De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Bijzonder onderwijs

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Bijzonder onderwijs

DE APOSTELEN VAN JEZUS CHRISTUS [2]

6 minuten leestijd

Toerusting

Natuurlijk hebben niet alleen de apostelen gepreekt. U behoeft slechts even te denken aan Stefanus. En uiteraard aan zoveel anderen in het Nieuwe Testament.

Toch rondt Paulus de kring van twaalf (met hem: dertien) afin 1 Kor. 4: 9, als hij spreekt over 'ons, die de laatste apostelen zijn'. Ook i Kor. 12 : 28 beklemtoont apart het apostelschap: 'God heeft er sommigen in de gemeente gesteld, ten eerste apostelen...'.

Dat maakt nieuwsgierig naar de toerusting van deze kring. Immers, in Handelingen 2 : 42 staat van de gemeente reeds geschreven dat zij 'volhardende waren in de leer van de apostelen'. En dat is wel heel spoedig dan gezegd van hen die ruim zeven weken geleden nog aan geen leer dachten. Ja, eigenlijk alleen Christus maar vooral voor de voeten konden lopen.

Van de sociale positie en de geestelijke ontwikkelingen van de apostelen kan gezegd worden, dat zij in het algemeen kleine ambachtslui zijn geweest. Verder weten wij weinig bijzonderheden. Daarom moet maar niet naar afkomst worden gevraagd. Men denkt wel dat Jacobus en Johannes 'van goeden huize' geweest zijn: beter gesitueerd omdat vader Zebedeüs 'dagloners' in het visserijbedrijf had. Maar aan de zee van Tiberias konden natuurlijk geen grote rederijen zich ontwikkelen. In Lukas 5 : 1 wordt de zee van twintig bij twaalf kilometer dan ook slechts 'meer' (van Gennésareth) genoemd. Wel was er meermalen een combinatie van vissers, waarbij elk een onderdeel van boot, tuigage, netten en visuren voor zijn rekening nam. De vangst werd evenredig dan verdeeld. Ook Mattheüs (Levi) de tollenaar behoeft bepaald niet rijk te zijn geweest. De prediking van Johannes de Doper, ook wellicht eerder door Mattheüs gehoord (Hand. 21-22), was duidelijk genoeg geweest voor tollenaars. Hij behoeft zijn baan er echt niet aan gegeven te hebben, evenals de discipelen bleven vissen voorlopig. Totdat Jezus riep voorgoed. Zo mogen we aannemen dat de apostelen in doorsnee tot dezelfde maatschappelijke klasse hebben behoord als het gezin waarin Jezus opgroeide. Paulus vormt straks dan wel een uitzondering. Maar daarover later.

Gelijkenis

Ook onkunde en misverstand waren bij de twaalf niet minder dan bij de schare.

Anderzijds heeft Jezus de apostelen geleidelijk voorbereid op de geweldige taak waar zij in de verste verte nog geen notie van hadden. Zo legde Hij bijv. apart aan de twaalven nader uit, wat met een gelijkenis nu precies bedoeld werd. Markus 4 : 34 leert ons: 'En zonder gelijkenis sprak Hij tot hen niet; maar Hij verklaarde alles Zijn discipelen in het bijzonder'.

Hoe vaak ook waren de discipelen er getuige van, dat Jezus de schare veel dingen begon te leren (Markus 6 : 34). Maar hoe vaak ook nam Hij de twaalf mee voor Zijn bijzonder onderwijs. De 'gouden uren' met Jezus. En dan blijkt, dat de omgang met de Meester maar niet wat 'bijscholing' (wat een gevaarlijk woord!) heeft gebracht, maar Zijn onderwijs als Zoon van God heel diep soms was doorgedrongen in hun harten. Zo zelfs, dat Petrus op eenmaal belijden gaat: 'Gij zijt de Christus, de Zoon van de levende God' (Matth. 16 : 16). En dat heeft Petrus dan alleen maar van de Vader, Die in de hemelen is...!

Daarom: wij moeten de apostelen ook weer niet te veel aan kennis en geloof ontzeggen. Is het Jezus Zelf niet, Die in Matth. 10 : 5W. de twaalf heeft uitgezonden met de opdracht: 'En heengaande predikt, zeggende: Het Koninkrijk der hemelen is nabij gekomen. Geneest kranken, reinigt melaatsen; wekt de doden op; werpt de duivelen uit'.

