Uit de pers
Over waarden en normen gesproken
Ik heb niet de indruk dat het door velen genoemde gesprek over waarden en normen in het geheel van onze samenleving al echt op gang gekomen is. Het blijft tot nu toe bij het slaken van kreten zonder merkbare invulling en gedragsverandering. Het kan ook eigenlijk niet anders voor wie onze pluriforme samenleving kent. Zoveel hoofden, zoveel zinnen. Immers, waar haal je je waarden en normen vandaan? 'Paarse' waarden en normen zien er heel anders uit dan die uit joodse of christelijke bron ontspringen. Ik moest daaraan denken toen ik in het novembernummer van het feministisch maandblad Opzij een gesprek las met mr. drs. Raph Evers, rabbijn van het Nederlands-Israëlitisch Kerkgenootschap. Hoofdredactrice Cisca Dresselhuys legt elke maand een bekende man langs de Feministische Meetlat. Er staat boven het gesprek Geef een ureemde vrouw nooit een hand.
'Wat is er zo eng aan een vrouwenhand, vraag ik. "Eigenlijk niks, behalve dat in onze wetten nu eenmaal staat dat wij geen vreemde vrouwen mogen aanraken. Dat heeft vooral te maken met het idee dat huidcontact lustopwekkend is. Het interessante is dat het verbod een hand te geven voor mannen geldt en minder voor vrouwen. Een typisch feministisch trekje zou je kunnen zeggen."
Ik zat laatst met u in een Jorum; ik herinner me nu dat ik daar een hand op uw arm gelegd heb. Dat was dus vervelend voor u. "Dat was inderdaad behoorlijk onaangenaam. Nou ja, ik raakte er niet ondersteboven van, maar het past niet bij mijn habitus. Toen u binnenkwam, gaf u mij trouwens ook een hand. Ik wilde niet zo onbeleefd zijn die te weigeren. Dat is een oude traditie bij Nederlandse rabbijnen, dat we mensen op dat punt niet voor het hoofd stoten, maar u had wellicht kunnen bedenken dat het niet zo gepast was."
Ik mag mij daardoor niet beledigd voelen. "Nee, helemaal niet, het is niet persoonlijk tegen u gericht. Het is niet zo dat wij Cisca Dresselhuys geen hand willen geven, het is voorschrift dat mannen geen vreemde vrouw mogen aanraken, dat is een bijbelse norm."
Die strekt zich bij tijd en wijle ook uit tot uw eigen vrouw, wanneer zij menstrueert bijvoorbeeld. "Inderdaad. Als een vrouw ongesteld is, mag zij geen gemeenschap hebben. Dat mag pas weer een week na afloop van de menstruatie, nadat zij een ritueel bad heeft genomen. In die twaalf dagen mag haar man haar zelfs helemaal niet aanraken, niet eens een kopje overhandigen. Want van het een kan het ander komen. Dat is soms heel lastig bij het van elkaar overnemen van een baby; die moetje dan op de commode leggen, waarna je vrouw het kind kan oppakken. In geval van nood pakje het natuurlijk wel rechtstreeks aan, je laat het niet vallen. Deze gedwongen afstandelijkheid geldt ook in een rouwperiode, ook dan raakje als man je vrouw zeven dagen niet aan. Dit om te voorkomen datje in die tijd gemeenschap zou hebben. De dood moet alle aandacht krijgen, die moet niet verdrongen worden door seksualiteit."
Maar als uw vrouw juist dan heel verdrietig is, is een arm om haar schouder of een kus dan verboden? "Ja. Ik weet dat het uoor u vreselijk hard klinkt, maar kijk eens naar de andere kant van de medaille: je kunt als man dan alleen maar troosten door te praten. Is dat zo slecht? Zeggen veel vrouwen niet dat mannen hun gevoelens zo slecht onder woorden kunnen brengen, dat ze niet echt kunnen praten? Dat leren wij wel, we moeten wel. Uit een Russisch onderzoek bleek dat vrouwen daar graag met joodse mannen trouwen, omdat die meer praten en niet slaan. Trouwens ook zelden oj nooit dronken zijn. Pas stond in het Nieuw Israelietisch Weekblad dat joden een gen zouden hebben waardoor ze weinig of geen alcohol drinken. Uit de horeca is in ieder geval bekend dat er bij joodse/eesten nauwelijks tot geen omzet is in alcoholhoudende dranken."
