De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Een voorbeeld: de geschiedenis van Jozef

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Een voorbeeld: de geschiedenis van Jozef

THEOLOGIE VAN HET OUDE TESTAMENT

11 minuten leestijd

In de uitleg uan het Oude Testament draait alles om de theologie van het Oude Testament. Zo zou je de tvuee vorige artikelen kunnen samenvatten. Om dat te illustreren kiezen wij als voorbeeld de pas verschenen commentaar van de r.-k. theoloog Th. J. M. Naastepad over de geschiedenis van Jozef.*) Van hem is ook een elftal gezangen opgenomen in het Liedboek voor de kerken, waaronder het bekende 'Eens als de bazuinen klinken'.

IVpisch de Amsterdamse school

Dit boek is een typisch voorbeeld uit de Amsterdamse school. Naastepad schrijft in zijn maandbrief van november 1987: 'De bundel verhalen die in Genesis 37 begint doet men een fiin-damenteel onrecht als men die betitelt als het 'verhaal over Jozef. De eerste regel moet ons al waarschuwen: 'deze zijn de verwekkingen van Jakob'; daarover handelt het: over Jakob, als vader van twaalf zonen, zonen die nog geen broeders, en daarom ook nog geen zonen van Israël zijn. Maar ze zullen het worden. Eerst dan kan de redactor van het boek Genesis afsluiten; dan heeft hij het thema van zijn boek uitgewerkt: de wording van Israël te midden van de volken'. Dr. L. W. Lagendijk reageert in zijn inleiding (de pagina's I-VIII) op dit commentaar met de opmerking: 'Alsof wij Frans Breukelman horen spreken' (I). Breukelman geldt in dit verband dan als het boeg-beeld van de Amsterdamse school. In deze visie is het boek Genesis de 'opmaat' van het verhaal van de geschiedenis van Israël. Het wordt verteld door een groep 'geroepenen', die hun volksgeschiedenis interpreteren als bevrijdingsbeweging (II). Het gaat in Jozef om de geschiedenis van Israël als de gezegende te midden van de volkeren. Want Jozef is de gezegende. Dat blijft hij, ook al is zijn nageslacht, de stam Efraïm (de grootste stam van het Noordelijk rijk) weggevoerd in ballingschap. Maar zoals de broeders mogen delen in de zegen van die ene, zo delen de volkeren, zo delen wij in de zegen van Israël (IV). Het gaat in de zegen om de ware humaniteit. Om

Breukelman weer te citeren: in het boek Genesis wordt niet 'humanistisch' over Israël gesproken maar 'Israëlitisch' over de humaniteit (IV). De mensenwereld doet zich aan ons voor als een jungle. Daar geldt ook de wet van de jungle. Wie deelt in de zegen van God zal zich daartegen verweren. Naastepad gebruikt dit beeld van de jungle om de haverklap (9-11, enz.).

Bijbels-theologische lijnen

Daarmee is het boek van Naastepad niet afgedaan. Hij maakt bijbels-theologische lijnen zichtbaar door simpel de kernwoorden in het verhaal te onderstrepen. Zo'n kernwoord is bijvoorbeeld afdalen. Van de Ismaëlieten aan wie Jozef door zijn broers als slaaf werd verkocht, lezen wij: 'hun kamelen droegen specerijen en balsem en mirre, reizende om dat af te brengen naar Egypte' (Gen. 37 : 25). Letterlijk staat er 'om dat te doen afdalen naar Egypte'. Naastepad schrijft dan: 'al wat naar Egypte gaat daalt af (16). Dus ook Jozef. Hij wordt vernederd. Maar als de vernederde zal hij worden verhoogd. Naastepad ziet hier duidelijk de Messiaanse lijn (108). Ook Jakob neemt het woord afdalen in de mond. Als hij tot de conclusie komt dat een boos dier zijn zoon Jozef heeft verscheurd, lezen wij: En al zijn zonen en al zijn dochters maakten zich op om hem te troosten; maar hij weigerde zich te laten troosten, en zei: Want ik zal rouw bedrijvende, tot mijn zoon in het graf afdalen (SV: nederdalen). Egypte is het land van de dood.

