De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Uit de pers

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Uit de pers

11 minuten leestijd

Domineeskind

A.s. zaterdag 26 oktober wordt in de Nieuwe Kerk te Amsterdam de 'Dag van het domineeskind' gehouden. Eerder dit jaar citeerde ik in deze rubriek al woorden van de bekende cabaretier Freek de Jonge, die ik vond in het weekblad Elsevier van 10 augustus. De Jonge, zelf domineeszoon, nam het op voor de dominee. Hij herinnerde zich zijn vader als een man met status

vooral om het woord dat hij wekelijks sprak, , woord dan wel met een kleine letter geschreven. Hij vindt dat de dominee in onze samenleving wordt geschoffeerd. 'Het is iemand die met zijn kop tussen de schouders over straat sluipt'. En dat verdient hij niet, aldus De Jonge. Mede om iemand als zijn vader, zij het postuum, te eren wordt op 26 oktober op zijn initiatief door het dagblad Trouw en door de NCRV een dag georganiseerd voor domineeskinderen. Ik heb begrepen dat het aantal van 1000 bezoekers allang gehaald is. Al eerder kregen domineeskinderen in de pers aandacht. In 1985 verscheen een bundel gesprekken met domineeskinderen onder de titel 'Het glazen huis'. Twee 'kinderen' uit een pastorie verzorgden deze reeks: Kees de Leeuw en Cisca Dresselhuys. En nu is het dagblad Trouw al enkele weken bezig interviews te plaatsen met 'min of meer bekende pastoriekinderen': Jan Brokken, Michaël Zeeman, Anne Vegter, Cisca Dresselhuys en nog vele anderen. Mij valt op dat de toon over het algemeen niet negatief is, al zitten er soms uiteraard wel rancuneuze opmerkingen tussen over ervaringen in de pastorie. Maar ja, kinderen van een slager of van een bakker zouden die vanuit hun ervaringen net zo goed kunnen maken over de slagerij en de bakkerij.

Dat brengt me op de vraag: waarom toch altijd weer die aandacht voor domineeskinderen? In 1985 was de reden: deze bundel interviews geeft een tijdsbeeld van het leven in de oude pastorie - een cultuur-historisch verschijnsel dat bezig is te verdwijnen en het daarom verdient vastgelegd te worden. De invalshoek van het dagblad Trouw in de gesprekken is de steeds terugkerende regel: de pastorie heeft haar sporen nagelaten. Dat zal zeker waar zijn. Elke opvoeding laat sporen na. Maar aan welke sporen geef de voorrang? Aan sporen waaruit blijkt dat het domineeskind een geheel andere keus maakte op het gebied van . geloof en kerk dan waarin het werd opgevoed? Ik ken domineesgezinnen waarin meer dan de helft van de kinderen kerk en geloof loslieten. Maar ik ken ze ook waarin kinderen, ieder op zijn of haar eigen manier, het spoor van de opvoeding hebben vervolgd door actief te werken in kerk en zending. Ik zou zo graag ook gesprekken hebben gelezen van die kinderen om hen te laten vertellen welke sporen de pastorie op hén heeft gehad. Of vindt het dagblad Trouw deze kinderen niet bekend genoeg, omdat ze misschien wel te gewoon zijn. Overigens blijft het interessant deze aandacht voor domineeskinderen. De kinderen van déze dominee hebben het nooit bijster geweldig gevonden als ze op school direct werden aangesproken met 'kind van de dominee'. Ze vonden dat eigenlijk alleen maar vervelend en hinderlijk. Maar goed, in de pers van de laatste weken vond ik twee bijdragen die aandacht vroegen voor het item van deze keer. Om mee te beginnen: in het blad Con/essioneel (10 oktober 2002) besteedde ds. B. H. Weegink (Katwijk aan Zee) in zijn rubriek 'Kruimels' er aandacht aan.

'Trouw en de NCRV hebben iets nieuws opgevat. Al een poosje is de krant bezig met de serie "Kind uan de dominee". Min of meer bekende Nederlanders die hun wortels hebben in de pastorie, worden geportretteerd. Ik moet zeggen: op ontroerend mooie wijze. In een herfstig tafereel, met op de achtergrond een celestijnse mist uan eeuwigheid, staan ze in de kijkerd. Met statie, keurig in het pak - meestal mannen - net zoals je dat uan hun uader zeggen zou: herkenbaar in gelaat, gewaad en gepraat. Niks meer uan dat geiten - wollensokkendom. Burgerlijk, huiselijk, en ontzettend braaf.