We kunnen nog uren voortborduren op al die verboden en geboden, want er zijn er heel wat. Van het uerbod op de sjabbat een lichtknopje aan te raken tot het gebod de sla, voordat die opgediend wordt, tot in het absurde te onderzoeken op kleine insecten; uan de kledingvoorschriften (geen lange broek voor meisjes, hoofdbedekking voor getrouwde vrouwen en een keppeltje voor de jongens) tot de aanwijzing twee aanrechten, twee ijskasten, twee afwasmachines en twee kookplaten te hebben omdat melk en vlees nooit met elkaar in aanraking mogen komen. Wat is de gedachte achter al deze regels? "Heel eenvoudig: het staat allemaal in de thora, in de wetten van Mozes in het Oude Testament. In de loop van de tijd hebben rabbijnen die regels nader bestudeerd en steeds verder uitgewerkt en dat staat allemaal in de talmoed. Een groot deel uan onze gebruiken is cultureel bepaald; zo gelden er in het oosten, in Estland, Letland en Litouwen bijvoorbeeld, heel andere gewoonten dan in Nederland."'
Inderdaad, heel eenvoudig: het staat in de thora en in de talmoed. Daar vindt rabbijn Evers waarden waarop hij vervolgens zijn normen baseert. Evers vertelt dat hij zich vaak verscheurd voelt als mens die leeft in deze samenleving. Hij is van professie psycholoog, maar dat vak heeft hij moeten loslaten, zo meldt hij, 'omdat ik me verscheurd voelde tussen de opdracht die ik had als psycholoog: mensen niet te laten lijden onder bijvoorbeeld seksueel afwijkend gedrag en mijn geloof. Ontrouwe, overspelige mannen bijvoorbeeld. Moest ik die ongemoeid laten in hun gedrag, hen daarmee verzoenen? Als gelovige wilde ik alleen maar zeggen: "Stop daar onmiddellijk mee". Door dit soort dingen kon ik mijn werk als therapeut niet meer doen', aldus een heel eerlijke rabbijn Evers. Ik herhaal: over waarden en normen gesproken, wat een spanningsveld!
'Die verscheurdheid moet u vaker voelen. U leeft als streng gelouige in een geseculariseerde maatschappij, u bent rabbijn uoor de media, dus u hoort en ziet nog weieens wat. "Natuurlijk uoel ik mij uaak verscheurd.
Mijn werk en mijn thuissituatie verschillen vaak hemelsbreed van elkaar. Ik zie in mijn omgeving allerlei dingen die totaal niet kloppen met wat de thora voorschrijft. Dat is best moeizaam. Natuurlijk is dat de verantwoordelijkheid uan die mensen, maar ik word er wel de hele tijd mee geconfronteerd. Ik zou wél in een Israëlisch dorpje kunnen gaan-wonen, waar iedereen vroom is en waar ik lekker rustig onder mijn eigen vijgenboom kan zitten. Soms zou ik dat graag willen, heerlijk zo'n eenheidsgemeenschap waar iedereen ongeveer hetzelfde denkt en voelt. Nee, dat lijkt me helemaal niet saai. Ik hoop dat mijn leven ooit zo zal eindigen: in Israël, liefst met al mijn kinderen en toekomstige kleinkinderen. Maar zolang mijn moeder nog in Nederland leeft, blijf ik hier. En zolang ik hier ben, zal ik de uitdaging aangaan van het gesprek met andersdenkenden. Maar ik Iet wel op wat ik doe en wat ik niet doe. Juist als mediarabbijn vragen ze me voor allerlei radio- en televisieprogramma's. Ik zoek van tevoren heel goed uit in welke context ik daar optreed. Ik ga niet tussen de blote dames zitten. Maar ja, soms weetje niet precies waarin je belandt. Ik ben ooit bij Paul de Leeuw geweest, nadat ik eerst geweigerd had. Die man is er een meester in je in allerlei compromitterende situaties te brengen, dus ik zei nee. Maar ze bleven aandringen. Ik bleef weigeren. Dan ga je door de hele hiërarchie: eerst krijg je een secretaresse, die belooft: "U kunt rustig komen, er gebeurt niets wat u niet wilt", maar ik wilde die toezegging van Paul de Leeuw zelf Net zolang volgehouden tot hij zelf aan de lijn kwam. Uiteindelijk ben ik gegaan en hij heeft zich redelijk netjes aan zijn belojte gehouden. Bij Barend & Van Dorp ben ik nog nooit geweest, daarover zou ik heel lang moeten nadenken. Niet dat ik bang ben voor conjrontaties, maar je kunt in nare situaties gebracht worden, die je niet wilt en van weglopen houd ik niet, ik ben geen wegloper."