Bedenken wij nu dat als opschrift boven de geschiedenis van Jozef staat 'dit zijn de verwekkingen (SV: de geschiedenissen) van Jakob. God verwekt nieuw leven in en door het geslacht van Jakob. Het ziet er niet naar uit. Jozef is al verhoogd tot vorst in Egypte, maar Jacob gaat nog meer de diepte in. Want nu moet ook Benjamin mee naar Egypte. Daarom zegt Jakob: 'Mij aangaande, als ik van kinderen beroofd ben, zo ben ik beroofd!' Nu beschouwt hij zich echt als kinderloos: 'zijn zonen daalden af (SV: togen af) naar Egypte' (Gen. 43 : 15) (82-88). Zulke kernwoorden kunnen we alleen op het spoor komen in een letterlijke vertaling van de oorspronkelijke bijbeltekst. Dat kan wel eens ten koste gaan van de verstaanbaarheid. Maar dan alleen is het mogelijk de verban- 61:4 den te ontdekken die de Bijbel zelf oproept. Daarom is en blijft de Statenvertaling zo waardevol, niet het minst voor persoonlijke bijbelstudie.

Eigen achtergronden

Neutrale bijbeluitleg bestaat. Elke wetenschapper heeft een bepaalde kijk op het leven. Dat hoort bij het menszijn. Ook kerkelijke achtergronden spelen daarbij een rol. Wij herkennen ze eerder bij anderen dan bij onszelf. Naastepad was een rooms-katholiek geestelijke. Dat is hier en daar ook te merken. Bijvoorbeeld in de zinnen die hij wijdt aan de maatregel van Jozef om voedsel en koren op te slaan voor de zeven magere jaren: 'Brood wordt, om brood te zijn, gebroken en gedeeld. Brood maakt lichaam, en maakt mensen tot lichaam' (68). Hier krijgt het commentaar een liturgisch-sacramentele dimensie. Nog een ander voorbeeld. Naar aanleiding van de bekendmaking van Jozef aan zijn broeders merkt Naastepad op: 'Dat is zijn identiteit, verkocht door zijn broeders. Daaraan herkent men elke Messiaanse gestalte: aan zijn stigma's' (108). Dat brengt ons tot de volgende opmerking. AI de Schrift is van God ingegeven en is nuttig tot lering. Dat vraagt om toepassing, om concretisering in onze eigen leefsituatie: opdat de mens Gods volmaakt zij, tot alle goed werk volmaakt toegerust (2 Tim. 3 : i6v.). De uitleg mag, moet zelfs overgaan in toepassing, maar dient daarvan toch ook weer onderscheiden te blijven. Want de toepassing is de uitleg niet. De Schrift gaat daar bovenuit. In een andere situatie zal de uitleg hetzelfde zijn maar de toepassing anders. Wel dwingt de uideg tot toepassing, want het Woord van God is niet vrijblijvend.

Jozef het type van de Christus

Ons vertrekpunt in het onderzoek naar de bijbelse theologie van het Oude Testament is de canon van de 'ganse Heilige Schrift' zoals dat beleden wordt in de artikelen 2 tot 7 van de Nederlandse Geloofsbelijdenis. Daarom lezen wij de geschiedenis van Jozef in het licht van het Nieuwe Testament. In dat perspectief gezien is Jozef het type van de Christus. Hij wordt overgeleverd door Zijn broeders. Hij wordt vernederd maar dan en daarom wordt hij ook uitermate verhoogd. Bovendien is deze geschiedenis het verhaal van een wonderbare spijziging. Van Jakob en zijn zonen kan gezegd worden: God zal hen nimmer om doen komen in dure tijd en hongersnood.

