Hernieuwde fundering in de Schrift
GOD EN MENS OP HUN PLAATS [2]
Hoe vandaag?
En de vraag is of dat archimedisch punt, waarbij God in de kerk en in de staat de plaats zou ontvangen die Hem toekwam en dat de mens zijn plaats(je) zou vinden op het arme zondaarsbankje, vandaag nog onderkend wordt. In allerlei publicaties over de verhouding Rome-Reformatie komt men toch vaak niet verder dan het aanduiden van verschillen inzake de plaats van de paus, de opvatting over het kerk-zijn en de waardering van het ambt. En natuurlijk, ook dit zijn nog steeds verschilpunten. Maar dat het scharniert om het archimedisch punt dat Luther aanhaalt tegenover Erasmus, lijkt niet meer bespreekbaar. Hoe komt dat? Toch niet omdat wij als mensen van de Reformatie het juiste begrip van wat genade is hebben verloren? Toch niet omdat wij hebben afgeleerd God Zijn rechtmatige plaats te geven en de mens zijn plaats(je)? Toch niet omdat ook wij het ware verstaan van de leer van de drieenige God zijn kwijtgeraakt?
En met 'wij' bedoelen we niet enkel de ander. We willen het vingertje vooral ook naar onszelf richten. Naar onze gereformeerde beweging/gezindte, naar hen die al of niet pro SoW zijn, naar hen ook die in de loop der jaren buiten de Nederlandse Hervormde Kerk zijn terechtgekomen. Zit de vlam van Jeremia, van Luther en Calvijn er nog in? Of is het zelfs geen rokende vlaswiek meer?
Wat we nodig hebben, is dat net als bij de Reformatie, het Woord van God weer onder de stolp vandaan komt. En dan denken we aan de stolp van halfheid en lauwheid, maar ook aan de stolp van twijfel en onzekerheid waarin we satan in de kaart spelen. Twijfel en onzekerheid veroorzaakt door ongeloof en kleingeloof dat gekoesterd wordt, tot zelfs in rechtzinnige kring toe. Twijfel en onzekerheid die mede veroorzaakt wordt door kritische bijbelwetenschap, die het Woord van God eerder versnippert dan dat ze snippers bij elkaar voegt om zo de eenheid van de Schrift te dienen. En hoewel het positiefis te duiden dat men de Bijbel als historisch beschouwt, is het zeer te laken dat men het handhaven van allerlei vooringenomen veronderstellingen niet onderkent, terwijl men de Bijbel op het procrustusbed legt van wat men zelf als bewezen historisch feit wil aanvaarden. Ondertussen gaat men heersen over de Schrift in plaats van dienstbaar Schrift met Schrift te vergelijken. Bovendien wordt losgelaten dat we enkel door de Heilige Geest, de Auteur van de Schrift, tot het ware verstaan van de Schrift kunnen komen. Zeker, er is ook vandaag nog veel goede bijbelwetenschap. Doch noodzaak is wel dat 'de keuken van de kerk' geen gif gaat strooien in dat wat brood voor het hart en water des levens voor de ziel is. En er mag in die keuken ook geen stolp gelegd worden over het heilig woord des Heeren. Want dan wordt de Heilige Geest bedroefd en gaat Die Zich terugtrekken. En al helemaal niet moeten predikanten op de preekstoel de gemeente vermoeien met allerlei dingen uit de keuken die zogenaamd eerlijk zouden zijn, maar ondertussen enkel afbreken omdat het bijbel-onwetenschappelijk is doordat vooronderstellingen van menselijke snit de toon aangeven.
