De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Globaal bekeken

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Globaal bekeken

6 minuten leestijd

D s. G. van Wijk, hervormd predikant te Wezep, schreef een boek over Charles Haddon Spurgeon ('Zijn leven in beeld', uitgave Den Hertog, Houten). Over de eerste preek van Spurgeon:

'Spurgeon zette zich volledig in voor het zondagsschoolwerk en was daarin zeer gedreven. Dat was inmiddels een zekere James Vinter ook opgevallen. Deze man, die in de gemeente van St. Andrew Street werd aangeduid met de bijnaam "The Bishop", gafleiding aan een bond van lekenpredikers: "The Cambridge Lay Preachers' Association". Deze bond, die aan dege meente uan St. Andrew's Street verbonden was, had zich ten doel gesteld om jonge mannen in de omgeving uit te zenden om het Woord te bedienen. De vele kleine gemeenten in de omtrek

immers hadden niet de middelen om een predikant te beroepen. Het is duidelijk dat het opleidingsniveau van deze lekenpredikers niet bijzonder hoog geweest is. Zij moesten immers overdag de kost verdienen. Veel tijd om te studeren hadden zij niet, maar zij konden wel een stichtelijk woord spreken. Om ook Spurgeon zover te krijgen, had "The Bishop" iets bijzonders in gedachten...

Teversham

James Vinter vroeg aan de zestienjarige Spurgeon of hij de volgende zondag naarTeuersham u/ilde gaan. Wat was het geval? In Teversham zou een jongeman moeten preken die er niet aan gewend was om het woord te voeren en het zou fijn zijri als Charles hem onderweg wat gezelschap zou kunnen houden. Aldus geschiedde. Toen het tweetal op weg naarTeuersham samen in gesprek was en Charles de gedoodverfde prediker, die een paar jaar ouder was dan hij, moed insprak en de hoop uitsprak dat zijn prediking gezegend zou worden, riep deze uit: "Maar jij' bent toch degene die straks het woord moet voeren? ! Ik ben degene die jou slechts gezeischap moet houden". Toen beiden enigszins

van de schrik bekomen waren - geen van beiden had immers een preek voorbereid - werd besloten dat Spurgeon a l'improviste een stichtelijk woord zou spreken. De

metgezel had namelijk als argument dat Spurgeon één van zijn zondagsschoollessen zou kunnen herhalen. Bovendien voelde Charles zich door de mogelijkheid aangetrokken. God gaf hem op een wonderlijke manier de gelegenheid het woord tot zondaren te spreken, iets waar hij vanaf de profetie van Richard Knill al zo vurig naar had verlangd. Hij schrijft: "Ik wandel-

de rustig door terwijl ik mijn ziel ophief tot God. Zou ik een aantal eenvoudige mensen op de boerderij niet kunnen vertellen over de zoetheid en de liefde van Jezus, een liefde die ik bovendien in mijn eigen hart gevoelde? " In een eenvoudige woonkamer van de boerderij waren slechts enkele mensen samengekomen. Spurgeon hield er zijn eerste preek. De tekst die

hij koos was i Petrus 2 : 7: "U dan, die gelooft, is Hij dierbaar". Nog voordat de prediking ten einde was, vroeg een oudere vrouw enthousiast: "Lieve jongen, hoe oud ben je? " Spurgeon antwoordde dat zulke onderbrekingen in de dienst onbetamelijk zijn en gaf een lied op om de dienst te besluiten. De urouu/ liet zich echter niet uit Het veld slaan en wilde haar vermoeden bevestigd zien dat het hier om een wel heel jonge prediker ging. "Hoe oud ben je? " Spurgeon die de vraag wat wilde omzeilen, antwoordde: "Beneden de zestig". "Ja, en beneden de zestien ook!" riep de vrouw. In Teversham was men zo enthousiast, dat men hem verplichtte terug te komen.'

D e Commissie van Beheer van de Geref. Kerk (Vrijg.) te Steenwijk gaf een herdenkingsboek uit van de 'Kleine Kerk' in Steenwijk, ofwel de Onze Lieve Vrouwekerk. Waarom een 'vrijgemaakte' uitgave? We geven het woord aan de emeritus ds. J. ter Steege, die de geschiedenis van de oorspronkelijk rooms-katholieke kapel beschreef.

