De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Opnieuw de quotisatieregeling

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Opnieuw de quotisatieregeling

6 minuten leestijd

Drie keer is...

Voor de derde keer stond de nieuwe quotisatieregeling op de agenda van de triosynode van vorige week. Deze regeling betreft de afdracht van de plaatselijke gemeenten aan de landelijke kerk. Voor de derde keer, omdat eerdere voorstellen te ondoorzichtig waren. Het eerste voorstel bood vrijwel geen inzicht in de gevolgen van de nieuwe regeling voor gemeenten, vond de triosynode. Het tweede voorstel van mei jl. gaf wel dit inzicht, maar te weinig antwoord op de vraag wat de (positieve of negatieve) gevolgen per gemeente waren. Enkele synodeleden hadden het voorstel van mei laten doorberekenen voor de kerkvoogdij/diaconie van hun gemeente, waarbij de uitkomst in sommige gevallen een stijging van vijftig procent liet zien. Reden te over in mei om het betreffende samenwerkingsorgaan de opdracht te geven met meer inzichtelijke cijfers te komen. Die waren er op deze triosynode.

Terecht en toch...

Het quotum dat gemeenten afdragen aan de landelijke kerk, kan enigszins vergeleken worden met de contributie die betaald wordt aan een vereniging waarvan men lid is. Het landelijke kerkenwerk staat ten dienste van de plaatselijke gemeenten. Als het goed is, krijgt men er iets voor terug via diensten van de landelijke kerk. Wel waren onder ons geluiden te horen die vraagtekens zetten bij de verhouding tussen wat wordt afgedragen aan en afgenomen van de landelijke kerk. Er is immers zoveel dat wij niet (kunnen) gebruiken of waarvan wij ons principieel afkeren. Toch bleef het besef dat de afdracht hoorde bij het hervormd zijn. Bij het nieuwe voorstel komt de gedachte dat de afstand tussen landelijke (SoW)kerk en plaatselijke (hervormdgereformeerde) gemeenten nog groter is, terwijl solidariteit met een kerk die men niet gewild heeft, navenant afneemt.

Met het oog op het (mogelijke) samengaan van de drie SoW-kerken wil men de huidige negen verschillende regelingen gelijktrekken. Elke rekenaar zal toegeven dat het geen doen is om met negen verschillende rekenmethodes geld te heffen van gemeenten. De noodzaak om te veranderen is dan ook door niemand betwist, wel de manier waarop veranderd wordt. Gevolg is dat meer geheven wordt over levend geld dan over bezittingen. Een groot deel van het levend geld komt uit zondagse collecten en u voelt al waarheen die berekening leidt: gemeenten met een groot aantal kerkgangers worden meer getroffen dan die waarin het kerkbezoek te wensen over laat. Terwijl in een aantal gevallen zulke gemeenten veel bezittingen hebben, die buiten de berekening vallen, behalve inkomsten daaruit.

Mogelijke gevolgen

In gemeenten met grote meelevendheid is veel herderlijke zorg nodig. Door rekenmeesters van enkele grote hervomd-gereformeerde gemeenten was onder soortgelijke gemeenten geïnventariseerd met welk percentage het bedrag stijgt dat conform de nieuwe rekenmethode afgedragen moet worden. Uit de 28 valide antwoorden op de 50 verzonden formulieren blijkt dat slechts één gemeente minder hoeft te betalen en de overige 27 meer betalen, waarvan 21 met een stijging van 20 procent of meer. Als dat percentage wordt gerelateerd aan de begroting, worden de gevolgen duidelijk voor het plaatselijke kerkenwerk. In grote gemeenten met een naar verhouding veel hogere afdracht conform de nieuwe berekening, kan zelfs een predikantsplaats gevaar lopen of ander werk in het gedrang raken. Maar het kan toch niet zo zijn dat het plaatselijke kerkenwerk moet lijden onder het landelijke werk? De gemeente is eerst (goed presbyteriaal gedacht) en behoort primaire aandacht te hebben.

Dergelijke geluiden klonken ook in het debat ter synode. Oud. M. Burggraaf (herv., classis Ede) prees het nieuwe voorstel, omdat de afdrachtcollecten buiten beschouwing zijn gebleven. Mijns inziens was dat het minste wat men kon doen. Voor deze collecten is de gemeente slechts een doorgeefluik. Toch had Burggraaf vragen en deed hij het voorstel om de maximale verhoging per gemeente op euro 3.000, - te stellen. Met zestig stemmen vóór haalde zijn voorstel het niet.

