Globaal bekeken
Z aterdag jl. werd in de Westerkerk in Amsterdam een congres voor domineeskinderen gehouden (1000 deelnemers), op initiatief van de cabarettier Freek de Jonge, zelf een afvallige, die kennelijk toch niet helemaal los is van zijn opvoeding (zie Uit de Pers van vorige week). Zijn vader begon als predikant in Workum. De huidige predikant van Workum, dr. J. D. Th. Wassenaar gaf in Confessioneel een gedicht van hem door, gezien zijn verdere uitlatingen in de media en de setting van de dag in de Westerkerk overigens pure nostalgie:
Zondagmiddag negentienuijftig Met mijn vader naar de kerk Voor mij is Het een wekelijks uitje Voor Hem is het zijn dagelijks werk 't Kerkje staat in Brandeburen Heidenskip noemen de Friezen het De garagehouder komt ons halen Met zijn zwarte Chevrolet
De kosteres zet mij op mijn plaatsje In de ouderlingenbank Ze geeft mij twee pepermuntjes Wat zegje dan; ik mompel dank Als alle mensen zijn gezeten Verschijnt de ouderlingenrij Vader loopt daarin als tweede Klimt op de kansel knikt naar mij
Jongetje op zondagmiddag Dat niets begrijpt maar alles hoort Verliefd is op de stem uan nader Die rustig voorleest uit Gods woord In de verte loeien koeien Een eendenjager lost een schot Maar niets verstoort de stem van vader Die voorleest uit het woord van God
Terug in de konsistoriekamer Staan de thee en koekjes klaar
Vader bevrijdt zich uit zijn toga En jaagt de brand in een sigaar Maar ik heb eventjes geen aandacht Voor de daden van mijn held Ik mag de kollektezakken legen Helpen bij 't tellen van het geld
We rijden door de Friese weiden Benzine ruik ik, gier en hooi De chauffeur vraagt hoe ik de preek vond Vader glimlacht, ik zeg mooi Het is maar tien minuten rijden Thuis wacht moeder nog meer thee Ik mag de togakoffer dragen En een volgend keer weer mee
Jongetje op zondagmiddag In de ban van vaders stem Dat niets begrijpt maar heel goed luistert Of hij zacht klinkt of met klem Jongetje op zondagmiddag Dat niets begrijpt van de heilige geest Maar hoort dat die stem op zijn mooist klinkt Als vader uit de bijbel leest.
A gnes Amelink, oud-journaliste van Trouw, was spraakmakend met haar boek De Gereformeerden. Tijdens de bovengenoemde dag voor domineeskinderen riep ze de aanwezigen op God te zoeken i.p.v. af te schrijven. In Wapenveld stond een interview met haar onder de titel 'Laatje het Woord los, sluit de tent dan maar'. Hieruit twee fragmenten:
• Jezus als je beste vriend
'Als we niet uitkijken maken we met onze praatjes alles plat en gaat ons de taal ontbreken om bijvoorbeeld het kwaad - ook in onszelf - te benoemen. Dan verdwijnt het besef van het heilige en het ontzagwekkende. Kwaad is niet zomaar het pikken van een snoepje, het steekt veel dieper en raakt aan de existentiële lagen van de samenleving e'n van mijn eigen bestaan. God is niet boos over de zonde, nee daar toornt Hij over. En vanwege dat kwaad moet ik mezelf mishagen. Niet ziekelijk natuurlijk, maar wel echt. Als je niet van zonde weet, wat moet je dan met genade? Genade verwordt dan tot een soort snoepje. In onze belevingscultuur lijken
we deze beseffen te verliezen. Al houd ik het voor mogelijk dat de wal het schip zal keren. Maar dan moet de kerk niet sprakeloos geworden zijn. Soms denk ik dat de bewegingen elkaar kruisen. De gereformeerden hebben veel van zich afgeschud en de goeien onder hen beginnen langzamerhand in te zien dat er iets fout is gegaan.'
• Mijn vader is een Kohlbruggiaan 'Ik denk wel eens: ik tnoet me meer in Kohlbrugge gaan verdiepen. Het gaat om de echte gerichtheid op bet Koninkrijk uan God waar wij naar verlangen en waarom wij onszelf misha-
gen - om het met de woorden van het oude Avondmaalsformulier te zeggen. Het woord "mishagen" brengt mij op ioes. Terwijl ik met het schrijuen uan het boek bezig was, kwam zij onze kerk binnen lopen. Ze had uan God noch gebod gehoord en ze wist bij wijze uan spreken' niet eens waarvoor een collectezak diende. Zij wilde wel wat weten ouer de Bijbel. Met haar ben ik de Bijbel gaan lezen, gewoon begonnen bij Genesis 1. Na uerloop uan tijd heeft een Nederlands-gereformeerde predikant uan elders die gesprekken met haar uoortgezet. Uiteindelijk is zijn na t wee jaar gedoopt. Ik las met haar de Nieuwe Vertaling, dus niet Groot Nieuws of
Het Boek. Tijdens een gesprek ouer de doop gaf de predikant het formulier wat in eigen woorden weer. We moeten gedoopt worden omdat God boos is op ons uanwege onze zonden. Loes uond dat geen goede uitspraak. "Hij vertoornt zich over de zonde, boos ben je op een kind", zo zei ze. Ik uind dat zo goed, dat iemand die uan buiten komt als het ware de oude taal afstoft en de ogen opent uoor de existentiële lagen in de formuleringen. Als je gedoopt wilt worden en naar de essentie kijkt, komt dit er dus uit: het mishagen van jezelf.'
V.D.G.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 31 oktober 2002
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 31 oktober 2002
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's