Antwoord van prof. Talstra
OUDE EN NIEUWE LEZERS [2]
Ik weet dat in de gereformeerde traditie de plaats van de Bijbel in kerk en theologie sterk in discussie is. Ik probeer daaraan ook het mijne bij te dragen, maar mijns inziens is dat feitelijk de inhoud van - wie weet - een volgend boek, waaraan ik overigens graag met meer collega's samen zou willen werken. Uw vragen zijn overigens zeer terecht, ze worden mij ook gesteld door de collega's uit Kampen en Apeldoorn.
Hiermee heb ik al de overgang gemaakt naar de vragen die u formuleert onder 'tot slot'. Ik loop ze langs in de volgorde waarin u ze stelt:
1. Gereformeerd-protestantse traditie en de praktijk van de exegese Het is een kwestie van volgorde: 'het geloof zoekt te verstaan' en niet 'het verstaan zoekt te geloven'. Kerk en geloof bestaan al, daar hoefik geen vakargumenten voor aan te dragen, maar de orde van de vragen is omgekeerd. Geloof wil zich verstaanbaar maken en heeft in de huidige cultuur de plicht om zich van bronnen, wortels en receptieprocessen bewust te zijn, wil zij haar waarheidsaanspraak voor diverse gesprekspartners kunnen formuleren. Wetenschappelijke exegese heerst daarmee niet over de verkondiging en heeft naar mijn overtuiging ook geen argumenten om het 'sola scriptura' ongedaan te maken. Wat zij wel kan, is kerk en theologie voortdurend terugroepen naar de bron: de Bijbel, gelezen en gehoord in context van verkondiging en geloofsoverdracht. Naar
Aan prof. Talstra heb ik gevraagd of hij zich met de weergave van zijn boek kon verenigen. Dat bleek gelukkig het geval te zijn. Van zijn opmerkingen over een tweetal details heb ik dankbaar gebruikgemaakt. Een correcte weergave van stand- en vertrekpunten is voorwaarde voor verder gesprek, zeker over een onderwerp dat ons zo na aan het hart ligt. Bovendien heeft prof. Talstra de vragen die ik hem stelde per kerende post beantwoord. Dat zullen onze lezers zeker waarderen. En wij van onze kant wensen hem Gods zegen toe bij zijn werk als hoogleraar Oude Testament aan de Vrije Universiteit van Amsterdam. Hieronder volgt de reactie van prof. Talstra.
H.D.B.
mijn mening is het in het huidige klimaat niet voldoende om naar de Reformatie alleen maar terug te verwijzen. Ook de orthodoxie wordt door de huidige bijbelwetenschappen uitgedaagd na te denken over het fenomeen traditie in en achter de teksten. We zullen met kennis van zaken het 'sola scriptura' als het ware opnieuw op de theologische agenda moeten zetten.
2. Lezer van de Schrift en hoorder van het Woord
In mijn boek gebruik ik regelmatig woorden als 'participeren' en 'participatie'. Dat zijn termen die nog wèl in de sfeer van 'methoden' blijven, maar ik beoog daarmee aan te geven dat ook binnen de speelruimte van het wetenschappelijk onderzoek een moment komt, waarop de lezer/onderzoeker zich rekenschap moet geven van een eigen standpunt. Wetenschappelijk werk kan geen keuze opleggen, maar moet m.i. wel accepteren dat zonder het moment van die keuze de tekstuitleg niet is voltooid. Dan komt het mo- ' ment waarop men ook inhoudelijk kiest en dat betekent voor mij dat de nieuwsgierige lezer allang op een andere plaats bleek te staan: die van de hoorder. Als hoorder van het Woord is hij/zij deel van de gemeenschap van de kerk die de Bijbel ontvangen heeft als Woord van God en samen met die gemeenschap het gezag van Gods Woord erkent. Daar moet natuurlijk meer van gezegd worden dan ik nu hier kan. Maar twee elementen wil ik alleen noemen: bij het besef als gelovi-ge aan de 'ontvangende kant' te staan hoort de overtuiging van de eenheid van Oude Testament en Nieuwe Testament en ook de overtuiging dat ik deelneem aan iets wat groter is dan ik zelf: de Schriften klonken al lang voordat ik leerde lezen en dat zal ook daarna niet anders zijn.
3. Wat is competentie zonder congenialiteit?
Wie zegt dat compententie alleen niet genoeg is, heeft wel gelijk, maar is misschien te haastig. Veel van de verwarring en versplintering in de huidige discussies rond de Bijbel komen m.i. mede voort uit het feit dat men wel te snel de competitie begint tussen ambacht en toewijding. Men vindt dat bij wijze van spreken van Augustinus tot en met Kierkegaard. Mijn ervaring is dat ook nu theologen wel eens te weinig van het ambacht verwachten. Natuurlijk, als 'competentie' meent dat gelovig hoorder zijn van het Woord alleen maar een naïeve bezigheid is, dan is het gesprek gauw ten einde. Maar ook hier gaat het om hetzelfde als onder punt 1: geloven zoekt te verstaan. Ik ga uit van congenialiteit. Die vergt een hoge mate van competentie. Ieder die een ambacht beoefent weet dat uit ervaring.
Hiermee hoop ik enigszins te hebben voldaan aan de vragen die u stelde.
Met een hartelijke groet,
E. TALSTRA
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 26 september 2002
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 26 september 2002
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's