De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Boekbespreking

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Boekbespreking

8 minuten leestijd

W. van 't Spijker, Luther. Belofte en ervaring. Üitg. Kok, Kampen, 2002; 288 blz.; € 29, 90.

In de nog jonge Apeldoomse serie 'Theologie en Geschiedenis' verscheen een bijna twintig jaar oud boek over Luther. Uitgever en redacteur hebben er goed aan gedaan dit werk als één van de eerste daarin te laten verschijnen. Het geeft een goed overzicht van Luthers leven en theologie. De eerste helft van het boek is meer biografisch van aard, zij het dat Luthers totale levensgang niet wordt beschreven; de tweede meer theologisch. Maar kruisbestuiving is voortdurend aanwezig. Want gaat het over Luthers leven, dan is steeds zijn theologie nadrukkelijk aanwezig; en gaat het over zijn theologie, dan komen we telkens elementen uit zijn levensloop tegen.

'Theologie', schrijven we. Bij Luther is dat nooit theorie, maar een zaak waarin hoofd en hart volop betrokken zijn. Dat komt natuurlijk door Luthers existentiële wijze van theologiseren. Maar in ditxgeval komt dat zeker ook door de manier waarop de auteur de reformator beschrijft: helder, bewogen, bevindelijk. Het gaat hem erom Luther neer te zetten als de man, die ons heeft geleerd dat God met ons omgaat op de wijze van de belofte, en ons rest in die omgang het geloof in die belofte. Dat brengt een geheel eigen ervaring met zich mee, waarbij het geloof meer dan eens de ervaring opdoet dat wij zelfs tégen onze ervaring in op Gods belofte mogen vertrouwen.

Dit boek over Luther zouden we kunnen typeren als een bevindelijk studieboek, dat eens te meer duidelijk maakt dat we de weinige uren, die we aan lezen kunnen besteden, 't best met de groten uit de kerkge- • schiedenis bezig kunnen zijn. Want zij zijn in iedere tijd actueel. Bij Luther. Belofte en ervaring blijkt dat niet alleen uit de bijgewerkte literatuurlijst, maar ook uit een detail: een woordverandering bij de tweede uitgave. Want lezen we achter op de eerste druk: 'Zijn visie op... rechtvaardiging en geloofsaanvechting blijkt ook voor de moderne mens van groot belang', de toelichtende woorden op de tweede druk luiden: 'Zijn visie op rechtvaardiging en geloofsaanvechting blijkt ook voor gelovigen in de postmoderne tijd van groot belang'.

We noemen diverse hoofdstuktitels om 'smaak' voor dit boek te geven: Doorbraak van het evangelie, Theologie der belofte, Verkiezing en belofte, Kerk en ambt, De rechtvaardiging door het geloof, Geloof en ervaring, Geloof en aanvechting. Verder een zin, die het boek samenvat en als een kleinood in een aangevochten hart opgeborgen kan worden: 'Christus spreekt tot ons: zijt gij niet vroom, dan ben Ik het.'

Ten slotte een wens aan het adres van de auteur, namelijk dat in deze serie zijn (Duitse) boek over de andere 'hoofdreformator', Calvijn, ook zal verschijnen, evenals een complete vertaling van diens Institutie van 1559.

H. J. LAM, NIEUWERKERK AAN DEN IJSSEL

Drs. P. L. Rouwendal, Het Aanbod van Genade. Uitg. De Rots, Apeldoorn 2002, 209 blz.; € 15, 95.

De inhoud van dit boek diende als afsluiting van een theologische studie in Utrecht. Het bestaat uit twee delen: 1. Een onderzoek naar de aard, de bronnen en de context van de bezwaren van C. Steenblok tegen het algemeen, welmenend en onvoorwaardelijk aanbod van genade; 2. Het aanbod van genade in de context van roeping en verkiezing volgens de klassieke gereformeerde theologie.

De auteur is van mening dat de theologische opvattingen van dr. C. Steenblok (1894-1966) nog nauwelijks aan wetenschappelijk onderzoek onderworpen werden. Ook al deed C. Graafland op een wetenschappelijke wijze Steenblok nog het meest recht, toch voldeed zijn onderzoek niet, omdat deze slechts van één geschrift van Steenblok uitging. En K. Exalto zou in zijn geschrift 'De Roeping' ernstige verwijten hebben gemaakt in de richting van Steenblok zonder duidelijke argumenten. Het is interessant dat de opvattingen van H. Hoeksema (Amerikaans predikant, 1886- 1966) grote overeenkomsten vertonen met die van Steenblok. En ook K. Schilder wordt in dit verband genoemd.

In de strijd om het aanbod van genade in de Gereformeerde Gemeenten rond 1953, welke tot een scheuring in deze gemeenten leidde, stond Steenblok recht tegenover R. Kok. Toch was deze strijd geen uniek verschijnsel, volgens de schrijver. Ze speelt al sinds Augustinus en zijn strijd met de Pelagianen. En ten onzent culmineerde deze strijd in het geschil tussen Remonstranten en Contra-Remonstranten op de bekende Dordtse Synode. Altijd gaat het weer om de verhouding tussen verkiezing en verkondiging-

In de Dordtse Leerregels III / IV, 9 valt het woord 'aangeboden'. En daarmee kreeg het thema van 'het aanbod van genade' een letterlijke verankering in de belijdenis. Daarmee werd de dwaling bestreden dat de genade niets anders zou zijn dan een aanrading. Dit laatste werd voorgestaan door de Arminianen. Het gebruikte voltooide deelwoord 'oblatus' (ofFerre) betekent letterlijk 'voorgedragen', en moet met zijn 'gereformeerde inhoud' dus iets anders betekenen dan het min of meer vrijblijvende 'voorstellen' van de Remonstranten als een appèl op de vrije wil.