De hitte van de Geest
Daarom hebben we zozeer de krachtige werking van de Heilige Geest nodig, opdat het Woord van God in de boezem van de kerk weer zo heet wordt dat het er, net als bij Jeremia, Luther en Calvijn, uit moet. Want van de Geest-kracht van dit woord alleen moeten we het hebben. Allerlei experimenten breken af. Het is ook volstrekt
onkerkelijk om te experimenteren, want wij hebben het profetische Woord dat zeer vast is. En allerlei vernieuwingen die niet gestoeld zijn op het herscheppende werk van de Geest, spelen uitsluitend het oeroude van deze boze wereld in de kaart Kerkelijke vernieuwing begint in de wedergeboorte van het menselijk hart en waaiert vandaaruit naar allerlei verbanden en structuren. Enkel op deze wijze werken wij mee aan de toekomende eeuw, want God komt op Zijn plaats te staan en de mens op zijn plaats(je). Reformatie is dus dat de Schrift opnieuw uit de verf komt. Het is niet voor niets dat Melanchthon het werk van Luther heeft getypeerd als 'geen verandering van de grote oude dogma's, noch vorming van nieuwe, maar reiniging van bestaande en hernieuwde fundering in de Schrift door heldere bijbeluitleg'. Luther stootte door de grondvragen van de Middeleeuwen heen tot op de Schrift en daarin tot op het bijbelse geloofsleven van de oude kerk. Op deze wijze is de Reformatie volop katholiek en heeft het de Bijbel bevrijd uit de kluisters van de wet (lex), waarin de Rooms-Katholieke Kerk het Woord van God had vastgeklonken. Aan ons de roeping ervoor te zorgen dat de Schrift niet opnieuw in menselijke, al of niet wetenschappelijke kaders wordt vastgeklonken en aldus gemuilkorfd. Want God moet op Zijn plaats komen en de mens op zijn plaats(je). Dat betekent in de heilsleer in elk geval dat we weer opnieuw van a tot z en van z tot a moeten leren spellen dat het genade is om genade te ontvangen. En genade wil niet zeggen dat God zomaar op grootmoedige wijze vergeeft. Dat leert de islam. Genade wil zeggen dat God niet om straf en genoegdoening heen kan en dat Christus die volbracht heeft.
Dienstbaar
Daarom is Christus Jezus de weergaloos schitterende Ster, aan Wie de kerk bij heilige eedzwering verplicht is om het licht van die Ster maximaal te laten stralen. Iets wat nooit zal lukken via allerlei vormen van kerkelijk enthousiasme of onheilig vuur. Het moet anders. Ik citeer uitvoerig uit 'Verlangen naar God in een verlaten cultuur' van Jan van Riessen, Meinema 1998, blz. 106, 107, 108: 'De kerk moet leren dat haar redding ligt in het spoedig afleggen van iedere vorm van geldingsdrang. Zij als eerste moet weer leren wat de "vreze des Heeren is". In onze kerken klinkt nog te veel de vraag "wat wil ik"? Er moet een radicale ommekeer van deze narcistische vraag plaatsvinden, wil Christus nog onze Heere zijn.
Het is de kerk die weer dienstbaar moet worden, niet allereerst aan de wereld, maar aan haar Heere en Meester. Wij moeten weer leren Zijn knechten te zijn, mensen die nergens recht op hebben dan de "kruimels" die van Zijn tafel zijn overgebleven. Alle kerkelijke afbraak en chaos moet leiden tot het "Heere verberg Uw aangezicht niet voor mij". Onze miserabele situatie dwingt ons boven iedere kerkdeur te schrijven: "Heere erbarm U" (en dan vooral zonder uitroepteken). Alle kerkelijke en theologische spraakverwarring moet ons tot zwijgen brengen, zodat we alleen nog naar Hem luisteren, alleen nog kunnen uitbrengen: "Heere Uw knecht hoort". De kerkelijke gezagscrisis van het "ieder voor zich" moet eindigen in het "U alleen bent Heere". En ten slotte zal het ontbreken van een consensus met betrekking tot het belijden en getuigen, de verdeelde kerk bijeen moeten brengen in die eensluidende bede om het God alles in allen'. Tot zover dit vrije citaat.
Het zondaarsbankje
God op Zijn plaats en de mens op zijn plaats (je). Daartoe is nodig een heilig vuur aan de Schrift ontstoken door de kracht van de Heilige Geest. En dat vuur laait pas op in de verbrijzeling van het hart. Daarom staat er in de Bijbel (Jesaja 57 : 15): 'Want alzo zegt de Hoge en Verhevene, die in de eeuwigheid woont en wiens naam heilig is: Ik woon in de hoogte en in het heilige en
bij dien die van een verbrijzelde en nederige geest is...' Het arme zondaarsbankje dus, waar we op onze plaats zijn terechtgekomen. Dat is het archimedische punt. We wagen het niet meer om te dromen over goede werken die we zouden kunnen verdienen. Het enige wat overblijft, is de roep om genade in plaats van recht.
