De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Globaal bekeken

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Globaal bekeken

8 minuten leestijd

U it het boekje van de 90-jarige ds. G. C. Tromp Herder in de Walletjesbuurt, waarin hij zijn werk als hulpprediker in de laatste oorlogsjaren in Amsterdam beschrijft (zie Aankondigingen), de volgende fragmenten:

• In de bananenloods zitten op zaterdag voor Kerst enkele duizenden mannen van het oostelijk havengebied opeengepakt, die op transpoort zouden worden gesteld naar Duitsland.

* Aanvankelijk moest iedereen op zijn plaats in de loods biljoen, maar ten slotte hadden allen toestemming gekregen om, rondom het geïmproviseerde preekgestoelte, plaats te nemen, liggend of zittend op meegenomen stro, of leunend tegen de muren uan het gebouu/. Voor de dienst begon had e'e'n van de mannen gevraagd of het mogelijk was alleen psalmen op te geven. De mensen van Flakkee kenden geen gezangen. Dat verzoek iverd uit de aard der zaak ingewilligd.

Het was een machtig gebeuren geweest, dat uit zoveel monden tegelijk het vijfde en het achtste couplet van Psalm 66 klonken:

Een net belemmerd' onze schreden: Een enge band hield ons bekneld; Gij liet door heerszucht ons vertreden;

Gij gaaft ons over aan 't geweld... En: 'k Sloeg heilbegerig 't oog naar boven, Ik riep den Heer ootmoedig aan, Ik mocht met mond en hart Hem loven Hem die alleen mij bij kon staan.

Dat was deze mensen uit het hart gegrepen. Het was duidelijk, dat ze zich e'e'n voelden met de dichter van de Psalm en met zijn lotgenoten. Nadat de zegen was uitgesproken, had iemand gevraagd om nu samen "Ere zij God" te zingen. Dat kenden ze allemaal. En dat gebeurde. Een bijna onafzienbare schare mannen zong in het schemerdonker, met een onzekere toekomst voor ogen "Ere zij God!", ondanks de bittere koude en het sterke heimwee dat op deze avond voor Kerstmis de harten zal hebben vervuld. Met meer dan honderd brieven in zijn togakoffer verliet ds. Dijkstra de Sumatrakade. Alle bestemd voor thuis, op Flakkee, Schouwen of Duiveland.'

• 'In die tijd overleed op een onderduikadres, op één van de grachten een algemeen geachte joodse arts, een man van wie de patiënten veel hielden. Iemand, die zich lange tijd van de Duitse maatregelen niets aantrok en eenvoudig doorging met zijn werk tot een paar vooraanstaande patiënten hem ervan overtuigden, dat het de hoogste tijd werd om onder te duiken. Ze maakten hem duidelijk dat er voor hem geen andere uitweg was.

Ten slotte dook hij onder. Van dat moment af leek het wel of z'n levensvlam steeds minder helder brandde. Hij miste zijn patiënten en hij miste het bonte leven van de stad, waar hij een mensenleeftijd gewoond en gewerkt had. Nog onverwachts stierf hij. En dat betekende een levensgroot probleem. Ds. Dijkstra legde het voor aan commissaris Voordewind, de man die boeken schreef als "De commissaris vertelt" en "De commissaris vertelt verder". Hij was in dergelijke gevallen een uitstekend raadsman gebleken. Zijn advies luidde: de wasnummertjes uit de pyjama te knippen en de dokter, als het donker was, een paar huizen verder, in de goot te leggen, om daarna de politie op te bellen met de mededeling: er ligt daar en daar een man in de goot. Zo gebeurde het.

Het was afschuwelijk. De mensen die het advies uitvoerden, hadden het gevoel verraad te plegen ten opzichte van een goed mens, maar er was geen andere mogelijkheid. Niemand heeft ooit geweten waar, wanneer en hoe hij begraven is.'

N a het droeve verhaal over 'het succes van Kommer Damen', de grootste scheepsbouwer in Nederland in deze rubriek, ontving ik van een lezer een brief over 'waarschijnlijk de grootste scheepsbouwer die Nederland gekend heeft, C. Verolme, die in zijn geboorteplaats Nieuwe Tonge ligt begraven.

