Globaal bekeken
I n Eleoscript (stichting gereformeerde geestelijke gezondheidszorg Eleos) stond een vraaggesprek met ds. j. Harteman, hervormd predikant te Hilversum, bestuurslid van Eleos. Hieruit de volgende passage:
'Op de vraag wanneer hij als dominee zijn Bijbeltje dichtdoet en het gemeentelid verwijst naar een professionele hulpverlener, is zijn antivoord helder. "Ik klap mijn Bijbel nooit dicht. Juist omdat ik geen hulpverlener ben, maar een pastor. Ik weet uit ervaring dat bijvoorbeeld mensen met een depressie, immuun kunnen zijn voor de boodschap van het Evangelie. Maar toch vinden ze het vrijwel altijd goed dat ik lees en een gebed doe. We moeten in dergelijke gevallen gewoon trouw zijn als predikanten. Niet om direct het antwoord te hebben op uragen, maar om te luisteren, om bij de mensen te zijn, om met ze op pad te gaan en ook om sa men te bidden. Ik verwacht ueel uan het gebed en uan de kracht uan de Heilige Geest. Het uerschil tussen een dominee en een dokter is dat bij de eerste de nadruk ligt op het er "'zijn'" en bij de tweede op het '"doen"'. Dat is een wezenlijk verschil. Er '"zijn"', kunt je altijd."
Dat gaat ver voor ds. Harteman. "Als er bijvoorbeeld een vrouw uit de gemeente bij mij komt met problemen ouer incestueuze handelingen die gepleegd zouden zijn door haar vader, dan ben ik er voor zo'n urouw. Ik luister naar haar en sta achter haar. Maar als die vader odk een gemeentelid is, dan ben ik er ook vd'or hem. Ik sta achter allebei. Dat kan niet, maar dat moet. Omdat ik dominee ben. Kijk, als de Vechter vonnis heeft gewezen en geoordeeld heeft, verandert dat. Maar tot die tijd is het'mijn opdracht om beiden bij te staan.'"
B ij uitgeverij De Groot Goudriaan- Kampen verscheen van de hand van Cees Hoogendoorn een biografie van wijlen ds. J. J. Poort, onder de titel Nochtans. In Soldatendominee schreef hij over een ervaring met één van de 'raadslieden' van het Humanistisch Verbond in het leger, tijdens een begrafenis:
'Ds. Poort vertelt uan een negentienjarige dienstplichtige militair die bij een ongeluk tijdens een oefening in Duitsland om het leven is gekomen. De uader van de verongelukte jongen laat de kazernecommandant, Overste R., weten dat bij de begrafenis beslist geen dominee mag spreken. Hij stelt er echter wel prijs op als een humanistisch raadsman het woord zal voeren. De commandant geeft gehoor aan het verzoek en er wordt door hem een raadsman uitgenodigd (officieel zijn er op dat moment nog geen raadslieden, want het gebeuren vindt plaats op 5 december 1963). Ds. Poort doet in Soldatendominee verslag uan de begrafenis: "...Wat zegt de raadsman? Hij zegt, dat het noodlot heeft toegeslagen, en dat deze jongen nu dood is, en dat we moeten leren berusten in het noodlot, en ten slotte wenst hij de familie en urienden allemaal ueel sterkte toe. Geen gebed, geen Schriftlezing, geen verkondiging van Gods genade, geen uitzicht op het leven na de dood, niets, maar dat kun je ook niet verwachten, daar is deze man nou eenmaal "'raads"'man uoor... De begrafenisondernemer treedt langzaam, plechtig naar voren (de raadsman is opzij gaan zitten) en uraagt de zaal: "'Is er nog iemand die het woord wil voeren? '" Nee, niemand blijkbaar. Toen brak het ogenblik uan de preek uan de Ouerste aan! Hij gaf me een plotselinge por in de ribben en fluisterde kwaad:
'"EN NOU JIJ!'" Zijn hoofd was rood, zag ik, geheel vermiljoenrood. In heilige toorn had hij zijn preek mij toegesist. '"EN NOU JIJ!'" Maar dat kan helemaal niet, fluisterde ik overhaast terug, ze hebben om de raadsman gevraagd en niet om de dominee... Onmiddelijk repliceerde mijn buurman, en zijn woorden waren bijzonder dreigend en razend snel: '"Dan preek je maar niet als dominee, dan spreekje maar namens alle kazernepersoneel, dat kan wél... in mijn opdracht!'" De begrafenisondernemer had zijn mond al O open om te zeggen dat we dan maar de plechtigheid zouden besluiten om naar het graf te gaan, toen ik dus oprees en uan achter uit de zaal alsnog naar voren kwam. Niet in het zwart, zoals de raadsman, maar in uniform...
