De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Eén hoop, één wens

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Eén hoop, één wens

DE VROEGE KERK OVER HUWELIJK EN ECHTSCHEIDING [1]

9 minuten leestijd

In zijn ambtsdragersvergaderingen van vorig jaar heeft de Gereformeerde Bond zich beziggehouden met allerlei vragen rondom het huwelijk, in het bijzonder wat betreft echtscheiding en hertrouwen. De maatschappelijke ontwikkelingen uan de laatste tientallen jaren vragen ook op het kerkelijk erf steeds dringender om bijbels licht ouer deze belangrijke onderwerpen. Ondergetekende is gevraagd om in enkele artikelen na te gaan hoe in de Vroege Kerk ouer deze zaken werd gedacht. De christenheid werd in de eerste eeuwen uanuit de haar omringende maatschappij immers ook ueeluuldig met deze vraagstukken geconjronteerd. Het is uoor ons van belang om te zien hoe zij vanuit het Evangelie hiermee omgingen. Nadrukkelijk stellen we dat niet zomaar elk inzicht uan toen overgeplant kan worden in het heden. Wel biedt de Vroege Kerk ons de mogelijkheid om het eigen denken aan te scherpen

DE VROEGE KERK OVER HUWELIJK EN ECHTSCHEIDING [I]

.Joodse volk

Eerst moeten we dan een beeld zien te krijgen van de maatschappij waarin de jonge christenheid het toneel van de wereld betrad. Dat was aanvankelijk de maatschappij van het joodse volk. Daar gold, vastgelegd in de wet van Mozes, de huwelijkstrouw als heilig. Het huwelijk breken door overspel werd als een erge zonde beschouwd. Tegelijk was er wel de mogelijkheid tot een officiële scheiding. Deze mogelijkheid bestond alleen voor de man. Zij was gebaseerd op Deuteronomium 24 : i. Daar lezen we: 'Wanneer een man een vrouw zal genomen en die getrouwd hebben, zo zal het geschieden, indien zij geen genade zal vinden in zijn ogen, omdat hij iets schandelijks aan haar gevonden heeft, dat hij haar een scheidbrief zal schrijven, en in haar hand geven, en ze laten gaan uit zijn huis'.

Het grote punt zit hier natuurlijk in 'iets schandelijks aan de vrouw vinden'. Onder rabbijnen was er een ingrijpend verschil van inzicht over wat er met 'iets schandelijks' bedoeld werd. De school van rabbi Schammai stelde dat hiermee alleen overspel bedoeld werd als echtscheidingsgrond. De school van Hillel meende het veel ruimer, en zag zelfs het laten aanbranden van het eten als een reden om de vrouw weg te zenden. Hiermee was de echtscheiding geworden tot een wettige en op gemakkelijke gronden te voltrekken mogelijkheid.

In het Evangelie komt deze scheidbrief ook aan de orde, naar voren gebracht door de Farizeeën. De Heere Jezus verklaart dan over deze scheidbrief van Mozes dat zij was 'omwille van de hardheid des harten', maar dat het door God 'van den beginne niet zo bedoeld was' (Matth. 19 : 8-9). De scheidbrief is dus geen goedkeuring van de echtscheiding, maar veeleer een aanwijzing van de zondigheid van de mens. Zij staat de echtscheiding alleen toe als het huwelijk door het kwade van de mens tot een onmogelijkheid is geworden.

Naast de scheidbrief werd de rabbijnse visie op het huwelijk ook gekenmerkt door het toestaan van het hebben van meer vrouwen. In de praktijk kwam het weinig voor, al geven de overleveringen aan dat er altijd enkelingen waren die het praktiseerden.

Romeinse rijk

Vervolgens bezien we de 'tweede maatschappij' waarin de jonge Kerk binnentrad, ook al snel naar Pinksteren: die van het Romeinse rijk. Het valt op dat het huwelijk daar niet werd gezien als een verbond dat gesloten werd voor Gods aangezicht, maar als een wederzijds contract. Dit contract kon zowel door de man als door de vrouw worden opgezegd. Feitelijk was daar dezelfde situatie te vinden als na de Tweede Wereldoorlog in Nederland is ontstaan. Dit leverde in het Romeinse rijk een schrikbarend hoog aantal echtscheidingen op. Sommige keizers trachtten daartegen op te treden door echtscheiding waarvoor geen redelijke grond was aan te wijzen, strafbaar te stellen. In de praktijk bleek het echter moeilijk tegen te gaan.

