De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Belijden en belijdenis

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Belijden en belijdenis

LICHT OP DE KERK [7]

10 minuten leestijd

De christelijke kerk is wezenlijk een belijdende kerk en als gestalte van de ene katholieke (algemene), apostolische en christelijke kerk is de Nederlandse Hervormde Kerk derhalve eveneens belijdende kerk. Dat wil zeggen een kerk die weet wat zij belijdt en weert wat haar belijden weerspreekt. Maar hoe is de praktijk? En zal ook het beoogde nieuwe kerkverband dat uit het Samen op Weg-proces moet resulteren een belijdende kerk zijn? Dit is een fundamentele vraag. We hebben het niet over bijkomende kwesties, maar over de kern van de zaak. De kerk is belijdende kerk of zij is niet. Om de lijnen wat uit te zetten ten aanzien van de vraag wat een belijdende kerk vandaag is en zou moeten zijn, sluit ik mij in dit artikel nauw aan bij wat A. Noordegraaf jaren geleden hierover schreef in zijn boek Gods bouwwerk. Aspecten van gemeente-zijn in bijbels-theologisch licht ('s-Gravenhage 1980, 32-55). In een tweede artikel maak ik een toespitsing naar de actuele situatie in verband met het Samen op Weg-proces.

Belijden houdt vanuit het Griekse woord homologein in: 'hetzelfde zeggen', na-zeggen, na-spreken wat God in Zijn Woord heeft bekendgemaakt. Vervolgens is het dan ook samen-zeggen, met elkaar instemmen vanuit het ene gemeenschappelijke geloof. Dat wil niet zeggen dat de gelovige persoonlijk of de kerk gezamenlijk aan het 'papagaaien' slaat. Het gaat niet om een klakkeloos herhalen en repeteren, maar om een geloofsantwoord met hart en mond. Vanuit de ontmoeting met de levende God is er het dankbare belijden in aanvaarding van en aansluiting bij de boodschap die ons van Godswege is bekendgemaakt en die ons tot in het diepst van ons bestaan heeft geraakt. En wat is het dan een rijkdom te mogen belijden 'in koor' ('de kerk is een koor dat in de wereld staat te zingen', A. A. van Ru- Ier), 'samen met al de heiligen' (Ef. 3 : 18, 19), in de ware oecumene van de ene eeuwenomspannende en wereldwijde gemeente van Christus. Zulk belijden is dus allereerst op God l a z w a l v gericht, heeft vervolgens een geloofsverstekende en samenbindende betekenis, en is in de derde plaats - en dat is al evenzeer essentieel - bedoeld als getuigenis voor 'hen die buiten zijn'. Met dat laatste doel ik op de missionaire of apostolaire betekenis van het belijden: door woord en wandel, ook al kost dat lijden en verdrukking, getuige zijn in deze wereld en mensen winnen voor Christus en Zijn koninkrijk.

Akte en verwoording

Er is een nauwe samenhang tussen enerzijds het belijden als akte, dus belijden als handeling en werkwoordsvorm, en anderzijds het belijden als neerslag en verwoording, als samenvatting en schriftelijke vastlegging van wat de kerk gelooft. Met de uitdrukking 'het belijden van de kerk' kan zowel het een als het ander bedoeld zijn. Dus aan de ene kant het actuele belijden waarmee de kerk vandaag de dag bezig is en aan de andere kant de belijdenisgeschriften, waarin is samengevat wat de door de kerk aanvaarde geloofsinhoud is.

Ook in de Bijbel zelf komen we die twee kanten van de zaak volop tegen. Op allerlei cruciale momenten zien we in het Oude en Nieuwe Testament hoe het belijden zich voltrekt, maar ook treffen we allerlei kernachtige formuleringen aan die als het ware de kernen vormen waaromheen zich later in de kerkgeschiedenis uitvoeriger belijdenisgeschriften hebben uitgekristalliseerd (denk bijvoorbeeld aan Matth. 16 : 16; Rom. 10 : 9; 1 Kor. 15 : 3-5; Fil. 2 : 6-n).

Soms wordt er een tegenstelling geschapen tussen belijden en belijdenis, alsook tussen belijdende kerk en belijdeniskerk. Dat gebeurt zowel van 'evangelische' als van 'moderne' zijde, zij het uiteraard vanuit verschillende motieven. De één wil rechtstreeks naar de Schrift zonder zich te laten ophouden door de stem van de kerk der eeuwen. De ander wil de eigentijdse situatie zoveel inbreng geven dat dit moet leiden tot een wezenlijk ander geloofsverstaan dan dat waarvan de belijdenissen getuigenis afleggen. Op deze wijze wordt echter zowel door evangelischen als door modernen een oneigenlijke en onjuist contrast getekend.

