Geen grote woorden - wel hoge woorden
'DE ROL VAN DE KERK EN GELOOF IN DE SAMENLEVING'
Inleiding
'Fatsoen moetje doen', is vandaag het gevleugelde woord. Mag het ook ietsje meer zijn? Ik bedoel: geloof moetje voên, ofwel voeden. 'Hebben de kerken nog iets te zeggen in de samenleving? ' En zo ja, heeft de samenleving er een boodschap aan? Dan moeten we dunkt me terug adfontes, terug naar de bronnen van geloof en kerk. Tenzij de kerk het zich wil laten welgevallen zich te laten gelijkschakelen met maatschappelijke organisaties, wat in de waardering door de overheid in feite het geval is. De kerk levert dan nog een 'bijdrage', zei ooitH. Berkhof, niet zonder understatement. Totdat de berg nog slechts muizen baarde. De tijd van de grote woorden is voorbij. Moet de kerk er dan maar het zwijgen toe gaan doen? Voor de visie van mr. J. P. H. Donner was ik aangewezen op een essay van zijn hand in Kerk in Den Haag (sept. 2002), geschreven onder de titel 'Geloof en samenleven, geloof in samenleven'.
Hoge woord
Wanneer we de opstelling van de kerken ten aanzien van de samenleving in Nederland na de Tweede Wereldoorlog in ogenschouw nemen, zijn er inderdaad grote woorden gesproken. De Nederlandse Hervormde Kerk heeft zich met apostolair elan mede geworpen op de wereldvragen en rekende de ganse wereld tot haar domein. De Gereformeerde Kerken hadden een andere insteek - namelijk via de van haar afgeleide organisaties - maar de intentie was (werd) geen andere. Wij meenden het voor het zeggen te (kunnen) hebben in heel de wereld, al bleef - eerlijk is eerlijk - Oost Europa buiten schot. Dat spreken van de kerk was niet allemaal niks maar in feite werd de kerk vaak - ik zeg het staccato - een verlengstuk van de politiek. Totdat in de eigen samenleving de kerken hardhandig tot de orde werden geroepen vanwege de secularisatie, waarbij de kerk in haar institutaire gestalte meer en meer naar de marge van de samenleving is gedrongen.
De tijd van die grote woorden is voorbij. Maar is ook de tijd van de hoge woorden voorbij? Het Hoge Woord moet er bij de kerk toch altijd uit? Met het Hoge Woord bedoel ik dan wet en evangelie. En dat Woord is vlees geworden en heeft onder ons gewoond (Joh. 1:14). Als het de kerk erom begonnen moet zijn het hoge Woord te spreken, dan spreekt ze een hoge Naam uit; die van Jezus Christus aan Wie - zegt Hij zelf na Zijn Opstanding in apocalyptisch perspectief - gegeven is alle macht in de hemel en op de aarde (Mt. 28 : 18).
Dit getuigenis aangaande Christus is niet afhankelijk van meerderheid of minderheid, van getalsterkte of van de mate, waarin haar positie publiekelijk wordt erkend; of de samenleving nu prechristelijk, christelijk, postchristelijk of postmodern is.
Naar buiten
De vraag wordt echter opgeworpen of het Hoge Woord wel naar buiten toe, naar de samenleving toe moet en kan worden ver-woord. Prof. dr. G. G. de Kruijf heeft in zijn boek Waakzaam en nuchter de stelling geponeerd, dat de kerk geen profetische roeping (meer) heeft in de samenleving. De profetie richt zich tot de gemeente zelf, en krijgt daar in de verkondiging gestalte. Ik stel daartegenover, dat de nieuwtestamentische apostel ook profeet is. De apostelen hebben tot voor koningen en overheden betuigd, dat Jezus Kurios is, Heere. 'Gelooft gij, o koning Agrippa, de profeten? ' vraagt Paulus. En tegelijk getuigt hij van het lijden en de opstanding van Christus (Hand. 28). Hij houdt Christus en de profeten dicht bij elkaar. Christus als de Zin van de geschiedenis; kruis en opstanding als het hart van de geschiedenis. Een vermaard woord van A. A. Van Ruler is zelfs, dat het ultieme teken van theocratie in de toekomst zal zijn, dat de kerk tot voor koningen en overheden toe van Christus getuigt en dat ze dit getuigenis met de dood zal (moet) bekopen.