Hoe weet u trouwens in welk programma u wel of niet wilt zitten, u hebt zelf geen televisie. "Klopt. Zeljs niet op de slaapkamers van de kinderen. Maar maak u niet ongerust, de informatie die ik nodig heb, krijg ik. Wat nodig is voor mijn werk, zie ik. Vrienden en kennissen bellen mij vaak: "Kom even kijken" en dat doe ik dan." '
Nou zegje hebt tv of je hebt het niet. "Nou, nou, niet zo principieel, mevrouw Dresselhuys."
Waarom hebt u eigenlijk geen tv? "Omdat tv veel te verleidelijk is. Bovendien heb ik er he-Iemaal geen tijd voor en als zo'n ding er staat, ga je toch kijken. Niet alleen de kinderen, ikzelf ook. En er zijn natuurlijk heel veel programma's die ons niet zinnen, waarin de vloer wordt aangeveegd met de huwelijkse moraal, waarin de overspelige echtgenoot de held is en agressie heel normaal." '
Na deze biecht op de stoel van mevrouw Dresselhuys, volgen nog meer consequenties van de joodse waarden die voor rabbijn Evers heilig zijn:
U hebt tien kinderen. Hoe leven die? "Wij zijn een van de duizend Nederlandse gezinnen met tien kinderen. Daar zijn er niet veel meer van. De pil? Prima voorbehoedmiddel, ook voor ons, maar alleen als er zwaarwegende medische of psychosociale redenen zijn, anders niet. Onze kinderen zitten op joodse scholen: de Cheiderschool ojde Maimonides-scholengemeenschap. Daarna volgen ze in ons eigen land of het buitenland joodse studies, maar ook een seculiere opleiding. Aan dat laatste hecht ik veel waarde: daardoor kunnen ze een gewone baan kiezen, want niet iedereen wil rabbijn worden. Meisjes kunnen zelfs geen rabbijn worden, wel kunnen ze in het joodse welzijnswerk of onderwijs terecht. En in allerlei andere beroepen natuurlijk, zoals arts of advocaat. Mijn vrouw en mijn moeder geven lessen ouer het jodendom, net als ikzelf" overigens. Wat het sociale leven van onze kinderen betreft: ze hebben eigenlijk uitsluitend joodse vrienden en vriendinnen, niet alleen uit Amsterdam, want daar is de groep niet groot, maar ook uit Antwerpen, Londen, Jeruzalem of andere buitenlandse steden. Het internationale contact is bij ons heel intensief."
Hoe staat het met hun huwelijkskansen? Geen niet-joodse man of vrouw, neem ik aan. "Nee zeg, alsjeblieft niet. Dat zou ik ten zeerste afkeuren. Ja, hoe gaat dat? Wij kennen huwelijksmakelaars, koppelaars. Die werken heel onopvallend. Als mijn zoons of dochters laten merken dat ze wel een relatie willen en ze hebben zelf geen mogelijkheid om in contact te komen met joodse meisjes of jongens, bellen wij zo'n makelaar. Op het ogenblik is er een groot tekort aan joodse jongens, dat is heel lastig. Mijn oudste dochter van 24 is getrouwd en woont in Jeruzalem. Die heeft zelf een jongen uitgekozen, gelukkig van orthodoxe signatuur. Wat doe je als vader met de huwelijkskandidaat uan je kind? Een jongen ondervraag je over zijn kennis van de thora en de talmoed en je kijkt naar zijn jinanciële situatie, zijn opleiding en zijn ouderlijk huis. Past hij een beetje bij je dochter en bij ons, kunnen we met elkaar praten? Een meisje vraagje naar haar opvattingen en haar kennis, bijvoorbeeld uan de spijswetten: weet ze hoe je sla klaarmaakt, dat soort dingen. Als ze het met elkaar eens zijn, uerlouen ze zich en trouwen binnen drie maanden, hoogstens een halfjaar. In die tijd leert hij uan de rabbijn en zij uan de vrouw van de rabbijn alles over de menstruatie- en de reinheidswetten. Wanneer mag je gemeenschap hebben, wanneer moet het en wanneer is het verboden."
