De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Uit de pers

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Uit de pers

11 minuten leestijd

Toch niet gelukkig Onderzoeken van recente datum tonen

aan dat vele in welvarende democratieën levende mensen toch niet gelukkig zijn. Ondanks welvaart waar velen in delen, bekennen mensen het gevoel dat ze zich toch niet echt gelukkig voelen. Niet alleen sociologische onderzoeken geven dat aan, ook schrijvers geven uiting aan die onbehaaglijke gevoelens in boeken die ze publiceren. Eén van hen is de Franse schrijver Michel Houellebecq. Hij was vorige maand in zijn eigen land volop in het nieuws omdat hij terechtstond wegens beledigende uitspraken over de islam. In een interview in het tijdschrift Lire ontsnapte aan zijn lippen de pikante regel: 'Maar de stompzinnigste godsdienst is toch zeker de islam!' Hij werd vrijgesproken, uiteraard. Geheel in lijn met het gevoelen dat vandaag heerst: de literatuur is onschendbaar. Welnu, Houellebecq publiceerde de laatste jaren verscheidene boeken die veel ophef veroorzaakten, daardoor veel aandacht kregen en druk gelezen, in ieder geval verkocht werden. Ik noem de twee die de meeste aandacht kregen en ook in het Nederlands vertaald verschenen: Elementaire deeltjes (1999) en Platform. Midden in de wereld (2002). In het Tijdschrift voor bijbelse theologie Interpretatie (oktober 2002) schreef ds. F. W. Verbaas (SoW - Schoonhoven) een interessant artikel over de romans van Houellebecq onder de titel De moderne europeaan is een puber.

'De Franse romancier Michel Houellebecq geldt als een van de grote talenten uan de moderne Europese literatuur. Houellebecq onderzoekt de condition humaine uan ons tijdsgewricht met de koele precisie uan een patholoog anatoom. Meedogenloos ontleedt hij de moderne mens en trekt zijn conclusies. Deze zijn euen hard als helder. De Europeaan heeft zich weliswaar bevrijd uan de knellende banden uan religie en moraal en komt in materieel opzicht niets te kort, maar het resultaat is nogal miezerig. De doorsnee-Europeaan is een overtuigde individualist die geen weet meer heeft van zoiets als idealen of gemeenschapszin. Niet eerder werd de mens zo geconfronteerd met de eenzaamheid en leegheid uan het bestaan. Het is eigenlijk alleen de economie die de mensen nog met elkaar uerbindt. Wie een beetje mee wil tellen, moet succes hebben in het zakenleven of op de arbeidsmarkt. Maar de professionele bezigheden van Houellebecqs romanfiguren zijn alle euen zinloos en geestdodend. Buiten de kantooruren staat hun de verveling te wachten of een rusteloos zoeken naar genot. Met name in de beleuing uan seks hoopt de moderne Europeaan zijn eenzaamheid te doorbreken. Maar sinds seks niet meer is gekoppeld aan voortplanting en duurzame relaties, is de erotiek uerworden tot een harde markt uan vraag en aanbod. En net als op de vrije markt van de economie zijn er maar weinigen die op de markt van de vrije seks werkelijk succesvol zijn. Het merendeel uan de moderne, bevrijde mensen is domweg niet mooi, jong of rijkgenoeg om de competitie aan te kunnen. (...)

Ontelbaar zijn degenen die blijven steken in onvervulbare verlangens, eenzaamheid, frustraties. Hun rest niets anders dan zelfbevrediging, al dan niet met behulp van pornografie. De erfenis van de jaren zestig wordt gevormd door een samenleving uan vrije en steeds rijkere mensen die ten prooi zijn gevallen aan een ongeneeslijk hedonisme. De urijheid is een ual gebleken, een vrije ual in eenzaamheid en onvervulde verlangens.

Denk niet dat Houellebecq een reactionair is die terugverlangt naar de klassieke maatschappelijke structuren die sinds de jaren zestig in rap tempo verdampt zijn. Houellebecq maakt korte metten met de linkse, libertaire mens die de laatste decennia de politiek, cultuur en kunst heeft bepaald. Dit wil echter niet zeggen dat de traditionele pijlers van de samenleving zoals het gezin, de godsdienst en het onderwijs nog een geloofwaardig alternatief vormen in Houellebecqs ogen. De tijd van het traditionele gezin dat gebaseerd was op duurzame en wederzijdse zorg, heeft zijn tijd gehad in een hedonistische cultuur, waarin alles draait om het genot van het ongeduldige individu. De belangrijke personages in Houellebecqs boeken groeien allemaal op in uiteengevallen gezinnen en zien ook hun eigen huwelijken stranden. De godsdienst is finaal onderuitgehaald door de natuurwetenschappen. En het onderwijs, met name de middelbare school die zo vormend is voor de ontwikkeling van jonge volwassenen, is op de keper beschouwd een plek waar doodongelukkige en onuitstaanbare pubers de toon zetten voor de rest van hun trieste leven. Volgens Houellebecq is de situatie duidelijk: de moderne Europese samenleving is losgeslagen van haar jimdamenten, de beloofde bevrijding uan de jaren zestig is uitgelopen op een lachwekkende mislukking, en daar is verder helemaal niets meer aan te doen.'

