De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Komen tot gebedstijden

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Komen tot gebedstijden

LICHT OP DE KERK [2]

9 minuten leestijd

In de geschiedenis uan de kerk kennen we de getijden. Vaste tijden uan inkeer en gebed. Voor de kerk waren dat gouden momenten. Waar het gebed begint te zwijgen, slaan de armoede en de bitterheid toe. Onze fase van de kerkgeschiedenis in West-Europa is geen bloeitijd. De Nederlandse situatie is daar geen uitzondering op. Onenigheid ojdreigende scheuringen leggen een deken ouer het getuigenis uan de kerk. Bovendien vervreemdt de kerk zich steeds meer van haar wortels. Neemt ze haar eigen belijden weinig ernstig. Verliest ze aan kracht in belijden en getuigen in deze wereld. Het haar toebetrouwde pand is uaak geen beleefde en geleefde werkelijkheid.

Gebeden

Daarom vragen we aan het begin van deze reeks artikelen over het kerk-zijn nadrukkelijk aandacht voor gebed. Laat niet de bitterheid of de vervreemding de boventoon voeren. Evenmin passiviteit of actiebereidheid. Werkelijk medelijden met 'haar gruis' brengt ons voortdurend tot gebed. We spreken geen grote woorden, maar bidden tot God. We komen tot getijden waarin de verborgen omgang met God wezenlijk is en van diepe betekenis. De eerste christengemeente kenmerkte zich door voortdurend gebed. Een ontroerend voorbeeld daarvan vinden we in de tweede helft van Handelingen 4. De gemeente bidt vurig om met vrijmoedigheid het woord te spreken in een zeer dreigende situatie. Alle machten zijn vergaderd tegen 'Uw heilig Kind Jezus'. Over spanning gesproken, en crisis en dreiging. Dan gaat de gemeente over tot intens gebed. Daarin wijst de eerste christengemeente, maar evenzeer de kerk der eeuwen, ons de weg.

De kerk is des Heeren. Biddend leggen wij haar steeds weer in Zijn handen. Alleen in Zijn handen is de kerk veilig. Op het vurig gebed wordt de gemeente zeer bemoedigd door haar God en Koning. De gemeente die in Christus' Naam bidt, mag op het gebed wonderen verwachten. Christus is Heere. Hij waakt over Zijn kerk. Deze belijdenis vraagt vandaag om geloofsvertrouwen dwars tegen alle zichtbare feiten in.

Gebedsplaatsen

In de eredienst bidden wij: 'Bewaar en vermeerder Uw kerk'. We bidden dat in deze tijd van secularisatie en de spanningen binnen de kerk bovendien almaar toenemen. De samenkomst van de gemeente is de aangewezen

plaats om de zorgen voor de kerk waarvan we deel uitmaken, tot God te brengen. We doen dat in gemeenschap met heel Gods heilige kerk hier op aarde. We weten ons deel van Gods wereldwijde kerk. De kerk is breder dan alleen in ons kleine vaderland. Dienaren van het Woord gaan de gemeente voor in het gebed. De godsdienstoefening is ook een oefening in gebed. En een oefening in gebed is ook een oefening in geloofsvertrouwen, om samen met de gemeente de kerk in Gods handen te leggen én te laten. We bidden voor hen die geroepen zijn leiding te geven. Opdat Christus' kerk op aarde met wijsheid en voorzichtigheid wordt geleid. En opdat de Heilige Geest in de vergaderingen van het moderamen en de synode regeert door middel van het Woord. Laten kerkenraden en dienaren van het Woord samen er zorg voor dragen dat deze voorbede geschiedt.

