Een veldreactie over de catechese
INGEZONDEN
Naar aanleiding van de artikelen uan dr. W. Verboom over de crisis in de catechese, die ik met veel interesse gelezen heb, wil ik graag reageren. Ik doe dit vanuit mijn verbondenheid met onderwijs en catechese. Gezien het laatste artikel, waar in dr. Verboom zes aandachtspunten benoemt, wil ik elk van die punten voorzien uan commentaar.
Gezin
Het gezin staat meer dan ooit in de branding van de samenleving. Op huisbezoeken proeven we de moeite van ouders met de opvoeding van de kinderen. Hoe moeilijk kan het zijn kinderen op te voeden, met name wanneer het gaat over de godsdienstige opvoeding. Veel ouders zouden het zo graag anders willen.
Opnieuw wil ik een pleidooi houden voor het instellen van een commissie voor school, kerk en gezin. Het is van groot belang dat er goed bruikbaar materiaal beschikbaar komt, om te kunnen verstrekken aan jonge (doop)ouders. In het land zijn voorbeelden bekend van plaatselijke commissies, die de opdracht ontvangen hebben om thema-avonden te organiseren in de gemeente, waarbij bijvoorbeeld doopouders in het bijzonder worden uitgenodigd. Te denken valt aan de thema's die ook dr. Verboom noemt in zijn artikel. Daarom is het goed een inventarisatie van verantwoord en reeds beschikbaar materiaal te houden en hiervan (bijvoorbeeld jaarlijks) een publicatie beschikbaar te stellen aan de kerkenraden (of in de Waarheidsvriend). De bovenvermelde commissie zou de eindredactie van deze publicatie op zich kunnen nemen.
Tijdens de ambtsdragersvergadering te Zwolle werd door één der broeders opgemerkt dat op vele plaatsen in het land (met name het noorden) de steun van de school meer en meer gemist wordt. Dit effect moet op de lange termijn niet onderschat worden. Via de school komt veel scholing de gezinnen binnen. Als dit stagneert of zelfs wegvalt, komt de kerk voor een zwaardere opgave te staan. Doopcatechese moet daarom ook veel meer worden gezien als begeleiding in en rondom opvoedingsvraagstukken en als een daadwerkelijke voorbereiding op de (godsdienstige) opvoeding.
Maar dit moet allemaal wel georganiseerd worden. We lopen tegen een praktisch probleem aan. Menskracht en daadkracht is in veel gemeenten een probleem. Het belang van een catechesecommissie wordt dan ook steeds meer aangetoond. Daarover echter straks meer.
Kennis
Het gebrek aan parate kennis bij jongeren is inderdaad een probleem. Te snel echter wordt geconstateerd dat jongeren niet meer uit hun hoofd willen leren. Ik vraag me dan wel eens af hoe het komt dat diezelfde jongeren diverse songteksten van Radio 538 volledig kunnen reproduceren? Om de eenvoudige reden, dat je daarmee binnen de jongerencultuur kunt scoren. Ik zou willen wijzen op twee redenen die aan het 'niet willen leren' ten grondslag liggen.
Ten eerste hebben veel scholen het 'uit het hoofd leren' tot een taboe verklaard. Onderwijs wordt gegeven vanuit een andere benadering van kennis. Onderwijs moet adaptief zijn en uitgaan van de competenties van het kind. Onderwijs dient gegeven te worden vanuit een omgeving die uitnodigt om te leren. Dat is de didactiek waarmee kinderen al acht jaar gedurende 25, 5 uur per week worden geconfronteerd, wanneer wij een start maken met de catechese. Sommige scholen zijn in deze benadering dermate doorgeschoten, dat het in statuten of schoolgids verwoorde mensbeeld niet meer strookt met het uitgangspunt van de moderne onderwijsdidactiek. Het vermogen om te willen leren wordt soms wel erg rooskleurig voorgesteld. Wanneer het leren mede bepaald wordt door de leerling, wordt het erg moeilijk om van hen te vragen de bijbelboeken uit het hoofd te leren of een vraag van de catechismus te automatiseren. Het onderwijs stelt veel meer, dat we moeten weten waar we kennis kunnen vinden dan dat we kennis paraat moeten hebben.