Toen ik Elementaire deeltjes had gelezen kon ik er niet anders bij schrijven dan 'smadelijk en smartelijk'. Smadelijk omdat er zo grof en vunzig over de seksualiteit werd geschreven. Maar ook smartelijk: hoe leeg en hol is een leven waarin Gods liefde niet wordt gekend. Tegelijk voel je aan: deze schrijver overdrijft wellicht enigszins maar zit intussen wel kort bij de realiteit van onze westerse samenleving. De dood is dan ook de enige oplossing voor de leegte en het totale gebrek aan geluk en liefde.

'In Elementaire deeltjes en Platform maakt de dood een abrupt einde aan de zeldzame liefdesrelaties die, dwars tegen de stroom uan het indiuidualisme in, soms toch nog op weten te bloeien. Wanneer het onwaarschijnlijke zich voordoet dat twee mensen elkaar door oprechte liefde van hun eenzaamheid verlossen, steekt in Houellebecqs verhalen steevast de dood zijn lelijke kop op om aan alles een einde te maken. Misschien is dat wel het ultieme thema van Houellebecq: de dood die het leven zinloos maakt. "Hoeveel moed, koelbloedigheid en humor je ook hebt ontwikkeld in de loop uan je leuen, je eindigt toch altijd met een gebroken hart. Dan uergaat het lachen je wel. Aan het einde van de rit is er alleen nog maar eenzaamheid, kou en stilte. Aan het einde van de rit is er alleen nog de dood." Volgens Houellebecq is tegen de achtergrond van de naderende dood alles wat het leven zin zou kunnen geven (liefde, relaties, gemeenschapszin) a priori tot mislukken gedoemd. "Vanaf het moment datje niet meer in het eeuwige leven gelooft, is er geen religie meer mogelijk. En als de samenleving onmogelijk is zonder religie (...), dan is er ook geen samenleving mogelijk.'"

Frans Willem Verbaas probeert ook als theoloog te reageren op de hier besproken romans:

'Aan het einde van de twintigste eeuw werd regelmatig gesproken over de crisis van de Europese roman. Niet dat onze moderne schrijvers geen mooie, intelligente ojzelfs ontroerende romans meer kunnen schrijuen. Maar wat ontbreekt is een dwingende, actuele thematiek. Wat dit laatste betreft heeft Houellebecq zonder twijfel nieuw leuen in de Europese romanliteratuur geblazen. Thema's als liefde, erotiek, eenzaamheid en dood zijn niet nieuw, maar Houellebecq plaatst ze als geen ander in een actuele Europese context. Het had voor de hand gelegen wanneer Houellebecq met al zijn cynisme en sarcasme zou zijn geworden tot een cultschrijuer met een kleine, selecte kring uan lezers en bewonderaars. Feit is echter dat een breed publiek zijn troosteloze werken verslindt. Dat geeft te denken. Toegegeven, er zit ueel seks in Houellebecqs boeken en seks verkoopt natuurlijk altijd. Maar er moet meer zijn. Houellebecq legt de vinger op een zere plek, overigens zonder er een pleister op te plakken. Verwoord t Houellebecq wat velen, bewust o/ onbewust, denken en voelen? Wie iets wil weten over de onderstroom van ons tijdsgewricht, wordt door Houellebecq op misschien brutale maar wel scherpe ideeën gezet. Na zijn boeken gesloten te hebben kijkt de lezer om zich heen, knippert met de ogen en vraagt zich af of het werkelijk zo erg is.

Is het werkelijk zo erg? Gaat aan de dood alleen nog maar eenzaamheid en ongeluk vooraf? De theoloog die Houellebecq leest, staat aan twee verleidingen bloot. De eerste verleiding is te zeggen dat het allemaal toch wel meevalt, dat Houellebecq de zaken iets te zwart-wit voorstelt om overtuigend te zijn. De tweede verleiding is te zeggen dat kerk en theologie altijd al geroepen hebben wat Houellebecq nu uerkondigt, namelijk dat hedonisme en indiuidualisme uitingen zijn uan de zondige menselijk aard, en dat dat allemaal tot niets leidt. Zowel de eerste als de tweede verleiding nemen de actuele zeggingskracht uan Houellebecqs werk niet serieus. Alleen al het/eit dat Houellebecq zo'n groot lezerspubliek heeft, dwingt de theoloog ertoe om de boeken uan Houellebecq niet te snel uan een obligaat etiket te uoorzien. Het is lonender om de indringende vragen die hij stelt de tijd te geuen om tot ons door te dringen. Zijn wij nog veel eenzamer dan wij denken? Is de invloed uan seks op ons leuen en op onze samenleving misschien nog groter dan wij willen weten? (De recente berichten over seksueel misbruik van pastores in de Verenigde Staten lijken Houellebecqs opvat-

goed! - niet méér is dan het stamelende antwoord op het beloftewoord van God, net zo diep-eenvoudig als het woord waarin Abraham zich aan de Heere overgaf. Wij moeten er in geen geval een of ander akkoord van kerkgrondende aard in zien. Wij aanvaarden de roeping van God in de weg van Zijn verbond en daarmee ook de kerk als de bedding waardoor de genade van God tot ons is gekomen.