Blijvend actueel

Het daadwerkelijke belijden van de kerk heeft door de eeuwen heen telkens weer zijn neerslag gevonden in kortere of langere documenten, belijdenissen (belijdenisgeschriften). In die zin zijn belijdende kerken ook altijd belijdeniskerken. Wanneer we alleen van een belijdende kerk willen weten zonder vastgelegde belijdenis, maken we het actuele belijden los van de weg die de kerk door de eeuwen gegaan is. De Heilige Geest heeft echter naar onze overtuiging de kerk door de eeuwen geleid, zodat zij met vallen en opstaan de rechte weg heeft bewandeld en op allerlei kruispunten door veel strijd heen juiste keuzes heeft gemaakt. Denk bijvoorbeeld aan de grote vragen rond de drie-eenheid van God en de Persoon van Christus. Met dankbaarheid aanvaarden we dan ook de zogenoemde 'oecumenische belijdenisgeschriften' (Apostolicum, Nicenum, Athanasianum) en voegen we ons zo in de katholieke traditie van de Vroege Kerk. Maar denk ook aan de inzet van de kerkhervormers voor het evangelie van vrije genade, zoals deze zijn vertolking heeft gevonden in de reformatorische belijdenisgeschriften (in Nederland 'de drie formulieren van enigheid', de Heidelbergse Catechismus, de Nederlandse Geloofsbelijdenis en de Dordtse Leerregels).

We zijn overtuigd van de blijvende actualiteit van deze katholieke en reformatorische belijdenisgeschriften. Het zijn geen vergeelde museumstukken en geen verouderde documenten met antwoorden op vragen die geen mens meer stelt. Wie de moeite neemt echt naar deze belijdenissen te luisteren en erin te delven, ontdekt hun frisheid, relevantie en actualiteit. Daarbij is overigens een goede eigentijdse verwoording (hertaling) en vertolking noodzakelijk! Is het vandaag niet net zo zeer als in de tijd van de Vroege Kerk onopgeefbaar te belijden dat het God zeifis die in Jezus tot ons komt, de Immanuël, waarachtig God en waarachtig mens? En dat het God zeifis die als de Geest die levend maakt in ons komt wonen, om ons het heil toe te eigenen en het nieuwe leven in ons uit te wer-

ken? En is het vandaag niet net zozeer als in de tijd van de Reformatie noodzakelijk te belijden dat het genade is om genade te ontvangen en te aanvaarden? Wie niet van de geschiedenis wil leren, is gedoemd steeds in dezelfde fouten en valkuilen terecht te komen. Wie de belijdenisgeschriften veronachtzaamt, stelt zich bloot aan oude en nieuwe dwalingen. Bovendien berooft men zich dan van het voorrecht om in koorzang met de kerk der eeuwen het gemeenschappelijke loflied aan te heffen voor onze God en Vader.

Geen verstarring

Toch hebben zij die zich kanten tegen een 'belijdeniskerk' wel een punt, wanneer ze bedoelen aan te geven dat het belijden van de kerk niet mag verstarren, maar dat dit als het goed is een voortgaande weg is. Het mag niet zo zijn dat 'een kerk die haar belijdenis gelooft' in de plaats komt van 'een kerk die haar geloof belijdt'(zo H. Bavinck). Terecht wordt in de huidige kerkorde van de Nederlandse Hervormde Kerk in artikel X gesteld dat de kerk belijdenis doet van de zelfopenbaring van de drieënige God 'in gemeenschap met de belijdenis der vaderen, en in het besef van haar verantwoordelijkheid voor het heden, zich strekkende naar de toekomst van Jezus Christus'. Wanneer de verantwoordelijkheid voor het heden niet meer wordt beseft, herhaalt de kerk alleen maar wat vroeger gezegd is. Dat noemen we repristinatie en dat is in strijd met de roeping tot voortgaande reformatie.