Niet ideologisch
In de doorvertaling naar de roeping van de kerk in de samenleving gaat het intussen wel op het scherp van de snede. Wanneer Paulus de profeten dicht bij Christus houdt en hij omgekeerd Christus niet tegenover de profeten stelt, moet de kerk hier dunkt mij ook met twee woorden spreken. Het mag en moet de kerk gaan om de hele Christus. Laat ik het zeggen met twee woorden uit de Schrift: de barmhartige Hogepriester en de Zon der gerechtigheid.
In bepaalde stromingen in kerk en theologie in het recente verleden kwamen vooral de oudtestamentische profeten aan het woord. Daarbij lag het accent op gerechtigheid in de samenleving, die desnoods tot op de barricaden moest worden bevochten. Er was sprake van het euvel der vereenzelviging van Christus met bepaalde politieke ideeën. Van Hem werd een beeld gemaakt naar ons beeld en naar onze gelijkenis: de Man van Nazareth, die voorging de barricaden op. De kerk sloot in extreme vorm gevallen zelfs aan bij de marxistische ideologie. Daar is ze, daar is ook de samenleving (letterlijk) bedrogen mee uitgekomen. Wanneer echter de kerk Christus als de Levende present stelt in de samenleving, dan gaat het om Hem als koning, als profeet en als priester. Het gaat om gerechtigheid en barmhartigheid, die in Hem eikaars spiegelbeelden zijn. Mij dunkt dat dit in de participatie van de kerk in het huidige publieke debat over normen en waarden niet uit het oog mag worden verloren. Gerechtigheid? Ja! Niet alleen onder de volkeren ver weg maar ook in de
achterstandswijken dichtbij. Een goede christen is wat mij betreft de rechte socialist. Maar barmhartigheid is daarbij geen vies, want neerbuigend woord. Het raakt de zorg van de kerk voor mens en samenleving. De kerk zal ook diakonaal zijn en daarbij zelf de gestalte van een dienaar hebben, ook in haar getuigenis.
Wet en evangelie
Dat brengt mij nu op de vraag hoe de kerk invulling geeft aan haar roeping ten opzichte van het debat over normen en waarden, dat zich momenteel voltrekt. Juist vanuit de kerk moeten we de volgorde omkeren: waarden en normen. Fatsoen moetje voên. Hier kom ik bij het essay van dhr. Donner. Hij maakt m.i. een voortreffelijke analyse van de postmoderne, individualistisch en hedonistisch ingestelde samenleving. Hij is van overtuiging dat 'het moderne denken en zgn. wetenschappelijke maatschappijvisies in één eeuw meer onheil hebben gesticht dan alle geloven in alle eeuwen' (sic!). De multiculturele samenleving kan bovendien, zegt hij, geen optelsom zijn van uiteenlopende waarden en normen. Het schort aan cohesie in de samenleving. Vrijheid als zodanig, 'los van binding of tegenwicht', is in Donners visie niets en biedt geen richting of zin aan het bestaan. Wie houvast zoekt, zegt Donner, 'in een punt buiten de persoon, staat anders dan wie dat punt in de mens zelf zoekt'. Ik kan hem alleen maar bijvallen. Zeker ook als hij ten slotte refereert aan het verhaal bij Jezus over de mens, bij wie een onreine geest is uitgedreven en wiens huis mooi is opgesierd maar intussen leeg is gebleven, zodat andere boze geesten er intrek kunnen nemen (Lukas ii : 24 w). Vanwege de moderne mensvisie is een leegte ontstaan, die dient te worden opgevuld, opdat niet uiteindelijk de samenleving een speelbal van kwade geesten wordt. Maar hoe dan? Mijn vraag is dan namelijk wat de bron is van waaruit de christenheid en de kerk als gemeenschap het zout van de wereld moeten zijn. Het CDA roept momenteel om herbronning. Wat en hoe herbronning? De kerk heeft maar één Bron, dat zout voor de wereld bevat. Van Ruler sprak ooit van christelijke politiek als 'een zouteloos zaakje'. Dat zou ook van het kerkelijk getuigenis kunnen gelden, als de kerk haar zoutvat niet meer hanteert.
