De classis in beeld
OVER DE AMBTELIJKE VERGADERINGEN
Een hernieuwd voorstel voor een naam van de kerken die op weg zijn naar vereniging, een nieuwe poging een quotumregeling voor de toekomst vast te stellen en de behandeling van drie ordinanties in eerste lezing: de komende vergadering van de triosynode (21 tot 23 november) beoogt de vereniging opnieuw dichterbij te brengen, maar staat daarbij voor ingrijpende beslissingen.
In deze bijdrage vooraf gaan we niet in op de onderwerpen die in de pers al zoveel tongen hebben losgemaakt - de naam en de quota (de verplichte afdracht van de gemeenten voor het landelijke werk) - maar hebben we het over ordinantie 4, over de ambtelijke vergaderingen. Die vormen een heel wezenlijk aspect van het kerk-zijn, want door middel van de ambten regeert Jezus Christus als Koning Zijn gemeente op aarde. Het is daarom terecht dat in het eerste artikel van deze ordinantie - dat is: een nadere bepaling vanuit de grondregels in de kerk - gesteld wordt dat de ambtelijke vergaderingen hun werk luisterend naar de Schrift en in onderlinge saamhorigheid te verachten hebben. In een gezagsverhouding betekent luisteren immers ook gehoorzamen.
Inzake de taak van de kerkenraad zal er na de eventuele vereniging niet zoveel anders worden. Al moet er ter plaatse in het beleidsplan veel meer worden vastgelegd, het blijft gaan om de zorg voor de dienst van Woord en sacramenten, het leiding geven aan de opbouw van de gemeenten, de zorg voor de missionaire, diaconale en pastorale arbeid en de geestelijke vorming, het vaststellen van het beleidsplan terzake van het leven en werken van de gemeente, het opzicht over de leden van de gemeente en het bevorderen ter plaatse van de gemeenschap van de kerken enzovoorts. Wie het weer voor zich ziet, komt opnieuw onder de indruk van deze inhoudsvolle opdracht, gegeven aan broeders die in zichzelf die bekwaamheid niet hebben, maar in gehoorzaamheid aan de roepende God hun dienstwerk mogen verrichten.
Grondvergadering van de kerk Voor de classicale vergaderingen zijn er wél veranderingen op komst, en daarom is het goed uitvoeriger hierop in te gaan. Het is een gemeentelid nauwelijks kwalijk te nemen dat hij of zij weinig geïnformeerd is over wat de taak van de classis is. Het werk gebeurt op afstand en onttrekt zich aan veler waarneming - al is rapportage van de classicale vergadering in de kerkenraad kerkordelijk voorgeschreven.
De classis heeft in de regering der kerk heel oude papieren. Na de Reformatie komen we in 1540 het begrip als eerste tegen als aanduiding van een kerkelijk district. Het ging er toen om als vergadering van naburige kerken toezicht te houden op leer en leven van de predikanten.
De classicale vergadering wordt vaak 'de grondvergadering van de kerk' genoemd, wat niet betekent dat ze de belangrijkste is: dat is de kerkenraad. Dr. P. van den Heuvel schrijft in zijn toelichting op de hervormde kerkorde dat de betekenis gezocht moet worden in het feit dat in de classis het kerk-zijn in de bredere verbanden voor het eerst gestalte krijgt. We zien hier dat de kerk meer is dan de plaatselijke gemeente.
Zo vormt de classis de belangrijkste schakel tussen gemeente en synode. Ze hoort aan de provinciale kerkvergadering en de synode door te geven wat er in de gemeenten leeft. Omgekeerd heeft de synode de classes te raadplegen in zaken van het belijden en de orde van de kerk. Voorbijgaan aan de stem van de classis is dus niet minder dan het negeren van de stem uit de gemeenten, van het grondvlak.
Nog verder van de gemeenten staat de provinciale kerkvergadering (PKV), al komt dit lichaam voor hervormd-gereformeerde gemeenteleden wat dichterbij als een predikant die onder ons enige bekendheid geniet, tot vrijgestelde scriba van de PKV benoemd wordt. Momenteel is dr. J. van Beelen scriba van de PKV in de provincie Gelderland en ds. L. Wüllschleger in Zeeland. Aan deze provinciale kerkvergadering, waarvan de afgevaardigden benoemd worden door de leden van de classis, is het opzicht over de ambtsdragers toevertrouwd. Inzake de regering van de kerk hebben deze PKV's altijd wat aan de marge verkeerd, maar ondertussen waren ze wel van betekenis als het gaat om de toerusting van de gemeenten, voor het opzicht, voor de visitatie en inzake het begeleiden van de gemeenten in bepaalde situaties danwel spanningen.