Voortgaande openbaring maar hetzelfde geloof

Dat betekent niet dat wij het Nieuwe Testament teruglezen in het Oude Testament. Dan schakelen wij de voortgaande geschiedenis van de Godsopenbaring uit. Het is ook in strijd met wat het Nieuwe Testament ons daarover zegt. Ik denk aan de woorden van de Heere Jezus tot Zijn discipelen: Zalig zijn de ogen die zien wat gij ziet. Want Ik zeg u, dat vele profeten en koningen hebben begeerd te zien wat gij ziet, en hebben het niet gezien; en te horen wat gij hoort, en hebben het niet gehoord (Luc. 10 : 23V.). Ik denk ook aan het begin van de Brief aan de Hebreeën: God, voortijds en op velerlei wijze tot de vaderen gesproken hebbende, heeft in deze laatste dagen tot ons gesproken in de Zoon. Wij mogen de bedeling van het Oude en die van het Nieuwe Testament niet in elkaar schuiven. Bijbelse theologie is vooral ook bijbelse geschiedenis. Het trinitarisch-heilshistorisch-heilsordelijk interpretatiekader dat de Heilige Schrift van het Oude en Nieuwe Testament zelf met zich meebrengt, is wel het perspectief waarin bijvoorbeeld de geschiedenis van Jozef wordt geplaatst, maar niet het schema dat over dit verhaal wordt heengelegd. Johannes en Stefanus verwijzen wel naar Jozef. In Sichem kreeg Jozef zijn waterbron en zijn graf. Maar in Johannes 4 en in Handelingen 7 blijft Jozef op de achtergrond. Daar gaat het over de Heere Jezus. Het water dat Hij geeft zal in ons worden tot een fontein van water, springende tot in het eeuwige leven. Dat is oneindig meer dan een waterput bij Sichar. De Heere Jezus heeft de hemel voor ons geopend. Daar staat Hij, de Zoon des mensen, als onze Voorspraak, aan de rechterhand van God de Vader. Dat is oneindig meer dan een graf bij Sichem. Als type van de Christus is Jozef een Messiaanse gestalte. Die positie deelt hij met zoveel profeten, priesters en koningen uit het Oude Testament. In hun ambt wijzen ze heen naar de Christus. Hij is onze hoogste Profeet, onze enige Hogepriester en onze eeuwige Koning. In die positie wordt Jozef ook onderscheiden van zijn broeders en zelfs van zijrï ouders. God geeft dat aan in de dromen die Jozef ontvangt. De gedachte dat zij voor hun broer en zoon moeten buigen, wekt ergernis. Maar wat ons met Jozef verbindt, is het geloof. In Hebreeën n heeft hij een plaats gekregen in de wolk der getuigen. Zij moedigen ons aan om te volharden in het geloof door te zien op Jezus, de overste Leidsman en Voleinder van het geloof (Hebr. n : 22 en 12 : iv.).

Juda, gij zijt het!

Zoals we gezien hebben, neemt tegenwoordig het onderzoek naar de opbouw van het verhaal in de bijbelse theologie een belangrijke plaats in. Vorm en inhoud gaan vaak samen. De compositie van de tekst is dan al een aanwijzing voor de strekking van de tekst. Het opschrift boven de geschiedenis van Jozef is 'De verwekkingen van Jakob'... Dat is geen vergissing. Want het gaat inderdaad om de zonen van Jakob, de zonen van Israël. Aan het slot horen wij Jozef tot zijn broeders zeggen: Gij wel, gij hebt kwaad tegen mij gedacht, doch God heeft dat ten goede gedacht; opdat Hij deed gelijk het te dezen dage is, om een groot volk in het leven te behouden (Gen. 50 : 20). Jozef weet: dit is mijn missie (Gen. 45 : 5). Maar wanneer Jacob op zijn sterfbed zijn zonen zegent, is het niet: Jozef, gij zijt het, u zullen uw broeders loven, maar Juda, gij zijt het! (Gen. 49 : 8). Zijn vader prijst hem niet.