Fatsoen moet je voên. Op welke bron zijn we aangesloten. Na wat ik al zei kan mijn conclusie geen andere zijn dan het Woord Gods. Normen ontleend aan de Tien woorden, waaraan de kerk zich in de joods-christelijke traditie gebonden weet, en aan Christus, die de machten heeft verwonnen, zijn goed voor mens en samenleving. Die vermogen, in hun onderlinge samenhang, de leegte pas echt te vullen en de machten te ont-maskeren. En als we dat bedoelen, als individuele gelovigen en als kerkelijke gemeenschap, en dat ook zelf praktiseren, laten we dat dan ook luidop zeggen. Geen versluierde woorden, waardoor de kerk als kerk niet meer herkenbaar is.
Humaniteit
Dan gaat het de kerk als het goed is ook om de humaniteit, die vruchten draagt in de omgang van mensen met elkaar. Maar humaniteit toch anders dan het Humanistisch Verbond voorstaat? Namelijk met vrijheid in gebondenheid!
Nog altijd acht ik het hervormde synodale geschrift De politieke verantwoordelijkheid van de kerk richtinggevend voor het kerkelijk spreken vandaag. Expressis verbis wordt daarin gezegd dat de kerk 'het élan naar humaniteit' herkent en waardeert. 'Maar - ik citeer nu letterlijk - tegelijk acht zij de humaniteit niet veilig, zeker op den duur niet, wanneer de levende achtergrond van Gods recht uit het bewustzijn wegzakt en daarmee de afglans van Gods gerechtigheid, barmhartigheid en menselijkheid in de conceptie van humaniteit verbleekt'. Gewezen wordt dan op 'het natuurrecht', dat in Europa de functie vervulde van 'een dragend ethos voor politieke structuren'. Door afkerigheid binnen de politieke wetenschap van wijsgerige, laat staan theologische vraagstellingen, is er echter een vacuum ontstaan in de politieke orde. Maar, zo vervolgt het geschrift: 'De kerk kan niet de zijde kiezen van hen, die (...) de bedoeling hebben het recht af te snoeren van de dimensie der gerechtigheid en de politieke orde los te maken van zijn wortels in de wet Gods. Door de wet Gods als levenswet resoneert de goedheid Gods, ondanks de zonde, in de geschiedenis'. Groen van Prinsterer sprak hier van het Droit Divin. 'Er staat geschreven en er is geschied'.
Hier ligt naar mijn overtuiging onverminderd de invalshoek voor het spreken van de kerk in de samenleving. Ze levert geen bijdrage aan het maatschappelijk debat maar heeft een boodschap. Ze wijst naar de bronnen voor de rechte humaniteit, zorg, sociaal ethos, vrede en veiligheid, het omgaan met de vreemdeling in de poorten, de tolerantie. Haar bron is uniek, niet multi-religieus.
'Wat eist de Heere van u, 0 mens, dan recht te doen, weldadigheid lief te hebben en ootmoedig te wandelen met uw God? ', zegt de profeet Jeremia (6 : 8).
