Vertrouwen van groot belang
MENTORAAT VOOR PREDIKANTEN IN DE EERSTE GEMEENTE [2]
Inleiding
Predikanten staan na de bevestiging in hun eerste gemeente aan het begin van een geheel nieuw leerproces. Na een jarenlange theoretische opleiding volgt vervolgens de praktijk. Die blijkt vaak heel wat moeilijker te zijn dan al de studieboeken die in de loop der jaren zijn doorgenomen. Veel mensen beseffen het niet, maar voor de meeste beginnende predikanten is een groot deel van de werkzaamheden die bij het predikantschap behoren, nog nieuw. Natuurlijk weet elke predikant welke taken hem te wachten staan, maar als uitvoerder van die taken is het toch volkomen anders dan als toeschouwer. Met name in de eerste maanden kom je telkens voor nieuwe zaken te staan, waar je eigenlijk niet goed op voorbereid bent.
Veel gemeenteleden leven in de veronderstelling dat een predikant tijdens zijn studie precies geleerd heeft hoe hij moet handelen in verschillende situaties. Maar het tegendeel is waar. De kerkelijke opleiding van de Nederlandse Hervormde Kerk, met daarbij een zeer korte stageperiode, is daarin veel te beperkt. Het is natuurlijk ook vrijwel onmogelijk om studenten volledig voor te bereiden op de veelzijdigheid van de werkzaamheden van een predikant. Het ambt van herder en leraar bevat tegenwoordig veel meer dan alleen de bediening van het Woord door middel van prediking, catechese en pastoraat.
Mede daarom is het van enorm grote waarde dat een beginnend predikant de begeleiding krijgt van een mentor. Met de mentor wordt er niet langer gesproken vanuit de theorie, maar vanuit de praktijk. De persoonlijke ervaringen komen ter sprake. De problemen en de moeilijkheden waar je als predikant mee te maken kunt krijgen, kunnen in alle openheid besproken worden. Je kunt elkaar daarnaast geestelijk bemoedigen en versterken. Door samen telkens terug te vallen op Gods Woord, word je verwezen naar de Meester in Wiens dienst je staat. En dat is van grote waarde.
Persoonlijke ervaringen
De vraag is natuurlijk wel hoe de beginnende predikanten zélf het mentoraat ervaren. Uit gesprekken met collega's en vanuit eigen ervaring kan ik daarover alleen maar positief zijn. Het blijkt in de praktijk dat er een enorme behoefte is aan gesprekken over de situaties die zich in de praktijk voordoen. Als predikant kom je zo enorm vaak voor onverwachte problemen te staan. En de ogen van gemeenteleden, maar vaak ook van de kerkenraad zijn op de predikant gericht. Hij is de 'deskundige', dus hij moet weten wat te doen. Het gebrek aan praktijkervaring kan een beginnend predikant in dergelijke situaties grote parten spelen. Dan is het van wezenlijk belang dat je terug kunt vallen op iemand met ervaring, en vooral ook op iemand die spreekt vanuit hetzelfde ambt als je zelf vervult. Een ouderling of een gemeentelid redeneert toch altijd vanuit een andere positie dan een predikant. Daarom heb je absoluut een collega met een flinke ervaring nodig, met wie je onder andere dergelijke probleemsituaties kunt bespreken.
In de gesprekken die ik met mijn mentor heb gehad, zijn meerdere onderwerpen ter sprake gekomen. Het pastoraat, de catechese, de omgang met de kerkenraad, de prediking, de tijdsindeling, om maar wat onderwerpen te noemen. Al die thema's zijn van groot belang om te bespreken. Ook als je zelf het gevoel hebt dat het op het betreffende gebied wel goed gaat Ik heb het als zeer leerzaam ervaren om te horen hoe mijn collega met bepaalde zaken omgaat. Het geeft soms een vernieuwende blik op iets. En in sommige gevallen heb ik ook gekozen voor een zelfde aanpak als mijn mentor. Om maar een heel eenvoudig voorbeeldje te noemen: mijn mentor was gewend om een doopzitting niet met al de doopouders bij elkaar te houden, maar om ieder gezin thuis te bezoeken en daar het doopgesprek te hebben. Het voordeel is een veel persoonlijker aanpak, met soms ook meer open gesprekken dan in een groep. In overleg met de kerkenraad pas ik deze aanpak nu ook in mijn gemeente toe, met zeer positieve ervaringen. Maar vanzelfsprekend waren er ook verschillende inzichten in de aanpak van bepaalde situaties, die ook na de gesprekken met de mentor bleven bestaan.
Het was in de gesprekken ook erg goed om eerst even bij te praten over de stand van zaken binnen de gemeente. Ongeacht het onderwerp dat centraal stond in het gesprek, was er eerst ruimte voor lopende zaken die van belang waren. Dat kon een ontstane vacature binnen de kerkenraad betreffen, bepaalde pastorale situaties, ingrijpende beslissingen die genomen moesten worden. Voor dergelijke zaken moet in ieder gesprek ruimte zijn, ongeacht het centrale onderwerp van bespreking.
