Dienst aan God
'Indien iemand onder u dunkt, dat hij godsdienstig is, en hij zijn tong niet in toom houdt, maar zijn hart verleidt, deze godsdienst is ijdel. De zuivere en onbevlekte godsdienst voor God en de Vader is deze: wezen en weduwen bezoeken in hun verdrukking, en zichzelven onbesmet bewaren van de wereld.' [Jacobus 1 : 26, 27]
'Een mooie preek, een goede preek'. Dat zeggen mensen wel eens na afloop van een kerkdienst. Wat er zo mooi en goed aan is blijkt voor veel mensen moeilijk om te zeggen. Evenwichtig is het als alles aan bod komt. Of men vindt het belangrijk als bepaalde termen en uitdrukkingen aan de orde komen. We hebben zo onze criteria waaraan een preek moet voldoen en we beoordelen daarop voorgangers. En heel wat voorgangers gaan over de tong. En als iemand veel praat over preken, kerken, dominees en artikelen die verschijnen in kerkelijke organen, dan kun je algauw denken dat men godsdienstig is.
Jacobus schrijft in zijn brief dat woord en daad bij elkaar horen. Je kunt misschien wel veel zeggen, maar de vrucht mag niet ontbreken. Maar hij geeft ook - en dat kan heel goed zijn in een preek - een concreet voorbeeld! Dan kun je je naast de mooie en goed gesproken woorden ook er iets bij voorstellen. Hoe vullen we dat in? Als het dan gaat over 'godsdienstig zijn' dan heeft hij wel een voorbeeld. Het woord 'godsdienstig' heeft ook alles te maken met cultus, eredienst; het gaat dus over mensen die trouw deelnemen aan allerlei vormen: kerkdienst, sacramenten, gebed, offergave, zingen.
Indien iemand onder u dunkt, schijnt, waant godsdienstig te zijn door hieraan allemaal deel te nemen en hij zijn tong niet in toom houdt, maar zijn hart verleidt, deze godsdienst is ijdel. Leeg hol, zinloos.
Dit is voor veel mensen een hard woord; misschien wel geen goede en mooie preek, wel heel eenzijdig, wat overtrokken.
Het lijkt zo onschuldig en onbetekenend: nietje tong in toom houden. Praten is toch niet erg en zwijgzame mensen hebben vaak ook iets beklemmends. Wat denken ze nu eigenlijk? Je weet niet wat er in hen leeft. Waarom zeggen ze zo weinig? Toch zal Jacobus ook in hoofdstuk drie uitwerken wat zo'n klein lid als de tong is allemaal kan uitrichten. En wie te maken heeft gekregen met roddel, achterklap weet maar al te goed de juistheid van zijn opmerkingen. Woorden en allerlei luchtig gepraat, misschien niet eens allemaal zo kwaadaardig bedoeld, kunnen een heleboel verdriet en innerlijke pijn veroorzaken.
Ik vraag me wel af in hoeverre met deze uitspraak rekening wordt gehouden in ons hele kerkelijke leven. Misschien lijken en schijnen wel heel veel zaken in de kerk erg godsdienstig te zijn, maar dat het door de Heere God wordt afgeschreven als ijdel, zinloos, leeg.
Geen betekenis. En streep door het hele kerkelijke leven vol boeken, rapporten en verslagen. Maar of dat allemaal dienst aan God is...?
Nu klinkt dit allemaal erg negatief, maar er staat ook in wat wel onder godsdienst kan worden verstaan. En opnieuw wordt een concreet voorbeeld gegeven. Er wordt hier een beschrijving gegeven van de zuivere en onbevlekte godsdienst. Nu moeten we niet denken dat we een aantal stellingen krijgen te horen over waarheid, belijden en dergelijke.
Er staat helder omschreven wat de zuivere godsdienst is, die geldt voor God en de Vader.
