Weggeschreven verleden
NA DE GEREFORMEERDEN NU DE BEVINDELIJK GEREFORMEERDEN
In de jaren vijftig en zestig van de vorige eeuw kwam er een generatie op van schrijvers die hun gereformeerde verleden van zich afschudden in moderne literatuur. De emancipatie van de gereformeerden, dat wil zeggen van de kleine luyden, die ooit door Abraham Kuyper waren gemobiliseerd, was voltooid. De secularisatie had al toegeslagen. Schrijvers als Maarten 't Hart, Jan Wolkers en Maarten Biesheuvel waren er in hun boeken de levende toonbeelden van. Ze gingen bovendien zelf aan die secularisatie hun bijdrage leveren, doordat hun boeken grif werden gelezen door velen die ook al met hun gereformeerde verleden hadden afgerekend of op de drempel van de kerk stonden. De boeken van Geert Mak, De eeuw van mijn vader, en Agnes Amelink, De Gereformeerden, brachten de teloorgang van een sector van het gereformeerde leven, dat ooit grote uitstraling had in ons land, onthullend aan het licht.
Over de oorzaken ervan is al veel geschreven. Tot heden bleef een andere sector van gereformeerd leven onderbelicht. Ik bedoel die sector die aangeduid is gaan worden met de naam 'bevindelijk gereformeerden'. Ook hier slaat toe wat in de jaren vijftig en zestig begon bij de geestelijke nazaten van Kuyper.
Vier schrijvers
Vier schrijvers hebben in de voorbije tien jaar van zich doen spreken in boeken, waarin ze, op overigens heel verschillende wijze, hun verleden van zich hebben afgeschreven. Eerst was er Roeltje Langenberg, afkomstig uit de Oud Gereformeerde Gemeenten, ooit studente aan de Driestar. Zij schreef een debuutroman onder de titel De zoom van zijn kleed (Kampen, 1995). De achterflap van het boek vat samen: 'Een gevoelige en intelligente vrouw groeit op bij haar alleenstaande moeder, in een wereld waarin een ongenaakbare Rechter, op onmetelijke afstand van Zijn volgelingen, alles overheersend aanwezig is. Uiteindelijk ontworstelt zij zich aan de beklemming van dit milieu, maar niet zonder de nodige beschadigingen op te lopen.' Ze ging op zoek naar 'die andere God, van liefde, nabijheid en geborgenheid'.
Roeltje Langenberg is intussen overleden aan kanker. Ze heeft niet met de kerk gebroken, maar kwam wel in een heel andere sector van de kerk terecht dan het milieu waaruit zij stamde. De sfeer en de taal van haar kerkelijk verleden zijn in haar boek herkenbaar. Ze vond er niet wat ze zocht.
Toen kwam Gertjan van Dijk, met een boek Het geloof der vaderen - De denkwe reld uan de bevindelijk gereformeerden (Nijmegen, 1996). De schrijver, publicist, is afkomstig uit de Gereformeerde Gemeente in Kampen, waar zijn vader bijna 25 jaar voor de SGP in de gemeenteraad zat. Hij behoort niet meer tot kerkgenootschap. Hij schrijft over de leer, de kerk, de wereld en de wet, en 'de laatste vraag'. Ook dit boek is herkenbaar van binnenuit geschreven, mede vanwege gesprekken met vele insiders uit de bevindelijk gereformeerde hoek, maar het is intussen van buitenaf bekeken. Als hij in het eerste hoofdstuk zijn opvoeding en de kring van de bevindelijk gereformeerden in kaart brengt, zegt hij: 'Door al deze zaken was de God van mijn ouders voor mij een veelkoppig monster, dat mij met Zijn vele ogen voortdurend en dwingend aanstaarde, zonder dat ik ooit begreep wat hij van mij wilde. Waarschijnlijk is het mijn redding geweest dat ik diep in mijn kleine jongenshartje niet geloofde dat ik zo slecht was.' 'Ga liever ergens anders over schrijven', raadde hem 'een streng bevindelijk gereformeerde dominee', die hij goed kende. 'Ik heb zijn advies niet opgevolgd', zegt Van Dijk. Toen kwam Robert Haasnoot, met zijn Waanzee (Alphen a. d. Rijn, 2e druk 1999), het in romanvorm gebrachte (historische) verhaal van de Katwijkse 'gekkenlogger', gedomineerd door een godsdienstwaanzinnige, die - als men niet beter wist - zo ongeveer model staat voor bevindelijk leven. Haasnoot stamt uit de Gereformeerde Gemeenten, parkeerde ooit een tijdje bij het Gekrookte Riet in Katwijk, maar ging vervolgens een onbestemde gang door de Katwijkse duinen.
