Globaal bekeken
T er gelegenheid van het 90-jarig bestaan van uitgeverij Den Hertog te Houten verscheen bij deze uitgever een boek, met vele foto's verlucht, De synode van Westminster (1643-1649).
• Over de vergaderplaats van de synode:
'De stad Westminster maakt tegenwoordig deel uit van Groot London en ligt aan de noordoeuer van de rivier de Theems. Westminster was oorspronkelijk een eiland, gelegen te midden uan de slecht ontu/aterde Theems-moerassen. Een legende uerhaalt dat Sebert, de eerste christelijke koning uan de "East Saxons", hier een kerk stichtte, toen bekend als Thorney, maar later west "minster" of "klooster" genoemd. Die eerste kerk zou op wonderbare wijze door Petrus zijn ingewijd. Op deze plek luas zeker reeds in 785 een gemeenschap van monniken gevestigd. Edward de Belijder (Edward the Confessor), die regeerde van 1042- 1066, bouwde in deze streek een nieuwe kerk, later bekend als Westminster Abbey. Door de eeuwen heen hebben vele Engelse uorsten hiergebouwd en uerbouwd. Hier dient Hendrik III genoemd te
worden, die in 1245 het bestaandegebouw grotendeels liet afbreken en het verving door het huidige gebouw in gotische stijl, waarin men de doorwerking uan de Franse architectuur uit die tijd bespeurt. De laatste toevoeging wordt gevormd door de westelijke torens, die in 1745 gereedkwamen. Sinds Willem de Veroueraar (William the Conqueror) is iedere Britse soeuerein in deze abdij gekroond, met uitzondering uan Edward V en Edward VIII. In de WestminsteMbbey liggen niet alleen vele vorsten begraven, maar ook tal van bekende persoonlijkheden, zoals Dauid Liuingstone, Charles Dickens en Georg Friedrich Handel.'
• De vastendagen
'Gedurende de periode dat de synode uan Westminster vergaderde, hield het Parlement geregeld vastendagen op iedere laatste woensdag van de maand. Dr. Edmund Calamy, kleinzoon uan een uan de gelijknamige leden van de synode, beschreef de wijze waaropjohn Howe een puriteinse uastendag leidde.
Het was bij deze gelegenheden zijn gewone wijze om ongeueer negen uur in de morgen te beginnen met een gebed uan ongeueer een kwartier. Daarin smeekte hij om een zegen ouer het werk uan de dag. Nadien las hij een hoofdstuk uit de Bijbel of een Psalm en gaf er een uiteenzetting ouer, waaraan hij drie kwartier besteedde. Daarna bad hij ongeveer een uur, preekte een uur, en bad weer ongeueer een halfuur.
Na dit alles zonderde hij zich af en verfriste zich wat uoor ten minste een kwartier. Intussen zongen de mensen al die tijd. Daarna uerscheen hij weer op de kansel en bad nog een uur en sprak nog een preek uit uan ongeveer een uur. En zo beëindigde hij de dienst oan zo'n dag om ongeueer uier uur in de namiddag met gebed uan ten minste een halfuur. De zeuen uur uan een dergelijke dienst omuatte drie uur en een kwartier gebed en twee uur en drie kwartier preken. De parlementaire uastendagen neigden bouendien zelfs tot meer gebed dan preken, soms wel tot tweemaal e'e'n uur preken en tot twee gebeden uan elk twee uur lang.'
V orige week werd bij uitgeverij Den Hertog ook een symposium gehouden ter gelegenheid van het afscheid van de heer H(erman) Natzijl, wiens voorgeslacht evenals dat van ondergetekende in Groot Ammers woonachtig was. Hij was redacteur van vele uitgaven en schrijver van twee boeken over conventikels. In een persoonlijk gerichte toespraak heb ik over die gezelschappen het volgende gezegd.
'Herman Natzijl heeft ze dichterbij gebracht doordat hij twee boeken het licht liet zien die getuigen uan zijn verknochtheid aan de Alblasserwaard in het algemeen en aan het gezelschapsleven aldaar in het bijzonder: 'Zoete banden die mij binden' en 'Eén uan geest en e'e'n uan zin', het eerste hoofdzakelijk uit de u/aard. Ik nam met meer dan gewone belangstelling uan die boeken kennis. De liefde tot zijn land - in ditgeual de waard - is ons beiden aangeboren. Het zou intussen een nader onderzoek waard zijn - ik doe maar een suggestie uoor Herman als hij zijn urije tijd niet weet in te vullen - in hoeverre de gezelschappen de kerk hebben gediend. Het verhaal gaat dat in de negentiende-eeuwse Alblasserwaard en Vijfherenlan-den, met uele liberale en zelfs moderne of urijzinnige gemeenten - in Meerkerk stond ooit de ultramoderne Scholten - de kerk bewaard bleef door middel uan de conuentikels, waar altijd een stoel uoor de dominee werd opengelaten. Dat is hier en daar zeker het geval geweest. Ik heb echter mijn gerede twijfels of dat in het algemeen opgaat.
In Hermans boeken komen kerkelijke en onkerkelijke gezelschapsmensen uoor. Het is de vraag of de 0nkerkelijken altijd het zicht op de kerk zijn blijuen houden. De kerkdijken stonden bij de onkerkelijken, zo blijkt ook uit Natzjjls boeken, immers nog wel eens onder uerdenking. (...)
Ik stel nog een tweede uraag. Als we de aan
Gr oenewegen ontleende titel uan Hermans eerstgenoemde boek uerder doortrekken, dan vallen de woorden 'het lieve volk'. Nu komt deze kwalificatie meer uit de sfeer van de deugd dan uan de genade. Paulus houdt het op geliefde kinderen. Maar ooit hoorde ik uit de mond uan een pastor die onder gezelschapskringen naam maakte, dat het niet allemaal lieuerdjes waren. Adamskinderen, alles wat er meer is is genade. Daar houd ik het ook op wanneer ik Hermans boeken lees. Het moet ook niet te mooi worden (gemaakt). Ook gezelschapsmensen woonden buiten het paradijs.'
V.D.G.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 28 november 2002
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 28 november 2002
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's