In de Romeinse wetgeving was overigens overspel door de man geen reden tot echtscheiding. Het werd ook niet als een kwaad gezien dat het huwelijk ondermijnde. Het was de man toegestaan om naast zijn huwelijk ook met een andere vrouw seksuele omgang te hebben. Omgekeerd was het de vrouw niet toegestaan met een andere man een seksuele relatie te hebben. Het contract tussen man en vrouw hield wel in dat zo'n tweede vrouw nooit een gelijke status met de 'echte' vrouw kon krijgen: ze was een soort 'bijvrouw' of maitresse. Reden: het hebben van meer dan één vrouw was in het Romeinse recht verboden. In ieder geval leidde deze mogelijkheid in het Romeinse rijk tot veel buitenechtelijke seksuele omgang.

Vroege Kerk

Na deze korte schets van de toenmalige maatschappij wenden we ons naar de Vroege Kerk. Dan vallen drie dingen op waarin de eigenheid van de Kerk naar voren treedt. Ten eerste was de jonge christenheid sterk afwijzend tegenover echtscheiding en droeg ze de plicht uit van levenslange trouw. Hierin onderscheidde zij zich zeker van de heidenen, maar toch ook van de joden. In de tweede plaats wees de Kerk elke seksuele relatie buiten het huwelijk af. Hierin stemde zij overeen met het jodendom tegen het Romeinse rijk. In de derde plaats wees de Vroege Kerk het hebben van meer vrouwen af. Daarin was zij eenstemmig met het Romeinse rijk tegenover het jodendom.

Zo is de hoofdlijn van de jonge christenheid getekend. Zij treedt de volkerenwereld binnen met het getuigenis dat Jezus, die gekruisigd is voor de zonden, uit de doden is opgestaan. In gehoorzaamheid aan Hem als de levende Heere komt zij tot een levenswandel waartoe ook een eigen huwelijksvisie behoort. Zowel tegenover de joden als tegenover de heidenen. Zeker had de christelijke huwelijksvisie allerlei zaken gemeen met de heidenen, en vooral met de joden. Hoe kon het ook anders: de joden hadden immers de wet van Mozes die de scheppingsbedoeling van God met het huwelijk doorgaf, al had zij vanwege de 'hardigheid des harten' enkele concessies gedaan. En ook bij de heidenen waren er de restanten van het door God gegeven huwelijk te vinden. Maar in de christelijke kerk wordt dankzij het onderwijs van Christus beslist aangesloten bij de scheppingsbedoeling van het huwelijk. Dat uit zich in de nadruk op de onderlinge trouw zonder echtscheiding, en ook op het afwijzen van elke seksuele relatie buiten het huwelijk. Bij allerlei overeenkomsten met joden en heidenen leren de christenen de heiliging van het huwelijk naar Gods oorspronkelijke wil zoals bij de schepping bedoeld.

Geloof en reinheid

Zo ging de jonge christenheid het Romeinse rijk binnen. Zij was er omgeven door erg veel losbandigheid en weinig trouw in het huwelijk, ontmoette veel buitenhuwelijkse affaires en relaties. In die maatschappelijk 'sfeer' ging de christenheid binnen met de orde van het levenslange huwelijk, waarbij elke seksuele relatie buiten eigen man of vrouw strikt verboden is. Ik geef drie voorbeelden uit geschriften die tussen 100 en 150 na Chr. zijn geschreven, en daarna een voorbeeld van een geschrift dat tussen 200 en 250 na Chr. is ontstaan. Het geschrift De herder van Hermas zegt: 'Laat geen gedachte aan de vrouw van een ander in je hart binnenkomen; maar als je altijd aan je eigen vrouw zult denken, zul je nooit zondigen'. Ignatius van Antiochië schrijft in een brief aan Polycarpus: 'Zeg tot mijn zusters de Heere lief te hebben en hun echtgenoten naar lichaam en geest te behagen. Maar druk mijn broeders evenzeer op het hart in de naam van Jezus Christus hun echtgenoten lief te hebben, zoals de Heere Zijn kerk liefheeft.' Polycarpus zegt in zijn brief aan de Filippenzen: 'Leer de echtgenoten naar het hun gegeven geloof en reinheid hun man in alles waarheid te beminnen, vervolgens ieder gelijkelijk lief te hebben met volledige zelfbeheersing en ten slotte hun kinderen op te voeden in de vreze des Heeren'.

