Pijn lijden aan de kerk
IMPRESSIE VAN DE HERVORMDE SYNODE
Waar veel in de Hervormde Kerk is wat spanning geeft, wat verwarring veroorz in het leven van de gemeente en het gemoed van de gelovige, waar het zoeken van oordeel van rechtscolleges vaker lijkt te gebeuren, is het niet verwonderlijk dat er in de rondvraag tijdens een synodevergadering heel veel langskomt. Maar voor grote problemen bestaan in enkele minuten geen bevredigende antwoorden, laat staan aanvaardbare oplossingen. Niet alleen uiat er de laatste maanden in de kerk passeerd kwam afgelopen vrijdag aan de orde, ook werden drie ordinanties voor de kerkorde besproken en werd het geloofsgesprek gevoerd. Dat laatste in een besloten zitting.
Die besloten bespreking over het geloofsgesprek in de kerk begon met twee inleidingen van ds. E. Westrik (classis 's-Gravenhage) en dr. C. van Sliedregt (classis Harderwijk). Ds. Westrik schetste dat stemmingen in de synode waarbij grenzen scherp getrokken worden en waarbij standpunten tot stemverklaringen worden, voor hem een oproep zijn om de ruimte weer op te zoeken. 'Hoger dan de kerk, zei Gunning. Bij Christus. Hoger dan de kerk wil dan zeggen dat de kerk niet samenvalt met een 'ja' of 'nee', met welke kerkpolitiek ook. De kerk verwijst naar de genade van haar Heer, die de grenzen van de kerk bepaalt'
Ds. Westrik zei in de waarheid nooit ongebroken maar in de gezindheid van Christus te staan en vroeg de synodeleden: 'Ben ik in de manier waarop ik orthodox en katholiek wil zijn ook op die weg? Orthodoxie maakt ootmoedig: zit ik wel op de rechte weg? Katholiciteit maakt bescheiden: kan wat ik nu zeg, gelden voor heel de kerk, voor ieder mens? ' In de gezindheid van Christus blijft de opdracht de ander te zoeken, de ander te aanvaarden. Omdat de ander ook op genade is aangewezen, moet dat niet de felheid, wel de betweterij uit het debat halen. 'Hoger dan de kerk' houdt, aldus ds. Westrik, het zicht open op het einde, waar toch eens alles en allen zal moeten buigen voor Hem.
Verbondstrouw
Waar ds. Westrik stelde dat het er in de kerk niet zozeer om gaat datje de waarheid spreekt, maar veeleer hoe je de waarheid spreekt, legde ds. Van Sliedregt andere accenten. Hij wilde in het geloofsgesprek een woord van Paulus centraal stellen: het leven is mij Christus. Zo weet hij zich verbonden met allen die Gods Woord hooghouden en die zingen naar de Schriften, om zo de kerk te dienen. 'In verbondenheid met het voorgeslacht is het me met de paplepel ingegoten waarom we zijn gebleven, namelijk ten diepste omdat deze aloude kerk gegrond is in Gods verkiezende liefde en Zijn verbondstrouw.'
Pijn zei hij te lijden in het behoudende deel van de kerk, omdat er gauw wantrouwen naar elkaar is, elkaar indelen en veroordelen. Verschillen binnen de kerk wilde hij altijd weer herleiden tot op Christus. Het meest zei ds. Van Sliedregt te lijden aan de gedachte dat een mogelijke vereniging een nieuwe scheiding teweeg zou brengen. Hij gaf aan de bescheiden en stellige overtuiging te hebben dat zolang Jezus Christus nog in de oudste protestantse kerk van Nederland verkondigd kan en mag worden, we op onze post hebben te blijven. In Christus liggen Weg, Waarheid en Leven vast.
Beleid moet gemaakt worden en besluiten genomen, terwijl tijd voor echt gesprek schaars is. Wat is het dan goed dat synodeleden openhartig spreken. Daarbij ging het om vragen als: Herkent u het datje soms pijn lijdt aan de kerk? Betekent 'de gezindheid van Christus' niet dat je je ook verdiept in de pijn van de ander? En: Als Christus zo centraal staat in de kerk, welke gevolgen heeft dat volgens u voor de ruimte binnen de kerk en de grenzen van de kerk? Zonder het elkaar bevragen vanuit de kern van het christelijk geloof, Christus, zal het werkelijk niet gaan in de kerk. Omdat de bespreking niet toegankelijk was voor niet-synodeleden, moeten we volstaan met het doorgeven van enige gedachten uit de inleidingen van ds. Westrik en ds. Van Sliedregt, ons vooraf aangereikt.