Veelal zijn ze zelf reeds een beetje op jaren, lieden uit het glazen huis die vóór 1960 geboren zijn: ze hebben het voetstuk nog meegemaakt, daarna is het heilig ambt omlaag getuimeld, menen de sociologen. Blijkbaar is een predikantskind uit ouders uan nu niet interessantgenoeg. Terwijl ik u kan vertellen dat dat de leukste en meest inspirerende zijn. Die zou je eens naar voren moeten halen, kijken hoe zij vandaag omgaan met de dingen van kerk en geloof in een cultuur waarin de wind tegen is. Dan heb je tenminste iets wat echtjns van de lever komt. De actie uan de krant en de omroep vind ik rieken naar belegen kaas. Het ligt alles bij uoorbaat vast en klinkt nogal gestigmatiseerd. Het zit een beetje te ueel in het spoor uan "bij uader op de ƒ ets" uan Freek de Jonge. Hij is ook met het idee gekomen. En om het nou altijd ouer die oude garde van Annie M. G. Schmidt, Seth Gaaikema en huns gelijken te hebben... dat weten we wel, woordkunstenaars met een kleine letter w.

Toch zijn die interviews belangrijk. De nazaten worden erop bevraagd hoe ze het beleefd hebben om "kind van" te zijn. Of ze soms getraumatiseerd zijn door hun ouders die zich altijd maar inzetten voor de ander, voor God, de kerk, de wereld en weet ik wat voor gerechtigheid. Nooit thuis, nooit tijd, en als ze er waren, dan dominant aanwezig en je moest met hen mee op het smalle pad. Het valt mij op dat er niet meer veel kommer-enkwelverhalen van hun lippen komen. De tijd van spugen en nestbevuilen is voorbij. De meesten zijn ronduit lyrisch, romantisch en sentimenteel als het gaat om de achtergrond van hun geloof. Bijna allemaal maken ze aan het eind van hun verhaal een draaitje naar boven. Ze bezoeken zo nu en dan nog een kerk, ze preken soms zeljs, doen iets aan zingeving voor anderen, tillen zwaar aan het begrip verantwoordelijkheid en bidden ook wel eens.

Kijk, daar heb je het tijdsbeeld van vandaag. Er zijn bijna geen echte heidenen meer in ons land, ieder is ongeneeslijk religieus, en de vereniging van atheïsten kreunt zich ziek over het feit dat jan en alleman achter de religie aanhuppelt en meent "dat er wel wat is". Op 26 oktober (ja, daags voor de zondag, als uader zat te bakken in het keukentje van God) loopt de Nieuwe Kerk in Amsterdam overvol. Dan is daar de Dag uan het Domineeskind. Al meer dan duizend kaarten zijn er uitgereikt, je kunt er dus niet meer bij, begrepen we toen ze er bij ons thuis om uroegen. En Freekie zal acteren en anderen zullen oreren, jlux de bouche genoeg. Als we maar niet vergeten dat ze die Nieuwe Kerk op de Dam dit keer danken aan Ernst Veen, die er de uitbater is. Zelf staat hij ook in de reuk van het domineeskind. En dat is toch wel het mooiste wat hij in zijn interview zei: "Ik vergeet nooit dat hier een altaar stond. En die kerkgebruiken voor autotentoonstelling of als bankethal, daar ben ik niet voor. Zolang ik hier de baas ben, krijgt niemand de gelegenheid om op de kansel te staan. Die was toch ooit van de woordvoerder uan God". Ik zei u: ontroerend mooi. g g W p

Zo'n heilig ontzag uoor de plek uan het Woord daar omhoog. En als dan de mensen op die dag in oktober het weten ouer te zetten in de tegenwoordige tijd en zeggen dat die plek daar omhoog er niet alleen was, maar ook nu nog is..., mensen wat wordt het dan heel erg ontroerend mooi! Dan gaat het de goede kant op met ons verlopen Nederland. Waarden en normen, en van nieuws de oude, beproefde paden. Domineeskinderen en allen die ooit niet deugen wilden, ze gaan u voor!'

In het Centraal Weekblad (11 oktober 2002) haalt dr. J. D. Th. Wassenaar in een bijdrage getiteld Met domineeskinderen op pad een aantal herinneringen op die hij kennelijk voor een deel gelezen heeft in het al genoemde boek 'Het glazen huis'. In een liedje zingt Freek de Jonge dat hij, als hij met zijn vader meeging 's zondags, altijd een plekje in de ouderlingenbank kreeg.