Moeten? Zijn er voorschriften over hoe vaak je met elkaar naar bed moet? "Ja, die zijn er, hoewel de urouw altijd bepaalt of het gebeurt. Haar wil op dit gebied moet gerespecteerd worden. Verkrachting binnen het huwelijk is uerboden, daar staat zeljs een boete op. Afhankelijk van de zwaarte van je beroep moet of mag je een- of tweemaal per week gemeenschap met je vrouw hebben. Voor een boer, die zware arbeid verricht, staat eenmaal per week, voor een rabbijn tweemaal. En na de onthouding uan twaalf dagen en aansluitend het rituele bad, is het voorschrift diezelfde nacht met elkaar te slapen." '
Met toenemend respect nam ik kennis van dit interview met rabbijn Evers. Je hoeft het niet in alles met hem eens te zijn. Wij zijn niet orthodox-joods. Toch is er verwantschap in het respect voor de waarden en de daarop gegronde normen die hun bron vinden in het eeuwenoude getuigenis van de thora. Wat zou het samenleven van mensen er anders uitzien als ze net als rabbijn Evers zouden uitgaan van het vaste kader van het eeuwenoude cement van het joods-christelijke gedachtegoed.
Waarden en normen in de Middeleeuwen
Nog kort ten slotte iets wat ik over hetzelfde onderwerp aantrof in het Historisch Nieuwsblad van november 2002. In de rubriek 'Het Hoge Woord' schenkt Rob Meens (verbonden aan de afdeling geschiedenis van de Universiteit Utrecht) aandacht aan een duizend jaar geleden in Rome verschenen handboekje bedoeld voor de biechtvaders van die dagen. Het beschrijft hoe een geestelijke de biecht moet afnemen: de priester was toen nog gelovige en therapeut in één. Welnu, aldus Meens, de normen en waarden die in de Middeleeuwen al bedreigd heetten, verschillen nauwelijks van die in de huidige maatschappij gevaar lopen: seks, geweld, fraude en hebzucht zorgen voor de grootste problemen.
'Als je deze duizend jaar oude tekst leest, blijken er in onderwerpskeuze nogal wat overeenkomsten te zijn met het huidige Nederlandse debat over normen en waarden. Geweld, seks, dronkenschap, fraude en hebzucht vormen ook nu centrale kwesties. Het biechthandboekgaat net als in de huidige discussie uit van een zelfdwang. Hier is geen wetgever aan het woord, maar een biechtvader. De zondaar wordt niet door een lid van de uitvoerende macht op zijn gedrag aangesproken, maar dient zelf zijn dwaling in te zien en uit eigen initiatief zijn leven te beteren. Er zijn echter ook belangrijke verschillen. Dat geldt niet alleen voor de behandelde onderwerpen. Wat man en urouw precies doen in bed is vandaag de dag geen onderwerp van publieke discussie, net zomin als wat er moet gebeuren met iemand die in staat van dronkenschap de hostie uitbraakt. Maar een essentieel verschil is dat het duizend jaar geleden ging om religieuze waarden, om God onwelgevallige zaken, om zonden. Vandaag zijn het vooral sociale waarden, zonder religieuze of ideologische achtergrond, die in ere hersteld zouden moeten worden.
Een opmerkelijk verschil, ten slotte, komt tot uiting in het begin uan de tekst: de instructie uoor de biechtvader. Deze wordt opgeroepen om in de boete van de zondaar te participeren, door een of twee weken zelf te vasten en daarnaast missen te vieren voor diens zielenheil. Deze medemenselijkheid, dit letterlijke mede-lijden met de zondaar, staat in schril contrast met de uitlatingen uan politici die de mond vol hebben van normen en waarden, maar wie vooral een repressief beleid voor ogen staat... en ondertussen in hun glanzende Bentleys met hoge snelheid over de Nederlandse wegen scheuren.'
Je zou aan de Prediker kunnen denken: er is niets nieuws onder de zon. Wat is wat al niet geweest is. Toch trof me de opmerking in het net geciteerde stukje uit het Historisch Nieuwsblad: in de Middeleeuwen ging het om religieuze waarden, om de zonden van mensen. Vandaag hebben we het alleen over sociale waarden zonder religieuze achtergrond. Mensen moeten van een bepaald gedrag afgeholpen worden, zonder waarachtige bekering tot God. Welnu, weer genoeg stof tot overdenking. Ik dank die lezers die af en toe reageren op deze rubriek. Dat stimuleert meer dan u denkt.
J. MAASLAND
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 21 november 2002
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 21 november 2002
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's