In die roep gaan we ook God de plaats geven die Hem toekomt. Want we erkennen dat Hij als de hoogste Soeverein niet verplicht is om ons genadig te zijn. Tegelijk houden we moed, want biddend herinneren we God aan Zijn volle welbehagen, waarin Hij in verkiezende liefde vrije genade verleent aan zelfs de grootste der zondaren. Zoals Hij belooft in de Schrift. We houden de bedelaarshand van het geloof op. En reken maar dat die hand dan gevuld wordt met alle schatten en rijkdommen die Christus aan het kruis verdiend heeft. Ja, zelfs wordt die hand dan gevuld met niemand minder dan Christus Zelf, zodat we gaan jubelen: 'Hij is van mij en ik ben van Hem. Halleluja. Niets kan mij ooit scheiden van Zijn liefde'. De geloofszekerheid is niet van de lucht, want een nieuw kennen is ons deel geworden, namelijk het geloofskennen. Het is het kennen van het getuigenis dat de Heilige Geest door het woord in onze harten geeft. Een kennen ondertussen dat zekerder is dan de meest nauwkeurige wiskundige berekening en het meest bewezen wetenschappelijke feit. Want dit kennen berust op het feit van Golgotha, op de beloften van het Evangelie en op de verzegeling met de Heilige Geest. We hoeven dan niet langer op het zondaarsbankje te zitten. De scepter wordt ons toegereikt, zodat we met grote vrijmoedigheid in het geloof mogen gaan tot onze Heere en Heiland, om ons in Zijn liefdevolle armen te werpen. En daar is het o zo goed, want daar worden we omhelsd en omsloten in eeuwige zondaarsliefde. We krijgen dan ook een andere plaats toegewezen, waar we eenmaal met Jezus mogen zitten in Zijn troon. We zijn op drie manieren op onze plaats gezet, namelijk als afhankelijk schepsel, als ootmoedig zondaar, als verlost kind van God.
Nodig
God op Zijn plaats en de mens op zijn plaats(je). Wat hebben we het nodig. In de kerk hebben we het nodig. In de sa- 702
menleving. En wat hebben we het ook nodig in Europa, ja wereldwijd. Immers, autonomie viert hoogtij, zodat de mens zijn eigen god is geworden. De mens is almaar aan het vergoddelijken, terwijl wij van de weeromstuit steeds intensiever bezig zijn om God te vermenselijken. We manipuleren God en verminken Hem tot god van onze snit, tot god die in ons, al of niet godsdienstige, straatje te pas komt.
Ondertussen raakt alles steeds meer ontregeld. De chaos neemt toe, de menselijkheid sneeuwt onder. Het wordt koud en kil. Om van te rillen. We horen het klapperen van koude tanden en van knikkende knieën. Wie kan warmte geven? Pim Fortuyn heeft het niet kunnen klaren... We hebben een ander nodig. De Ander. We hebben Jezus nodig. Jezus, God en mens. Jezus in Wie God en mens weer op hun plaats zijn terechtgekomen, elkaar hebben gevonden. Immanuel, God met ons.
Alleen, dat gaat niet automatisch. De Heilige Geest wil Zich laten inschakelen om uit te werken wat Christus heeft volbracht. En de Geest slaat daarbij het zondaarsbankje waar we bedelaar worden, niet over. We gaan Ieren de plaats in te nemen waar we thuishoren, op de achterbank, net als de tollenaar in de tempel. Tegelijk plaatsen we God dan in ons leven op het voorgestoelte. De Reformatie is opnieuw begonnen.
Want de Geest heeft overwinnend de strijd aangebonden met alle boze geesten die gaandeweg meer de geestelijke lucht bevuilen. Het herscheppende werk van de Geest gaat alle ruimte krijgen. Immers, geloven is niet dat wordt aangesloten bij ons natuurlijk mensenhart, zoals dat bij alle andere religies gebeurt, met alle rampzalige gevolgen van dien. Bijbels geloof is geen opgeplakt geloof dat is opgeplakt op onze oude mens. Bijbels geloof is geloof dat wortelt in vernieuwing door de Geest geschapen. Het staat haaks op deze oeroude wereld die voorbij gaat, maar ligt koninklijk in het verlengde van de nieuwe eeuw die in Christus is aangebroken en die bezig is te komen.
Wat zou het heerlijk zijn als dit werk van de Geest vandaag stralend ging doorbreken. Te beginnen bij onszelf... en dan als een lopend vuurtje door heel de kerk heen. En dan verder naar alle randen van de samenleving toe, heel ons volksleven. Allen die werkelijk aan bijbelse politiek doen, krijgen volksbreed steun. En alles valt op zijn plaats in de samenleving. De chaos neemt af. De menselijkheid wordt herwonnen. Want God is op Zijn plaats terechtgekomen en de mens op zijn plaats(je).
Wanneer dat zal zijn voor de volle honderd procent? Het zal zijn in het laatste der dagen, als op de jongste dag God echt zal zijn alles en in allen.
R. H. KIESKAMP, LIENDEN
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 7 november 2002
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 7 november 2002
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's