Dat betekent intussen dat de kerk wel degelijk meetelt, omdat er - dat geloven wij toch? - buiten haar geen zaligheid is. Het bracht H. J. Langman in zijn boek 'Kuyper en de volkskerk' tot de stellige en scherpsnijdende uitspraak waarbij hij op zijn beurt Hoedemaker citeerde: 'Behoudens de éne uitzondering dat men niet zonder plichtsverzaking onder haar kan leven, is het een zonde, om welke misstanden dan ook, uit de zichtbare kerk te treden' - en dan volgt het citaat van Hoedemaker - . 'al ware het alleen omdat men hiermede het vaderlijk erfdeel zou prijsgeven en de gemeenschap der heiligen, die van het lidmaatschap onafscheidelijk is, zou loochenen.'

Twee cirkels

In het kader van het spreken over de kerk stuiten wij altijd weer op de spanningsvolle verhouding tussen verkiezing en verbond. In de loop van de eeuwen heeft men die spanning vaak naar de ene of de andere kant opgeheven. Nog afgezien van het feit dat ook in het verbond zelf er het aspect is van de twee 'delen' (Doopformulier). De gedoopten worden immers geplaatst voor de noodzakelijkheid van de wedergeboorte en vermaand en verplicht tot een nieuwe gehoorzaamheid.

Wij kunnen stellen dat de kerk van het verbond een groter ruimte beslaat dan het getal van degenen die God tot het eeuwige leven uitverkoren heeft. Dat is een kwestie die aanleiding heeft gegeven tot veel discussie en die zelfs kerkscheurend en - scheidend heeft gewerkt. Het zou wel eens kunnen zijn dat men deze dingen te statisch heeft benaderd. Dan gaat men spreken over een kerk in de kerk, over de onzichtbare kerk in de zichtbare, over uitwendig dan wel inwendig tot het verbond behoren. Kunnen wij deze kwestie niet beter op een dynamische (hoe besmet dat woord vandaag ook lijkt te zijn) manier bezien? De verkiezing treedt aan het licht in de weg van het verbond, zagen we. Maar verder blijkt de verkiezing in dat kader ook in het geloof in Christus, in de bekering tot God. Er zit, met andere woorden, volop leven, activiteit, ontwikkeling in de binnenste cirkel van de uitverkiezing. Die dingen corresponderen met de Heilige Doop, de opvoeding, de catechese, de prediking en het pastoraat in de gemeenschap van de kerk zoals zij de buitenste cirkel vormt.

Zo alleen ontkomen wij aan de verabsolutering van de verkiezing ten nadele van het verbond, maar ook aan de omgekeerde beweging. In het eerste geval wist men immers de buitenste kring weg en rekent men alleen met de uitverkorenen, terwijl dan het genadeverbond identiek is met het zogeheten verbond der verlossing. Het is gebleken dat kerkscheuring en afscheiding een vruchtbare voedingsbodem vonden in deze gedachtengang. En daarin prevaleert altijd weer de wedergeboorte boven het geloof dat de goddeloze rechtvaardigt voor God. Wie in dat geloof de genade Gods gevonden - want ontvangen - heeft, ontdekt en verstaat de onzegbare zegen van de vóór-komende genade van God in het Woord, het verbond, de Doop en de kerk.

Zo verstaan wij het dus dat de kerk er eerst is, omdat wij in haar het verbond van God vinden, omdat God ons zoekt en vindt, zodat wij in de schoot van de kerk door het geloof worden wedergeboren tot een nieuw leven. Waar het Woord is, daar is immers de kerk.

Deze dingen zijn allesbeslissend voor ons belijden van en ons staan in de kerk. En opnieuw komt het zo met kracht naar voren dat de kerk de plaats is waar Christus met zondaren wil samenzijn. Elk woord is hier een bloem waaruit wij honing mogen puren en waarbij wij moed vatten en waardoor wij in alle noden en zorgen van de kerk op God alleen onze hoop stellen. 'Wie zich hiervan ver houdt, kan daar slechts twee redenen voor hebben: öf hij wil niet van Christus weten, óf hij wenst niet voor een zondaar gehouden te worden.' (J. Koopmans)

In een tweede en laatste artikel gaan wij in op de praktische consequenties van deze dingen voor de huidige problematiek waarvoor we gesteld worden in het proces van de vereniging van kerken.

A. BEENS, KATWIJK AAN ZEE

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 7 november 2002

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Uit de pers

Bekijk de hele uitgave van donderdag 7 november 2002

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's