De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Discussie over het quotum

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Discussie over het quotum

5 minuten leestijd

Voordat op 21 november over de naam van de SoW-kerken besloten wordt, komt het geld opnieuw aan de orde, als de synode een besluit moet nemen over het nieuwe quotumuoorstel - het quotum is de verplichte afdracht van de gemeenten aan de landelijke kerk. In mei vergaderde de triosynode over een voorstel om tot een quotumregeling voor hervormden, gereformeerden en lutheranen te komen, zonder tot besluiten te kunnen komen.

Momenteel bestaan er in de drie kerken negen soorten afdrachten voor het landelijke kerkenwerk. Volgens de regeling die in mei werd voorgesteld, zouden alle plaatselijke gemeenten voortaan jaarlijks drie verplichte bijdragen betalen: een kerkrentmeesterlijk quotum, een diaconaal quotum en een bijdrage aan de solidariteitskas (de opvolger van de hervormde Generale Kas). Voor het kerkrentmeesterlijk quotum zou één percentage geheven gaan worden van inkomsten uit levend geld (collectes, vrijwillige bijdragen), uit onroerend goed en uit overig bezit. Uitgangspunt is dat de totale inkomsten van de landelijke kerk gelijk blijven. In mei wilde de triosynode echter niet instemmen met deze uniforme quotumregeling. Proefberekeningen lieten namelijk zien dat bij het nieuwe systeem in 2 procent van de gemeenten de kosten 50 procent hoger liggen. Verschillende synodeleden wilden weten, hoeveel gemeenten te maken krijgen met een verhoging van 10, 20, 30 of 40 procent. Op die vraag kwam geen duidelijk antwoord.

Daling van de quotumdruk

In de voorstellen die volgende week behandeld worden, blijft het principe dat niet meer afgedragen wordt naar ledentallen maar naar inkomsten, zodat meelevende gemeenten meer gaan betalen. In vergelijking met een halfjaar geleden is het aantal doorzendcol- Jecten waarvoor geen quotum betaald moet worden, vergroot, en is het percentage voor de solidariteitskasheffing verlaagd. Voorts is nu ook in de diaconale regeling betreffende de gemeenteleden uitsluitend gerekend met het aantal belijdende leden; de drie verscheidene inkomstensoorten worden nu met een gelijk percentage belast. Verschil met de voorstellen van een halfjaar geleden is dat de nieuwe regelingen zijn gebaseerd op het principe van heffing over alle brutoinkomsten van de plaatselijke gemeente. Bij de definitieve bepaling van de heffingsfactoren zal tevens rekening worden gehouden met de al toegezegde daling van de quotumdruk.

Voor de bepaling van het kerkrentmeesterlijk quotum zijn bepalend de inkomsten uit levend geld (onder andere vaste vrijwillige bijdragen, collecteopbrengsten en giften), de inkomsten uit onroerend goed (huren en pacht) en de inkomsten uit overig bezit (o.a. rente- en beleggingsopbrengsten). De omvang van de vermogens blijft hier dus buiten beschouwing, al is er uiteraard een nauwe relatie tussen het vermogen en de revenuen uit dat vermogen. Collecten die worden afgedragen aan derden - hulp aan hongerend Afrika, de Pinksterzendingscollecte voor de GZB, het Leerstoelfonds van de Gereformeerde Bond enzovoorts - vallen buiten de inkomsten waarover quotum betaald moet worden. Dat is niet meer dan billijk te noemen. Als een gemeentelid honderd euro voor een diaconaal doel geeft, moet de gemeente daarvan geen vier euro hoeven door te sturen. Maar wel is het zo dat als de gemeente voor haar eigen bejaardenwerk collecteert, een percentage daarvan voor het bovenplaatselijke kerkenwerk moet worden afgedragen. Het systeem is zo dat er een quotum geheven wordt op grond van de brutoinkomsten.

Vereniging van Kerkvoogdijen Via de media is bekend geworden dat de goed in deze materie ingevoerde Vereniging van Kerkvoogdijen (WK) ook na het bekend worden van de gewijzigde voorstellen hierover een stevig gesprek met het moderamen gevoerd heeft. Nog steeds staan zo'n veertig tot zestig kerkvoogdijen (waaronder Rijssen, Ede, Huizen, Katwijk aan Zee, Veenendaal) niet achter de plannen van de synode, omdat bij aanvaarding van de voorstellen gemeenten heel veel meer moeten betalen. Als dit gemeenten zijn waar de liefde voor Samen op Weg op geen enkele wijze gevonden wordt, hoefje geen profeet te zijn om te voorspellen dat de weerstand groot is. Verstandig beleid moet hiermee rekenen.

Het is een goed hervormd principe dat gemeenten zich binnen de kerk voor elkaar verantwoordelijk weten. Daarom is het winst dat dit beginsel meegaat bij een eventuele vereniging. Het zal daarbij duidelijk zijn dat in het verleden een gulden door de kerk vaak anders uitgegeven is dan de gemeente zelf zou doen, maar het is al jaren een pijnpunt als hervormd-gereformeerde gemeenten meebetalen aan zaken waar ze geen enkele verantwoordelijkheid voor willen en kunnen dragen, aan materiaal dat verre van gereformeerd te noemen is. Daarom is het pleidooi van de WK voor een regionaal en landelijk dienstencentrum als

een meer vraaggestuurde organisatie, geheel terecht. Als in de provincie Zuid-Holland het gros van de gemeenten gebruik maakt van de diensten van de HGJB en niet van het RDC, moet dit consequenties hebben voor het budget dat aan het RDC wordt toegekend. Daarom zullen synodeleden volgende week solidariteit van gemeenten moeten onderstrepen, mits meer en meer rekening gehouden zal worden met de vragen die op het grondvlak leven. Maar die solidariteit zal tegelijk niet de teloorgang van werk in de eigen gemeente mogen betekenen.

Doorzichtig

De WK pleitte al jaren geleden voor een eigen quotumregeling, die doorzichtig in plaats van ingewikkeld diende te zijn. De rode draad uit dit voorstel is een gelijk percentage voor het diaconaal en kerkvoogdelijk quotum, dat geheven wordt uit het levend geld en het rendement uit het vermogen, dus uit de werkelijke inkomsten. Tot nu toe is nog steeds niet op representatieve wijze bekeken wat dit voorstel voor de gemeenten zou betekenen. Tegelijk heeft de WK aandacht gevraagd voor eventuele onbillijke situaties, waarin er ten minste een overgangsregeling van vier of vijfjaar moet komen. Ook dat is terecht, want het is niet denkbeeldig dat in bepaalde situaties door de nieuwe quotumregeling een predikantsplaats in zwaar weer komt. Tot slot heeft de WK bedongen dat schrijnende gevallen geholpen moeten worden. Laat al het geld de werkelijke opbouw van de gemeenten en de kerk mogen dienen.

P. J. VERGUNST

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 14 november 2002

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Discussie over het quotum

Bekijk de hele uitgave van donderdag 14 november 2002

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's