God en de Vader! Het zegt ons ook iets over het beeld van God. Deze uitdrukking komt wel meer naar voren in andere brieven, maar dan met de naam van zijn Broer erbij. De God en de Vader van onze Heere Jezus Christus. Zoals een vader zich bekommert over zijn kinderen en zijn vrouw zo is ook de Heere God. Het beeld van vaderschap komt naar voren. Hij is immers de man die leiding geeft, zorg draagt in het leven van vrouw en kinderen. Een man die bewogen is over heil en welzijn van kinderen. Gelijk zich een vader ontfermt over zijn kinderen, alzo ontfermt de HEERE over degenen die Hem vrezen. (Psalm 103 : 13) Juist voor God en de Vader is de zuivere godsdienst: wezen en weduwen bezoeken. Geen mooie afgeronde stellingen, geen mooi gepraat, maar levenspraktijk. Omzien naar de meest zwakken. Weduwen en wezen. We kunnen denken aan Psalm 10 : 14, waar God genoemd wordt de Helper van de wees. Juist hierin komt de liefde naar voren voor elkaar, die gegrond is in de liefde tot onze Vader die in hemel is. Juist bij hen die zwak zijn en doelwit kunnen zijn in de samenleving. Waar mensen overheen kunnen lopen. Er staat nog bij: in hun verdrukking. Ze hebben het als vanzelf al zo ontzettend moeilijk in hun leven. Zij die steun, sterkte, hulp en troost moeten missen.
Zou er niet veel meer wervingskracht van het Evangelie uitgaan als we dit woord van Jacobus, de broer van Jezus, ter harte zouden nemen? Ik denk aan die vrouw die niet zo kerkelijk betrokken was plotseling weduwe werd, trouw werd opgevangen door ouderlingen en diakenen en nu weer de weg naar de kerk heeft gevonden. Is dat niet een belangrijke taak die men wel eens laat liggen? We hebben bezoeklijsten van jarigen en als het goed is ook van weduwen. Maar wat heeft de hoogste prioriteit in het ambtelijk leven? Godsdienst is praktisch!
Maar er staat nog iets bij: zuivere en onbevlekte godsdienst is ook: zichzelf onbesmet beuraren uan de wereld. Wie de tijdelijke win-kracht en winstkracht van de wereld enigermate kent, weet hoe zwaar dit leven is. Men moet voortdurend op de hoede zijn, om niet mee te doen met de geest van de wereld, die vol van zonde, onrecht, ellende is. Er valt zoveel te genieten voor jong en oud, wat ons bewust of onbewust losweekt van de vrede met God, de Vader. Die Vader die op de uitkijk staat naar zijn verloren jongen en die zijn oudste zoon smeekt, die zegt dat hij hem al zovele jaren heeft gediend. Hoeveel innerlijke strijd kan het niet kosten om te breken met verkeerde - gewoonten, met zonden?
'Wordt behouden van dit verkeerd geslacht.' Klinkt deze oproep wel in voldoende mate? Wordt de ernst van de situatie van postmoderne mensen wel voldoende onderkend in prediking en pastoraat? Is de bewogen oproep tot bekering nog wel hoorbaar en voelbaar? Of zijn we zo gefascineerd door presentatie van taal en tong om aan te sluiten bij de gevoelens van de mens en de boodschap zo te vertolken dat mensen het mooi en geleerd vinden? Het een behoeft het andere niet uit te sluiten, maar de helderheid van de boodschap mag niet in mindering komen.
Nu moeten we goed opletten, dat het in onze tekst niet gaat om de ander de maat te nemen.
De tekst spreekt over iemand die zijn tong niet in toom houdt en zijn hart verleidt en van hen die zichzelf onbesmet bewaren van de wereld. Het gaat om uw en mijn persoonlijke godsdienst, die weet van weduwe en wees in twistgedingen, in kommer staande te houden overeenkomstig de wil van God en de Vader (Psalm 146).
A. A. FLOOR, ELBURG
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 21 november 2002
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 21 november 2002
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's