En dan nu Robert van Essen. Hij is de vierde op rij die zijn kerkelijk verleden ter sprake brengt in een roman, getiteld Kwade dagen (Amsterdam, 2002). De auteur is opgegroeid in Rijssen. De hoofdpersoon van het boek was ooit lid van een christelijk jongenskoor Asaf. Een foto van jeugdige koorleden, onder wie die van de hoofdpersoon, siert de omslag. Later schrijft hij songteksten voor een popgroep. De tekst van een song, die ronduit satanisch is, komt herhaaldelijk in het boek terug. In het boek is de hoofdpersoon op zoek naar zijn wortels in 'Rijshorst' - herkenbaar Rijssen, met de hervormde Schildkerk en de Zuiderkerk (Geref. - Gem.).
Schokkend
Dit laatste boek is het meest schokkende. Hoe herkenbaar ook in sfeertekeningen, het schobt door taalgebruik, vermenging van seksueel vermaak met religieuze taal, een heeft en' : weer bewegen tussen nuchterheid en dronkenschap. De vraag is verder wat feit is en wat fictie, wat autobiografisch is en wat verdichtsel. Maar wie een dergelijk plot in een roman aandurft, is blijkbaar ver afgegroeid van zijn wortels. In het Reformatorisch Dagblad heeft een dubbelinterview gestaan met de schrijver en diens vader, die ooit directeur was van een basisschool van de Gereformeerde Gemeenten in Rijssen en nu (gepensioneerd) meeleeft in de hervormde wijkgemeente van schrijver dezes in Huizen. Hij is zelf schrijver van jeugdboeken. Een feuilleton van zijn hand verscheen ooit in het RD. Van Essen sr. noemt het boek van zijn zoon ook 'schokkend'. Na een paar hoofdstukken moest hij steeds even pauzeren. Nochtans toont hij begrip. Hij zegt: 'Dit is geen boek dat men in onze kring graag zal lezen. Maar ik vind sommige dingen wel heel herkenbaar. Zoals de gedachten over de hemel en de hel. Daarmee worstelen heel veel kinderen. Als onderwijzer heb je daarmee natuurlijk veel te maken door het vak bijbelse geschiedenis. Ik vond altijd dat je dat niet dogmatisch moet aanpakken. Uitweiden over de vlammen van het hellevuur vond ik niet verstandig. Andere leerkrachten dachten daar anders over en dat kan grote gevolgen hebben voor de psyche van de kinderen. Hoe Rob daarover schrijft begrijp ik wel.'
Nog een citaat: 'Met het besef van schuld worden we opgevoed. Je kunt ermee blijven rondlopen, zonder datje weet waar je naartoe moet. Het is van groot belang dat in de prediking duidelijk wordt aangewezen bij Wie je je schuld mag brengen. Ik denk dat we dat in de prediking in Rijssen niet zo duidelijk hebben gehoord. Het was meer ellende dan verlossing en dankbaarheid, om het te verwoorden in de lijn van de Heidelbergse Catechismus. Het gevolg kan zijn dat jonge mensen emotioneel in de knoop raken. Dat speelt ook mee in deze roman'.
Oorzaken
In het bovenstaande pretenderen we niet volledig te zijn als het over afgehaakte schrijvers gaat. Bovendien, niet alleen schrijvers geven er vandaag blijk van hun 'bevindelijke' achtergrond achter zich te hebben gelaten. Men treft afhakers evenzeer aan bij de media, in de sportwereld. En dan is geen enkele kerkelijke kring uitgezonderd. Toen echter de nazaten van de Doleantie het erfdeel van hun vaderen verlieten, is nogal eens te berde gebracht
dat dit te maken had met een te rationele instelling wat betreft het geloof bij de 'neo-calvinisten'. Het bevindelijke geloofstype zou weerbaarder zijn, meer bestand zijn tegen de aanstormende secularisatie. Ook Agnes Amelink laat in haar boek tot uitdrukking komen dat het plaatsmaken van de vroomheid, met de innerlijke beleving van het geloof, door 'daadkracht' en 'actie' het gereformeerde landschap openlegde voor verwereldlijking en secularisatie.
