet doorheeft ook!

En de huisbewoners?

Geldt de plicht tot geheimhouding óók richting de medegezinsleden? Misschien moeten we bij deze vraag een zeker onderscheid maken tussen de predikanten en tussen zijn medeambtsbroeders. Niet omdat de laatsten een minder belangrijk ambt bekleden (integendeel!), maar omdat de predikant doorgaans zijn volledige werktijd aan de gemeente kan besteden en daardoor ook een groter aantal pastorale contacten onderhoudt. Persoonlijk ben ik geneigd te stellen dat een ambtsdrager - en dan met name de predikant - ambtelijke ervaringen met zijn echtgenote mag delen, hoewel er uiteraard soms dermate persoonlijke dingen zijn, dat hij deze geheel voor zichzelf wil en moet houden.

Natuurlijk is hierbij van groot belang, of deze huisgenote eveneens zwijgen kan! Het is een tere zaak dit aan de orde te stellen, maar het is niet minder pijnlijk, als een ambtsdrager die zelf goed kan zwijgen, toch de oorzaak ervan is dat zijn ambtsgeheim niet nagekomen wordt.

Dat neemt niet weg dat het (met name voor de predikant) een zegenrijke ervaring is, vreugde en zorgen te mogen delen. Er zijn soms zo veel en dermate ingrijpende dingen te verwerken dat het heel moeilijk is, dit alleen te doen. Bovendien kunnen we elkaar dan ook met goede raad bijstaan, want zelfs 'de beste' ambtsdrager overziet niet alles. Daarbij bedenken we dat er dan temeer gebed mag zijn voor hen die deze 'hulp tegenover zich' missen.

Niet alles komt aan de orde

Op enkele aspecten ga ik niet breed- ' voerig in. Dat betreft zeer uitzonderlijke situaties. We kunnen daarbij denken aan het beroep op het ambtsgeheim tegenover politie en justitie rond een misdrijf, of de wetenschap dat een gemeentelid in geval van relatieproblemen een medebroeder iets ergs wil aandoen. Dit zijn geen onbelangrijke dingen, maar wél te gecompliceerd om in een kort bestek te doordenken.

De grote Ambtsdrager

Het ambtsgeheim is geen doel op zichzelf. De plicht daartoe wordt duidelijk aangegeven met het oog op de gemeente en op de gemeenteleden persoonlijk. Als zij weten dat zij hun zorg en hun soms diepe nóód aan een ambtsdrager kunnen voorleggen en zich daarbij volstrekt 'veilig' kunnen weten, komt dat het pastoraat en daarmee heel het gemeenteleven ten goede. En ook het omgekeerde is waar. Als er een goed vertrouwen is, kunnen de vragen van het hart, maar ook de dingen die strijd en benauwdheid veroorzaken, in bewogenheid en liefde worden uitgesproken. Daarbij vergeten we niet dat ook ambtsdragers onvolmaakte mensen zijn. Maar er is één Ambtsdrager, die volmaakt is. Bij de Heere Jezus is elke klacht veilig, is elk gebed op zijn plaats. Hij is de Hogepriester, die in alles verzocht is geweest. Daarom wordt de weg gewezen, om met vrijmoedigheid toe te gaan tot Hem die de nood van zondaren bij niemand anders brengt dan bij de Vader. Dat is de beste plaats.

W. ARKERAATS, WERKENDAM

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 5 september 2002

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Het ambtsgeheim

Bekijk de hele uitgave van donderdag 5 september 2002

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's