Nagedachtenis
het Voorafgaande aan het geloofsgesprek herdacht de synode diaken J. Eits uit Maartensdijk, enige maanden geleden overleden. Preses ds. A. W. van der e, Plas herinnerde aan de betrokken wij- concept- ze waarop de overledene vele jaren het synodewerk verricht had. Staande werd ter nagedachtenis aan hem een minuut stilte in acht genomen.
Geestelijke vorming, opzicht en oecumene
De hervormde synode begon vrijdagmorgen met de behandeling in tweede lezing van de ordinanties 9 (over de geestelijke vorming), 10 (over het opzicht) en 14 (over het leven en werken van de kerk in oecumenisch perspectief).
Ds. J. L. Schreuders (classis Bommel) diende een amendement in, waarin hij voorstelde ouders of verzorgers die de doopvragen beantwoorden, aan te sporen zo spoedig mogelijk de belijdeniscatechese te gaan volgen. De concept-kerkorde stelt namelijk voor dat ouders die hun kind ten doop houden onder de belijdende leden kunnen worden opgenomen, als ze een daartoe strekkende vraag beantwoorden. Deze motie kreeg steun van 25 van de 64 synodeleden.
Dezelfde achtergrond had het amendement van ouderling-kerkvoogd N. A. de Jong (classis Rotterdam-2), die het lid wilde schrappen dat bepaalt dat zij die als dooplid tot ambtsdrager verkozen worden en deze verkiezing aanvaarden, onder de belijdende gemeenteleden opgenomen kunnen worden. Ds. B. Wallet ontraadde het amendement namens de werkgroep kerkorde, want 'een eenmaal afgelegde belijdenis garandeert geen toerusting tot het ambt, dus toerusting blijft altijd nodig.' Hier herhaalt zich het vergeefse pleidooi voor de (volg)orde doopcatechese-belijdenis met daarna ambt en/of avondmaal.
Ds. G. de Fijter (classis Kampen) vroeg waarom er in dit artikel gesproken wordt van een synodale commissie van de evangelisch-lutherse synode, juist omdat de hervormde en gereformeerde synode niet zullen voortbestaan. Mevr. mr. T. M. Willemze antwoordde namens de werkgroep kerkorde dat een college van opzicht samengesteld kan zijn zonder lutheranen. Als taak van de lutherse synode noemde ze het leiding geven aan het leven in de lutherse gemeenten.
We stippen hier nog aan dat in het eerste artikel van deze ordinantie staat dat het opzicht gehouden wordt met inachtneming van de bijzondere verbondenheid van de gemeente ten aanzien van de belijdenisgeschriften, als bedoeld in de ordinantie die spreekt over het je bijzonder kunnen verbonden weten met de belijdenisgeschriften uit de gereformeerde dan wel de lutherse traditie.
Ordinantie 14 over de oecumene werd zonder een enkele opmerking met zeven stemmen tegen aanvaard. Opnieuw zijn drie ordinanties in tweede lezing vastgesteld en is een klein stukje van het kerkordetraject achter de rug.
SoW-voorlichting
Veel vragen waren er over de informatienota, die diende om de synodeleden op de hoogte te brengen van zaken die zich vanaf maart 2002 hebben voorgedaan, waarbij het met name gaat om activiteiten en besluiten van het moderamen.
Oud. K. Meijer (classis Hoogeveen) vroeg in de triosynode van november met elkaar over de financiën van de eerste negen maanden van dit jaar te mogen spreken. Hij kreeg te horen dat er nog sprake is van spanning inzake de financiën, maar dat de bezuinigingen wel vruchten afwerpen. De synodeleden zullen via de zogeheten kleine synode informatie krijgen. Ds. P. van der Kraan (classis Alblasserdam) refereerde aan een toespraak van prof. L. J. Koffeman, waarin hij zei dat elke kerkhereniging ook kerkscheiding met zich meebracht Hij vroeg of dit een persoonlijke ontboezeming was of prof. Koffeman namens het moderamen sprak. Dr. B. Plaisier noemde deze vraag het opblazen van de zaak, 'buiten alle proporties', omdat prof. Koffeman op een conferentie over de geschiedenis sprak.