Naastepad maakt duidelijk dat de trieste geschiedenis van Juda en Tamar geen vreemd element is in deze verhalencyclus maar daar echt in thuishoort (22-30). Ruben kan niet de eerstgeboortezegen ontvangen, want hij heeft seksueel misbruik gemaakt van Bilha, de bijvrouw van zijn vader. Simeon en Levi vallen af vanwege hun moordaanslag op Sichem. Ook Juda. Hij ging in tot een prostituee, verwekte bij haar een tweeling, maar wist niet dat deze vrouw zijn schoondochter was, Tamar de weduwe van zijn oudste zoon Er. Toen Juda hoorde van haar gedrag, veroordeelde hij haar tot de dood door verbranding. Maar zij kon bewijzen dat hij met haar gemeenschap had gehad. Zij toonde hem zijn zegelring, zijn snoer en zijn staf. Juda 'week af van de weg' (Gen. 38 : 16), maar Ta-

mar wordt een 'moeder in Israël' (28). Zij is de 'rechtvaardige', en niet hij (Gen. 38 : 26).

Zo diep heeft Christus Zich vernederd. Naar Zijn menselijke natuur wordt Hij geboren uit het geslacht van een man die 'afweek van de weg'. Want Hem, die geen zonde gekend heeft, heeft Hij zonde voor ons gemaakt, opdat wij zouden worden rechtvaardigheid Gods in Hem (2 Kor. 5 : 21).

Hoe verrassend is Gods verkiezing. De meerdere zal de mindere dienen. Het is niet Esau maar Jakob, niet Jozef maar Juda, niet Manasse maar Efraïm. Het leven van Tamar wordt gekenmerkt door verdriet en vereenzaming, door verachting en vernedering, en zij wordt een moeder in Israël. Niemand hoeft bij voorbaat te denken: ik ben buitengesloten.

En wat het geloof betreft: zelfs als het sterven wordt, is er toch verwachting. We horen Jakob zeggen: op uw zaligheid wacht ik, HEERE (Gen. 49 : 18). De geschiedenis van Jakob zijn inderdaad 'verwekkingen'. Als ik, omringd door tegenspoed, bezwijken moet, schenkt Gij mij leven.

Samenvatting en conclusie

De bijbelse theologie brengt de bijbelse geschiedenis in kaart volgens de canon van de Heilige Schrift van het Oude en Nieuwe Testament. Ons vertrekpunt is de belijdenis van de gemeente, verwoord in de artikelen 2 tot 7 van de Nederlandse Geloofsbelijdenis. Er zijn ook andere vertrekpunten. Bepalende factoren zijn de visie op de canon en de levensbeschouwing van de wetenschapper. Het gaat in de bijbelse geschiedenis over God, Zijn mensen en Zijn wereld. Dat vraagt om een onderzoek van de bijbelse voorstellingen in hun onderlinge samenhang. Maar het is en het blijft bijbelse geschiedenis. Dat vraagt om een onderzoek van de interpretatiekaders die de bijbeltekst zelf aanreikt. Dit inzicht wordt gaandeweg gemeengoed. Dat is winst. Steeds meer wordt erkend: de (bijbel)tekst spreekt voor zich. Beginnen we de reis op ons vertrekpunt, dan zien we direct al het panorama van Gods grote daden vanaf de schepping tot de voleinding. Het wordt wel een tocht over bergen en dalen. Om een bijbels beeld te gebruiken, gaat het door het water en het vuur. Soms lijkt er helemaal geen weg te zijn. Ik denk weer even aan Von Rad onder de terreur van het nationaal-socialisme. Maar je gaat in Gods NAAM die over ons is uitgeroepen: IK BEN ER. En zo kom je er, hoe dan ook.

H. J. DE BIE, HUIZEN

*) Th. J. N. Naastepad, Jozef, Uideg van Genesis 37-50, verzorgd, geannoteerd en van een inleiding voorzien door dr. L. W. Lagendijk, 172 blz., euro 14, 90, Uitgeversmaatschappij Ten Have, Baarn 2002.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 17 oktober 2002

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Een voorbeeld: de geschiedenis van Jozef

Bekijk de hele uitgave van donderdag 17 oktober 2002

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's