Verder is de kerk geroepen in haar verwachting van Christus' toekomst de tekenen der tijden te verstaan en vervolgens van dat verstaan ook rekenschap te geven in haar belijden. Dat betekent dat er een principiële openheid en bereidheid dient te zijn voor een voortgaand en actueel belijden. Dat kan ook lijden wanneer de 'gemeenschap' met het belijden van de voorgeslacht inderdaad een diepe verbondenheid en geestelijke overeenstemming inhoudt. Ik ben het geheel met Noordegraaf eens wanneer hij in dit verband met twee woorden wil spreken: continuïteit en actualiteit. Ik citeer: 'De kerk is niet van gisteren, en wij belijden samen met allen die ons zijn voorgegaan en die eenzelfde geloof deelachtig waren. Wij staan in een traditie die we niet kunnen en mogen prijsgeven, omdat ze verworteld is in de Schrift. Daarom is er een legitieme strijd voor het geloof dat ons is overgeleverd (Judas: 3)... En waar de belijdenis ons terug wil brengen bij de Schrift, zal juist de voortdurende studie van de Schrift nieuwe perspectieven openen en ons mogen helpen in de worsteling om te komen tot een voortgang in en uitbouw van het belijden. Ik denk aan allerlei vragen rondom Israël en zijn toekomst, aan de toekomstverwachting, het koninkrijk Gods, de missio Dei (de zending van Godswege), aan wat de Schrift zegt over de Geest en de genadegaven: aspecten van het bijbelse getuigenis die in de belijdenisgeschriften nauwelijks of onvoldoende vertolkt worden' (50, 54)-

Betekenis van het belijden

Theologen als O. Noordmans en A. A. van Ruler hebben de betekenis van het belijden getypeerd met aanduidingen als 'een staf om te gaan', 'een stok om te slaan' en 'een lied om te zingen'. Zoals een wandelstok iemand die wat slecht ter been is of ook bergbeklimmers bij hun inspannende tocht, ten dienste staat, zo weet de gelovige zich geholpen door het belijden van de kerk der eeuwen en door de belijdenisgeschriften die daarvan getuigenis afleggen. De gelovige gaat op weg door het landschap van de Schriften en krijgt op die weg een deugdelijke wandelstok mee. De catechese is in dit verband van eminente betekenis! Tegelijkertijd is de belijdenis van de kerk der eeuwen voor de gelovige als een landkaart die wegen wijst in dat landschap van de Schrift. De wandeling is meer dan de wandelstaf en het landschap is meer dan de landkaart. Zo is de Schrift meer dan de belijdenis en zo is de belijdenis dienstbaar aan het verkennen en verstaan van de Schrift. Daarmee is gezegd dat de belijdenis nooit als een stolp over de Schrift heen geplaatst mag worden. Binding aan het belijden mag op geen enkele wijze het voortgaande onderzoek van de Schriften hinderen. Stel voor dat je in een landschap iets nieuws ontdekt, een riviertje of een bospartij. Dan moet de kaart aangepast worden aan het landschap en niet omgekeerd! Een belijdenisgeschrift, hoe eerbiedwaardig ook, blijft een menselijk geloofsgetuigenis aangaande het Woord, in vormgeving en verwoording gekleurd door een bepaalde historische context. Intussen praten we wel over landkaarten die al eeuwen lang betrouwbaar zijn gebleken en zich daardoor gezag hebben verworven!

Het belijden van de kerk der eeuwen is tevens een stok om te slaan. De kudde van Jezus Christus wordt voortdurend bedreigd door de wolven van de dwaalleer, die al dan niet in schaapskleren verschijnen. Er is altijd weer de zuigkracht van opvattingen die geen recht doen aan wat God ons in Zijn Woord heeft geopenbaard. Hoe houd je die wolven op een afstand? Door goed thuis te zijn in het belijden van de kerk, ben je alert voor oude dwalingen die zich presenteren met een nieuw jasje aan. Een modernere versie van het beeld van de stok is dat van een waarschuwingssysteem dat het alarm doet afgaan of het rode licht doet branden wanneer er onraad is. Zo is ons in de belijdenisgeschriften een gevoelig en deugdelijk alarmsysteem gegeven waarop we nauwkeurig acht dienen te geven, wanneer we het tenminste niet willen laten gebeuren dat inbrekers zich meester maken van de schatten van belijden die de kerk door de eeuwen heen heeft mogen opdelven uit de Schriften.

De mooiste functie van het belijden blijft de lofprijzing, de aanbidding, het lied om te zingen. Zo treffen we het belijden aan in bijvoorbeeld de Psalmen, waarin God wordt bezongen als groot Koning over Israël en over de ganse aarde. De God van Israël troont op de lofzangen van Zijn volk (Psalm 22 : 4). Of denk aan het Nieuwe Testament met de verschillende Christushymnen, waarin alle eer en lof wordt gebracht aan onze Verlosser en Kurios (bijv. 1 Tim. 3 : 16; het boek Openbaring). Belijden heeft altijd een doxologisch karakter, dat wil zeggen het is getoonzet als lofprijzing voor de drieenige God.

J. HOEK, VEENENDAAL

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 28 november 2002

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Belijden en belijdenis

Bekijk de hele uitgave van donderdag 28 november 2002

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's