In de tweede plaats heeft het gebed voor de kerk een plaats in de kerkenraadskamer. In de ambtelijke vergaderingen dus. Waar de ambten bij elkaar zijn, is ook de plaats van gebed. We dragen het ambt in de gemeente, maar evenzeer in de ruimte van de kerk. Aan ontrouw in de kerk of een breuk in de kerk lijden we evenzeer als wanneer dit in eigen gemeente zou plaatsvinden. Het gaat ons niet om een veilige plaats binnen het geheel van de kerk, maar om gehoorzaamheid van heel de kerk aan het getuigenis van God. We hunkeren naar een doorbraak van Gods Geest niet alleen in de gemeente, maar in de kerk. Daarom bidden we ook binnen de ambtelijke vergaderingen voor de kerk.

In de derde plaats denk ik aan het gebed in het gezin. De praktijk van de huisgodsdienstoefening heeft voortdurend onze aandacht en zorg nodig. Daar bidden we dagelijks met elkaar. Daar krijgt ook de zorg voor de kerk haar plaats. We mogen onze kinderen ermee opvoeden dat de kerk ons zeer ter harte gaat. Dat we de kerk liefhebben. Dat het ons om Gods werk gaat in Zijn kerk en dat we daarom de kerk een plaats geven in onze gebeden. Daar leren we onze kinderen ook bidden. Daar leren we hun de liefde en het gebed voor de kerk.

In de vierde plaats krijgt de zorg voor de weg die de kerk gaat een plaats in de binnenkamer. In de stilte met God alleen brengen we de noden en de zorgen van de kerk ook voor Gods troon. In het diepe besef dat we onze harten daar voor God mogen uitstorten. Zoals Jezus de stilte zocht, zoeken allen die God vrezen de stilte. Daar, in onze gebeden, brengen wij de situatie van en de zorg voor de kerk onder Gods ogen. Meer dan wij wellicht gewoon waren is hier gebed en voorbede geboden.

Gebed om waarheid

We bidden God dat de kerk het haar toebetrouwde pand bewaart. In de Schrift en de belijdenis van de kerk der eeuwen, alsook in de belijdenis van de kerk der Reformatie hebben we grote schatten overgeleverd gekregen. Al te slordig springt de kerk ermee om. Al te gemakkelijk geeft de kerk toe, geven wij toe, aan invloeden van onze tijd. Al te gemakkelijk raken we de inhoud van ons belijden kwijt. In gehoorzaamheid aan de Schrift en in gemeenschap met de belijdenis der vaderen willen we in de kerk staan. Willen we de kerk blijven dienen en haar niet loslaten. Steeds weer is gebed nodig om de kracht, maar ook de breedte en de diepte van Gods waarheid te verstaan en te belijden en te getuigen. De kerk der eeuwen heeft daar een rijk getuigenis van afgelegd. Juist dat getuigenis kan de kerk tot rijke zegen zijn. Dat blijvend doordenken en beleven is vol zegen. Elementen en gedachten die daar vreemd aan zijn, horen in de orde van de kerk niet thuis. Wat daar niet mee in overeenstemming is, hoort in de ordinanties van de kerk niet thuis. De kerk heeft de dwaalleer af te wijzen. Zij heeft voortdurend bekering

nodig tot de zuiverheid van leer en leven. Daarom bidden we God dat Zijn getuigenis helder klinkt en zal blijven klinken in de ambtelijke vergaderingen en in orde die de kerk aanvaardt. 'Onaanvaardbaar' hebben we over onderdelen van de kerkorde gezegd. En daarom geldt dat voor de hele kerkorde. Maar onaanvaardbaar is niet onherstelbaar. We bidden dat de kerk belijdt en getuigt van het heil in Christus alleen. We bidden dat zij dat doet in gehoorzaamheid en in overeenstemming met de belijdenis van de vaderen. Dat gebed blijft nodig voor heel de kerk, ook als het proces van Samen op Weg zich doorzet, en we het als roeping ervaren op onze post te blijven staan. We bidden om een geest van profetische scherpte en van priesterlijke bewogenheid met de kerk, die haar vaste en heldere koers kwijt is. Alleen in veel gebed en gehoorzaamheid aan Christus zullen we daar kunnen staan.