Publieke moraal
En laat de politiek het dan verder uitwerken. Daarvoor zijn wetten nodig. Maar daarvoor is ook een publiek gedragen basis nodig in de samenleving. Fatsoen met name kan nooit een opgelegde zaak zijn. Die komt voort uit het hart van de menselijke existentie. Uit het hart zijn de uitgangen van het leven. Daarom heeft onze samenleving vernieuwde mensen nodig, die zich in gezamenlijkheid, liever in gemeenschapszin, inzetten voor nieuwe structuren. Daarom probeert de kerk het hart van mensen en zo het hart van de samenleving te bereiken, missionair, apostolair en diakonaal.
Zonder katharsis, zonder innerlijke loutering valt niet te verwachen dat het beter wordt met het burgerlijk fatsoen en de publieke moraal. In de dertiger jaren schreef Johan Huizinga zijn profetische boek In de schaduwen van morgen, 'een diagnose van het geestelijk lijden van onze tijd'. Hij greep daarin voor Staat en samenleving boven het persoonlijke uit en prees hij die mens gelukkig, voor wie de bron voor zulk een katharsis ligt bij Hem, die sprak 'Ik ben de weg, de waarheid en het leven'.
Daarbij mag juist in ons egotijdperk liefde een kernwoord heten. Liefde is niet los verkrijgbaar. In de liefde zijn partners. Liefde en individualisme kunnen niet samengaan. Ook voor liefde kent de kerk de bron, die het puur menselijke te boven gaat. Liefde heeft bovendien haar eigen taal. Zo ook de liefde, waarvan de kerk getuigen mag zijn.
Liefde is niet hetzelfde als lievigheid. Liefde ziet ook scherp. Die scherpte er dan ook zijn in het profetisch spreken van de kerk, waarin-noties als barmhartigheid en gerechtigheid klinken, , die beide het recht dienen, tot in de rechtspraak toe.
Gebed
En ten slotte is er de politieke voorbede. Dat is niet het minste wat de kerk doet. In duizenden gemeenten in dit land wordt op de zondag - het onopgeefbare heiligdom in de tijd - voor volk en overheid voorbede gedaan. Dat heeft zin, ook al vroeg recent een wethouder in Leeuwarden zich in verband met dankstond af wat dat voor on-zin is.
In het gebed legt de kerk haar hart open en bloot naar God toe. Opdat wij een stil en gerust leven hebben mogen. Dat is de beste dienst, die de samenleving van de kerk mag verwachten. Het volk mag het weten dat dit gebeurt. De politiek mag het weten. Van Ruler ging in zijn eerste gemeente Kubaard van tijd tot tijd naar de vergadering van de gemeenteraad. Desgevraagd zei hij: 'Ik bid elke zondag voor jullie, ik wil ook wel zien wat het uitwerkt'.
Nog steeds is het wachten op een herderlijk schrijven over Waarden en normen, waartoe althans het Hervormde moderamen zich zeven jaar geleden verplichtte, maar dat er nog steeds niet kwam.
Hopelijk krijgt de jubilaris van vandaag wijsheid van Boven om die belofte in te lossen. We heten immers sinds kort weer protestanten. En zelfs artikel 36 van de Nederlandse Geloofs Belijdenis is weer onverminkt terug. En: 'Betrokken in Gods toewending tot de wereld, belijdt de kerk in gehoorzaamheid aan de Heilige Schrift als enige bron van de kerkelijke verkondiging en dienst, de drieenige God, Vader, Zoon en Heilige Geest', zegt de nieuwe kerkorde toch? We wachten gelovig af.
J. VAN DER GRAAF, HUIZEN
Referaat op symposium bij het 25-jarig ambtsjubileum van dr. B. Plaisier over De rol van kerk en geloof in de samenleving op maandag 25 november in het Landelijk Dienstencentrum te Utrecht. Ook werd gerefereerd door mr. J. P. H Donner (hoofdreferaat) en prof. dr. G. G. de Kruijf.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 5 december 2002
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 5 december 2002
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's