uniform... En daar begon ik dus, achter dezelfde katheder, te zeggen dat ik hier namens alle kazernepersoneel de familie wilde condoleren met het verlies en voor al ook de uerloofde veel sterkte toewenste en dat ik... en TOEN zag ik voor me op die katheder de opengeslagen Bijbel liggen. En wat ik toen heb meegemaakt, heb ik inderdaad ook maar ée'n keer meegemaakt... Ik zag zeer duidelijk, en als met onzichtbare vingers aangewezen, die ene tekst open en bloot uoor me liggen: '"Wie in Mij gelooft, die heeft het eeuwige leuen, ook al ware hij gestoruen"', woorden uan Chris-
Echt, toen kón ik niet anders dan daaruit preken. En dat heb ik gedaan... En nooit zal ik vergeten, dat nadat we bij het graf waren geweest, een oud mannetje mij bij de mouw pakte en zei: '"Mag ik u eens iets uragen, ik ben vroeger ook in militaire dienst geweest ziet u? '" Ik zeg: "'0 ja? En...? '" '"Ja"', zegt-ie, '"je staat toch stomverbaasd tegenwoordig hè? Daar spreekt me eerst in de aula daarnet die dominee, die in dat zwarte pak weet u wel, maar geen woord over God en geen gebed, hij las zelfs niet uit de Bijbel, daar leunde hij gewoon over heen zag u wel? ... En toen kwam u, als officier, ja want ik ken de rangen en graden nog goed hoor, drie sterren dat is toch kapitein? en u begint te préken, hoe is het mogelijk, hoe is het mogelijk..."'
Ik heb de misvatting van het oude mannetje maar gelaten voor wat die was... Maar die Overste R. ben ik nog steeds dankbaar. Ik moet er nog uaak aan denken. '"EN NOU JIJ!'"
p vrijdag 3 december 1971 vlak voor Sinterklaas, veranderde een uitslaande brand de Grote Kerk te Hilversum aan de Kerkbrink binnen een uur in een smeulende puinhoop; alleen de muren van de kerk en de toren stonden nog. In een tijd van ontkerkelijking stond het echter helemaal niet vast dat de Grote Kerk verbouwd zou worden. Dat gebeurde toch, en binnenkort is het vijfentwintig jaar geleden dat de kerk weer in gebruik werd genomen. Bij deze gelegenheid is een 'buurtkrant' uitgegeven. Daaruit het volgende:
• 'Net als de meeste plaatsen in Nederland is Hilversum van oudsher gegroeid rondom een kerk met een bijbehorende brink. In de dertiende eeuw moet op de plaats van de huidige Grote Kerk al een kapel hebben gestaan. In de vijftiende eeuw werd hier een kerk gebouwd met een bijbehorende toren; omdat dit de enige echte kerk was, heette ze de Dorpskerk. Dat het leven in het Gooi en in Hilversum in die dagen verre van veilig was, blijkt wel uit de uerhalen van de aanvallen en branden die Hilversum meerdere malen te verduren kreeg. Op 25 juni 1j66 brandde een groot deel van het dorp af; de kerk bleef daarbij niet gespaard. Het duurde twee jaar uoor de kerk weer in gebruik kon worden genomen, omdat het arme Hiluersum her en der fondsen moest weruen voor de herbouw. In deze omvang diende de Dorpskerk tot het einde uan de negentiende eeuw als plaats uan samenkomst voor de hervormde gemeente. Door de groei van het dorp Hiluersum was de kerk inmiddels echt te klein geworden. In 1889 werd aan een ingrijpende verbouwing begonnen en een jaar later had de kerk 1800 zitplaatsen; van de "oude kerk" bleuen alleen de toren en één muur over. "Over het spoor" was ook behoefte aan een kerkgebouw en daar kon in 1912 de Nieuwe Kerk geopend worden. Aan de Kerkbrink stond echter nog steeds de belangrijkste kerk, die uanaf dat moment de Grote Kerk ging heten. In beide gebouwen kwam 's zondags een kerkelijke gemeente, de zgn. wijkgemeente, samen.