• 'De doden werden in Steenwijk begraven nadat zij meestal eerst op hun sterfdag verluid waren. De klokken van de toren werden dan een bepaalde tijd geluid om te kennen te geven dat er iemand overleden was; een gebruikelijke gang van zaken, waarbij voor het luiden van de Kleine Kerk twee gulden betaald moest worden. Opmerkelijk was dat de klokken van de Kleine Kerk vaak luidden voor kinderen. Misschien had dit te maken met de totale kosten, die voor een begrafenis gemaakt moesten worden. Voor de Kleine Kerk lagen die lager dan uoor de Grote Kerk.

In de periode 1636-1748 vond het verluiden van kinderen honderdzeven keer plaats. Het is opvallend dat vanaf 1651 het verluiden van kinderen afneemt en dat het in 1703 geheel ophoudt. (...)

Een enkele keer verluidden de klokken van de Kleine Kerk een volwassene. Dat was het geval op 1 juli i646toen de vrouw van ene Tonis verluid werd, en op 6 juli 1656 toen Trijntje van de schoolmeester op last uan de burgemeester van Steenwijk "in de Cleyne Kerk verclept" werd. Gedurende de gehele periode 1636-1748 werd e'e'n volwassene in de Kleine Kerk begraven namelijk Jan Coops. Hij werd op 2 april 1668 verluid door de klok uan de Grote Kerk.'

• 'In 1993 werd de Kleine Kerk door de Gereformeerde Kerk (Vrijgemaakt) te Steenwjjk gekocht van de hervormde gemeente. Het opknappen van het interieur werd voortvarend aangepakt, zodat mede dankzij de inzet van vele vrijwilligers onder de gemeenteleden tijdens een feestelijke dienst op pinksterzondag 30 mei 1993 de Kleine Kerk officieel in gebruik kon worden genomen. Voorganger in deze dienst was dominee E. Woudt, predikant te Heemse. Sinds 1993 is de gemeente gegroeid van 400 naar circa 500 zielen. Dat betekent dat de Kleine Kerk 's zondags tijdens de twee erediensten goed bezet is.

Het bezit van zo'n historisch gebouw is uniek voor een gemeente van de Gereformeerde Kerk (Vrijgemaakt); de meeste gemeenten uit dit kerkverband kerken in een modern gebouw, dat meestal uit de laatste decennia van de 20e eeuw dateert. De vele vakantiegangers die Steenwijk en omgeving bezoeken, reageren dan ook uerrast en enthousiast als ze de erediensten in de Kleine Kerk bezoeken. Het gebouw straalt sfeer uit, de geschiedenis kijkt op je neer en het is een bijzondere ervaring als men zich realiseert dat al zoveel eeuwen gelovigen in dit gebouw het Woord van God hebben gehoord en Zijn lof hebben gezongen, zo zijn de veelgehoorde reacties.'

• 'In 1897 wilde de afdeling Steenwijk van de Christelijke Nationale Geheelonthoudersvereniging haar beginselen onder de aandacht brengen. Zij vroeg daarvoor de Kleine Kerk. Maar de kerkenraad stemde hier niet in toe. Reden? Er zou gebruikgemaakt worden van een toverlantaarn. Bovendien traden uoor de vereniging ook wel eens sprekers op die niet uit eigen kerkelijke kring kwamen.

In de 20e eeuw groeide het aantal niet-kerkelijke bijeenkomsten in de Kleine Kerk. Doorgaans was er geen kritiek op het gebruik uan de kerk hiervoor. Maar toen dominee K. H. E. Gravemeijer op 15 december 1922 in de Kleine Kerk propaganda maakte voor de Heruormd-Gereformeerde Staatspartij (HGS), protesteerde de Steenwijker heruormde predikant dominee S. Kooistra. Hij achtte dit een onjuist gebruik van het gebouw.'

V.D.G.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 24 oktober 2002

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Globaal bekeken

Bekijk de hele uitgave van donderdag 24 oktober 2002

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's