De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Uit de pers

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Uit de pers

8 minuten leestijd

Preekvoorziening

Vorige week zaterdag waren ook de 'D.V.-plus-predikanten' aan de beurt om hun preekagenda voor 2003 in te vullen. Anderen gaan intussen alweer denken aan 2004 (óók D.V. natuurlijk!). Het gaat hier slechts om accentverschillen, uiteraard. In de Christelijke Gereformeerde Kerken is september ook de maand waarin het 'jachtseizoen' open gaat. Ds. J. G. Schenau (Dordrecht) schreef daarover in 'De Wekker' van 6 september een humoristische column die we hier in z'n geheel citeren.

JACHTSEIZOEN

'Maandagmorgen, 6.45 uur. Telefoon. Mijn urouw en ik zitten van het ene op het andere moment rechtop in bed. Ik probeer tegelijk bij de hoorn en bij bewustzijn te komen. Zo vroeg telefoon, dat kan niet anders betekenen dan dat onze broeder, uan wie we dat al aan zagen komen, vannacht overle den is... "Goeiemorgen, dominee, ik ben preekvoorziener en ik wou vragen, of 2003 nog een zondag uoor ons hebt." Inmiddels een beetje bij mijn positieuen, antwoord ik: "De nood moet bij u wel erg groot zijn, broeder". "Nou ja, ik mocht u uandaag bellen en ónze dominee is altijd uroeg op." Op 1 september opent het jachtseizoen. Veel collega's houden die datum aan uoor de verdeling van hun urije zondagen. En dan je zulke dingen krijgen. Ik hoorde zelfs v een collega, die op een afgesproken d om 5 over 12 's nachts werd gebeld! Er eens gepleit voor een centrale verdeling vrije zondagen. Als dat praktisch al te do zou zijn, maakt het ligginguerschil in onze kerken het absoluut onhaalbaar. Misschien zou het wel goed zijn, als wij als collega's met z'n allen een uaste datum aanhielden. Wat dacht u uan 1 mei uoor verzoeken uit uacante en 1 september uoor die uan nietvacante gemeenten? Dan dienen op de jaarsclassis de vacaturebeurten al te zijn bedeeld. Ik heb ouerigens groot respect voor de volharding uan het preekuoorzienersgilde!'

WLLDKANSEL

'Preekuoorzieners melden regelmatig, dat hun werk steeds moeilijker wordt. De indruk bestaat, dat predikanten uaker dan vroeger echt vrij willen zijn. Ik bespeur dat verlangen ook bij mijzelf. Wie wil, kan elke zondag drie keer preken. Je jaagt van hot naar her en je kanseltje wild. Ooit liet ik me uerleiden tot uier keer. Op de uierde kansel stond een hijgend hert, der jacht niet ontkomen. Maar ook normaal gesproken is het werk zo intensief, dat meer rust geboden is. Ik wek • natuurlijk de indruk uan een gebrek aan toewijding of liefde voor de kerken. Maar da het niet. Dominees zijn niet de minste zondaars tegen het sabbatsgebod. En dat wreekt zich een keer. Zeker, dat is hun eigen uerantwoordelijkheid, maar in de arbeidsvoorwaarden en uooral het verwachtingspatroo kan best wat uerbeterd worden. Ik zou zelfs willen pleiten voor de mogelijkheden uan ee verlosknip of, bijbelser uitgedrukt, sabbatical uoor predikanten. Heus, dat zou ueel onheil in de kerken uoorkomen. Maar nogmaals, geen geklaag! Dominee-zijn, ik kan niks anders en ik doe niks lieuer. En preken is helemaal het mooiste, dat er is. O, uoor ik het vergeet: ik heb voor 2003 geen urije zo dagen meer weg te geuen...'

Ik sluit me aan bij het betuigen van respect aan de preekvoorzieners in gemeenten. Vooral in plotselinge geval- -len bijziekte of als dominee ontdekt zich vergist te hebben: dubbele afspraak u voor bijvoorbeeld. Of om boven de kritiek te blijven staan die soms geuit wordt: waarom vraagje die of die nooit eens? Altijd maar dat type voorganger en nooit eens die of die?

Roeping, wat is dat?

Catechisanten vragen het soms aan je: kun waarom bent u dominee geworden? Je an maakt reclame voor je werk in dienst atum van Christus. Ik kan het tenminste is soms wel niet laten de kring van ouder wordende van jongeren op catechisatie en eens rond te kijken. Vooral tegen het einde van het seizoen als de eindexamens naderen en er keuzen moeten worden gemaakt voor een voortgezette studie: wie van jullie overweegt weieens om theologie te gaan studeren? Eén van de meest boeiende studies die je voor- kunt kiezen. Alles in dit leven komt toe- erin aan de orde en dan noem je zo het een en ander. Ja maar, ik heb geen roeping om predikant te worden, is dan soms de reactie. Waarom bent u dat dan geworden? Had u roeping? En wat is dat dan? Moet je dan iets bijzonders meemaken en beleven of zo? Je probeert daar dan op te antwoorden. Veel heb ik nooit te vertellen, maar dat is persoonlijk. Ik wil onderstrepen wat ik in het Nederlands Dagblad van 2 september daarover las in een rubriek die om de zoveel tijd door prof. dr. W. van 't Spijker verzorgd wordt. Dit keer stond erboven 'Roeping tot het ambt'. Van 't Spijker zegt wat mezelf betreft terecht: er is wel een innerlijke overtuiging nodig. Want zonder gaan de din- t gen is hier niet. Roeping tot het ambt is een diepe innerlijke overtuiging meedragen die je motiveert, voortstuwt, sleept door innerlijk spannende tijden heen en je het vol laat houden ook als n het soms nauwelijks vol te houden is.