Rapportage
Het functioneren van de classicale vergaderingen is wezenlijk voor het functioneren van de kerk als geheel. Daarom is het treurig én tekenend voor de deplorabele toestand van de kerk dat deze classes op veel plaatsen niet of nauwelijks meer functioneren. Wan-neer men slechts samenkomt om de lopende zaken af te handelen, de verplichte consideraties uit te voeren, dan verzaakt men in de classis een wezenlijke taak. Waar kan beter dan in deze grondvergadering het kerkelijk gesprek gevoerd worden en waar kunnen de pastorale, diaconale en missionaire vragen waarmee de gemeenten geconfronteerd worden, beter besproken worden dan in de classis?
Daarvoor is bij de afgevaardigden het besef noodzakelijk dat we binnen de kerk van Christus aan elkaar gegeven zijn en we in gehoorzaamheid aan Zijn openbaring de gemeenten hebben te dienen. Wie niet verder heeft leren zien dan de eigen gemeente en niet beseft wat de belijdenis van het geloof in één heilige, katholieke kerk betekent, is niet geschikt om in classicaal verband de kerk te dienen.
De scriba van de SoW-kerken, dr. B. Plaisier, heeft enige jaren geleden opgemerkt dat de kwalitatieve inbreng in de classis met name afkomstig was van de meer orthodoxe vertegenwoordigers. Deze constatering neemt niet weg dat het zicht op het geheel van de kerk onder ons in de komende generatie niet automatisch gevonden wordt - en daarmee de inbreng in de classis. Wie afgevaardigd wordt naar de classis, is dit voor een periode van vijfjaar. Naast de arbeid als ambtsdrager in de plaatselijke gemeente kan dit geen geringe belasting betekenen. En waar jongeren bij voorkeur kortlopende verplichtingen aangaan, staat de vertegenwoordiging naar de classis onder druk, juist ook als de vragen in de eigen (wijk)gemeente alle aandacht en inzet van de kerkenraad vergen.
Hoe kan de classicale vergadering en haar agenda meer in beeld gebracht worden dan door consequente rapportage binnen de kerkenraad van wezenlijke discussies? Dat is allereerst de
plaats om verder te kijken dan de gemeentegrenzen. Ook is het zinvol om als vertegenwoordiger in de classis in een regelmatig in het kerkblad verschijnende rubriek de gemeenteleden te informeren over wat er in het geheel van de gemeenten aan de orde is, voor zover op de besluiten geen geheimhouding rust.
Tegen de achtergrond van deze globale weergave van het kerkelijk werk in de regio en de provincie gaan we in op de voorliggende voorstellen van de werkgroep kerkorde, waarover de leden van de triosynode zich over twee weken moeten uitspreken. Het blijft de taak van de classicale vergadering leiding te geven aan al het kerkelijk werk dat in haar gemeenten gebeurt en het zelfs te bevorderen. Dit hoge ideaal moeten we vasthouden, lijkt me. Waar we tevreden zijn met de bemensing van de openstaande posten, zullen stimulansen vanuit een meerdere kerkelijke vergadering weinig plaatshebben.
Daarbij komt de verantwoordelijkheid voor elkaar binnen de kerk. Ook dat aspect verdient onze aandacht. Op een ambtsdragersvergadering van de Gereformeerde Bond in Tholen is enige jaren geleden de vraag gesteld of men wist van het kerkelijk leven in Bergen op Zoom. Alle andere mogelijke plaatsen lijken hiervoor ingevuld te kunnen worden. Wat doen we als een buurgemeente nauwelijks in de ambten kan voorzien, de begroting onmogelijk sluitend kan krijgen of door spanningen verdeeld dreigt te raken? Meeleven maakt immers altijd creatief.
Werkgemeenschappen
Als we kijken naar wat er in ordinantie 4 verandert, valt in de eerste plaats op dat vanuit elke (wijk)gemeente na de vereniging niet meer twee afgevaardigden naar de classis zullen gaan, maar slechts één ambtsdrager. Juist waar de absentie al groot is en er meerdere taken te verdelen zijn, lijkt me deze dunnere lijn tussen gemeente en classis niet wenselijk.