'In "de Waarheidsvriend" las ik uw stukje over "het succes van Kommer Damen". Een triest verhaal van iemand die zich afzet tegen geloof en opvoeding, helaas is hij lang niet de enige. Maar als "bekende" Nederlander met een succesverhaal komt hij speciaal in beeld. Gaarne doe ik u hierbij het verhaal toekomen van waarschijnlijk de werkelijk grootste scheepsbouwer die Nederland gekend heeft, maar wel een man die het geloof van zijn ouders trouw gebleven is, Cornelis Verolme. Het bijgevoegde stuk is een uittreksel uit een speciaal gedenkboek, door de Verolme Trust uitgegeven ter gelegenheid van de herdenking van de 100e geboortedag van Cornelis Verolme. Sinds de V.O.C. is er nooit meer een dergelijk opbloei van de scheepsbouw in Nederland geweest dan tijdens de periode van de Verolme Verenigde Bedrijven. Met al zijn succes door enorme innovatie en een perfecte organisatie, gedragen door een omvangrijk personeelsbestand dat hem op de handen droeg, bleef hij wie hij was, een eenvoudig, gelovig mens. Dat stak hij nimmer onder stoelen en banken, hij bleef zichzelf. Hij had een sterke band met zijn ouders, zo zelfs dat hij een op één van zijn werven gebouwde supertanker die hij voor eigen rekening liet varen, de naam Jacob Verolme gaf, daarmee zijn vader erend. Als "selfmade man", werd hij in de gevestigde scheepsbouwkringen niet "ebenbürtig" bevonden, een clan zoals je destijds nogal wat had. Toen Verolme bij de regering moest aankloppen om de financiering van het enorme gegraven dok (reparatie en nieuwbouw), te garanderen (banken vragen meest dubbele zekerheid), ging het mis en had men Verolme in een houdgreep. Men verplichtte hem de failliete Amsterdamse NSDM-werf over te nemen, die enkele verliesgevende tankers in aanbouw had. Dat werd uiteindelijk de molensteen die hij om zijn nek kreeg. Een Staatscommissie (Winsemius) vond de fusie Rijn Schelde Verolme uit en Verolme werd tot aftreden gedwongen als president-directeur. Eerst maakte de combinatie nog winst (geheel uit de ex-Verolmebedrijven), daarna viel het doek. Ik denk dat Verolme in de kracht van het geloof overeind gebleven is en niet omzag in verbittering.

Tot het laatst toe werkte hij uanuit de Verolme Trust met een kleine staf aan een reuolutionair type fpg-tanker.

Ik meen mij te herinneren dat boven de rouwbriefbij zijn overlijden de eerste versregels stonden van Psalm 138 : 4 berijmd: "Als ik omringd door tegenspoed...".

Gezien het droeve verhaal rond Kommer Damen, hoop ik u toch een beeld te hebben gegeven van iemand die als groot-ondernemer zijn geloof niet verloochende, maar uan uit de kracht ervan mocht worden die hij geweest is.'

it het recent verschenen boekje van de IZB-evangelistJaap Berke- Uma, Een kerk bekent kleur (uitgave Boekencentrum, zie Aankondigingen) het volgende, onder het kopje Van God leren in de kerk:

'Twee mensen uit Iran die elke week in de heruormde gemeente Delfshaven komen: Mohammed (gefingeerde naam) komt hier nu bijna twee jaar, Fatima (gefingeerde naam) sinds een aantal maanden. Beiden komen er voor de ontmoeting met God, uoor het leren uanuit de bijbel en uoor ontmoeting met andere gelovigen. Hoe kom je tot zo'n stap als je van jongsaf geleerd hebt, dat de bijbel uerualst is en dat de islam alles heeft wat een mens ouer God moet u/eten? Hij is, evenal Fatima, naar Nederland gevlucht vanwege de Iraanse fundamentalisten. Mohammed vertelt dat hij de bijbel is gaan lezen uit nieuwsgierigheid. In eerste instantie denk je bij het lezen uan de bijbel, dat er een opgaande lijn zal zijn, uan Oude Testament, Nieuwe Testament naar de koran. Al lezend is Mohammed gaan zien dat het houden van de wetten uan God voor een mens niet haalbaar is. Kijk maar naar de bergrede. In die tijd (nu ongeueer uier jaargeleden)ging hij naar een gereformeerde gemeente uanuit het asielzoekerscentrum. En daar werd hem steeds meer duidelijk waar het in de bijbel ten diepste om gaat. De mensen in de kerk zijn niet beter dan moslims. Maar dankzij het euangelie weten ze wel beter. Dat is de grote liefde uan God uoor zondige mensen. Die God mag je steeds beter leren kennen tijdens je leuen. Zo maakje een pelgrimsreis naar het beloofde land, het eeuwige leuen met God.

Fatima heeft een broer, die al jaren geleden christen werd in Amerika. In die tijd kreeg zij zelf een droom. Daarin kreeg ze twee cadeaus: een Mariabeeldje en een boot. Een man in de droom zei: "Ga naar een land uan water". Het was heel indringend, zodat het haar raakte. De familie moest er smakelijk om lachen. Maar toen ze tweeenhalfjaar geleden naar Nederland kwam, ging ze een keer naar een kerk. Ze eruoer daar een "zuiuere sfeer". Het was een rooms-katholieke kerk. Daar kreeg ze een beeldje aangeboden, precies als in de droom. In die kerk was er echter de keren daarna niemand die haar opmerkte en welkom heette. Toen ze er voor de derde keer kwam uroeg ze een gesprek met de pastoor. Hij zei dat hij geen tijd had. Kort daarna kreeg ze opnieuw een droom. Er stonden twee urouwen naast haar met water. Een vrouw in de buurt met wie ze contact kreeg suggereerde dat het met de doop te maken zou kunnen hebben en bracht haar in contact met een (vrouwelijke) predikant. En zo gebeurde het, dat ze bijbelles kreeg en daarna gedoopt werd in Crooswijk. Bij de doop stonden, jawel, twee urouwen naast haar zoals in de droom.'

V.D.G.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 21 november 2002

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Globaal bekeken

Bekijk de hele uitgave van donderdag 21 november 2002

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's