Intussen blijft het voor hen onverteerbaar, dat lijden, kruisiging en sterven snel gaan naderbij komen. Maar zeker is dat een stil geheim van liefde en verwondering, van hoop en geloof zich door de jaren heen heeft vastgezet in hun hart. En schatten aan kennis en onderwijs, die ze later, indachtig gemaakt door de Heilige Geest, als het klare onderricht van Jezus zullen zien opengaan. Dat geeft toch brandende harten, die Jezus straks na Pasen overvol zal maken van zalig geluk, als Hij hun de Schriften openen gaat.

Hoeveel temeer wordt dan verstaan, wat Johannes schrijft over het eerder ontvangen onderwijs van Jezus over de Vader, de Zoon en de Heilige Geest. En terwijl Pinksteren nog vertoeft te komen, zijn daar dan de veertig dagen tussen Pasen en Hemelvaart (Hand. 1: iw.).

Op Huis aan

Wat is dat altijd aangrijpend! Terwijl alles in Jezus op Huis aan trekt (Joh. 17 : 4W.) en Hij eenmaal bedroefd heeft gezegd: 'En niemand van u vraagt Mij: waar gaat Gij heen? ' (Joh. 16 : 5), blijft Hij nog veertig dagen lang op aarde.

En hoe!! Zich levend vertonend aan de apostelen, die Hij uitverkoren had; aan hen bevelen gevend door de Heilige Geest. En dat met vele zekere kentekenen, van hen gezien en door hen gehoord; en sprekend van de dingen, die het Koninkrijk van God aangaan (Hand. 1:1-3). Ach ja, hoe gaan hier de harten open. Wordt het onderwijs overstelpend, en toch niet te veel. Dat moet heerlijk zijn geweest.

Dat blijkt trouwens straks op de hemelvaartsdag van Jezus. Het 'vreest niet' doorloopt de hele Bijbel, zowel in het Oude als in het Nieuwe Testament. Geen wonder: in Gen. 3 : 10 zegt Adam al: 'ik vreesde'. Het 'vreest niet' van de Heere is telkens genadig te horen. Zeker bij de grote heilsfeiten. Maar bij Hemelvaart ontbreekt het! Vanuit de hemel bezien is alles in beweging, en wordt het Kind weggerukt tot God en Zijn troon (Openb. 12 : 5). Op de aarde leidt Jezus de apostelen uit naar de Olijfberg, nadat Hij voor de vierde keer met hen gegeten heeft (zo vertalen de meesten Hand. 1: 4; 'vergaderen' is letterlijk 'aan tafel eten'). Zijn laatste onderwijs en opdracht tot prediken mogen ze horen. Maar dan zijn op eenmaal zegenende handen over hen uitgebreid, terwijl Jezus voor hun ogen zichtbaar ten hemel vaart. Engelen dalen neder, echter, geen 'vreest niet' wordt er gehoord. Integendeel! 'En zij aanbaden Hem, en keerden weder naar Jeruzalem met grote blijdschap. En.zij waren te allen tijd in de tempel, lovende en dankende God. Amen' (Lukas 24 : 50-53).

Leerlingen

Vóór Jezus Zijn apostelen verkoos, bracht Hij (Lukas 6 : 12) een hele nacht door op de berg in het gebed. En nu dan wachten en verwachten zij biddend de komst van de Heilige Geest, Die alle dingen leren zal, nodig voor het apostelschap.

Maar leerling blijven zij. Leerling van Christus, leerling van de Heilige Geest. Op de eerste 'synode' te Jeruzalem (Hand. 15/Galaten 2); als Petrus niet weet wat hij met Cornelius aanmoet; als Paulus straks met vragen loopt, welke richting zijn zendingsreis wel moet gaan.

Wat gelukkig als een apostel 'leerling' blijft. Hoevéél heeft dat ook ons allen te zeggen! Dan blijft ook het woord van Jezus dicht bij ons hart: 'Ik eer Mijn Vader; Ik zoek Mijn eer niet' (Joh. 8 : 49, 50).

J. C. SCHUURMAN, BARNEVELD

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 17 oktober 2002

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Bijzonder onderwijs

Bekijk de hele uitgave van donderdag 17 oktober 2002

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's