'Niet alle domineeskinderen waren blij met een speciale plaats in de kerk. Schrijfster Diet Verschoor heeft benauwende herinneringen aan de domineesbank, zo blijkt uit een passage in haar autobiografische boek Wachten op een oor. "Ik liep de kerk in, een grauw gebouw. Voor mij een zee van gezichten. Allemaal ogen, die mij afwogen, mijn moeder ajwogen, mijn oma afwogen, mijn zuster afwogen. Ouer tien minuten, wanneer mijn uader op de preekstoel klom, nadat hij eerst de ouderling uan dienst een onhandige knik had gegund, zouden zij ook mijn vader ajivegen. Waarom moest ik altijd eerst die kerk in, naar die domineesbank toe? Ik ontnam met mijn lengte het gezicht op mijn moeder. Zou haar hoed goed staan, haar jas oed staan? Ik droeg kleverige nylons en een achterlijk tasje bungelde aan mijn arm. De emeente zong: 'Het hijgend hert der jacht ontkomen'. Hoe ontkom ik hieraan, dacht ik. Maar ik legde heel bedeesd mijn wanten in de gleuf van de bank."

im Bosboom had een minder opvallende laats in de kerk. Hij vertelt: "Ik ben erg vaak met mijn vader meegeweest en zat dan veelal op het orgel. Bijvoorbeeld in de Alexanderkerk in Hillegersberg-Terbregge, echt een stukje dorp eraan vast. De organist heette Van Marion en was in het dagelijks leven begrafenisondernemer. Vanaf dat orgel kon je bij mooi weer zelfs buiten zitten. Achterop het platje, terwijl binnen de dienst voortgang had. De tijd vloog om, hetgeen ook riskant was, want de organist diende weer op het juiste moment achter zijn orgel te zitten.

Nu had Van Marion een ingewikkeld stelsel ven spiegeltjes ontworpen. Ingenieus van samenstelling, zodat hij de boel toch in de gaten kon houden. Op die manier wist bij wanneer zijn aanwezigheid vereist was. Op de orgelgalerij lagen stapels tijdschriften, waaronder - toch erg gewaagd voor die tijd - zelfs enkele exemplaren van De Lach. Zeker als het ging om de badnummers. Dan zag je drie te dikke meiden in uan die lange broeken en meldde hetjbto-onderschrift: drie lustige vrouwtjes uitWenen. Lustig!"

Maar niet alleen de dominee en zijn gezin werden geobserveerd. Op zijn beurt deed de predikant ook aan het "kwalificeren" van mensen. Nadat Geert Mak over zijn tochten door het Friese land verteld heeft, schrijft hij: Als we naar een vreemd dorp moesten, was het soms even zoeken. Terwijl de rest uan Gods natuur nog op een oor lag, zag je door de uitgestorvenheid van de zondagochtend overal kleine stroompjes vromen naar hun diverse kerken trekken. Mijn vader had in de loop der jaren een feilloos instinct ontwikkeld om aan de ernst van de gezichten en de snit van de zondagskleding het juiste kerkgenootschap af te lezen. "Nee, nee, dit zijn hervormden, daar moeten we niet achteraan rijden. Die ook niet, dat is duidelijk een roomsjongetje. Wat? Dat zie je toch, dat zijn vrijgemaakten! Ha, een synodaal gereformeerde op een fiets!" En dan liep mijn vader op een holletje een zijdeur binnen, en even later zag ik een dominee in een zwarte toga op de kansel staan."

Vaders stem

"Vaders stem" sprak "Gewijde Woorden", aldus Seth Gaaikema in het gedicht Pastorie, dat met de volgende strofe begint en eindigt: Pastorie in het Noorden, in een dorp op een steenworp van de zee waar jouw vader de Gewijde Woorden 's zondags voorleest, hij is dominee: [1]

Overigens: het gedicht gaat vooral over de voor bereiding van wat vader Gaaikema 's zondags ten gehore bracht. Jk citeer daarover twee strofen: -

En aan het eind van de week klonk altijd weer: "Ssst! Vader werkt aan de preek". En ik weet nog heel goed, dat ik als kind zaterdagsavonds door de halfgeopende deur vaders werkkamer binnenkeek.

Ja dat mocht. Euen kijken in het keukentje van God. Even kijken hoe 't Hemelse Gerecht wordt klaargemaakt. Niemand heeft daar toegang tot voor ieder blijft de deur op slot. Slechts uoor domineeskinderen de eer om heel af en toe te kijken in het keukentje van de Heer...

Domineeskinderen, ja. Doodgewone kinderen als iedereen. Gelukkig is'de domineescultus aan het verdwijnen, gelukkig voor de kinderen in ieder geval. Hopelijk vinden ze het niet allemaal kommer en kwel, maar heeft de geur uit het 'keukentje van God' hen op het spoor gezet van de gerechten die God in Zijn grote genade ons aanreikt.

J. MAASLAND

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 24 oktober 2002

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Uit de pers

Bekijk de hele uitgave van donderdag 24 oktober 2002

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's