Ervaringen van collega's
Van collega's kreeg ik ook positieve verhalen te horen over het mentoraat. Negatieve ervaringen heb ik eigenlijk niet gehoord. Het is wel van groot belang om vooraf eerst een uitgebreid gesprek met een eventuele mentor te hebben. Je zult namelijk een goede vertrouwensrelatie met je mentor moeten opbouwen. De noodzaak daarvan is mij bij collega's duidelijk geworden. Je zult immers met je mentor ook moeten kunnen spreken over je zwakke kanten. En de eerlijkheid gebiedt te zeggen dat predikanten niet zo snel hun problemen uiten tegenover collega's. Een predikant is daarin gelijk aan iedereen. Maar voor een goede werking van het mentoraat is een vertrouwensrelatie van het grootste belang. Openheid zal er absoluut moeten zijn, anders heeft het mentoraat geen enkel effect.
Die openheid geeft ook de gelegenheid om onderwerpen te bespreken die je niet snel bij een kerkenraadslid ter sprake zou brengen. De mentor staat immers op afstand. Hij kan volkomen objectief zijn. En de openhartige gesprekken die je met hem voert, hebben geen invloed op de positie die je inneemt binnen de gemeente en binnen de kerkenraad. Van collegapredikanten hoor ik bijvoorbeeld nog wel eens dat ze met een bepaalde ouderling een goede relatie hebben, en dat zij met die ouderling sommige moeilijke situaties bespreken voorafgaande aan een kerkenraadsvergadering. Een dergelijk gesprek kan echter alleen informatief zijn. Het zou niet goed zijn om er samen een politiek spelletje van te maken, om de situatie op te lossen. Met een mentor kun je echter wel over de aanpak spreken, aangezien hij vanuit eigen ervaring op een objectieve manier advies kan geven. Op die wijze leer je hoe je op een juiste wijze leiding kunt geven aan een vergadering. Dat is juist iets waar verschillende collega's het niet gemakkelijk mee hebben.
De werkwijze van de verschillende mentoren wijkt overigens wel wat van elkaar af. Zo was bij de één de opzet van de gesprekken zeer gestructureerd, terwijl bij de ander de gesprekken wat vrijer verliepen. Ik denk dat dat iets is wat in de aard van de betreffende predikanten zit. De ene pre-
dikant werkt nu eenmaal strak volgens het schema, terwijl de ander niet echt een vaste lijn aanhoudt En blijkbaar werkt dat zelfs door in de wijze waarop de gesprekken met de mentor verlopen. Uit eigen ervaring kan ik zeggen dat een aanpak zonder strakke structuur uitstekend gewerkt heeft. Voor een goed effect van het mentoraat heeft de wijze van aanpak naar mijn idee niet echt veel invloed. Ook al is het wel goed om zoveel mogelijk verschillende onderwerpen ter sprake te brengen.
Conclusie
Het mentoraat kan met recht een goede instelling genoemd worden. Tot die conclusie komen collega-predikanten samen met mij. Een beginnend predikant heeft er echt behoefte aan, en kan er enorm veel aan hebben. Je moet daarbij wel openstaan voor kritiek en ook bereid zijn om je eigen werkwijze eens goed onder de loep te nemen. Toch is er naar mijn idee wel één punt van kritiek te noemen. Ik ben van mening dat het van het grootste belang is dat je vanaf de eerste dag na je bevestiging een mentor hebt Helaas is dat in de praktijk niet het geval. Bij mij persoonlijk zijn er heel wat maanden overheen gegaan, voordat ik een mentor had. Zes maanden na mijn bevestiging werd het eerste contact gelegd door iemand die zorg draagt voor het mentoraat. Maar dan heb je nog niet direct de beschikking over een mentor. In de praktijk betekende dit dat het zo'n acht maanden duurde voor ik het eerste gesprek met mijn mentor had. En dat is veel te Iaat. Juist die eerste maanden zijn cruciaal. De dag na je bevestiging word je in één keer in het diepe gegooid. In een korte tijd kunnen er dan zo enorm veel dingen op je afkomen, waarbij het goed zou zijn als je wat ruggespraak zou kunnen houden. Het zou naar mijn idee dan ook goed zijn als er reeds vóór de bevestiging van een kandidaat naar een mentor wordt gezocht. Daar zou zeker nog eens naar gekeken moeten worden.
Voor de rest kan ik echter alleen maar positief zijn. Het mentoraat komt de beginnende predikant ten goede. Daarmee werpt het ongetwijfeld ook zijn vruchten af voor de gemeente. En daar moet het een dienaar des Woords toch om te doen zijn. Hij is geheel afhankelijk van Gods leiding om zijn ambt tot Zijn eer te kunnen vervullen. Ook de begeleiding van een mentor kan daaraan een goede bijdrage leveren.
E. VERSLUIS, MOLENAARSGRAAF
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 12 september 2002
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 12 september 2002
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's