Oud.-kerkvoogd B. Vellinga (classis Hilversum) vroeg naar aanleiding van het gesprek van het moderamen met het bestuur van de Rijssense evangelisatie
naar de criteria voor deelgemeenten, waarop ds. Van der Plas antwoordde dat het gaat om een andere wijze van prediking en pastoraat dan ter plaatse gevonden wordt en om levensvatbaarheid.
Ds. W. van den Brink (classis Nijmegen) vond het storend dat dr. B. Plaisier 'zomaar spreekt over dé synode', alsof alle leden van de synode zich in het beleid herkennen. Hij laakte de brief van de SoW-scriba, waarin deze schreef dat over het unievoorstel uitgebreid gediscussieerd is.
Ds. G. de Fijter (classis Kampen) refereerde aan een artikel in het Nederlands Dagblad, waarin een twintigtal hervormdgereformeerde predikanten aangaf niet in de nieuwe kerk te kunnen zijn. Aan het hoofdbestuur van de Gereformeerde Bond vroeg hij waarom niet geparticipeerd werd in de initiatiefgroepen naar de gemeenten. Hij vroeg de synode aan de Gereformeerde Bond de vraag voor te leggen naar een manier van omgaan met elkaar waarbij we in 2004 niet constateren in de tijd van de Richteren te leven, de tijd waarin ieder deed wat goed was in eigen oog. Dr. Plaisier antwoordde dat de kerk druk is met het voorbereiden van lectuur, brochures, het opzetten van initiatiefgroepen en zei dat de Gereformeerde Bond als enige modaliteit . nog geen helderheid heeft gegeven over deelname daaraan. We herinneren hier daarom aan de brief aan het moderamen - op 4 juli jl. in de Waarheidsvriend afgedrukt-, waarin het hoofdbestuur schreef begrepen te hebben dat deelnemers aan die voorlichtingsgroepen de vereniging in grote lijnen dienen te onderschrijven en binnen die voorwaarden geen ruimte te zien.
Ds. R. uan Kooten (classis Amersfoort) vond het verslag met het Comité tot behoud van de Hervormde Kerk erg naar het moderamen toegeschreven. 'Er is gevraagd of u onze bezwaren gepeild hebt We hebben gevraagd om een weg waarbij we mee kunnen.' Hij gaf aan dat het Comité over enkele maanden naar buiten wil komen met de namen van predikanten die niet mee gaan. Ds. Van der Plas vroeg hierop of ook kerkenraden hun stem hebben. Hij gaf aan dat het moderamen zich niet bij een scheuring wilde neerleggen en riep op naar de gemeenten duidelijk te maken welke plaats het gereformeerd belijden heeft.
Grenzen
De rondvraag bracht vervolgens een scala aan onderwerpen naar voren. Vanwege de ruimte dan wel de relevantie zullen we ze hier niet alle benoemen.
Oud. A. te Kulve (classis Hattem) referee de aan de visie op Samen op Weg in zijn classis en vroeg toch te blijven denken aan vormen van federatie; oud. B. Vellinga had de voorgestelde naam voor de toekomstige kerk liever niet uit zijn dagblad vernomen; ds. J. Blom (classis Katwijk) riep op het gesprek over de grenzen van de pluriformiteit echt te gaan voeren, wat door het moderamen werd toegezegd; ds. J. de Goei (classis Zierikzee) miste tot nu toe een publicatie die een visie verwoordt hoe om te gaan met het jaarlijks verliezen van duizenden leden en ds. W. uan den Brink vroeg of het hervormde moderamen samen met de gereformeerde partner nog iets gaat ondernemen tegen het nieuwste boek van dr. H. M. Kuitert.
Plaatselijk en landelijk, de spanningen zijn groot in de kerk. Wanneer woorden als scheuringen, bezwaren en geschillen, deelgemeenten en modaliteitengesprekken een informatienota en rondvraag domineren, geeft dat aan r-waarmee we in de kerk ons bezighouden. Hoe kun je in zo'n situatie verder? Moeten we zeggen: 'Het is tevergeefs God te dienen; want wat nuttigheid is het dat wij Zijn wacht waarnemen? ' (Mal. 3 : 14) Of mogen we ons als gemeente vastklemmen aan de prediking van het Woord, aan de erediensten van zondag tot zondag? Daar gaat God verder met Zijn werk, waar Zijn Woord met gezag spreekt. En kunnen we daarom toch verder, niet aanziende wat voor ogen is, maar ziende op God, Die getrouw is en ons roept tót trouw?
P. J. VERGUNST
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 26 september 2002
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 26 september 2002
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's