Gebed om eenheid

We bidden onze God dat Hij Zijn kerk onder ons bewaart voor nieuwe scheuren. We dreigen daar niet mee. We spelen geen kerkpolitiek spel. Een nieuwe breuk binnen gemeenten en

binnen de kerk is een ramp voor het getuigenis van de kerk in onze samenleving. We bidden daarom dat de kerk Gods waarheid belijdt. En dat er eenheid zal zijn in dat belijden en geloven. De eenheid waar Christus om bidt, is een eenheid in het ware geloof; is eenheid in de liefde. Een scheur in de kerk zou ontzaglijk diepe sporen trekken. Daarom is het ons vurig gebed dat God ons samen houdt in de eenheid van het geloof. En waar die eenheid nu al pijnlijk wordt gemist, bidden we om een nieuwe gehoorzaamheid bij ons, in heel Gods kerk. Dat we die eenheid missen, is ons nu geen reden om heen te gaan, maar een reden om vol te houden in de gebeden. We zien hoger dan de situatie. We zien op God. We verwachten genezing en redding van Hem. We schrijven de kerk niet af, zolang God haar niet heeft afgeschreven. Het zou voor de kerk een diepe schande zijn en een smaad voor Gods Naam, als de kerk breekt. In ootmoedig gebed zoeken we de eenheid van Gods kerk.

Gebed om vrijmoedigheid

De eerste christengemeente bad vurig om vrijmoedigheid om het Woord van Christus te spreken (Hand. 4 : 29). Om die vrijmoedigheid bidden we ook nu. De vrijmoëdigheid die de Geest geeft. De situatie van de kerk zal bij een onverhoopt doorgaan van het proces zeer zorgelijk zijn. Daarom hebben we vrijmoedigheid nodig om te getuigen van Christus, van verzoening door voldoening, van de eer van Gods Naam, om te belijden waar het op aankomt. We bidden God dat Hij de hervormd-gereformeerde beweging bewaart bij het overgeleverd geloof. Zowel wanneer het SoW-proces niet doorgaat... als wanneer het wel doorgaat. De graankorrel draagt geen vrucht als ze niet in de aarde valt en sterft. Die weg van het stervende tarwegraan is de Heere gegaan. Die weg gaat Zijn kerk ook. En wellicht moeten wij die weg nog veel dieper gaan dan tot nu toe. Isolement levert uiteindelijk niets op. Daar wordt de erfenis niet vruchtbaar gemaakt. We bidden dat God ons de genade en geestelijke spankracht geeft om in de fase van nu, maar ook straks zo te spreken en te handelen dat we vruchtbaar mogen zijn in het geheel van de kerk. Dat de kerk vruchtbaar zal zijn in deze samenleving: een licht op de kandelaar.

Om Gods Heilige Geest smeken we. Om een geest van trouw en gehoorzaamheid aan de Schrift, aan de gereformeerde belijdenis. Om een geest van bewogenheid met heel de kerk.

Gebed en verwachting

Als we bidden, geven we kerk uit onze handen in Gods handen. We bidden, _ met verwachting en hoop! Boven $1 he$ menselijke uit doen we een beroep xjp .- Gods heilige trouw. We bidden in j. - Christus' Naam. In Hem vindt onzg > ^ hoop en verwachting vaste groncL Zou, de Heere ons willen gebruiken? De, • . broeders van de Gereformeerde Bond.; stonden in 1906 en 1909 voor dezelfdegrote vragen. Biddend zijn ze op post • gebleven, biddend hun weg gegaan, zonder tot een breuk met de kerk te komen. En de Heere heeft hun weg gezegend. Wie op de omstandigheden ziet, houdt z'n hart vast. Maar, eigen aan gereformeerd-zijn is: niet op de omstandigheden zien, maar op God.- Pleitend op Zijn beloften.

G. D. KAMPHUIS, AMSTELVEEN

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 24 oktober 2002

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Komen tot gebedstijden

Bekijk de hele uitgave van donderdag 24 oktober 2002

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's