Ds.J. L. Schreuders (herv., classis Bommel) wilde het heffingspercentage over inkomsten uit onroerend goed dubbel zo hoog zien als die uit levend geld. Zijn motivatie was dat volgens het voorstel gemeenten met weinig kerkelijke betrokkenheid beloond en gemeenten met veel kerkelijke betrokkenheid gestraft worden. Ook zijn voorstel haalde het niet. Oud. H. Hoogenhout (geref., classis Breukelen) vreesde dat kleine gemeente, zoals 'zijn' gemeente Baambrugge, kind van de rekening worden en noodzakelijk kerkenwerk moeten nalaten om landelijk werk te financieren. Ds. W. Meijer (herv., classis Nijkerk) wees op hetzelfde gevaar voor grote gemeenten waar meer geld inkomt, maar ook meer gebeurt.

Zelf heb ik vanuit de classis Alblasserdam gepleit om meer diaconaal geld uit te zonderen van de heffing, omdat diaconieën, als het goed is, geen geld oppotten, maar naast het geld dat doorgezonden wordt ook anderszins veel aan ondersteuning doen op individuele of projectbasis. Daar werd overigens niet op ingegaan. Wel werd met 93 stemmen overgenomen het voorstel van diaken J. van de Mheen (geref., classis Apeldoorn) om de druk van kleinere gemeenten te verlichten door een maximum te stellen aan het bedrag dat per lid moet worden afgedragen.

Besluit

Ten slotte kwam het besluit er tamelijk ongeschonden door. Wel is de datum, op dringend verzoek van velen, een jaar verschoven. De nieuwe regeling gaat in op 1 januari 2004 in plaats van 2003. Ook wordt rekening gehouden met grote verschillen tussen de huidige en de nieuwe situatie, in die zin dat de regeling gefaseerd wordt ingevoerd in gemeenten waar die tot grote verschillen leidt. De stijgingen en dalingen zullen over vijfjaar verlopen, zodat gemeenten die minder moeten betalen over vijfjaar aan hun laagste bedrag en gemeenten die meer betalen over vijfjaar aan hun hoogste bedrag zijn. Is het percentage vijftig procent of meer, dan wordt die periode zelfs verlengd tot tien jaar.

Nieuwe regeling

De nieuwe regeling kent drie vormen

van heffing. Er is een kerkrentmeesterlijk (kerkvoogdelijk klinkt ons nog steeds beter in de oren) heffingspercentage van 4, 95 over inkomsten uit levend geld (collecten, vrijwillige bijdragen etc.), onroerend goed en overig bezit. Vrijgesteld zijn inkomsten uit nalatenschappen (die aan het vermogen worden toegevoegd), begraafplaatsen én overheidssubsidies. Waarschijnlijk komt, zo is gesteld, het heffingspercentage uit tussen 4 en 4, 5 procent. Verder is er een diaconaal quotum van zeven procent, dat geheven wordt over diaconale inkomsten uit levend geld (behalve doorzendcollecten), onroerend goed en overig bezit én daarbij komt een bedrag van 1, 85 euro per belijdend lid. De derde heffing betreft de solidariteitskas (de vroegere hervormde generale kas), waarvoor 5, - euro per lid moet worden geheven. Als gemeenten meer vragen, mogen zij het meerdere houden en als zij ook (meerderjarige) doopleden bij deze heffing aanslaan, mogen zij dat hele bedrag houden. De nieuwe regeling dient budgetneutraal te verlopen, dat wil zeggen dat de nieuwe rekenmethode niet tot hogere opbrengsten voor de landelijke kerk mag leiden. Zoals het er uitziet, zal de nieuwe heffing iets minder opleveren dan de oude. Verder zal, volgens eerdere besluiten, in de nabije toekomst gesproken worden over het heffingspercentage in verhouding tot de draagkracht van gemeenten. Intussen beseffen wij dat de kerk niet gezond is als de financiën van de kerk op orde zijn (daar lijkt het op als gevolg van drastische ingrepen in het Landelijke Dienstencentrum in het bijna voorbije jaar). Daarvoor is meer nodig en dat mag ons gebed zijn.

P. VAN DER KRAAN, BLESKENSGRAAF

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 28 november 2002

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Opnieuw de quotisatieregeling

Bekijk de hele uitgave van donderdag 28 november 2002

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's