Net als Hoeksema had ook Schilder bezwaren tegen Kuypers 'gemeene gratie', en ook bij Steenblok valt dit waar te nemen. En het is nog maar de vraag of hij in dat opzicht zo ver van de Reformatie af staat. In ieder geval moet tot goed begrip van Steenbloks motieven om het algemeen aanbod van genade te bestrijden, kennis worden genomen van zijn verbondsleer. En dan blijkt het verbond geheel onder de beheersing te staan van de verkiezing.

Toch vindt Rouwendal het merkwaardig dat Steenblok soms wordt beschouwd als de predestinatiaanse theoloog bij uitstek, terwijl Hoeksema en Schilder hem duidelijk overtreffen in het laten doorwerken van de predestinatie in de hele theologie. Daarbij zou ik willen aantekenen: ieder op zijn wijze!

De auteur is voorts van mening dat Steenblok sterk onder invloed stond van Turrettini (1623-1687), die grote invloed had op de gereformeerde theologie. Vaak verwijst Steenblok rechtstreeks naar hem. Uitvoerig en omstandig beschrijft Rouwendal de strijd tussen Steenblok en Kok. Die in ieder geval gekenmerkt werd door een enorme onderlinge verwarring van gebruikte begrippen, mede in de hand gewerkt door een nauwelijks verantwoorde wijze van theologie-beoefening, indien daar al sprake van was.

R. Kok vatte 'aanbieden' van de belofte op als 'schenken'. Maar op die manier werden aanbod en belofte volgens Steenblok vereenzelvigd. Anderzijds was de verkondiging van de belofte voor Steenblok wat anders dan de belofte doen. Vereenzelviging van het algemeen aanbod met belofte kwam volgens Steenblok neer op Arminianisme. Goed beschouwd waren in Steenbloks theologie de woorden 'aanbieden' en 'voorstellen' zonder problemen inwisselbaar. In die zin had hij geen moeite met 'aanbod'.

Ondertussen domineren rationele overwegingen heel duidelijk in de theologie van Steenblok. Vaak is er sprake van geforceerde redeneringen en conclusies. In dogmatisch opzicht domineerde bij hem ook de wedergeboorteleer over de rechtvaardigingsleer, aangezien volgens Steenblok iemand recht op Christus krijgt in de wedergeboorte. Vanuit de Reformatie gezien kan met meer recht worden gesteld dat de wedergeboorte gestalte en gehalte krijgt vanuit de rechtvaardiging. Jammer dat de auteur deze lijnen niet trekt.

Als hij stelt dat Graafland bij Steenblok zowel continuïteit als discontinuïteit ziet ten aanzien van de leer van de Reformatie, dan is daarmee nog niet zo vreselijk veel gezegd. De doorslaggevende vraag moet zijn of en in hoeverre de opvattingen over 'aanbod van genade' congruent zijn met de Heilige Schrift en met de gereformeerde leer. En dan vermoed ik dat het woord 'aanbod' op zich al verwarring heeft gezaaid. Het is namelijk ten aanzien van deze materie geen bijbels woord. Aanbod behoort thuis in het marktmechanisme. Vraag en aanbod. Aanbod veronderstelt vraag. Zo gezien impliceert het woord 'aanbod' niet-bijbelse en niet-gereformeerde conclusies. Het woord 'aanbod' in de belijdenis moet, gezien de teneur van 'Dordt', identiek zijn met het bijbelse woord 'bediening'. Ik vermoed dat Steenblok en Kok te veel elkaars spiegelbeeld waren in het licht van de Reformatie. En dan geldt in zekere zin: hoe zal de blinde de blinde leiden? In ieder geval zijn ze samen in de gracht van de kerkscheuring gevallen!

Zelf meent de auteur dat de opvatting van het aanbod van genade consistent is met de gereformeerde theologie als zij zakelijk de vorm heeft dat God de genade algemeen bekendmaakt, alsmede de wijze noemt waarop de zondaar genade kan ontvangen en probeert de hoorders over te halen tot geloof.

Eerlijk gezegd, is deze goedbedoelde definitie mij nog te veel rationeel en te methodistisch. Liever spreek ik met de Schrift van de bediening der verzoening, waarbij de genade wordt bediend in en aan de gemeente des Heeren. Dan resten slechts twee mogelijkheden: geloof of ongeloof! Deze laten zich niet rationeel beredeneren, maar krijgen hun beslag in het spanningsvolle geheimenis van de bediening van Woord en Geest.

Ik heb trouwens de indruk dat deze hele discussie over het aanbod van genade niet speelt onder hervormd-gereformeerden. In die zin vind ik dit boek weinig of niet actueel. Mogelijk dat afgescheiden kerken hier wat mee kunnen om vervolgens eindeloos voort te redekavelen.

Heeft de auteur dr. C. Steenblok recht gedaan op een wetenschappelijke wijze? Wat mij betreft heeft hij hiertoe een geslaagde poging gedaan. Maar hij geeft wel veel van het zelfde, wat althans op mij uitermate vermoeiend overkomt. In ieder geval had het korter en bondiger gekund. En dit behoort ook heel wezenlijk tot wetenschappelijk bezig zijn.

C. A. VAN DER SLUIJS, ROTTERDAM

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 31 oktober 2002

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Boekbespreking

Bekijk de hele uitgave van donderdag 31 oktober 2002

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's