n 'Maar we kunnen heel wat dierbare uerha missen, ego-documenten, die hier en daar binnen de kerkelijke pers de ronde doen, oue dominees, die niet wilden, en toch moesten. In die uerhalen spelen hoge termen een rol. Intieme gebeurtenissen op een studeerkamer met de gordijnen dicht. Wie heeft niet ooit n- eens zo'n uerhaal gehoord? Wonderlijk hoe het toeging, en juist in dit wonderlijke het teken dragend van hogere leiding, in me lijke worstelingen. Ja, ja, er is ook een soor uan urome sensatieliteratuur, in krant en in kerkbode.

Wij hadden in het uerleden een hoogleraar hier in Apeldoorn, die aan zijn studenten de raad gaf om de gebedsworstelingen enz. maar op de studeerkamer te laten en de objectiviteit op de kansel te betrachten wanneer het om persoonlijke zaken ging. Er schieten mij een paar gezegden binnen uan waarlijk groten in het rijk van God, bij w men in archief en geschrift echt moet zoeken, wanneer men vraagt: hoe zou hij die o/die keuze gemaakt hebben?

Calvijn: Ik praat niet graag ouer mijzelf. Heel anders dus dan die mensen die bijuoorbeeld geen tekst uitleggen zonder te zeggen wat zij bij die tekst hebben gevoeld, hoe zi ertoe gekomen zijn, of hoe zij ertoe bepaald werden. Men hoort, zo lijkt het, objectieue dingen. Maar het zijn in feite zeer subjec ve ervaringen die ouer de toonbank gaan die de sierlijkheid uan de tekst omfloersen. Voor zulke omstandigheden zou men kunne denken aan Caluijn en aan Paulus. De laatste deelde mee: Wij prediken niet onszelf, maar Christus. En onszelf als uw dienaren om Christus' wil.

Natuurlijk wist Caluijn dat een mens, geroepen zijnde om God in zijn gemeente op een bijzondere plaats te dienen, innerlijk de overtuiging moet hebben, dat dit zijn roeping is. Alle accent valt bij hem echter op de "uiterlijke en plechtige roeping die betrekking heeft op de publieke orde van de ker Van de "uerborgen roeping, waaruan iedere dienaar ten ouerstaan van God zich bewust moet zijn", zegt Calvijn, dat hij daarvan de kerk niet tot getuige heeft. Zulks speelt zich af, als ik mag zeggen, ' tussen God en de Deze innerlijke roeping ualt niet zo gemakkelijk aan anderen duidelijk te maken. Zij bestaat voornamelijk in "een goed getuigenis van ons eigen hart, dat er van ambitie, gierigheid of wat voor begeerlijkheid ook sprake is, maar wél van een serieuze v Gods en ijver om de gemeente op te bouwen" Slechts dit kan ons helpen om een ambt dat ons wordt aangeboden, aan te nemen.'

NIET VOOR ONSZELF

en 'Het lijkt op het eerste gezicht dat we met Calvijns standpunt vandaag niet meer uit d voeten kunnen. Er ualt wellicht ook wel iets meer bij en ouer te zeggen. De tijden zijn gewijzigd. Maar het gaat uast en zeker Jout in de kerk als die twee elementen ontbreken die we aangeduid uinden in Caluijns leuen en in zijn geschriften: wij zijn er niet voor onszel Wij zijn uan God. En we dienen Hem in ons nse- ambt en beroep met een innerlijke (misschien wel aangeuochten) overtuiging, dat we zijn stem gehoord hebben en gehoor gegeven hebben.

Dat is roeping. Zij uoert niet tot een uorm uan geestelijk exhibitionisme. Het is euenmin een kwestie uan: ik zal 't hem of haar wel eens duidelijk maken. Roeping is datge- ook ne wat men ontvangen heeft in dienst te s len uan Hem die ons alles heeft gegeven. Meer niet. Ook niet minder.'

Dierbare verhalen, de insider in reformatorische kring zal begrijpen waar prof. Van 't Spijker op doelt. Met respect voor sommige levensverhalen, verbaas je je soms toch ook over bijdragen van broeders die het niet laten kunnen hun eigen levensgang al te heftig voor het voetlicht te brengen. De nuchterheid van Calvijn zou ons tie- meer sieren: ik praat niet graag over mezelf. en Wie de liefde voor zijn vrouw bekent, hoeft dat toch niet te illustreren met slaapkamerverhalen? Nu de drukke tijd in kerk en gemeente weer is begonnen, kan het goed zijn ons te herinneren wat we hier lezen: de innerlijke overtuiging van de roeping voltrekt zich heel nuchter in het dienaar zijn van Hem Die beslag legde op ons leven om Hem te dienen in Zijn kerk.

J. MAASLAND

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 26 september 2002

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Uit de pers

Bekijk de hele uitgave van donderdag 26 september 2002

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's