Recent is een reisverslag ontdekt van de huidige paus Karoly Wojtyla uit 1947, toen hij als Poolse priester Nederland had bezocht. Het is het het Nederlands vertaald. Hij ontwaart secularisatie bij de 'rationele protestanten' en noemt dan vooral de vrijzinnigheid. Bevindelijk leven kwam hij kennelijk niet tegen. Ook de Nederlandse rooms-katholieken zouden door die protestantse rationaliteit zijn besmet. Daarom voerde hij een pleidooi voor mystiek, naar het voorbeeld van Franse rooms-katholieken. Nu is bevinding iets anders dan (roomse) mystiek. Met de noodzaak van 'spiritualiteit', maar dan als bevinding, als in-werk van de Heilige Geest, stemmen we in. Maar het is met zeggen niet te doen. We zien thans de secularistie ook toeslaan in de kringen die de naam hebben bevindelijk te zijn. De grote woorden uit het verleden over geestelijke weerbaarheid moeten dan ook verstommen. Al blijft het waar dat geloof dat buiten het hart omgaat, geen stand houdt, wanneer andere logica dwingend(er) naar voren komt. Nu vergt de emancipatie hier zijn tol, jaren nadat dat proces begon bij de gereformeerden. Het oordeel van de afval en de verharding gaat breed en diep. Die emancipatie doet kennelijk ook bevinding wijken. Het zou kunnen zijn dat de gezindte die zo bevindelijk heet te zijn, het lang niet meer zo sterk is. Of dat ook de bevindelijkheid is verstandelijkt, ver-leerstelligd, ver-rationaliseerd. In dat geval wijkt de warmte, de bewogenheid van doorleefd geestelijk leven. Het kan dan ook kil worden in de kerk, om met een boektitel te spreken. Het kerkelijk leven blijft (nog) wel draaien maar het leven gaat teloor. En de aantrekkingskracht op jonge mensen wijkt. Wat de vader van schrijver Rob van Essen over de prediking zegt, heeft een spiegelwerking. Als wel de ellende van de mens wordt gepreekt maar de weg der Verlossing niet gewezen, liever nog begaan wordt, als wel God als Rechter wordt voorgesteld maar niet Christus als Verlosser, treedt de dood van de lijdelijkheid in de pot, ontstaan verkeerde Godsbeelden. Daarmee is nog niemand verontschuldigd die de grenspalen verzet en de wijde wereld kiest. Maar op opvoeders in het algemeen, en op predikers in het bijzonder rust wel de verantoordelijke taak de weg ten leven te wijzen. Het bloed der zielen wordt van hun hand geëist. En dat heeft twee kanten.
Daar komt ook nog bij de kwestie van de verstaanbaarheid. Velen halen de schouders op als 'de Boodschap en de kloof aan de orde komt. Er is inderdaad een barrière, die met de hardheid des harten heeft te maken. Maar wie geheimtaal spreekt, zal niet op begrip kunnen rekenen. Het geloof is ook nog altijd uit het gehoor.
Tijdsbeeld
Literatuur is een spiegel van de tijd(geest). Als vandaag schrijvers in romanvorm hun verleden van zich afschudden, is er ook sprake van een spiegel: spiegel van een kerkbeeld. Velen krijgen met Demas de tegenwoordige wereld lief. Bij het lezen van het boek van Robert van Essen is al vanaf de eerste bladzijde duidelijk dat de (zijn) hoofdpersoon wel teruggaat naar de plek waar hij vandaan kwam maar uiteindelijk niet uitkomt bij zijn wortels, terwijl er ook niets voor in de plaats komt. Aangrijpend is dat Het zijn 'onze' zonen en dochters die afhaken. Ze staan model voor allen die afhaken zonder dat ze een boek schrijven. Het stille verdriet erover is vaak beperkt tot de intimi. Terwijl het ons aller zorg wel mag zijn.
V.D.G.
N.a.v. Rob van Essen, Kwade dagen; uitg. Thomas Rap, Amsterdam; 365 pag.; € 22, 50.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 19 september 2002
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 19 september 2002
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's