In de jaren zestig uan de uorige eeuw ging de secularisatie (ontkerkelijking) aan de Grote en Nieuwe Kerk niet uoorbij. Het plaatselijke bestuur uan de hervormde gemeente vond dat de wjjkgemeenten uan deze twee kerken moesten fuseren, en dit gebeurde officieel in 1971. In mei uan dat jaar kwam er uoor deze nieuwe wijkgemeente een nieuwe predikant, ds. J. Smit, opdat het fusieproces onder zijn leiding goed zou verlopen. De tivee gebouwen waren echter in slechte staat van onderhoud: de dakconstructie van de Nieuwe Kerk had dringend restauratie nodig en ook de dakbedekking van de Grote Kerk moest regelmatig door de loodgieter worden opgelapt. Op vrijdagmiddag 3 december 1971 ontstond bij zulke werkzaamheden echter brand. De loodgieters hebben waarschijnlijk niet eens gemerkt dat hun verwarmingstoestel het dak van de kerk in brand zette. Zij gingen om half vijf naar huis. Een kwartiertje later zagen de postbodes echter rook uit het dak van de Grote Kerk komen en belden de brandweer. Toen die eenmaal ter plekke was, bleek al gauw dat er geen redden meer aan was. De nieuwe ds. Smit kwam rond die tijd terug van zijn sinterklaasinkopen en zag de brand ook al vroeg. In nauwelijks een uur stond het hele kerkgebouw in lichterlaaie en stroomden de belang- • stellenden toe om niets van het schouwspel te hoeven missen. Om drie minuten uoor zes begaf de houten constructie van de torenspits het en stortte deze naar beneden. De twee klokken in de toren waren door de grote hitte gesmolten. Het had zelfs weinig gescheeld of het oude raadhuis was ook ten prooi gevallen aan de vlammen...!
De uolgende dag besloot het bestuur van de hervormde gemeente al om te proberen de Grote Kerk te herbouwen. Maar zij konden daar niet in hun eentje over beslissen. Het provinciale bestuur besloot dat de tijd uan kerken bouwen voorbij was - daarbij kwam, dat de Nieuwe Kerk er ook nog was. Waarom dan een kerkgebouw restaureren in een tijd uan kerkverlating? Dergelijke geluiden waren ook te vernemen in de discussies die in De Gooi- en Eemlander werden gevoerd. Uiteindelijk bleek de Nieuwe Kerk in zo'n slechte staat dat het goedkoper was de Grote Kerk te herbouwen in plaats uan de Nieuwe te restaureren! Een aantal leden van de wijkgemeente besloot toen een Stichting Herbouw Grote Kerk op te richten. Zij stelden zich ten doel de ontbrekende financiële middelen voor de herbouw bijeen te brengen. Het be-
trof een bedrag uan f 800.000, -.' • Ter gelegenheid van 25 jaar herbouw verscheen ook een boekje De Grote Kerk - hart van Hilversum (te verkrijgen op Postbus 2191 t.n.v. Hervormde Wijkgemeente Centrum, Hilversum). Daaruit het volgende over de kleine klok (848 kilo), die samen met de grote klok (1406 kilo) in 1943 verloren ging door vordering van de Duitsers.
O Volk van Hilversom Verlaat Uw boose Sonden Eer Dat Uw Sterfdag Kom En Wij Uw Dood verkonden. Al Ben Ik KleynderAls Myn Maat En Minder in Gewigt, Nogtans Wek Ik het Volk En Roepse Tot Hun Pligt, Des Avonds Op Sijn Tijd Word Ik Weer Geluyt, 'T Welk Aan Het Werkvolk Zeyd: Dees Dag Is Om, SCHEY URR.
V.D.G.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 5 december 2002
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 5 december 2002
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's