Inmiddels denken ook al veel ouders zo. Veel kennis die vroeger werd aangeleerd, wordt door ouders als ballast gezien. Het wordt steeds moeilijker om alle kinderen op school het wekelijkse psalmversje te Iaten leren. Het kind wil het niet leren, maar de ouders willen het kind er niet bij helpen. Kinderen ervaren dat vader en moeder het niet zo belangrijk (meer) vinden, als de andere vakken maar wel in orde zijn. Enkele jaren geleden al zei een vader mij op een ouderavond, nadat ik hem had gewezen op de mindere resultaten voor de 'Namen en Feiten'-overhoringen, dat zijn zoon daarmee later zijn brood niet kon verdienen. Kortom, de school gaat anders met kennis om, ouders hechten waarde aan andere zaken en hebben geen tijd zich bezig te houden met de opdrachten van hun kinderen. Kinderen kunnen het zich dus permitteren om te stellen dat ze niet willen leren. De beoogde tweedeling in de catechese is aansprekend. Ik zou deze echter alleen daar willen invoeren, waar de school geen deel uitmaakt (of uitmaken wil) van de trits school, kerk en gezin. Ik deel de mening van dr. Verboom dan ook niet dat de catechese in het kader van het verbond om de scholen heengaat. Mijns inziens kan de school insteken op het 'te helpen en te doen onderwijzen' uit het Doopformulier. Waarom zouden er anders zoveel 'Triangels', 'Driemasters' en 'Schakels' in het land zijn? Hebben we in de afgelopen jaren als ouders onze verantwoordelijkheid niet aflaten weten binnen de polarisatie van de laatste 15 jaar in het onderwijs? Het is opmerkelijk dat we strijden voor ons eigen geluid binnen de kerk, terwijl we dat in het onderwijs op zoveel plaatsen hebben laten afweten. We scheurden en richtten (reformatorische) scholen op, waardoor we de teloorgang van het overblijvende pc-onderwijs mede hebben bewerkstelligd. Het reformatorisch onderwijs, uit noodzaak geboren, is een zegen voor veel kinderen, maar brengt onder jongeren (en dus ook catechisanten) ook een sterke tweedeling. Dr. Verboom gaat vervolgens in op de kwaliteit van de catechese. Persoonlijk denk ik met veel plezier terug aan de regionale catechese-cursusavonden, die door dr. Verboom zelf werden verzorgd begin jaren negentig. Ik denk dat deze avonden terug zouden moeten komen als netwerken om ervaringen uit te wisselen. Opnieuw zouden tijdens deze avonden de inhouden centraal moeten staan. Maar ook didactische werkvormen op basis van nieuwe inzichten en het werken met moderne media zouden daarin een plaats moeten krijgen. Door het werken met een overheadprojector of een beamer samen met presentatieprogramma's als PowerPoint, wordt de interactie met de catechisanten anders en eigentijdser. Onze jongeren zijn meer dan ooit visueel ingesteld en kunnen maar slecht lang achtereen luisteren naar een monoloog van predikant of catecheet. Het zou dan ook goed zijn om in samenwerking met de hogescholen Ede en Gouda (waar veel cursussen voor onderwijsgevenden worden gegeven) een nascholingsprogramma voor catechese op te zetten, waarbij we moderne onderwijsdidactiek koppelen aan de gereformeerde dogmatiek. Het lijkt me een uitdaging om daarmee aan het werk te gaan en onze catecheten een nascholingsaanbod te doen.
Catecheseteam
Inmiddels zijn er al veel modellen voorhanden. Ik kan u slechts deelgenoot maken van het gehanteerde model binnen de hervormde gemeente van Rouveen. Als team dragen we de verantwoordelijkheid over ruim 490 catechisanten, van wie er uiteindelijk zo'n 400 trouw komen. Het team bestaat uit twee predikanten en vijf catecheten. We streven ernaar slechts één avond per week voor 2 tot 4 groepen'te catechiseren, waardoor een goede spreiding van de lasten optreedt. De catechesecoördinator is een vrijgestelde ambtsdrager die mee catechiseert, maar tevens de coördinatie van alle andere activiteiten op zich neemt. Tot zijn taken rekenen we:
- het maken en indelen van catechisatieroosters - het beheren van de voorraad boeken - het uitschrijven en leiden van vergaderingen van het team (3 per jaar) - het bezoeken van beginnende catecheten - het begeleiden van probleemgevallen (catechisanten) - het leggen van contacten met ouders van frequent absente jongeren - het uitoefenen van jongerenpastoraat onder catechisanten.
Ook is het van belang informatie omtrent probleemjongeren te verzamelen. Bekendheid met psychiatrische stoornissen als ADHD (2% van de jongeren), PDD NOS, het syndroom van Asperger en andere voorkomende afwijkingen maken het mogelijk in te springen op de wens van ouders, hun kind gewoon mee te laten doen met de catecheselessen. Opnieuw kan het dan van belang zijn om (met instemming van de ouders) dwarsverbanden te leggen naar de school van de betrokken catechisanten. Dit kan ook rechtstreeks met de ouders gebeuren.
Uiteraard werkt dit alles gemakkelijker, wanneer het binnen de eigen gemeente kan worden gerealiseerd. Toch zijn er in kleine gemeenten door samen te werken met andere gemeenten mogelijkheden om efficiënt te kunnen werken. Wellicht kan een coördinator voor meerdere gemeenten werken.
Kortom: de kwaliteit van de catechese kan sterk bevorderd worden, door de catecheet het gevoel te geven deel uit te maken van een team, waarbij het werk mag drijven op een goede organisatie.
Kerkvoogdij
Ten aanzien van de adviezen aan de kerkvoogdijen kan ik slechts onderschrijven wat dr. Verboom stelt. Uiteraard kunnen financiën een belemmering vormen, maar wellicht kan een goede samenwerking met het onderwijs ook hier zijn vruchten afwerpen. Overheadprojectoren (beamers) en kaartmateriaal kunnen desnoods samen worden bekostigd.
Conferentie
Een jaarlijkse conferentie voor catecheten zou een zegen kunnen zijn. Regionaal of landelijk kan elk jaar door de commissie voor kerk, school en gezin een uitgebalanceerd programma worden opgezet, waarbij aangesloten wordt bij de problemen van het werkveld.
We constateren een crisis, maar hebben toch ook de verantwoordelijkheid om trouw aan onze roeping te bidden om kracht en te werken aan een oplossing van onze problemen. Een oplossing die niet alleen binnen de kerk (catechese) gezocht kan worden, maar binnen het geheel van school, kerk en gezin moet worden gezocht.
Mag ik een aantal suggesties geven voor inspirerende onderwerpen: - catechese en audio-visuele hulpmiddelen - catechese en gesprekstechnieken - het actueel houden van een catecheseplan - onderwijsdidactiek en catechese.
Laten we elkaar vasthouden in een moeilijke tijd op basis van de overtuiging dat het God is die ons geroepen heeft om onder de' jongeren van de gemeente te leren en te getuigen van de grote daden Gods. Hij zal niet laten varen wat zijn hand begon.
GERT VAN TOL, ROUVEEN
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 7 november 2002
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 7 november 2002
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's