Nieuw is ook dat de saamhorigheid tussen predikanten bevorderd dient te worden door hen samen te brengen in werkgemeenschappen. Het gaat daarbij om het samen bestuderen van thema's die voor de kerk van belang zijn, om de bezinning op de versterking van het geestelijk leven. Een goed initiatief, al beseffen we dat het aanbod voor bezinrling in de kerk groot is. Maar collegialiteit begint naast de deur, in de directe omgeving. Met degenen met wie je de kerk dient, kun- . nen de vragen die in een regio dominant zijn, doorgenomen worden. Deze vorm van onderling pastoraat hoeft het deelnemen aan een studiekring van meer gelijkgezinden (rondom de Institutie van Calvijn, de Redelijke Godsdienst van Brakel of de missionaire vragen van onze tijd) niet te dwarsbomen. v
Op verzoek van een aantal (wijk)kerkenraden kan de classicale vergaderingen gemeenten samenbrengen in een ringverband, waarin ook een gemeente uit een aangrenzende classis kan meedoen. Die gemeenten dienen dan samen te komen tot onderlinge opbouw, 'onder meer door zich gezamenlijk te bezinnen om in deze gemeenten levende vragen met betrekking tot het leven en werken van de kerk in de gemeenten'. Overwegingen ten aanzien van vragen van belijdenis en kerkorde die door de synode aan de classis ter consideratie zijn voorgelegd, kunnen door de ring ter bespreking in de classis worden voorgelegd. Dit wil ruimte bieden om elkaar als gemeenten te ondersteunen.
In algemene zin stelt de werkgroep kerkorde voor dat de classicale vergadering 'bij de vervulling van haar arbeid recht dient te doen aan de kerkelijke verscheidenheid', een formulering die niet toegelicht wordt maar wel vragen oproept. Het laat zich - voor degenen die de kerkelijke kaart kennen - verstaan dat het gemeentelijk leven in Abbenbroek anders ingericht is dan in het naburige Brielle, maar dienen we elkaar vanuit de Bijbel en de belijdenis van onze kerk daarover dan niet aan te spreken in plaats van de verschillen te honoreren?
ACV's
Het meest ingrijpend is de voorgestelde vorming van ACV's, de algemene classicale vergadering. Wat dit inhoudt? Het is de bedoeling dat classicale vergaderingen in een regio gaan samenwerken in een ACV voor haar arbeid betreffende de dienstverlening aan de gemeenten. De ACV moet het activiteitenplan inzake deze dienstverlening vanuit de RDC's vaststellen, nadat de classicale vergaderingen zijn gehoord. Zij wordt geacht daarbij wel binnen het door de generale synode vastgestelde beleid inzake de dienstenorganisatie te blijven, wat concreet zal betekenen dat voor het kerkenwerk in de regio de beslissingen in Utrecht vallen. Een ambtelijke vergadering wordt zo een deel van haar ambtelijke verantwoordelijkheid ontnomen, terwijl juist in de regio's de behoeften veel beter in beeld zijn.
Met de vorming van deze ACV's komt de provinciale kerkvergadering te vervallen - en zijn we het sinds de Reformatie functionerende toezicht vanuit de kerkprovincie op de gemeenten kwijt. Deze concessie aan de gereformeerde kerkvisie met een sterkere plaats voor de gemeenten betekent dat de aansturing van het dienstverleningswerk vanuit de regio's haar strikt ambtelijke karakter verliest, omdat de ACV's slechts ambtelijk in afgeleide zin genoemd kunnen worden. Vanuit een visie die het ambt ten eerste ziet als de vertegenwoordiging van Christus in Zijn kerk, is het teloorgaan van dit 'tegenover-karakter' een slechte zaak. De begeleiding van het dienstverleningswerk gaat nu gebeuren door leden van de ACV's die niet per se ambtsdrager behoeven te zijn, waardoor ambten en diensten in het bovenplaatselijk werk verder uiteengroeien. Daar komt bij dat het wegvallen van het provinciale niveau in de kerk betekent dat de classicale vergadering veel meer taken krijgt. Juist in het licht van het hiervoor geschrevene is het zeer de raag of de classes hiervoor toegerust zijn. Het is nodig dat synodeleden hierover doorvragen, juist om goed functionerend kerkelijke arbeid in de provincies niet teloor te laten gaan.
De synode heeft een volle agenda, aarbij ook bij de behandeling van ordinanties die relatief minder aandacht krijgen, thema's aan de orde zijn die het functioneren van de gemeenten raken. Juist waar ter plaatse de spanningen kunnen toenemen, waar de secularisatie concreet ervaren wordt, waar de behoefte aan vorming groot is, kan de gemeente niet zonder een kwalitatieve betrokkenheid vanuit de kerkproincie in gehoorzaamheid aan Schrift en belijdenis.
P. J. VERGUNST
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 7 november 2002
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 7 november 2002
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's