Het vierde stuk is van Tertullianus: 'Waar zal ik kracht vinden, om het geluk van dat huwelijk te beschrijven, dat voor de kerk gesloten wordt, dat door het offer bevestigd en door de zegen bezegeld wordt, hetwelk de engelen aankondigen en de Vader bekrachtigt? Immers ook op aarde is het niet naar recht en wet, als kinderen zonder toestemming van hun vader huwen. Welk een schoon paar vormen die twee gelovigen, die één hoop, één wens, éénzelfde levenswijze hebben, die dezelfde Heere dienen! Zij zijn in de volle zin van het woord één vlees. Maar waar één vlees is, daar is ook één geest: zij bidden tezamen, tezamen werpen ze zich neer voor God, tegelijk vasten zij, zij onderwijzen elkaar, sporen elkaar aan, steunen elkaar. In de kerk van God zijn ze gelijk aanwezig, aan de Tafel des Heeren nemen ze gelijk deel, zij zijn samen in moeilijkheden, in vervolgingen en ook in goede tijden. De een houdt niets verborgen voor de ander, de een mijdt de ander niet, de een is de ander niet tot last. Men komt er rond voor uit dat men de zieken bezoekt, de behoeftigen ondersteunt.

Het valt niet zwaar aalmoezen te geven, er zijn geen moeilijkheden bij het brengen van een geldelijk offer, niets staat de dagelijkse plichten in de weg, zij behoeven niet heimelijk het kruisteken te maken, zij behoeven niet angstig te zijn als zij een dankzegging uitspreken. Beiden heffen zij psalmen en liederen aan en zij dagen elkaar uit wie het beste voor de Heere kan zingen. Als Christus zulke dingen ziet en hoort, verheugt Hij zich'.

Levenslange trouw

Uit deze vier passages komt naar voren hoe de christenheid binnen het Romeinse rijk het zuurdesem van besliste trouw binnen het huwelijk en onthouding buiten het huwelijk inbrengt. Deze afwijzing van elke seksuele relatie buiten het huwelijk gold evenzeer tegenover de homoseksuele levenswijze en ook jegens de seksuele omgang met kinderen. De bruisende stroom van de hartstocht wordt geleid binnen de bedding van het huwelijk, om zo liefde, trouw en rechtvaardigheid te bevorderen. Het christelijke huwelijk heeft als ideaal een intense en onverbrekelijke eenheid tussen man en vrouw.

De Vroege Kerk was dus tegenover het jodendom vooral strenger als het gaat om de echtscheiding. Tegenover het Romeinse rijk was het dat ook, maar voltrok daarbij tevens een zuivering van de zwoele, losbandige wijze van omgaan die daar veelvuldig voorkwam. In de Vroege Kerk zie je geen poging om enigszins toegeeflijk te zijn tegenover die wijze van leven. Nee, tegenover jood en heiden wordt de eigen christelijke zede met grote vrijmoedigheid uitgedragen. Het is duidelijk dat

de Vroege Kerk in haar 'strenge' nadruk op de levenslange trouw en haar scherpe afwijzing van elke seksuele relatie buiten het huwelijk heeft getracht het gebod van Christus en de apostelen door te trekken. De Heere Jezus die had gezegd: 'Wat God heeft sa-

mengevoegd, scheide de mens niet'. De apostelen die hadden geschreven dat overspel, onreinheid, de tegennatuurlijke omgang, als zonden moesten worden afgewezen (Rom. i, Ef. 5, 1 Tim. 1). Deze strenge voorschriften waren de omheining van het nieuwe

leven dat door de geloofsgemeenschap met Christus ontvangen was. 'Wie in Christus is, is een nieuw schepsel' en dat roept om besliste afwijzing van alle ontrouw en elke seksuele relatie buiten het huwelijk. Ook van echtbreuk en echtscheiding. Maar:

als er nu toch overspel gepleegd werd? Of als het toch tot een echtscheiding kwam? Hoe stond men daar tegenover in de Vroege Kerk? Daarover willen we in een volgend artikel meer schrijven.

P. F. BOUTER, PUTTEN

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 7 november 2002

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Eén hoop, één wens

Bekijk de hele uitgave van donderdag 7 november 2002

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's